|





|
Vragen & Antwoorden
Vraag 1:
Ik lees in Johannes 6:44 dat niemand de ware God kan vinden tenzij God hem of haar roept. Maar zijn wij dan geen vrije mensen met de capaciteit om zelfstandig keuzes te maken? Dit "roepen" doet het voorkomen alsof we geen keuze hebben, hoe is dit te verklaren?
Antwoord 1:
Allereerst moeten we begrijpen dat God uiteindelijk de verlossing aan iedereen die ooit geleefd heeft zal aanbieden, ieder op zijn eigen tijd, zoals het Hem behaagt (Romeinen 9:15; 1 Timoteüs 2:3-5). Het is Zijn wil dat iedereen het eeuwige leven zal ontvangen en dat niemand verloren gaat (Johannes 3:16-17; 2 Petrus 3:9). Velen realiseren zich echter niet dat God niet iedereen nu roept. Als Hij op dit moment iedereen probeerde te verlossen dan zouden we zijn pogingen tot nu toe een gigantische mislukking moeten noemen. Maar als God daadwerkelijk de wereld nu zou willen verlossen, dan zou Hij daarin slagen! Was het niet Gods bedoeling de ontelbare miljoenen te redden die gestorven zijn zonder ooit de naam van Jezus Christus gehoord te hebben? Natuurlijk wel! De schrift verhaalt (zie Openbaring 20) van een tijd in de toekomst wanneer iedereen het ware Evangelie zal horen en Gods roeping zullen ontvangen. Sommigen worden echter geroepen als "eerstelingen" (Jakobus 1:18) en krijgen de kans om op het Evangelie te reageren zelfs in deze donkere tijden.
Van de dag af dat Adam en Eva verkozen Satan te volgen in plaats van de leefregels van hun Schepper (Genesis 3) heeft God de mensheid toegestaan om te experimenteren met elke denkbare oplossing voor de wereldproblemen. Tot nu toe: zonder succes! De Bijbel en de niet - kerkelijke geschiedenis tonen ruimschoots de hopeloze mislukking aan van het menselijk bestuur over zijn omgeving en zichzelf. God laat ons leren, door vallen en opstaan, dat onze aanpak van zaken ons niet de blijvende vreugde, het succes en de vervulling brengen die we allemaal verlangen. En toch, midden in deze zondige wereld, roept God sommigen om Hem te dienen. Uiteindelijk zullen allen geroepen worden om leden van Gods gezin te worden (Matteüs 25:34; Hebreeën 2:9-11). God trekt degenen die Hij roept tot het lichaam van Christus, dat Zijn Kerk is (1 Korintiërs 1:2; 12:13). Hij brengt ons tot berouw (2 Timoteüs 2:25-26).
Wanneer we door de kracht van Gods Heilige Geest geroepen en geplaatst zijn in de Kerk die Christus bouwde (Matteüs 16:18) zijn we nog steeds mensen met een vrije wil. We hebben nog steeds de vrijheid om ongehoorzaam te zijn aan de goddelijke wil - maar het gevolg voor het koppig blijven overtreden van Gods wet zal uiteindelijk strenge en zekere bestraffing zijn. Het loon voor de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Diegenen die nu tot berouw geroepen zijn en de Geest van God gekregen hebben, hebben een grotere verantwoordelijkheid om "de zondige daden van het vlees te doden" en de zonde te overwinnen door de kracht van die Heilige Geest (Kolossenzen 3:5-10).
God heeft altijd, in ieder tijdperk, sommige mensen geroepen om getuigen te zijn tegen het kwaad en de zonden van deze wereld (Deuteronomium 8:19-20). Jesaja 59 is een prachtig uitgedrukt getuigenis van Gods instelling ten opzichte van de manier van leven van de mensheid. Zelfs nu roept God sommigen om deel te hebben aan Zijn laatste waarschuwing aan deze ten onder gaande en ongehoorzame wereld. U bent in contact gekomen met het Werk dat God op dit moment doet door Zijn Kerk. Als u oprecht de waarheid van God zoekt en meer wil leren over Zijn plan voor uw plaats in Gods Koninkrijk, blijf dan alstublieft het materiaal lezen dat wij publiceren. Vraag God om u te laten zien wat u zou moeten doen en welk deel Hij u in Zijn plan wil laten uitvoeren. Als God u op dit moment roept bent u gezegend met de mogelijkheid om deel uit te maken van de eerste opstanding van de doden (Openbaring 20:5-6). En om God te dienen door met Christus te regeren in het spoedig komende Millennium. Wat een geweldige roeping!
• • • • • • •
|
|
Vraag 2:
Ik heb mij laten vertellen dat het verkeerd is om te bidden tot Jezus Christus, aangezien zijn offer de scheiding verwijderde tussen mensen en God de Vader, tot wie wij zouden moeten bidden. Klopt dit?
Antwoord 2:
Nee, het is niet verkeerd om te bidden tot Jezus Christus. God is onze liefhebbende Vader, maar wij moeten zijn geliefde Zoon, Jezus Christus niet negeren. Wij kunnen in de Bijbel zien dat Jezus Christus waardig is om onze gebeden te ontvangen. Wij zien Jezus Christus als de God van het Oude Testament (1 Korintiërs 10:1-4). Hij was bij God de Vader vanaf het begin (Johannes 1:1-4). Het Woord, dat bij God was aan het begin, werd vlees (Johannes 1:14-15).
De Bijbel geeft ons het voorbeeld van de ouderling Stefanus - de eerste in de Bijbel vastgelegde martelaar van de Apostolische Kerk. "En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest" (Handelingen 7:59). Zelfs aan het einde van zijn leven, terwijl hij vermoord werd om zijn onverschrokken prediking, riep Stefanus niet God de Vader aan maar Jezus Christus, zijn Verlosser. Stefanus wist dat hij een diepgaande relatie met zowel God de Vader als met Jezus Christus had.
Jezus aanvaardde de aanbidding en verering van anderen. Toen Hij na Zijn opstanding aan Maria van Magdala en de andere Maria verscheen "grepen zij zijn voeten en aanbaden Hem" (Matteüs 28:9).
Toch moeten wij niet vergeten dat God de Vader de meerderheid van onze gebeden tot Hemzelf gericht laat zijn. Jezus Christus stelde dat Hij en de Vader één in gedachten, houding en doel zijn (Johannes 10:22-39; 17:20-23). Sinds Zijn opstanding zit de verheerlijkte Jezus Christus aan de rechterhand van God de Vader (Hebreeën 10:12; 1 Petrus 3:21-22).
Jezus Christus is God zoals God de Vader God is. Daarnaast zien wij in, dat zonder het offer van Jezus Christus de scheiding tussen mensen en God de Vader niet opgeheven had kunnen worden (2 Korintiërs 3:14). Als wij niet tot de Vader bidden minimaliseren wij deze grote gift van genade die ons door Jezus Christus gegeven is. Jezus Christus leerde ons om tot de Vader te bidden, die Hij erkende als Zijn meerdere (Matteüs 6:9; Johannes 14:28). Wij kunnen deze instructie om onze liefdevolle Vader te eren niet negeren.
En zelfs wanneer wij bidden tot God de Vader doen wij dit door het gezag van Zijn geliefde Zoon, Jezus Christus. "En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem" (Kolossenzen 3:17)!
De apostel Paulus schreef ook aan de Christenen over zijn hoop dat "hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn" (Kolossenzen 2:2-3). Onze Verlosser leerde ons niet alleen tot God de Vader te bidden, maar Hij maakte die gebeden ook mogelijk. Dit laat onverlet dat God de Vader niet wil dat wij een liefhebbende persoonlijke relatie met zijn geliefde Zoon vermijden (Matteüs 17:5).
De Bijbel laat ons zien dat God de Vader het eerste en hoogste lid van de God-Familie is, zoals Jezus Christus Zelf bevestigde. Vóór Christus offer scheidde een sluier de mensheid van God de Vader, en het was Jezus Christus' offer dat die scheiding verwijderde. Wij zien dat, zoals Jezus Christus leerde, God de Vader primair de ontvanger dient te zijn van onze dankzegging, lofprijzing en smeekbedes in ons gebed. Maar ook zien wij dat die gebeden tot God de Vader gaan in de naam van onze Verlosser, Jezus Christus, met wie wij allemaal een intieme persoonlijke relatie dienen te hebben. Als onderdeel van die relatie mogen wij zeker het Bijbelse voorbeeld van Stefanus volgen en sommige van onze gebeden richten tot de geliefde Zoon van God de Vader, Jezus Christus.
• • • • • • •
Vraag 3:
Kort geleden werd me verteld dat het verkeerd is om woorden zoals "Gossie" of "Jeetje" te gebruiken. Zijn deze woorden echt zo slecht?
Antwoord 3:
Wij horen tegenwoordig vaak woorden als "Gossie", "Jeetje" en soortgelijke woorden in gesprekken. Ondanks dat ze onschuldig kunnen klinken zouden wij het gebruik ervan beter kunnen vermijden. Waarom? Omdat deze woorden eufemismen zijn van de namen van God en Jezus Christus. Een eufemisme is een "verzachtende uitdrukking" (Prisma Nederlands Woordenboek, 1993). Het Engelse woordenboek "Random House Dictionary of the English language" geeft de betekenis als volgt weer: "de vervanging van een milde, indirecte of vage uitdrukking voor een uitdrukking die aanstootgevend, bot of grof gevonden wordt".
Er wordt ons in Exodus 20:7 verteld: "Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt". Met andere woorden, wij dienen Gods naam niet op enige disrespectvolle of oneerbiedige manier te gebruiken. Dit betreft ook het gebruik van Gods naam in de vorm van een eufemisme.
De bijbel illustreert het grote belang dat God hecht aan Zijn naam. In Jesaja 9:5 wordt Hij genoemd "Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst" - allemaal termen van eerbied en verering.
De psalmen staan vol van lof voor Gods naam. "Zingt Gode, psalmzingt Zijn naam, baant de weg voor Hem die door de vlakten rijdt; HERE is Zijn naam, juicht dan voor zijn aangezicht" (Psalm 68:5). "Dat zij de naam des HEREN loven, want Zijn naam alleen is verheven, Zijn majesteit is over de aarde en hemel" (Psalm 148:13). "Juicht Gode, gij ganse aarde, psalmzingt de heerlijkheid van Zijn naam; maakt zijn lof heerlijk" (Psalm 66:1-2).
Als wij terloops Gods naam - of een eufemisme voor Gods naam - gebruiken om schrik, verrassing of zelfs een vloek te uiten, tonen wij in feite minachting voor de Schepper van het Universum.
Aan de andere kant zegt God door de profeet Maleachi "Maar voor u, die Mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen" (Maleachi 4:2).
Op welke manieren dienen wij Gods naam te gebruiken? In het Nieuwe Testament vertelt Christus Zijn discipelen tot God te bidden door Zijn naam. "En wat gij ook vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde" (Johannes 14:13). En als wij bidden dienen wij eer aan Gods naam te geven. "Bidt gij dan aldus: onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd" (Matteüs 6:9).
De discipelen genazen de zieken door de naam van Jezus Christus. "Maar Petrus zeide: zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! " (Handelingen 3:6). Jakobus droeg de kerk op om dat voorbeeld te blijven volgen. Hij zei, "Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren" (Jakobus 5:14).
In het boek Handelingen lezen wij dat de discipelen het Evangelie predikten door de naam van Jezus Christus (Handelingen 9:15), en doopten in Christus' naam (Handelingen 2:38; 8:16; 19:5).
Paulus schreef aan de kerk in Efeze, "Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen" (Efeziërs 4:29).
De woorden die wij gebruiken zijn voor God belangrijk. Wij moeten zeker zijn dat ons spreken onze eerbiedigheid en verering voor Hem weerspiegelen.
• • • • • • •
|
|
Vraag 4:
In Matteüs 12:32 zegt Christus: "Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in deze eeuw, noch in de toekomende". Waarom zou Godslastering vergeven worden als het Christus betreft maar niet wanneer het de Heilige Geest betreft?
Antwoord 4:
Godslastering wordt door God zeer ernstig genomen en het is één van de menselijke gewoonten die we geboden worden uit te roeien. In Kolossenzen 3:5-8 zegt Paulus: "Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij... toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond".
In het Oude Testament wordt het woord "Godslastering" vertaald vanuit het Hebreeuwse "ne'atsah" dat letterlijk betekent "verachten". Het woord "naqab" wordt ook vertaald met "Godslastering". Ondanks dat het letterlijk "doorboren" betekent kan het ook in figuurlijke zin gebruikt worden. In het Nieuwe Testament heeft het Griekse woord "blasphemo" dezelfde betekenis van Godslastering. In de moderne betekenis behelst Godslastering verachting, geringschatting, oneerbiedigheid of zelfs vijandigheid richting God.
In het oude Israël werd Godslastering zwaar bestraft. God zei tot Mozes, "En tot de Israëlieten zult gij zeggen: Een ieder, die zijn God vloekt, zal zijn zonde dragen. Wie de Naam des HEREN lastert, zal zeker ter dood gebracht worden" (Leviticus 24:15-16).
Op welke manier heeft Godslastering betrekking op ons? Vanzelfsprekend is het Godslastering om God te vloeken, lasteren of smaden en dit zou nooit gedaan moeten worden. Het gebruik van eufemismen zoals "gossie", "jeminee" of "jeetje" is ook een vorm van Godslastering. Het lijkt onschuldig maar deze woorden denigreren Gods naam en overtreden het Derde Gebod (Exodus 20:7). ( Zie ook Vraag 3 )
We kunnen ook Gods naam lasteren door onze daden. In Jakobus 2:7 worden we eraan herinnerd dat partijdigheid of respectloosheid naar andere mensen een Godslasterlijke houding toont richting God, die immers hun Schepper is. Ons verkeerde gedrag kan ook anderen mogelijkheden geven om God te onteren. Na David's overspelige verhouding met Batseba vertelde de profeet Natan de koning dat zijn daden niet alleen zichzelf maar ook God troffen. Hij zei, "ofschoon gij door deze daad de vijanden des HEREN zeer hebt doen lasteren, - de zoon echter, die u geboren is, zal sterven" (2 Samuël 12:14).
Onder het Nieuwe Verbond legde Christus uit dat Godslastering, zoals al onze zonden, vergeven kan worden. Hij zei, "Voorwaar, Ik zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen vergeven worden, ook de Godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben" (Markus 3:28).
In feite is het mogelijk dat mensen God lasteren zonder het zelfs te beseffen. Dit is waar Christus aan refereerde in Matteüs 12:32 toen Hij zei: "Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden". Toen de mensen in Jezus' tijd Hem zagen, zagen zij een menselijk wezen. Ze zagen Hem niet in al Zijn eerdere glorie en heerlijkheid. In Zijn nederigheid begreep Hij dit en vergaf ze hun laster, smaad en zelfs vijandigheid.
Wat ons voorbij het bereik van vergeving plaatst wordt uitgelegd in Markus 3:29 en Matteüs 12:32. Welke kant gaan mensen op als zij, zoals de Farizeeërs in Matteüs 12:24, welbewust het goede zien en het kwaad noemen, of wanneer zij opzettelijk het rechtvaardige werk van de Heilige Geest bestempelen als het werk van Satan de duivel?
We vinden het antwoord in Hebreeën 10:26-29. "Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? "
Vergeving kan alleen gegeven worden aan hen die het zoeken en berouw hebben, niet aan degenen die willens en wetens de parels [waarheden] van God met voeten treden. De opzettelijke, bewuste verachting van Gods Heilige Geest die aan het werk is, is een potentieel dodelijke instelling om te tonen.
• • • • • • •
|
|
Vraag 5:
Door het lezen van uw tijdschrift en boekjes krijg ik een beter begrip van Gods woord. Mijn partner wil er echter niets mee te maken hebben. Mijn toewijding voor Bijbelstudie en het delen van bijbelse waarheden met hem stuiten op afwijzing en afschuw. Wat kan ik doen om mijn partner aan te moedigen?
Antwoord 5:
Ongeloof, haat en vervreemding van familieleden zijn beproevingen waarvan Jezus profeteerde dat alle ware Christenen zezouden ondergaan (Lucas 12:51-53). Omdat de menselijke natuur weerstand biedt aan verandering kan zelfs het spreken van de waarheid een niet-gelovige partner overstuur maken (Romeinen 8:7). Vanuit onbeheerste toewijding hebben sommigen geprobeerd hun partners te dwingen te gaan geloven zoals zei zelf doen, door ze "om de oren te slaan" met hun nieuwe inzichten. Jezus Christus dwong nooit iemand te geloven en ook intimideerde Hij niemand tot onderdanigheid. Hij leefde gewoonweg op Gods manier en offerde Zichzelf bereidwillig op als het perfecte voorbeeld dat wij allen dienen te volgen. Op eenzelfde manier kunt u een positief instrument in Gods handen zijn om uw partner aan te moedigen en misschien zelfs te overtuigen.
Allereerst dient u uw partner te verzekeren dat het aangaan van een verbintenis met God ook een verbintenis van liefde aan hem of haar betekent. De liefde van een gelovige man wordt geuit door de bereidheid zich op te offeren voor zijn vrouw "evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft" (Efeziërs 5:25-29). Zou een niet-gelovige vrouw zulke diepgaande aandacht en zorg voor haar afwijzen? Zeker niet!
Een gelovige vrouw zal streven haar man te respecteren en lief te hebben (Efeziërs 5:21-24). God zegt dat de echte schoonheid van een vrouw van binnen zit - "de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God" (1 Petrus 3:3-4). Wie zou ontevreden zijn met een attente, liefhebbende en trouwe vrouw - met een onbetaalbare houding? Daarom zouden gelovige mannen en vrouwen hun partners moeten laten zien dat Gods manier van leven goed voor hun huwelijk zal zijn.
Ten tweede, zorg dat u een helder stralend voorbeeld wordt van wat u leert. Uw daden van vriendelijkheid en welwillendheid ten opzicht van uw partner zullen uw woorden van oprechtheid bevestigen. Sommige partners zullen bijvoorbeeld bezwaar hebben tegen het bestuderen van de Bijbel of Bijbelse literatuur door hun partner in hun aanwezigheid. Probeer hun zienswijze aan te voelen. Waarom ligt dit gevoelig? Voelen zij zich door u genegeerd? Waarlijk, Jezus zei dat we allereerst het Koninkrijk van God moeten zoeken en Zijn gerechtigheid. Echter, sommige zaken kunnen beter in afzondering gedaan worden, zoals bidden en vasten (Matteüs 6:1-6, 16-18).
Wat zou uw partner dus moeten zien? Jezus zei, "Gij zijt het licht der wereld.... Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken" (Matteüs 5:13-16). Dit "geestelijke licht" is zo sterk dat een niet-gelovige echtgenoot "gewonnen" kan worden door het gedrag van de vrouw (1 Petrus 3:1-2). Met andere woorden, het zou kunnen dat God uw voorbeeld gebruikt om de ogen van uw partner te openen voor de waarheid!
Ten derde, bid vurig tot God dat Hij uw partner beweegt Hem te zoeken. Het opwindende nieuws is dat het Gods verlangen is dat de hele mensheid de kans krijgt gered te worden (Johannes 3:16; 1 Timoteüs 2:3-4). Ieder mens zal de kans gegeven worden berouw te hebben van haat en opstand tegenover God. Alleen bij oprechte bekering, doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest kunnen diepgewortelde gevoelens van haat overwonnen worden.
Blijf, terwijl u wacht op Gods antwoord op dit gebed, voortdurend de Vader om wijsheid vragen. Het vergt goddelijke wijsheid om uw partner lief te hebben, misverstanden uit de wereld te helpen en vrede te stichten. Ongetwijfeld zullen de eigenschappen van het Christelijk leven u bemind maken bij uw partner en u tegelijkertijd een opwekkende weerspiegeling van het Koninkrijk Gods maken.
• • • • • • •
|
|
Vraag 6:
Als de poort eng is en de weg smal, zoals Jezus Christus zei in Matteüs 7:13-14, hoe kan dan Zijn juk zacht en Zijn last licht zijn (Matteüs 11:30)? Verklaart u alstublieft deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid.
Antwoord 6:
Op het eerste gezicht lijkt dit een tegenstrijdigheid te zijn maar is dit in feite niet. Om uw vraag te beantwoorden is het nodig elk tekstgedeelte te begrijpen, te beginnen met Matteüs 7:13-14.
In dit tekstgedeelte geeft Jezus twee manieren van leven weer. Hij zei: "Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden" (Matteüs 7:13-14). Het woord "eng" in de Engelse New King James Version bijbelvertaling is vertaald van een Grieks woord dat duidt op "samengedrukt worden" of ingesloten zijn door hoge rotsen in een ravijn. Het Griekse woord "smal" heeft volgens het Engelse bijbels woordenboek An Expository Dictionary of Biblical Words (Vine, 1985) de betekenis "smal" of "begrensd".
Gods manier van leven is niet de natuurlijke manier die de zondige mensheid zou kiezen of het meest gemakkelijk vindt. De menselijke natuur zoekt en verblijft het makkelijkst in zijn eigen gemak. Op een subtiele manier heeft het een hekel aan en verzet het zich tegen Gods manier en Zijn Wet - de Tien Geboden (Romeinen 8:7). Het hart van de mens is zo verderfelijk (Jeremia 17:9) dat velen denken in Christus te kunnen geloven en een zondige levensstijl er op na te houden. Daarom waarschuwde Jezus al Zijn volgelingen om te strijden "om in te gaan door de enge poort..." (Lucas 13:24). Het Griekse woord voor "strijden" is agonizomai dat "zwoegen" of letterlijk "met de dood worstelen" betekent (The Companion Bible). Wanneer het woord figuurlijk gebruikt wordt als "strijden" zoals in 1 Timoteüs 6:12, duidt het op "strijden en wedijveren met alle volharding tegen verzoeking en tegenstand".
De menselijke natuur is van nature geneigd naar zelfzucht en ongehoorzaamheid aan Gods heilige en rechtvaardige wetten. Zonder een diep hartgrondig berouw van de zonde en een strijd tegen iemands eigen natuur zullen velen gewoonweg de deur naar Gods Koninkrijk niet kunnen vinden! De worsteling voor elke ware Christen is om berouw te tonen van begane zonden (Psalm 32) en Gods wil te zoeken in plaats van de eigen wil (Psalm 119)! De overgrote meerderheid van de mensheid wil niet langs dat rechte en smalle pad gaan en kiezen eerder de makkelijke en brede weg. Sommigen zullen in Christus' naam profeteren, boze geesten verdrijven en vele wonderen doen, maar zonder dat het hen baat (Matteüs 7:21-23). Waarom niet? Omdat zij "wetteloos" blijven handelen (v.23). Maar diegenen die ervoor kiezen berouw te hebben en wetteloosheid achter zich te laten helpt Jezus op weg op het smalle pad.
Let nu op het tweede tekstgedeelte van de vraag. Jezus zei: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Matteüs 11:28-30). De Apostel Johannes werkt dit als volgt uit: "Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar" (1 Johannes 5:3).
Gods manier van leven is daadwerkelijk een gezegende manier van bevrijding van zonde en haar gevolgen, welke uiteindelijk de dood tot gevolg hebben (Romeinen 6:23). Als Christenen dienen we berouw te hebben en af te leggen "alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat" - te vertrouwen op Jezus Christus om ons door al onze problemen en beproevingen te helpen - en al onze bekommernis op Hem te werpen, want Hij zorgt voor ons (Hebreeën 12:1-4; 1 Petrus 5:7). Het is het juk van de zonde dat ons vangt en neerdrukt! Door berouw en geloof in Jezus Christus kunnen we vergeven en verlost worden van de wurgende greep van de zonde. Jezus sprak over twee manieren van leven - slavernij aan de zonde, geketend door schuld en leidend tot een eeuwige dood, versus blijde gehoorzaamheid aan Gods manier van leven en het ontvangen van overvloedige zegeningen leidend tot eeuwig leven.
De twee tekstgedeelten in kwestie zijn dus duidelijk niet tegenstrijdig maar opeenvolgend in hun bedoeling. De ene tekst stimuleert een activiteit - het kiezen voor gehoorzaamheid aan Gods wet. De andere tekst beschrijft het gevolg van die keuze - een zacht juk en een lichte last. Iedereen die deze keuze reeds gemaakt heeft realiseert zich waarlijk de zegeningen die deze oplevert.
• • • • • • •
|
|
Vraag 7:
Laat de bijbel zien dat Christus geboren is op 25 december?
Antwoord 7:
één sleutel voor het nauwkeurig dateren van Jezus Christus' geboorte is gevat in een bijbelse uitspraak over Zacharia, de vader van Johannes de Doper. In Lucas worden wij verteld dat Johannes' vader "tot de afdeling van Abia" behoorde (Lucas 1:5). Deze korte aanhaling is zeer belangwekkend.
Wij leren van Lucas dat Maria, de moeder van Jezus, haar familielid Elisabet ging bezoeken vlak nadat zij zwanger werd van Jezus. Elisabet was zes maanden zwanger op dat moment (vers 36-41). Johannes de Doper was dus ongeveer zes maanden ouder dan Jezus. Als we dus kunnen bepalen wanneer Johannes geboren is, is het benaderen van Christus' geboortedatum een simpele rekensom. Op dit punt is de zin "tot de afdeling van Abia" van belang.
Ongeveer 1000 jaar eerder, in de dagen van Koning David, was het aantal priesters in Israël behoorlijk toegenomen. David verdeelde hen daarom in 24 afdelingen of "opeenvolgingen" om te rouleren in hun dienst in de tempel (1 Kronieken 24; ook 23:6; 28:13). De Joodse historicus Flavius Josephus schreef in de eerste eeuw na Christus dat de hiervoor genoemde indeling bestaat "tot op de huidige dag" (Antiquities of the Jews, boek 7, hfd.14, al.7).
Volgens de Talmud dienden alle priesters in Jeruzalem gedurende de drie jaarlijkse feesttijden - Pascha, Wekenfeest (Pinksteren) en Loofhuttenfeest (vlg. Leviticus 23; Deuteronomium 16). Gedurende de rest van het jaar dienden zij opvolgend waarbij iedere dienstbeurt één week duurde. De roulatie begon op de eerste Sabbat van Nisan (of Abib) - de eerste maand van de Hebreeuwse kalender - en iedere dienstbeurt duurde van Sabbat tot Sabbat.
Aangezien alle afdelingen dienden tijdens de week van het Pascha kwam de dienstbeurt van Abia - de achtste in de roulatie (cf. 1 Kronieken 24:10) - aan het begin van de negende week. En wanneer zijn dienst voorbij was, was de week van Pinksteren al begonnen - dus duurde de dienst van Abia tot in de tiende week. Lucas 1 laat ons zien dat Johannes verwekt werd vlak nadat zijn vader thuisgekomen was van zijn dienst in de tempel (vers 23-24). Dit was tijdens de tweede helft van Sivan, de derde maand van de Joodse kalender. Dus zou zijn geboorte ongeveer negen maanden later in de lente van het volgende jaar zijn. En aangezien Jezus ongeveer zes maanden na Johannes geboren is, zou Hij in de daaropvolgende herfst geboren moeten zijn.
Deze conclusie wordt bevestigd door twee andere details die Lucas ons geeft omtrent Jezus' geboorte. Lucas beschrijft dat de herders in het veld waren, wacht houdend over hun kudden in de nacht (Lucas 2:8). Kort na de herfstoogst en het Loofhuttenfeest, in oktober, begint het regenseizoen in Judea. En in november - wanneer het weer kouder geworden is - zouden de kudden binnengehaald zijn voor de winter. Wanneer december aanbreekt zouden de kudden dus niet meer 's nachts met de herders in het veld zijn.
Een ander detail dat Lucas ons geeft is dat Jozef en Maria naar Bethlehem gegaan waren op de tijd dat een inschrijvingsbevel uitging ten behoeve van belastingheffing (Lucas 2:1-4). Normaliter werden deze inschrijvingen gehouden vlak na de oogst - wederom wijzend op een datum in de herfst. Klaarblijkelijk is Jezus dus niet geboren op 25 december.
Waar komt het idee van het vieren van 25 december als Christus' geboortedatum dan vandaan? We hebben reeds gezien dat het niet door de Bijbel bevestigd wordt. Om meer over de verrassende niet-christelijke oorsprong van dit idee en de oorspronkelijke bijbelse waarheden die erdoor aan de kant geschoven zijn te weten te komen kunt u het boekje "De Heilige Dagen - Gods Meesterplan" op onze internetpagina lezen.
• • • • • • •
|
|
Vraag 8:
Kunt u mij uitleggen wat er gebeurde met de uit het graf opgestane heiligen uit Matteüs 27? Zijn zij in de hemel?
Antwoord 8:
Het verslag van Matteüs was niet het eerste van mensen die uit de dood tot leven gewekt zijn. De Bijbel bevat het verslag van acht andere bovennatuurlijke opstandingen (1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:32-37; 13:20-21; Matteüs 9:23-26; Lucas 7:11-17; Johannes 11:43-44; Handelingen 9:36-42; 20:9-12). In deze gevallen is het duidelijk dat de betrokken personen uit de dood tot leven gewekt werden. Hoe staat het echter met de heiligen die uit de graven kwamen na Christus' opstanding? Let op de betreffende tekst:
"... en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na Zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen" (Matteüs 27:52-53).
Dit uitzonderlijke wonder betrof een grote groep mensen die de heilige stad, Jeruzalem, binnengingen. Zij kwamen uit hun graven kort na Jezus' Christus opstanding. Maar was dit een opstanding tot het eeuwige leven? De apostel Paulus beantwoordde deze belangrijke vraag in zijn eerste brief aan de kerk in Korinte. Paulus begon met het uitleggen dat Jezus Christus "de eersteling" - de eerste om opgewekt te worden tot het eeuwige leven - geworden is van al diegenen die gestorven zijn (zie 1 Korintiërs 15:20-21). Vervolgens beschrijft Paulus de opstanding tot het eeuwige leven van alle heiligen (alle ware discipelen die in Christus gestorven zijn):
"Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst" (1 Korintiërs 15:21-23).
Deze tekstgedeelten onthullen een onmiskenbare volgorde; Christus als eerste, dan diegenen die van Christus zijn bij Zijn komst. God zou niet een volgorde van opstandingen instellen en vervolgens Zichzelf tegenspreken. Hij zaait geen verwarring en evenmin kan Hij liegen! Dus zullen ware gelovigen "die in Christus zijn" opgewekt worden bij Christus' tweede komst. Niet eerder dan bij die opstanding zullen stervelingen "onsterfelijkheid aandoen" (vers 51-54).
Welk doel dienden de eerdere opwekkingen dan?
Lazarus' opmerkelijke opstanding versterkte het geloof van de omstanders. Jezus bad tot de Vader, "...Vader, Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt" (Johannes 11:41-42). Door de geschiedenis heen zijn fysieke opwekkingen uit de dood voorbeelden geweest van Gods grote genade, glorie en macht. Zij wezen op Gods werk en identificeerden Zijn ware volgelingen. Daarom diende de opgewekte groep heiligen die Jeruzalem binnengingen als een krachtig getuigenis van Gods werk door Zijn Zoon - kort tevoren opgewekt tot onsterfelijkheid. "Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil"(Johannes 5:21).
Hoe weten wij echter zeker dat de zoon van de weduwe, de zoon van de Sunammitische vrouw, Lazarus en alle anderen met uitzondering van Jezus Christus, opgewekt waren tot sterfelijk leven? Omdat Jezus "alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont" (1 Timoteüs 6:16). Jezus kondigde aan "En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13). Na hun fysieke opstanding leefden zij ongetwijfeld hun sterfelijk leven en stierven opnieuw. Op dit moment rusten zij in hun graven - wachtend op Christus' wederkomst - "zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen" (Hebreeën 11:39-40).
• • • • • • •
|
|
Vraag 9:
Ik heb gelezen dat God het gebed van zondaars niet verhoort. Hoe is het mogelijk dat God iemands gebed verhoort, aangezien alle mensen gezondigd hebben en Gods heerlijkheid daardoor missen?
Antwoord 9:
De ontnuchterende waarheid is dat zonde - het breken van Gods heilige en rechtvaardige wet - daadwerkelijk de mensheid van God afkeert! Sinds Adam en Eva hebben werkelijk alle mensen gezondigd en daarmee Gods heerlijkheid gemist (Romeinen 3:23). De profeet Jesaja schrijft, "Uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort" (Jesaja 59:2; Johannes 9:31; Spreuken 28:9). Hoe kan God ons dan verhoren? Let op het antwoord van de profeet Jesaja:
"Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig" (Jesaja 55:6-7).
Om gebedsverhoring te krijgen moet men God zoeken door zich van de zonde af te keren. Zonde is het overtreden van Gods geestelijke wetten: De Tien Geboden (1 Johannes 3:4). Omdat de vleselijke geest niet onderworpen is aan Gods heilige en rechtvaardige wetten ervaren Christenen vaak een inwendige strijd (Romeinen 8:7). De Apostel Paulus beschrijft deze strijd door uit te roepen "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" (Romeinen 7:24). Het antwoord is: "door Jezus Christus, onze Here! " (vers 25).
Wanneer we ons bekeren maken we een 180 graden ommekeer en richten ons naar God. Met berouw komt een afkeer van zonde en een hartgrondige verandering van geest. Door Gods genade zien berouwvolle personen hun hulpeloosheid en de onvermijdelijke noodzaak van het geloof en vertrouwen in Jezus Christus. Dat geloof in Christus en Zijn vergoten bloed reinigt het geweten van dode werken (Hebreeën 9:11-14) en maakt direct contact met de Vader mogelijk.
"Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water" (Hebreeën 10:19-22).
Ware bekering betekent volledig overgave aan Jezus Christus - bekering van gedachten zowel als daden! Men dient Jezus Christus waarlijk te accepteren als persoonlijke Verlosser, Heer, Meester en spoedig komende Koning. Men dient Zijn wil, niet de eigen, prioriteit te geven in zijn leven. Men dient Zijn wegen en gedachten te zoeken en anderen te dienen boven "het dienen" van de eigen persoon.
God verhoort wel degelijk de gebeden van hen die Hem waarlijk zoeken, zich bekeren van hun zonden en zich tot Hem wenden! Diegenen die opstandig blijven, God negeren en nooit daadwerkelijk veranderen zullen simpelweg niet verhoord worden! Hun zonden zijn een barrière en snijden hen af van God. Maar een echt berouwvolle houding zal God bewegen om te luisteren (Psalm 34:18). God stelt "op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft" (Jesaja 66:2). Als we in nederigheid van geest en berouw "tot God naderen", zal Hij tot ons naderen (Jakobus 4:7-8). Wonderen van goddelijk ingrijpen zullen plaatsvinden. We zullen antwoord krijgen op onze gebeden. Waarom? Let op het geïnspireerde antwoord: "en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor Zijn aangezicht" (1 Johannes 3:22).
Zondigen Christenen nog steeds - zelfs ná bekering? Ja! "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet" (1 Johannes 1:8). God kijkt echter naar het hart om de drijfveer te zien. Vóór de bekering is het hart verhard in misleiding en opstand tegen God. Na de bekering zondigen de meeste Christenen uit zwakte of onachtzaamheid. De gevoeligheid voor zonde en het uit zonde voortvloeiende schuldgevoel bewegen de groeiende Christen echter om tot God te roepen om vergeving en kracht om te overwinnen. Veel schriftgedeelten verklaren dat bekering een groeiproces is - dat we moeten groeien in genade en kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus" (2 Petrus 3:18).
Maar snijdt het zondigen na bekering ons af van God zoals tevoren? Elke zonde die niet beleden is belemmert de beantwoording van onze gebeden (1 Petrus 3:7). Echter, "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid" (1 Johannes 1:9).
Wanneer we ons bekeren van zonde en ons overgeven aan God kunnen en zullen onze gebeden verhoord worden!
• • • • • • •
|
|
Vraag 10:
Een populair televisieprogramma vertoont engelen die als mensen verschijnen. Stuurt God echt Zijn rechtvaardige engelen naar de Aarde om speciale hulp aan de mensen te bieden?
Antwoord 10:
Al gebruikt God Zijn engelen niet precies zoals weergegeven in het televisieprogramma, toch krijgen ze specifieke taken toegewezen.
Gods doel voor Zijn engelen wordt geopenbaard in Hebreeën 1:7,14: "En van de engelen zegt Hij: Die zijn engelen maakt tot... dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven". Verder wordt ons verteld dat de door Gods Geest geleide kinderen de "erfgenamen van God" zijn (Romeinen 8:16-17; Galaten 3:26-29; 4:6-7).
De rechtvaardige engelen van God zijn Zijn geschapen geestelijke dienaars. Als boodschappers en vertegenwoordigers in de administratie van Gods heelal-overheersende regering stuurt Hij zijn engelen naar de Aarde met de opdracht Zijn geestelijke erfgenamen te dienen en te helpen.
Om de functie van vele van Gods engelen vandaag de dag te illustreren zouden we ons de situatie kunnen voorstellen van een jong kind van rijke ouders. Zo lang hij een kind is zou hij onder de verzorging van een kindermeisje of andere bedienden van zijn ouders kunnen zijn. De verzorgenden zijn ouder, verder ontwikkeld in kennis en ervaring en veel verder in hun fysieke en mentale ontwikkeling. Maar zij zullen niet de status of rijkdom verkrijgen die het jonge kind zal erven van zijn ouders als een volwassen persoon. Daarom zijn de dienaren (of verzorgers) die ouder en meer volwassen zijn slechts dienaren die de jonge "erfgenaam" dienen. Op dezelfde wijze zijn op dit moment Gods engelen dienaren "dienstbaar" aan Gods geestelijke "erfgenamen".
De door Gods Geest geleide Christenen zijn beschermd door machtige engelen die in rechtstreeks contact staan met de Vader in de hemel (Matteüs 18:10; Handelingen 12:11; 2 Petrus 2:11). Gods engelen blijven dicht bij Zijn volk om hen te beschermen tegen ongevallen, calamiteiten, ziekten en ander kwaad (Psalm 34:8; 91:1-12). Psalm 91:11 verzekert ons, "want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen".
Gods dienende engelen krijgen opdracht Zijn geestelijke erfgenamen te helpen op de weg naar het eeuwig leven - wat ook bescherming tegen de Duivel en zijn demonen betekent.
Engelen zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar wanneer zij zich toch vertonen zien zij er uit als normale mensen. De Apostel Paulus vertelt ons in Hebreeën 13:2 dat engelen soms incognito reizen tijdens de uitvoering van Gods werk en meestal hun ware identiteit niet onthullen. Toen Degene die later Jezus Christus werd Abraham bezocht vlak voordat God Sodom en Gomorra vernietigde, werd Hij vergezeld door twee engelen, die er uit zagen als gewone mannen (Genesis 18:1-33; 19:1-24). Engelen verschenen aan de Apostelen en vele van de profeten.
De profeet Elisa wist dat God Zijn mensen beschermd en hun vijanden verslaat. Toen hij geconfronteerd werd met een vijandelijk leger wist hij dat Gods engelen aanwezig waren, klaar om te vechten indien nodig. Maar zijn dienstknecht was bang. Maar Elisa zei: "Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn" (2 Koningen 6:16).
Daarna, in een geweldig dramatisch en ontzagwekkend vertoon van macht, onthulde God aan Elisa's dienstknecht de bescherming die Hij gaf. God opende zijn ogen om de geestelijke wereld zichtbaar voor hem te maken. Volledig verbaasd zag de dienstknecht Gods leger van engelen op de berg, klaar om in actie te komen. Verbijsterd zag hij ook vurige paarden en wagens rond om Elisa en hemzelf! (vers 15-17).
Hoe dankbaar zouden we God moeten zijn voor het sturen van Zijn machtige, heilige en rechtvaardige engelen om te helpen en te waken over degenen die Hij geroepen heeft om door Zijn Geest geleide kinderen te zijn - Zijn geestelijke erfgenamen die spoedig geboren zullen worden in de heelal-regerende familie van God!
• • • • • • •
|
|
Vraag 11:
Miljoenen mensen beweren tegenwoordig "Christenen" te zijn. Hoe kunnen we weten wie een echte Christen is en wie niet?
Antwoord 11:
In Zijn Bergrede definieerde Jezus Christus het ware Christendom. Hij wees op bepaalde karakteristieken die Zijn ware volgelingen zouden identificeren. Hij zei dat een echte Christen zou hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid (Matteüs 5:6). Deze rechtvaardigheid is gedefinieerd als het houden van Gods geboden (Psalm 119:172).
Iemand die hongert en dorst naar rechtvaardigheid is diep gemotiveerd om Gods wetten, die Hij ons gaf uit liefdevolle zorg voor ons eigen welzijn, te houden. Diegenen die werkelijk hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid zullen Gods Woord bestuderen voor het ware begrip. Zij zullen bereid zijn te veranderen wanneer zij zien dat zij op een bepaald punt dwaalden - en hun verkeerde geloof, fouten en zonden toegeven.
De Apostel Paulus verklaarde dat de daders van Gods Wet - niet degenen die slechts horen - gerechtvaardigd worden bij God (Romeinen 2:13). Paulus liet zien dat geloof in Christus' offer onverdiende vergeving van zonde geeft, door Gods genade, en dat degenen die Zijn genade ontvangen Zijn geboden zullen houden (Romeinen 3:31) door Christus die in hen is (6:1-23).
Jezus zei dat niet allen die Hem zullen erkennen als "Heer" het Koninkrijk van God zullen binnengaan, maar alleen zij die de wil van Zijn Vader doen (Matteüs 7:21). Paulus zei dat gehoorzaamheid aan God van het allerhoogste belang is (1 Korintiërs 7:19).
Om Gods Koninkrijk binnen te gaan is het vereist om te doen - niet slechts te zeggen dat Christus onze Verlosser is. God is ook geinteresseerd in onze geestelijke "werken" na de doop. Christus heeft het niet "allemaal voor ons gedaan", zoals zo vele Christenen valselijk aannemen.
We moeten begrijpen dat we door geen enkele hoeveelheid gehoorzaamheid aan de geboden het eeuwig leven in Gods Koninkrijk kunnen "verdienen". Dit is een vrije gift van God. Maar Degene die ons gemaakt heeft, heeft het recht om bepaalde voorwaarden te stellen (Matteüs 19:16-20; Handelingen 2:38; 5:32) voor het ontvangen van die voortreffelijke gave. God wil zien of we ons hele leven bereid zijn ons aan zijn voorwaarden te houden. Hij wil geen opstandelingen in Zijn familie!
Een echte Christen streeft ernaar Christus te volgen door Zijn voorbeeld na te leven en met Hem te wandelen (1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:5-6). "Wandelen met God" betekent: "Zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht" (1 Johannes 3:22).
Maar kijk hoe Johannes de persoon noemt die beweert Christus "te kennen", maar niet in Zijn wegen wandelt - die weigert Zijn geboden te houden. "Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet" (1 Johannes 2:4). De echte Christen zal zich houden aan Gods geboden!
Ware Christenen behoren voorbeelden te zijn voor diegenen die ze ontmoeten (Matteüs 5:14-16). Mannen en vrouwen van God, die Zijn Heilige Geest hebben ontvangen en Gods waarheid en overvloedige manier van leven kennen, hebben een verantwoordelijkheid om een "licht" in de wereld te zijn. Gods mensen zullen zichtbaar de "vrucht" - de eigenschappen - van Gods Heilige Geest dragen in hun dagelijks leven (Galaten 5:22-23).
Een ware Christen is overwonnen door God. Zijn vleselijke, vijandige houding tegenover God (Romeinen 8:6-8) is gebroken. Hij heeft zich gerealiseerd dat hij gezondigd heeft tegen God door Zijn heilige wet te overtreden (1 Johannes 3:4). Hij heeft uitgeroepen tot God en gevraagd om Zijn vergeving voor die zonden door het offer van Christus, en voor het opheffen van de doodstraf die op iedere zonde staat (Romeinen 6:23). Vervolgens heeft hij het gebod om gedoopt te worden gehoorzaamd (Handelingen 2:38). Daarmee heeft hij zijn verlangen om de rest van zijn leven bij ieder woord van God te leven aan God kenbaar gemaakt.
Als gevolg van zijn bekering, doop en de handoplegging door een van Gods ware dienaren (Handelingen 8:17; 19:6) heeft hij de Geest van de Vader ontvangen en is een Geestelijk verwekt kind van God geworden. Iemand die Gods Heilige Geest niet ontvangen heeft is geen ware Christen (Romeinen 8:9-10; Galaten 2:20).
Een ware Christen streeft ernaar, met de hulp van Gods Heilige Geest, te leven naar de leringen van zijn Verlosser. Hij zoekt Gods wil in ieder aspect van zijn leven en ervaart de blijdschap en zegeningen als gevolg van het gehoorzamen aan onze Schepper!
• • • • • • •
|
|
Vraag 12:
Hoe komt U aan het begrip, dat voor de mensheid 6000 jaar van zelfheerschappij vastgesteld is, gevolgd door een 1000-jarige regering van Christus?
Antwoord 12:
Zoals Genesis laat zien hervormde God de aarde en schiep het originele van al het tegenwoordige leven in een zesdaagse periode en rustte op de zevende dag Sabbat. Hiermee begon een wekelijkse cyclus, waarin de mens zes dagen moest werken en elke Sabbat rusten. (Exodus 20:9-11) In Hebreeën 4:3-11 legt de Apostel Paulus uit hoe de zevende dag Sabbat het prachtige tijdperk van vrede en rust uitbeeldt, dat op de huidige tijd van de activiteiten van de mens zal volgen. Johannes werd geïnspireerd om te schrijven, dat dit komende tijdperk, te beginnen met de terugkomst van Christus om Zijn Koninkrijk te stichten, 1000 jaar zal duren (Johannes 20:1-4) - waar vaak naar verwezen wordt als eenvoudig het "Millennium".
Als de zevende dag van de week dan een duizendjarige periode voorstelt in Gods plan, volgt er uit, dat de voorgaande zes dagen van de week ook 1000-jarige perioden voorstellen. Bij de uitleg van wat sommigen als een vertraging in de terugkomst van Christus zien, bracht Petrus dit principe ter sprake als iets waar de Kerk niet onbekend moest zijn: "Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag". (2 Petrus 3:8)
Het begrip, dat iedere dag van de week duizend jaar van Gods plan vertegenwoordigt, was welbekend onder de Joden van Petrus' dagen. Ongeveer 200 jaar voor Christus schreef Rabbi Elias, "de wereld duurt zesduizend jaar: tweeduizend vóór de wet, tweeduizend onder de wet en tweeduizend onder de Messias". De befaamde historicus Edward Gibbon, schreef dat "de traditie werd toegeschreven aan de profeet Elia". (Decline and Fall of the Roman Empire - Verval en de val van het Romeinse Rijk, pag. 403) The Encyclopedia of the Jewish Religion - De Encyclopedie van de Joodse religie/art. "Millennium", Adama Books, 1986, pag. 263) meldt, dat de tannaim - rabbi's uit de dagen van Christus - een dergelijke verklaring baseren op Psalm 90, geschreven door Mozes: "Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake". (v. 4) De tannaim zeiden dat, zoals er zes scheppingsdagen waren, de wereld 6000 jaren zou bestaan. De zevende "werelddag" zou 1000 jaar van de Messias zijn. (Sanhedrin 97a; Avodah Zarah 9a)
Volgens Gibbon was de vroege Kerk "zorgvuldig doordrongen" van het 7000-jarig plan van God. Het apocriefe Epistle of Barnabas, [Epistel van Barnabas] (waarschijnlijk van Alexandrië, NIET de apostel) - hoewel niet tot de Bijbel behorend - is illustratief voor denkbeelden, die in deze tijd gangbaar waren: "En God maakte in zes dagen de werken van Zijn handen; en Hij voltooide hen op de zevende dag.... De betekenis hiervan is dit ...in zes dagen, dat wil zeggen in zesduizend jaar zullen alle dingen vervuld worden. En ...als Zijn Zoon zal komen ...zal Hij glorierijk rusten op die zevende dag".
De "kerkvader" Irenaeus was onderwezen door Polycarp. (Een discipel van de Apostel Johannes) Jammer genoeg week hij af van apostolische leerstellingen. Hij hield echter kennelijk enige waarheid vast. In Against Heresies - [Tegen Dwaalleer] (150 n. Chr.) vertelde hij een overtuiging van de vroege kerk: "Dit is een verslag van de dingen die vroeger geschapen zijn, alsook een profetie van wat komen gaat. Want de dag van de Heer is duizend jaar; en in zes dagen waren de geschapen dingen voltooid; het is daarom duidelijk, dat zij bij het zesduizendste jaar tot een einde komen".
Om verder te verduidelijken hoe wijdverspreid het concept van het Millennium was, dat zesduizend jaar na de schepping van Adam begint, kunnen veel meer geschriften van andere vroege rabbi's en "kerkvaders" worden onderzocht: Rabbi Ketina, Lactantius, Victorinus, Hippotylus, Justin Martyr, Methodius, enz. Ofschoon men voor bijbelse waarheid niet altijd op deze mannen kan vertrouwen, leggen zij zeker een getuigenis vast van hoe algemeen dit begrip was in de eerste eeuwen na de dood van Christus. Dit is feitelijk de gerespecteerde mening van "Christelijke" wetenschappers door de eeuwen heen tot onze tegenwoordige tijd.
Als laatste bijbels punt: God zei aan Adam, dat hij "ten dage", dat hij van het verboden fruit at, zou sterven. (Genesis 2:17) Toch leefde Adam en werd 930 jaar oud! (Genesis 5:5) Hoe is dat mogelijk? één aspect is precies zoals Methodius en andere commentatoren van de vroege kerk uitlegden: omdat één dag voor God was als duizend jaar, moest Adam sterven voordat de eerste 1000 jaar dag voltooid was - en dat deed hij.
• • • • • • •
|
|
Vraag 13:
Hebben vele mensen niet altijd gedacht, dat het einde tijdens hun leven zou komen? Waarom denkt U, dat wij nu aan het einde van de 6000 jaar van het menselijk regeren zijn?
Antwoord 13:
Het simpele antwoord op de eerste vraag is: ja. Door de geschiedenis heen wordt overweldigend erkend, dat het tijdperk van het begin van het Millennium, omstreeks 2000 n. Chr. is. Gebruikmakend van bekende data en de elkaar overlappende eeuwen van de patriarchen in de Bijbel, is het mogelijk om te laten zien, dat Adam ongeveer 4000 jaar vóór de geboorte van Christus werd geschapen. Dit is een feit, dat reeds lang bekend was. Merk op, dat op de tijdschaal van Rabbi Elias, zoals boven aangehaald, het Millennium rond 2000 zou beginnen!
In 1552 schreef Bisschop Latimer, "de wereld werd voorbestemd om, zoals alle geleerden bevestigen, 6000 jaar te duren. Van dat aantal zijn nu 5.552 jaren voorbij gegaan, zodat er niet meer dan 448 jaar zijn overgebleven". Op deze tijdschaal van de mens, geschreven vóór de Protestantse Reformatie, begint het Millennium ook rond 2000! Omdat het jaar niet nauwkeurig kan zijn, omdat de schepping van de mens niet uiterst nauwkeurig vastgesteld werd (zelfs niet binnen tientallen jaren), is de overeenstemming in het plaatsen van de eindtijd in onze generatie fascinerend! In feite begrepen vele wetenschappers gedurende de Reformatie en lang daarna, dat de "laatste dagen" rond 2000 zouden beginnen.
Dit is natuurlijk één van de vele redenen, dat wij geloven, dat wij in de laatste dagen zijn. In de profetie van Christus op de Olijfberg (Matteüs 24; Markus 13; Lucas 21) legde Hij verband tussen TEKENEN van het einde van dit tijdperk. Hoewel wij niet de juiste tijd kennen (Handelingen 1:7), moeten wij op gebeurtenissen letten, die ons laten weten, dat het dichtbij is. (Matteüs 24:32-36) Dergelijke manifestaties, samen met gebeurtenissen, beschreven in Openbaring, beginnen vorm te krijgen. Om U te helpen te begrijpen waar U in de komende tijd op moet letten, kunt U ons boekje lezen: Veertien tekenen van Christus' terugkomst. Het zal U helpen vele dingen scherp in beeld te brengen.
• • • • • • •
|
|
Vraag 14:
Waarom is zichtbare immoraliteit schadelijk en hoe doet het afbreuk aan ons geluk?
Antwoord 14:
Tegenwoordig lijken wij in onze samenleving te worden overspoeld met zichtbare beelden van menselijke seksualiteit. U ziet het overal: advertenties in de krant, scènes op televisie en in films met gedeeltelijke naaktheid, tijdschriften, het Internet en op straat of aan het strand, waar mensen nauwsluitende of schaarse kleding dragen, die uitroepen: "Kijk naar mij"! Dit alles brengt dwalende ogen en dwalende gedachten voort. Is dit alles volkomen onschuldig of heeft het een potentieel effect, dat ons kan beschadigen als wij het ongecontroleerd laten?
Christus verklaart in Matteüs 5:28, "Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd". Sommigen zullen zeggen: "Wat is dan het nadeel? Het doet niemand kwaad. Het is slechts in de gedachten". Vele vrouwen zouden zelfs zeggen: "Vrouwen hebben dat probleem niet; het is een mannenprobleem". Toch verdiepen vele vrouwen zich in romans, tijdschriftartikelen en soap series, vol met onuitgesproken of zelfs uitvoerige seks scènes.
In de tegenwoordige samenleving zouden vele mannen en vrouwen zeggen, "Het zou wat! Het doet niemand kwaad". Laten wij dit onderwerp over "zichtbare Immoraliteit" bekijken. Wist de Schepper waar Hij over sprak toen Hij waarschuwde, dat het kijken naar anderen met lustgevoelens schadelijk is? Naast de typische zichtbare beelden van menselijke seksualiteit, die reeds genoemd zijn, bestaat er de nieuwe technologische grens van het Internet. Blijkbaar is meer dan 60 procent van het Internetverkeer tegenwoordig pornografie, die beschikbaar is op het wereldwijde netwerk.
Laten wij nu de vraag beantwoorden:
"Waarom is zichtbare immoraliteit schadelijk en hoe doet het afbreuk aan ons geluk"?
Ten eerste: de aanhoudende invloed, in alle opzichten, van zichtbare beelden van menselijke seksualiteit bouwt geheugenreserves met voortdurende vergelijkingen van de lichamen van andere vrouwen of mannen. Het zichtbare perfecte lichaam leidt levenslang tot voortdurend vergelijken.
Degenen, die steeds opnieuw gestimuleerd worden door zichtbare immoraliteit vinden spoedig, dat hun man of vrouw niet het perfecte lichaam heeft. Iedereen heeft fysieke tekortkomingen; niemand heeft een perfect lichaam: "Te zwaar, te mager, te oud, teveel dit of dat". Zowel mannen als vrouwen beantwoorden nooit aan het gefantaseerde ideaal. Maar wanneer man en vrouw alleen oog hebben voor elkaar, is hun gevoel van vervulling in elkaar veel groter.
Een tweede probleem met zichtbare immoraliteit is, voor of tijdens het huwelijk, dat het leidt naar een "pseudo-seksuele" ervaring in de gedachten. Deze soort ervaring brengt een waar fysiologische reactie teweeg: verhoogde hartslag, toename van bloeddruk, een bepaalde hormonale reactie en een neurochemische reactie in de hersenen. Wanneer men blijft toegeven aan de zichtbare en mentale voorstellingswereld, wordt men na verloop van tijd verslaafd aan de "hoogte" of fysiochemische "aandrang", die in het lichaam en de hersenen wordt geproduceerd. Om kort te gaan, men keert in zichzelf en wordt emotioneel koud. Zij verliezen het vermogen om een warme, liefhebbende, fysieke en emotionele relatie te hebben met hun echtgenoot of echtgenote. De kracht van de huwelijksband wordt verloren en zowel man als vrouw verliezen!
Een derde manier waardoor zichtbare immoraliteit blijvende schade kan veroorzaken en afbreuk kan doen aan ons geluk is haar voortwoekerende natuur. Het is bijna onvermijdelijk, dat één niveau van zichtbare immoraliteit naar een ander niveau leidt. Wanneer een persoon één niveau van begeerte vervult, raakt hij gewend aan de "aandrang" of "hoogte" en heeft na verloop van tijd een hoger niveau van prikkeling nodig om eenvoudig dezelfde "hoogte" te houden. In het begin kan het niveau van zichtbare immoraliteit eenvoudig het kijken naar anderen zijn in onthullende kleding. Die opwinding of begeerte duurt slechts zo lang en dan begint de volgende stap: pornofilms, porno tijdschriften, pornoshops en zelfs porno nachtclubs. Deze ontwikkeling gaat vaak door verschillende fases, die kinderpornografie, verslaving, geweld en pijn, prostitutie en uiteindelijk gewelddadige misdrijven, zoals verkrachting en seriemoorden kunnen inhouden.
Een scepticus kan zeggen: "Wacht even, het kan niet zo zijn, dat een beetje zichtbare immoraliteit zover in ontwikkeling kan komen en leiden tot criminele activiteit". Maar de waarheid is, dat iedere stap op die weg, zelfs als het mild lijkt, een vooruitgang is, die de kracht heeft om afbreuk te doen aan het geluk en het huwelijk van een persoon.
Weet de Schepper, waar Hij over spreekt, als Hij zegt, dat "naar anderen kijken uit begeerte" schadelijk is? Absoluut! Elk aspect van Gods weg van leven is voor ons eigen geluk en ons welzijn.
Als U meer wilt weten over de levenswijze, die door de Schepper ontworpen is om een overvloed van vreugde en geluk in Uw leven te brengen, leest U dan alstublieft onze Bijbel Studie Cursus .
• • • • • • •
|
|
Vraag 15:
Handelingen 15 laat zien dat de Nieuw-Testamentische Kerk slechts vier vereisten oplegde aan de nieuw bekeerde heidenen: "zich te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed" (Handelingen 15:20). De Sabbat, Heilige Dagen en spijswetten zijn opvallend afwezig, dus waarom zouden Christenen vandaag zich hier nog aan houden?
Antwoord 15:
Het is belangrijk te begrijpen dat de vergadering van Handelingen 15 de besnijdenis betrof - niet de afschaffing van de geestelijke wetten en bijbelse instellingen zoals beschreven in de Boeken van Mozes (de eerste vijf boeken van de Bijbel). Omdat het houden van de Sabbat, Heilige Dagen en de spijswetten niet direct genoemd worden, concluderen sommigen onterecht dat deze afgeschaft zijn door de vergadering. Maar let op, zeven van de Tien Geboden worden ook niet genoemd in Handelingen 15. Mag een Christen dus Gods naam ijdel gebruiken, zijn ouders onteren, moorden, stelen, liegen en begeren? Natuurlijk niet! De vergadering in Handelingen 15 heeft deze wetten niet nietig verklaard, net zoals de Sabbat, Heilige Dagen en spijswetten niet afgeschaft werden.
Let op Jezus Christus' eigen woorden: "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat" (Matteüs 4:4). Jezus citeerde Deuteronomium 8:3 - en paste het toe op de gehele mensheid, zowel Jood als Heiden. Het woord van God waar Jezus naar verwees was niets anders dan het Oude Testament.
Christus onthulde Gods doel voor de Sabbat toen Hij stelde: "De Sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de Sabbat. Alzo is de Zoon des mensen Heer ook over de Sabbat" (Markus 2:27-28). Merk op dat de Sabbat oorspronkelijk gemaakt is voor de gehele mensheid - niet slechts voor de Joden! Jezus zei duidelijk dat Hij de Heer van de Sabbat is - daarmee het belang ervan voor Gods kinderen aantonend. Bovendien was het Jezus' gewoonte en gebruik de Sabbat te vieren (Lucas 4:16). Later zien we dat de Apostel Paulus nog steeds - en door zijn voorbeeld anderen aanmoedigend - de Sabbat hield lang nadat de vergadering van Handelingen 15 gehouden werd (zie Handelingen 17:2-3). Het Nieuwe Testament laat zien dat zowel Joden als Heidenen de Sabbat hielden; in Handelingen 13:42-44 zien we een complete stad samenkomen op de Sabbat om Paulus te horen prediken.
Paulus leerde Christenen om "het feest te vieren" - het Pascha en de Dagen van Ongezuurde Broden (1 Korintiërs 5:7-8). Het Nieuwe Testament verwijst ook naar de jaarlijkse Heilige Dagen van Pinksteren en de Grote Verzoendag (Handelingen 2:1; 20:6; 1 Korintiërs 16:8; Handelingen 27:9). Als deze dagen, net als de rest van Gods Feestdagen, afgeschaft waren, waarom zouden de Apostelen en bekeerde Heidenen ze dan nog houden? Het antwoord is logisch: God heeft niet Zijn wetten en speciale Feestdagen afgeschaft.
De Apostel Petrus begreep Gods spijswetten, die genoemd staan in Leviticus 11 en Deuteronomium 14 en reeds bestonden vóór Mozes (Genesis 7:2). Toen Petrus in een visioen verteld werd op te staan en allerlei onreine dieren te eten, antwoordde hij: "Geenszins, Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein was" (Handelingen 10:9-14). In dit visioen veranderde Christus niet de spijswetten; Hij liet zien dat Petrus "niemand onheilig of onrein mocht noemen" (vers 28) - daarmee de deur van verlossing opendoend voor de Heidenen. Dit visioen was het voorbereidend werk voor de geïnspireerde beslissingen opgetekend in Handelingen 15.
Handelingen 15 bevestigt de bijbelse wetten zoals weergegeven in het Oude Testament. De Apostelen lieten zien, door de profeten te citeren wanneer zij tot de Heidenen spraken, dat alle Woord van God van toepassing blijft voor de Heidenen. Zij legden uit dat nieuwe bekeerlingen uit de Heidenen in de loop van de tijd zouden groeien in het begrip van Gods wegen: "Immers, Mozes heeft van oudsher in iedere stad [personen] die hem prediken, daar hij elke Sabbat in de synagogen wordt voorgelezen" (Handelingen 15:21). In plaats van het afschaffen van Gods wetten, bevestigden Jezus Christus en de Apostelen ze juist - daarmee het geestelijke belang ervan aantonend! Jezus antwoordde met klem diegenen die er anders over dachten: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen" (Matteüs 5:17).
• • • • • • •
|
|
Vraag 16:
De meeste belijdende Christenen geloven dat de verlosten naar de hemel gaan na de dood. Maar zij hebben weinig tot geen idee over wat zij dan zullen doen in de hemel. Wat leert de Bijbel over de beloning van de verlosten?
Antwoord 16:
Het "naar de hemel gaan" na de dood wordt niet alleen door de meeste belijdende Christenen geloofd. Mensen over de hele wereld, van vele religies, houden vast aan een geloof in een soort "beloning" of gelukzalig leven na de dood.
Hoe verrassend het ook mag lijken, noch Jezus noch de Apostelen leerden dat de rechtvaardigen naar de hemel gaan wanneer zij sterven! De "beloning" die Jezus Zijn trouwe volgelingen belooft (Openbaring 22:12) is niet de hemel; de beloning omvat het regeren met Christus op de aarde. Let op de volgende erkenning van deze wereldlijke encyclopedie:
"Het overheersende standpunt in de vroege kerk schijnt te zijn geweest dat tot de terugkomst van de Heer op de wolken om de doden op te wekken, de gestorvenen sliepen en dat zij plotseling opgewekt zouden worden om hun nieuwe lichamen te krijgen en om vervolgens te heersen met Hem op de aarde duizend jaar lang" ("Heaven", The New International Encyclopedia, 1st edition).
De vroege Kerk van God, die Jezus Christus oprichtte, leerde niet het concept van het "naar de hemel gaan" - een idee dat niet algemeen geaccepteerd werd tot lang nadat de Apostelen gestorven waren. Jezus vertelde in plaats daarvan zijn discipelen ronduit: "En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13). De Apostel Petrus zei dat de gehoorzame Koning David, een man naar Gods eigen hart (Handelingen 13:22), "én gestorven én begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag.... Want David is niet opgevaren naar de hemelen" (Handelingen 2:29,34).
De rechtvaardige Koning David is niet naar de hemel gegaan! Hij, net als alle rechtvaardige mannen en vrouwen van God die gestorven zijn, zijn nog steeds dood. Zij wachten op een opstanding uit hun graven, wanneer zij geestelijke lichamen zullen ontvangen die nooit meer kunnen sterven (1 Korintiërs 15:50-53; 1 Tessalonicenzen 4:16-17).
Het eeuwig leven is de gave van God (Romeinen 6:23) die door Gods Geest verwekte Christenen zullen krijgen wanneer ze opgewekt of veranderd worden. Maar wat is de "beloning" die Jezus met Zich mee zal nemen?
Christus zei dat bij Zijn wederkomst Hij alle overwinnaars zal belonen - allen die groeien in het geestelijk karakter van God. Sommigen zullen overwinnen en meer groeien dan anderen, en Jezus zei dat Hij "ieder zal vergelden, naardat zijn werk is" (Matteüs 16:27; Openbaring 22:12).
Gods heiligen zullen niet in de hemel op harpen spelen tot in eeuwigheid. Hun bestemming is oneindig meer glorierijk en uitdagend! De Bijbel laat zien dat de "beloning van de verlosten" de heerschappij over de aarde met Jezus Christus is na Zijn wederkomst (Openbaring 2:26; 3:21; 5:10). Jezus Christus en de opgewekte Christenen zullen heersen voor 1000 jaar (Openbaring 20:4-6). Zij zullen de naties Gods manier van leven leren, die leidt tot blijvende vrede, voorspoed en vreugde voor de hele mensheid.[Jesaja 2:2-4]
De Schrift vertelt ons dat nadat Gods grote Meesterplan van verlossing voor de mensheid voltooid is, het oppervlak van de aarde gereinigd zal worden met vuur (2 Petrus 3:10-12). Een nieuwe aarde en nieuwe hemelen zullen te voorschijn komen (2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1). En de glorieuze nieuwe hoofdstad van de aarde - het "Nieuw Jeruzalem", schitterend met kostbare edelstenen en met straten van doorschijnend puur goud (Openbaring 21:18-21) - zal neerdalen van de hemel (Openbaring 21:2,10; 3:12). God de Vader zal dan komen en zelf op de aarde komen wonen, en Hij zal het Nieuw Jeruzalem de locatie van Zijn glorierijke troon maken (Openbaring 21:3, 22-23; 22:3-5), vanwaar Hij en Zijn onsterfelijke heiligen uit zullen gaan om het hele universum te regeren!
Om meer te leren over dit verbazingwekkende plan dat God in petto heeft voor Zijn trouwe heiligen kunt u ons boekje Uw Uiteindelijke Bestemming lezen. De verrassende en adembenemende waarheid is dat de "hemel" naar de aarde toe zal komen - het hoofdkwartier zelf van waaruit de God Familie het heelal voor eeuwig zal regeren!
• • • • • • •
|
|
Vraag 17:
Leert Galaten 4:8-10 ons dat Christenen zich niet hoeven te houden aan het vieren van Gods Sabbat en Heilige Dagen?
Antwoord 17:
Nee dat leert het niet. De Apostel Paulus schreef zijn brief aan de Christengemeente in Galatië, die een unieke mix vormde van Joden, Romeinen, Grieken en Galliërs met een nadrukkelijk aanwezig karakter gevormd door eeuwen van Keltische invloeden (zie J.B. Lightfoot's Commentary on Paul's Letter to the Galatians, 1999, pp.12-17).
De maatschappij van Galatië kende een veelheid van heidense bijgeloven en rituelen voor het "waarnemen van dagen, maanden, vaste tijden en jaren". Caesar klaagde dat de Galaten als een volk werden voortgedreven door een verlangen naar verandering, inclusief het overnemen en wegdoen van het ene religieuze systeem na het andere (zie Lightfoot, p.15). Paulus merkte deze wispelturigheid op toen hij schreef: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie" (Galaten 1:6). Hij noemde ze tevens "onverstandige Galaten" en "betoverd" (Galaten 3:1). Hun geloof was oppervlakkig; hun ijver kortstondig. Zo gauw als iets nieuws en aantrekkelijks zich presenteerde gingen ze erin mee. Met dit in ons achterhoofd kunnen we twee belangrijke uitdagingen voor de Kerk in Galatië begrijpen: Jodendom en heidendom.
Sommigen leerden onterecht dat de Galaten besneden moesten worden, zoals de Joden. Voor de vrome Jood betekenden fysieke besnijdenis en rituele werken van aanbidding rechtvaardigheid. Paulus weerlegde deze valse leer door te laten zien dat de mens niet "perfect" kan worden gemaakt door het vlees (Galaten 3:3). Inderdaad is " (ware) besnijdenis die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter", (Romeinen 2:28-29). Ware rechtvaardigheid en perfectie kunnen alleen tot stand komen door Jezus Christus en Zijn geloof dat in ons woont (Galaten 2:20).
Paulus legde het ware doel van de slachtoffers, offergaven en reinigingen van de rituele wetten uit: "Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg" (Galaten 3:19). Merk op dat deze wetten ingevoerd zijn nadat de Tien Geboden, de Heilige Dagen en de Sabbat geïntroduceerd waren. Jezus Christus zei dat Hij Heer van de Sabbat is (Markus 2:28). Zijn voorbeeld en Zijn geloof zetten de standaard waarbij alle ware Christenen leven. De Galaten hadden een woordentwist over een rituele inzetting - de besnijdenis - niet de grondbeginselen van de manier van leven zoals die geleerd en geleefd werden door Christus en Zijn Apostelen. Daarom kon Paulus schrijven: "Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is" (Galaten 6:15).
Paulus stelde ook het probleem van het heidendom in de Kerk aan de kaak. Hij schreef: "Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van met aan dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar" (Galaten 4:8-10).
Paulus begon Galaten 4 door zich te richten tot de Joodse Christenen, met gebruikmaking van het woord wij. In vers 8 richt Paulus zich tot "gij" - de Christenen uit het heidendom, die voorheen demonen en afgoden dienden, niet wetende wat zij vereerden - immers, zoals Jezus bevestigde, "het heil is uit de Joden" (Johannes 4:22). De heidenen waren afgesneden van God (Efeziërs 2:11-12) [Handelingen 14:16-17] en hebben allerlei zelfverzonnen bijgeloof en heidense rituelen ingevoerd - inclusief het waarnemen van "dagen en maanden en seizoenen [King James Bijbel: "tijden"] en jaren". Zulke gebruiken, verbonden aan astrologische praktijken uit de oudheid, verdorven continu vele belijdende Christenen. De Katholieke bisschop Chrysostom uit de 4e eeuw vermelde dat zwakke Christenen bijgelovige "tijden" hielden. Hij zei: "Velen waren door bijgeloof verslaafd aan waarzeggerij.... Als viering van die tijden zetten [zij] lampen op de marktplaats en versierden zij hun deuren met guirlandes" (Antiquities of the Christian Church, Bingham, pp.1123-1124). Deze vieringen hielden ook rekening met vele zogenaamde "geluks - en ongeluksdagen", en speciale maanden en jaren waarin Grieken en Romeinen doorgaans aan afgodische praktijken deden.
God verbood nadrukkelijk zulke rituelen en alle toverij (waarnemen van "tijden") en waarzeggerij (Deuteronomium 18:10,14; Leviticus 19:26). Zelfs vandaag de dag dringen deze gebruiken nog door in "modern" bijgeloof zoals speciale "geluks" sieraden, konijnenpootjes, angst voor vrijdag de 13e en het lezen van horoscopen. Paulus' waarschuwing was geen veroordeling van Gods Wetten en Zijn Heilige Dagen; in tegendeel, zijn waarschuwing is nog steeds relevant voor Christenen die het voorbeeld en de leer van Christus vandaag de dag volgen!
• • • • • • •
|
|
Vraag 18:
Is het gepast dat Christenen elkaar kaartjes sturen op Valentijnsdag, 14 februari? Mij is verteld dat het een Christelijke feestdag is, genoemd naar een heilige.
Antwoord 18:
De meeste mensen zien het idee van Valentijnsdag als de "dag van verliefden" als iets vanzelfsprekends. Het is heel gewoon dat jonge kinderen en tieners op school elkaar kaartjes sturen bij deze gelegenheid, en voor verliefden om elkaar cadeautjes zoals snoep of bloemen te sturen. Maar wat is de echte oorsprong van deze populaire feestdag en waarom staat hij bekend als "Sint" Valentijnsdag?
Vele referentiewerken traceren de naam van de feestdag naar een derde-eeuwse Rooms-katholieke martelaar met de naam Valentijn. Let echter op wat de Encyclopaedia Brittanica over het onderwerp zegt: "Sint Valentijnsdag als een verliefdenfeest en de moderne traditie van het sturen van valentijnskaartjes hebben geen relatie met de heiligen maar schijnen veeleer verbonden te zijn met het Romeinse [seksuele] vruchtbaarheidsfestival Lupercalia (15 februari) of met het paarseizoen van de vogels" (15e editie, vol.10, p.336).
Tijdens dit "Lupercalia... werden de namen van jonge vrouwen in een doos gedaan en willekeurig eruit gehaald door mannen" (Encyclopedia Americana, "St.Valentine's Day"). Dit paar-vormen was uiteraard verbonden met seksueel immoreel gedrag. Dát is waar de uitdrukking "Wees mijn Valentijn" vandaan komt!
Maar waar kwam Lupercalia zelf vandaan? Het werd gevierd ter ere van de god Pan! In feite "schijnt de naam ontstaan te zijn uit de Griekse naam van Pan, Lycaeus, van lukos, een wolf... omdat Pan, als god van de herders, schapen beschermde tegen de roofzuchtigheid van wolven" (Lempdere's Classical Dictionary, p.339).
Wie was Pan? "De verering en de verschillende functies van Pan zijn afgeleid van de mythologie van de oude Egyptenaren.... Hij werd in heel Egypte vereerd met de grootst mogelijke plechtigheid.... Hij was het symbool van [vruchtbaarheid] " (Lempdere's, p.439). De legende van Pan als de jager van wolven en beschermer van de kudden ontstond in het oude bijbelse verslag van Nimrod, de "geweldige jager" voor het aangezicht des HEREN (Genesis 10:9) en bouwmeester van de toren van Babel (vlg. Alexander Hislop, The Two Babylons, 1917).
Deze verdorven heerser Nimrod was de oorspronkelijke lupercus ("wolvenjager") en Valentijn ("sterke man"). Hij is dezelfde figuur die door de Phoeniciërs als Baäl vereerd werd en elders in de Schrift voorkomt onder de naam Tammuz (Ezechiël 8:14). Deze Nimrod was geen heilige - hij was een losbandige man en een vijand van God, die van lieverlee na zijn dood vereerd werd door de heidenen. Hij is eerder een symbool van lust en geweld dan van liefde.
In 496 n.C. "kerstende" paus Gelasius het heidense Lupercalia door de naam ervan te veranderen. Hij verschoof ook de dag waarop het gevierd werd van 15 februari op de avond-tot-avond kalender naar 14 februari op de Romeinse kalender - daarmee het tijdstip van de avondviering ervan op zijn plaats houdend.
De vroege Rooms-katholieke Kerk trachtte in haar pogingen om de heidense populatie te onderwerpen de Romeinse viering van Lupercalia een "Christelijk" tintje te geven, net als vele andere populaire heidense vieringen. Ontdaan van hun meest schokkende elementen en met nieuwe "Christelijke" namen, gingen de vieringen van de heidense oudheid gewoon door onder de mensen.
Was dit een goed iets om te doen? NEE!!! God leert Zijn mensen om een hele andere aanpak te kiezen: "Gewent u niet aan de weg der volken" (Jeremia 10:2; Deuteronomium 12:29-32). In plaats van ons bezig te houden met gecommercialiseerde feestdagen die simpelweg opgeschoonde versies van oude heidense seks riten zijn, kunnen we beter in de wegen van onze Schepper wandelen.
Om meer te leren over "namaak" Christelijke vieringen en het ware Christendom dat ze voorafging kunt u ons boekje lezen: Herstel Apostolisch Christendom.
• • • • • • •
Vraag 19:
Jezus beloofde een van de misdadigers die met Hem gekruisigd werden: "Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" (Lucas 23:43). Wat en waar is het "Paradijs", en ging de misdadiger daar diezelfde dag met Jezus heen?
Antwoord 19:
De Bijbel laat zien dat de doden in het graf zijn, wachtend op de opstanding; zij zijn niet in de hemel. De Apostel Petrus zei: "Want David is niet opgevaren naar de hemelen" (Handelingen 2:34). Christus zei: "Niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13).
Betekent dit dat de misdadiger in een aparte plaats is die "Paradijs" genoemd wordt maar niet de "hemel" is? Nee. De Bijbel laat duidelijk zien waar het Paradijs zich bevindt. De Apostel Paulus verhaalt van een man die in een visioen opgenomen was tot Gods troon - "dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken" (2 Korintiërs 12:1-4). Het Paradijs bevindt zich in de aanwezigheid van Gods troon - in de hemel.
Wat is het Paradijs? Paradijs betekent een "tuin, heerlijk oord, park" - "een grootse omsloten ruimte of natuurgebied... schaduwrijk en goed geïrrigeerd... omsloten door muren" (Thayer's Greek English Lexicon of the New Testament).
De Bijbel beschrijft hoe het Paradijs zal zijn. "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is" (Openbaring 2:7). Let nu op Openbaring 22:1-2: "En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren".
Deze verzen doelen op "de heilige stad, een Nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God" (Openbaring 21:2). Het Nieuw Jeruzalem, dat uit de hemel zal neerdalen nadat de aarde gemaakt is tot een "nieuwe aarde" (2 Petrus 3:10-13; Openbaring 21:1), zal de Boom des Levens in zich hebben staan. Het Paradijs van God, bij of in de buurt van Zijn troon, is een park of tuin die zich uiteindelijk zal bevinden op de nieuwe aarde!
Ging de misdadiger daar naartoe met Jezus op de dag van zijn sterven? Merk op dat Jezus Zelf niet naar het Paradijs, of de hemel, ging op de dag van Zijn sterven. Zoals Paulus schreef: "Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb; Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften" (1 Korintiërs 15:3-4). Christus was verzegeld in het graf gedurende drie volle dagen en drie volle nachten [Matteüs 12:40]. Zie wat Hij Maria vertelde toen ze tot het graf kwam, nadat Christus opgestaan was: "Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader... en uw Vader, naar mijn God en uw God" (Johannes 20:17).
Wat zei Christus nu werkelijk tot de misdadiger? Vele lezers worden misleid door onjuiste interpunctie in de Nederlandstalige vertaling van de geïnspireerde Griekse tekst. De meeste Nederlandstalige vertalingen plaatsen foutief een komma tussen "u" en "heden". Zoals een bijbelcommentaar uitlegt: "De interpretatie van dit vers hangt volledig af van interpunctie, welke weer volledig afhangt van menselijke autoriteit, aangezien de Griekse manuscripten geen enkele vorm van interpunctie kenden tot de negende eeuw, en zelfs dan alleen als een stip ter hoogte van het midden van de regel waarmee elk woord gescheiden werd" (Companion Bible, Appendix §173).
Met de juiste interpunctie in het Nederlands zou het vers als volgt gelezen worden: "Voorwaar, Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het Paradijs zijn".
In Lucas 23:43 gaf Jezus geen belofte die Hij niet waargemaakt heeft; Hij gaf te kennen dat wanneer het Paradijs gekomen zal zijn, de misdadiger daar met Hem zal zijn!
• • • • • • •
Vraag 20:
Wat betekent het precies om te "overwinnen"? Is "overwinnen" belangrijk in het Christelijk leven?
Antwoord 20:
Toen Jezus Zijn discipelen leerde zei Hij hen: "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matteüs 5:48). Bedoelde Jezus dat Zijn volgelingen volledig perfect zouden worden tijdens hun huidige leven?
Aangezien we een natuur hebben die geneigd is te zondigen weet God dat we niet absoluut perfect kunnen worden tot de wederopstanding wanneer Hij het proces dat in ons leven bij de doop begon zal voltooien. Het is op dat moment dat we geboren zullen worden in de God Familie. Hij zal ons perfecte geestelijke lichamen geven met een perfecte, zondeloze natuur zoals die van Christus (1 Johannes 3:2; Filippenzen 3:21).
In de tussentijd wil God dat we ernaar streven onze zondige natuur te "overwinnen" en dagelijks te groeien in Zijn karakter door Zijn geboden te gehoorzamen en de zonde uit ons leven te bannen (2 Petrus 3:18). Zo zullen we groeien richting Gods geestelijke perfectie ondanks dat we nog steeds feilbare mensen zijn.
We lezen dat Jezus Christus, ons ultieme voorbeeld van geestelijke volwassenheid, "gehoorzaamheid leerde" (Hebreeën 5:8-9). Als een mens leerde Christus gehoorzaamheid door de beproevingen en toetsen van menselijke ervaringen (Hebreeën 2:9-10). Hij overwon alle verleidingen van de duivel, de verleidingen van Zijn vlees en de verleidingen van de wereld om Hem heen. Zo werd Jezus Christus het perfecte voorbeeld dat alle ware Christenen streven na te volgen (Efeziërs 4:13,15), terwijl zij Gods vergeving vragen wanneer zij tekortschieten vanwege de zonde (1 Johannes 1:7-10).
Omdat Christus overwon tijdens Zijn menselijk leven heeft Hij grote macht en autoriteit gekregen. Merk op hoe groot die macht en autoriteit feitelijk zijn: "...heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen..."! (Hebreeën 1:1-2).
Wij die Geest-verwekte kinderen van God geworden zijn, zijn "mede erfgenamen" met Christus, bestemd om Zijn grote erfenis en verantwoordelijkheid te delen als Hij terugkomt (Romeinen 8:16-17); Openbaring 21:7). Het is dus van het grootste belang dat ook wij "overwinnen", omdat de Schrift het heel duidelijk maakt dat het Gods overwinnaars zijn die de gelegenheid krijgen om de aarde te regeren met Christus! (Openbaring 2:6-27; 3:21).
Overwinnen is een levenslang proces. Door de zondige trekken van het vlees, de wereld en de duivel te overwinnen, en ons aan God en Zijn wegen te onderwerpen, bouwen we aan het karakter van God in onszelf. En hoe meer we overwinnen, hoe meer verantwoordelijkheid Christus ons zal geven in Zijn regering op aarde.
Overwinnen vergt moeite en inzet van onze kant, samen met de hulp van Gods Heilige Geest. Overwinnen betreft ook toestaan dat Christus in ons leeft door Zijn Geest (Galaten 2:20; Filippenzen 2:5). Zoals de Apostel Paulus schreef zijn wij "meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad" (Romeinen 8:37).
Christus is werkzaam als onze Hogepriester en in staat ons te helpen in tijden van zwakte en beproeving door Zijn eigen ervaringen als een mens, vol erbarming en genade voor de mensheid (Hebreeën 4:14-16). Door Zijn Geest zal Christus ons helpen een leven van overwinning te leven - als we om die hulp vragen (Kolossenzen 1:9-11)
We kunnen niet overwinnen door onze eigen menselijke kracht. We moeten dicht bij God blijven door dagelijks gebed en Bijbelstudie (Efeziërs 6:17-18; 2 Timoteüs 2:15; 3:15-16). De Apostel Johannes schreef dat men geestelijk sterk kan zijn en overwinnen kan doordat "het woord Gods in u blijft" (1 Johannes 2:14).
Groei geestelijk door goddelijk karakter op te bouwen als voorbereiding op het geboren worden in de Familie van God. Op dat moment zullen we de gift van eeuwig leven ontvangen en met Christus erfgenamen en mede-regeerders van deze aarde en het universum worden! Alleen dan zullen we absoluut perfect zijn zoals Jezus beval. Christus wist dat mensen geen "onmiddellijke perfectie" kunnen bereiken, maar Hij maakte goddelijke perfectie ons doel - een doel waarnaar we uitkijken het te bereiken!
Wat een heerlijke en productieve toekomst heeft God in petto voor Zijn overwinnaars!
• • • • • • •
Vraag 21:
Is het "evangelie" dat door het moderne Christendom gepredikt wordt hetzelfde evangelie dat Jezus Christus predikte en doorgaf aan Zijn Nieuwtestamentische Kerk om te verkondigen aan heel de wereld?
Antwoord 21:
U zult verrast zijn te horen dat de meeste belijdende Christenen eigenlijk nooit het ware evangelie van Jezus Christus gehoord hebben! Velen hebben een boodschap gehoord over Christus, maar weinigen hebben het fantastische goede nieuws gehoord dat Hij aankondigde. De "religieuze leiders" van Jezus' tijd verwierpen dat evangelie - en kruisigden Hem voor het prediken ervan.
Jezus Christus vertelt ons dat het absoluut noodzakelijk is om Zijn evangelieboodschap te geloven om gered te worden (Markus 16:15-16).
Wat is dan het "evangelie" dat Christus bracht, en dat ons naar het eeuwig leven zou leiden?
De boodschap die Christus verkondigde was het "evangelie van het Koninkrijk van God" (Markus 1:14-15 S.V.). "Evangelie" is een woord dat in het Grieks goed nieuws betekent. Jezus Christus was door Zijn Vader gezonden (Johannes 12:49-50; 14:24) om het goede nieuws van het komend "Koninkrijk van God" op aarde te prediken.
De centrale boodschap van de hele Bijbel is het komend Koninkrijk van God. Gods Koninkrijk zal een letterlijke regering zijn die zal heersen over alle natiën. Nebukadnessars droom van het grote beeld, opgetekend in Daniël 2, laat dit duidelijk zien.
Maar het Koninkrijk van God is meer dan alleen de regering van God. Toen Jezus kwam prediken over het Koninkrijk van God, sprak Hij ook over de familie van God en hoe mensen, door Hem, hier in geboren kunnen worden (Johannes 3:3, 5-6)! De familie van God bestaat momenteel uit God de Vader en God de Zoon (Christus) in de hemel, en uit Geest-verwekte zonen en dochters op aarde (2 Korintiërs 6:18), die nog niet geestelijk (uit Geest) geboren zijn.
Gods familie is ook een regerende familie, en het zijn de Geest-verwekte kinderen van God die, bij de eerste opstanding (1 Korintiërs 15:50-53), uit God geboren zullen worden. Jezus is de "eerstgeborene" onder vele broederen (Romeinen 8:29) - en Gods kinderen zullen zich bij Hem voegen om een deel te worden van dat goddelijke, regerende Koninkrijk! Let op deze tekst: "En het koningschap... zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn Koningschap is een eeuwig Koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen" (Daniël 7:27). Elders lezen we: "Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding... zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, duizend jaren" (Openbaring 20:6). Wat zal er daarna gebeuren? "En zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden" (Openbaring 22:5).
De duidelijke waarheid van de Bijbel laat zien dat het "Koninkrijk van God" een letterlijke regering zal zijn bestaande uit geest-regeerders die zullen regeren over alle natiën op aarde (Openbaring 5:10). Dit is het zeer goede nieuws, of "evangelie" van het Koninkrijk van God - het evangelie dat Jezus predikte!
Het bijbelverslag toont aan dat de Nieuwtestamentische Kerk doorging met het aankondigen van Christus' evangelie zoals Hij hen opgedragen had (Markus 16:15; Handelingen 1:3; 8:12; 19:9; 20:25; 28:23,31). Gods Kerk verkondigt vandaag trouw dezelfde boodschap aan de wereld door de Tomorrow's World televisie-uitzendingen en tijdschriften en andere literatuur. De meesten die deze boodschap horen of lezen nemen deze echter niet ter harte (Matteüs 20:16).
In zijn Rede over de laatste dingen voorspelde Jezus dat Zijn evangelieboodschap van het Koninkrijk van God in de eindtijd hoofdzakelijk als een "getuigenis" gepredikt zou worden aan alle natiën (Matteüs 24:14), omdat de Vader op dit moment, door deze boodschap en Zijn Geest, slechts relatief weinigen kiest (Johannes 6:44) om zich voor te bereiden op het regeren met Christus wanneer Hij terugkomt. Die weinige mensen, die onsterfelijk gemaakt zullen worden bij Christus wederkomst, worden de "geroepenen en uitverkorenen en gelovigen" (Openbaring 17:14) genoemd.
Diegenen die geantwoord hebben op Gods roeping doen hun deel in de verspreiding van het goede nieuws van het komende "Koninkrijk van God" en bereiden zich voor om letterlijke leden van die glorieuze, regerende familie te worden bij Jezus wederkomst!
• • • • • • •
Vraag 22:
Ik heb wel eens horen zeggen dat het Vierde Gebod (Exodus 20:8-11) omschreven kan worden als het "test" gebod. Wat betekent dit voor Christenen?
Antwoord 22:
Om te slagen op school leren studenten om de instructies van hun leraren nauwkeurig op te volgen. Maar slechts weinigen realiseren zich dat iedere week God ons toetst op een speciale manier. Volgen wij de instructies van onze Leraar Jezus Christus (Matteüs 19:17) en nemen wij Zijn lessen in ons op?
Gods Woord vertelt ons dat Hij op de zevende dag van de scheppingsweek rustte (Genesis 2:1-3; Exodus 20:11). Hij creëerde of "maakte" (Markus 2:27) de eerste rustdag door te rusten, terwijl Hij al het andere maakte door te werken. Hij had geen rust nodig omdat Hij moe was (Jesaja 40:28); Hij is Geest en wordt nooit moe. Door te rusten op de zevende dag van de scheppingsweek (van zonsondergang vrijdag tot zonsondergang zaterdag), stelde God een voorbeeld voor Adam en zijn nakomelingen om na te volgen.
Degene die Jezus Christus werd (Johannes 1:1-5, 10-14) is Degene die stopte met Zijn scheppingswerk (Kolossenzen 1:13-16; Markus 2:28). Jezus maakte het duidelijk dat de zevende dag gemaakt is voor de mens (Markus 2:27; Exodus 20:8-10). God wilde dat de wekelijkse "Sabbat" (dit woord betekent rust in het Hebreeuws) een verfrissende zegening voor de mensheid zou zijn (Deuteronomium 5:14; Exodus 23:12). God wist dat mensen periodiek rust en afwisseling van het werk nodig hebben.
Maar het doel van het houden van Gods Sabbat gaat veel verder dan simpelweg te rusten op die dag. We hebben deze tijd elke week nodig om intiem geestelijk contact met God te hebben door gebed, Bijbelstudie en omgang met andere gelovigen.
Gods Sabbat dient niet licht opgevat of vergeten te worden. We worden geboden: "Gedenk de Sabbatdag" (Exodus 20:8). Het is een gedenkdag van Gods herstellen van de aarde en de schepping van de mens, en herinnert ons aan wie de Schepper is.
Op welke manier is het houden van de wekelijkse Sabbat een "test"? Het is een test van onze gehoorzaamheid aan God! Waar geloof in God betekent actieve gehoorzaamheid (Handelingen 5:29, 32; Romeinen 16:25-26). Diegenen die werkelijk geloven in God zullen Zijn Sabbat houden! Het houden van de Sabbat was een "test" om te zien of het oude Israël God zou gehoorzamen (Exodus 16:4-5, 22-23), zelfs vóórdat Hij alle Tien Geboden op de stenen tafelen gaf (Exodus 20:1-17).
Het houden van de Sabbatdag was ook bedoeld als een speciaal teken van identificatie tussen God en Zijn mensen (Exodus 31:13, 16-17). God wilde dat het oude Israël Hem in herinnering hield als de Schepper, Onderhouder en Allerhoogste Heerser over Zijn hele schepping, en daartoe koos Hij het houden van de Sabbat uit als het ene grote teken waardoor zij altijd herinnerd zouden worden aan wie Hij is en wie zij zijn - Zijn uitverkoren volk.
Vele belijdende Christenen zijn bereid te erkennen dat in deze tijd de andere negen geboden op een of andere manier gehouden zouden moeten worden, maar verwerpen en weigeren het letterlijk houden van slechts één gebod: het vierde! We zien dus dat het Sabbatsgebod een cruciale test van gehoorzaamheid is, want het identificeert degenen die zich overgegeven hebben aan God en streven om al Zijn geboden te houden.
Jezus woonde op regelmatige basis religieuze diensten bij op de Sabbatdag "volgens Zijn gewoonte" (Lucas 4:16,31). Hij gehoorzaamde Zijn eigen gebod om elke Sabbat samen te komen. Dit is de dag die Hij logischerwijs zou houden, aangezien Hij de Sabbat oorspronkelijk maakte door te rusten en te gebieden dat hij heilig zou zijn vanaf dat moment. Het was ook de gewoonte van de Apostel Paulus om de Sabbat te houden (Handelingen 17:1-2). Ander bewijs toont duidelijk aan dat de vroege Kerk van God de Sabbat hield (Handelingen 13:13-15, 42, 44; 18:1, 4, 11).
Diegenen die ernaar streven God ook vandaag de dag te gehoorzamen en te doen wat Hij zegt (Lucas 6:46), houden ook dezelfde dag die Jezus, Paulus en de hele ware Kerk altijd gehouden heeft.
Zij slagen voor Gods "test", iedere zevende dag van de week!
Om meer te leren over "de Sabbat" kunt u ons boekje lezen: Welke Dag Is de Christelijke Sabbat?.
• • • • • • •
Vraag 23:
De God van het Oude Testament lijkt streng door Zijn gebod "een oog voor een oog" en "een tand voor een tand". Is het niet zo dat Jezus kwam om Zijn Vaders wet van wrede slavernij weg te doen?
Antwoord 23:
Vele Bijbelstudenten zijn geschokt door Gods "een oog voor een oog" gebod in Exodus 21:23-25. Zij stellen zich voor dat in de Oudtestamentische tijden iemand die het verlies van een oog, hand of voet veroorzaakte automatisch hetzelfde verlies moest lijden. Velen vragen zich af: "Hoe kan een dergelijk wreed gebod komen van een liefhebbende Vader"?
We lezen: "Maar indien er een ander lestel is, zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem" (Exodus 21:23-25). God beschrijft het principe van rechtvaardige vergelding. Echter het "oog voor oog" moest niet in ieder geval toegepast worden. Let nota bene op het volgende vers: "Wanneer iemand het oog van zijn slaaf - of het oog van zijn slavin - raakt en het vernielt, zal hij hem om zijn oog vrijlaten" (vers 26).
God schrijft een rechtvaardige vergelding voor - vrijheid voor de gewonde slaaf - in plaats van een vergeldende verminking.
Een aantal verzen eerder vaardigde God uit dat iemand die een ander verwondde een rechtvaardige prijs moest betalen voor de "gedwongen rusttijd" en "voor genezing" moest zorgen (vers 18-19). Deze wet was een soort werknemersverzekering die ervoor zorgde dat de gewonde de juiste vergoeding voor zijn wond en verlies van productiviteit kreeg. In plaats van God als wreed af te schilderen leerden Zijn wetten en geboden de Israëlieten hoe zij hun naasten moesten liefhebben door het principe van rechtvaardige vergoeding voor een verlies toe te passen.
Schafte Jezus Gods wetten af? Nee! Hij stelde met klem dat Hij kwam om Gods wetten te vergroten (Jesaja 42:21 S.V.; Matteüs 5:17-19). Toen Hem gevraagd werd welk van Gods geboden het grootste was, antwoordde Jezus: "Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (Matteüs 22:37-40).
Vernietigde Jezus met deze woorden de Oudtestamentische wet? Nee! Hij citeerde er uit (Deuteronomium 6:5; Leviticus 19:18)! In plaats van iets nieuws te introduceren vergrootte Hij de bestaande wet en leerde hoe Christenen deze ook geestelijk toe moeten passen.
Het "een oog voor een oog" principe betrof naastenliefde. Jezus vergrootte het door vergeving te benadrukken. Let op Zijn uitleg: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe" (Matteüs 5:38-39).
Jezus toonde hiermee aan dat een Christen bereid moet zijn om onrecht te verdragen. Maar de wet bleef de maatstaf voor goed en kwaad. De Apostel Paulus schreef de Korintiërs dat zij eerder kwaad en onrecht moesten verdragen dan een andere Christen voor een openbare rechtszaal te slepen (1 Korintiërs 6:1-8). Paulus leerde ook dat we ons dienen te onderwerpen aan de regering die over ons gesteld is, zelfs wanneer deze oneerlijk of onrechtvaardig is (Romeinen 13:1-7) - zolang dit niet het overtreden van Gods wet tot gevolg heeft. Geduldig lijden ondergaan om een rechtvaardige zaak is het voorbeeld dat Christus stelde en dat alle Christenen dienen te volgen (1 Petrus 2:19-20).
De waarheid is dat het juk van slavernij op degenen drukt die zonde begaan (Johannes 8:34) - niet op degenen die Gods geboden houden. Gods wetten zijn heilig, rechtvaardig en goed (Romeinen 7:12). Christus kwam om de volledige bedoeling van de wet te volbrengen, namelijk liefde voor de naaste (Romeinen 13:10). Petrus zegt het op deze manier: "Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig, en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven" (1 Petrus 3:8-9).
Gods wet is altijd de maatstaf van het recht, maar Christenen dienen deze wet met mededogen toe te passen.
• • • • • • •
Vraag 24:
Verscheidene kerken gebruiken water om een ritueel uit te voeren dat zij doop noemen. Wat is het doel van de waterdoop? Welke methode is de juiste volgens de Bijbel?
Antwoord 24:
Weinigen in het moderne Christendom begrijpen de werkelijke betekenis van waterdoop. Er is ook veel verwarring over hoe gedoopt moet worden. Sommige kerken besprenkelen en sommigen begieten, terwijl anderen volledige onderdompeling beoefenen.
De meeste belijdende Christenen gebruiken tegenwoordig "besprenkeling". Echter het woord "besprenkelen" komt slechts een paar keer voor in het Nieuwe Testament - maar nooit in verband met de doop. "Uitgieten" wordt ook een aantal keer genoemd, maar nooit in verband met dopen.
Het woord "doop" komt uit het Griekse baptizo, dat "onderdompelen" of "ergens indoen" betekent. Dit Griekse woord kan niet "besprenkelen" of "uitgieten" betekenen. Het Griekse woord voor "besprenkelen" is rantizo, en "uitgieten" is cheo.
Vandaar dat, in de eigen woorden van de Bijbel, "besprenkelen" of "uitgieten" niet baptizo zijn. Doop betekent onderdompeling - het volledig onder water gedaan worden.
De Bijbel vertelt ons dat Johannes de Doper doopte "in" de rivier Aenon (Johannes 3:23). Johannes zou slechts een handvol water nodig hebben gehad om berouwvolle gelovigen te besprenkelen, of een kopvol om uit te gieten. Maar dopen vereist "veel water" (vers 23).
Ondanks dat Jezus Christus zonder zonde was, werd Hij gedoopt door Johannes, daarmee het voorbeeld gevend dat Zijn Kerk zou moeten navolgen (Matteüs 3:13-15; 28:19-20). We weten dat Jezus volledig ondergedompeld werd omdat Hij "opsteeg uit het water" (Matteüs 3:16). Hij zou niet hebben kunnen "opstijgen" uit het water van een besprenkeling of beker!
Toen Filippus de Ethiopische kamerling doopte, gingen zij beiden "in het water" (Handelingen 8:38). Filippus had niet "in" het water hoeven gaan om de kamerling te besprenkelen of water over hem uit te gieten, als dat de juiste handelwijze voor de doop is. Maar om de kamerling onder te dompelen moest Filippus ook in het water gaan.
Deze voorbeelden laten duidelijk zien dat volledige onderdompeling in water de doop was die door de Kerk die Christus stichtte gebruikt werd. En dat is de doop die door Zijn tegenwoordige Kerk gebruikt wordt!
Maar wat is precies het doel van de doop? Wat is de betekenis van het ondergedompeld worden in water? Waterdoop heeft geen mystieke of "magische" effecten. Zijn enige fysieke gevolg is dat iemand van top tot teen nat wordt! God gebiedt echter de doop als een handeling van gehoorzaamheid, waarmee we ons geloof demonstreren in onze levende Verlosser, Jezus Christus, en in Zijn vergoten bloed voor de vergeving van onze zonden. Hij geeft de gehoorzame en vergeven zondaar de gave van Zijn Heilige Geest (1 Petrus 1:17-19; Openbaring 1:5; Handelingen 2:38).
Waarom vraagt God om deze symbolische daad van onderdompeling? De doop symboliseert iemands dood, begrafenis en wederopstanding uit een "graf" (Kolossenzen 2:12-13; Romeinen 6:3-13). Net zoals Jezus stierf voor onze zonden en begraven werd, zo ondergaat degene die gedoopt wordt de symbolische dood en begrafenis van zijn oude, zondige leven, en komt dan weer naar boven uit het "watergraf" waar hij of zij ingegaan is. Net zoals Jezus opgewekt was "in nieuwheid des levens", symboliseert ons opkomen uit het water van de doop onze wederopstanding om een nieuw leven te leven van gehoorzaamheid aan God, vrij van de schuld van vroegere zonden en de doodstraf die voor deze zonden betaalt moest worden (Romeinen 6:23).
Doop is een symbolische uitdrukking van ons oprechte berouw van zonde, en onze wens om ons oude zondige leven te begraven. Wanneer we gedoopt worden, komen we op uit het water en erkennen we dat onze zelfzuchtige, ijdele en zondige oude ik gestorven is, zodat we een nieuw leven kunnen leven van geestelijke gehoorzaamheid aan Gods geboden. En deze geestelijke gehoorzaamheid wordt mogelijk gemaakt door de kracht van Zijn Heilige Geest.
Als u meer wilt leren over "de doop", dan kunt u ons boekje lezen: Behoort U Gedoopt te worden?.
• • • • • • •
Vraag 25:
De Apostel Paulus stelt "liefde is de vervulling der wet" (Romeinen 13:10). Betekent deze stelling dat we de Tien Geboden niet hoeven te houden als we de "liefde" hebben?
Antwoord 25:
De "liefde" waarover Paulus schrijft is niet een of ander sentimenteel gevoel van menselijke oorsprong. Hij legt uit dat het gaat over de liefde van God die in onze geest gelegd wordt door Zijn Heilige Geest (Romeinen 5:5; Galaten 5:22). Dit i | |