leeg Home Page
Literatuur
Bijbel Studie Cursus
Veel Gestelde Vragen
Veel Gestelde Vragen

leeg © Living Church of God

Vragen & Antwoorden


Vraag 1:

     Ik lees in Johannes 6:44 dat niemand de ware God kan vinden tenzij God hem of haar roept. Maar zijn wij dan geen vrije mensen met de capaciteit om zelfstandig keuzes te maken? Dit "roepen" doet het voorkomen alsof we geen keuze hebben, hoe is dit te verklaren?

Antwoord 1:

     Allereerst moeten we begrijpen dat God uiteindelijk de verlossing aan iedereen die ooit geleefd heeft zal aanbieden, ieder op zijn eigen tijd, zoals het Hem behaagt (Romeinen 9:15; 1 Timoteüs 2:3-5). Het is Zijn wil dat iedereen het eeuwige leven zal ontvangen en dat niemand verloren gaat (Johannes 3:16-17; 2 Petrus 3:9). Velen realiseren zich echter niet dat God niet iedereen nu roept. Als Hij op dit moment iedereen probeerde te verlossen dan zouden we zijn pogingen tot nu toe een gigantische mislukking moeten noemen. Maar als God daadwerkelijk de wereld nu zou willen verlossen, dan zou Hij daarin slagen! Was het niet Gods bedoeling de ontelbare miljoenen te redden die gestorven zijn zonder ooit de naam van Jezus Christus gehoord te hebben? Natuurlijk wel! De schrift verhaalt (zie Openbaring 20) van een tijd in de toekomst wanneer iedereen het ware Evangelie zal horen en Gods roeping zullen ontvangen. Sommigen worden echter geroepen als "eerstelingen" (Jakobus 1:18) en krijgen de kans om op het Evangelie te reageren zelfs in deze donkere tijden.

     Van de dag af dat Adam en Eva verkozen Satan te volgen in plaats van de leefregels van hun Schepper (Genesis 3) heeft God de mensheid toegestaan om te experimenteren met elke denkbare oplossing voor de wereldproblemen. Tot nu toe: zonder succes! De Bijbel en de niet - kerkelijke geschiedenis tonen ruimschoots de hopeloze mislukking aan van het menselijk bestuur over zijn omgeving en zichzelf. God laat ons leren, door vallen en opstaan, dat onze aanpak van zaken ons niet de blijvende vreugde, het succes en de vervulling brengen die we allemaal verlangen. En toch, midden in deze zondige wereld, roept God sommigen om Hem te dienen. Uiteindelijk zullen allen geroepen worden om leden van Gods gezin te worden (Matteüs 25:34; Hebreeën 2:9-11). God trekt degenen die Hij roept tot het lichaam van Christus, dat Zijn Kerk is (1 Korintiërs 1:2; 12:13). Hij brengt ons tot berouw (2 Timoteüs 2:25-26).

     Wanneer we door de kracht van Gods Heilige Geest geroepen en geplaatst zijn in de Kerk die Christus bouwde (Matteüs 16:18) zijn we nog steeds mensen met een vrije wil. We hebben nog steeds de vrijheid om ongehoorzaam te zijn aan de goddelijke wil - maar het gevolg voor het koppig blijven overtreden van Gods wet zal uiteindelijk strenge en zekere bestraffing zijn. Het loon voor de zonde is de dood (Romeinen 6:23). Diegenen die nu tot berouw geroepen zijn en de Geest van God gekregen hebben, hebben een grotere verantwoordelijkheid om "de zondige daden van het vlees te doden" en de zonde te overwinnen door de kracht van die Heilige Geest (Kolossenzen 3:5-10).

     God heeft altijd, in ieder tijdperk, sommige mensen geroepen om getuigen te zijn tegen het kwaad en de zonden van deze wereld (Deuteronomium 8:19-20). Jesaja 59 is een prachtig uitgedrukt getuigenis van Gods instelling ten opzichte van de manier van leven van de mensheid. Zelfs nu roept God sommigen om deel te hebben aan Zijn laatste waarschuwing aan deze ten onder gaande en ongehoorzame wereld. U bent in contact gekomen met het Werk dat God op dit moment doet door Zijn Kerk. Als u oprecht de waarheid van God zoekt en meer wil leren over Zijn plan voor uw plaats in Gods Koninkrijk, blijf dan alstublieft het materiaal lezen dat wij publiceren. Vraag God om u te laten zien wat u zou moeten doen en welk deel Hij u in Zijn plan wil laten uitvoeren. Als God u op dit moment roept bent u gezegend met de mogelijkheid om deel uit te maken van de eerste opstanding van de doden (Openbaring 20:5-6). En om God te dienen door met Christus te regeren in het spoedig komende Millennium. Wat een geweldige roeping!

• • • • • • •

Vraag 2:

      Ik heb mij laten vertellen dat het verkeerd is om te bidden tot Jezus Christus, aangezien zijn offer de scheiding verwijderde tussen mensen en God de Vader, tot wie wij zouden moeten bidden. Klopt dit?

Antwoord 2:

     Nee, het is niet verkeerd om te bidden tot Jezus Christus. God is onze liefhebbende Vader, maar wij moeten zijn geliefde Zoon, Jezus Christus niet negeren. Wij kunnen in de Bijbel zien dat Jezus Christus waardig is om onze gebeden te ontvangen. Wij zien Jezus Christus als de God van het Oude Testament (1 Korintiërs 10:1-4). Hij was bij God de Vader vanaf het begin (Johannes 1:1-4). Het Woord, dat bij God was aan het begin, werd vlees (Johannes 1:14-15).

     De Bijbel geeft ons het voorbeeld van de ouderling Stefanus - de eerste in de Bijbel vastgelegde martelaar van de Apostolische Kerk. "En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest" (Handelingen 7:59). Zelfs aan het einde van zijn leven, terwijl hij vermoord werd om zijn onverschrokken prediking, riep Stefanus niet God de Vader aan maar Jezus Christus, zijn Verlosser. Stefanus wist dat hij een diepgaande relatie met zowel God de Vader als met Jezus Christus had.

     Jezus aanvaardde de aanbidding en verering van anderen. Toen Hij na Zijn opstanding aan Maria van Magdala en de andere Maria verscheen "grepen zij zijn voeten en aanbaden Hem" (Matteüs 28:9).

     Toch moeten wij niet vergeten dat God de Vader de meerderheid van onze gebeden tot Hemzelf gericht laat zijn. Jezus Christus stelde dat Hij en de Vader één in gedachten, houding en doel zijn (Johannes 10:22-39; 17:20-23). Sinds Zijn opstanding zit de verheerlijkte Jezus Christus aan de rechterhand van God de Vader (Hebreeën 10:12; 1 Petrus 3:21-22).

     Jezus Christus is God zoals God de Vader God is. Daarnaast zien wij in, dat zonder het offer van Jezus Christus de scheiding tussen mensen en God de Vader niet opgeheven had kunnen worden (2 Korintiërs 3:14). Als wij niet tot de Vader bidden minimaliseren wij deze grote gift van genade die ons door Jezus Christus gegeven is. Jezus Christus leerde ons om tot de Vader te bidden, die Hij erkende als Zijn meerdere (Matteüs 6:9; Johannes 14:28). Wij kunnen deze instructie om onze liefdevolle Vader te eren niet negeren.

     En zelfs wanneer wij bidden tot God de Vader doen wij dit door het gezag van Zijn geliefde Zoon, Jezus Christus. "En al wat gij doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader, dankende door Hem" (Kolossenzen 3:17)!

     De apostel Paulus schreef ook aan de Christenen over zijn hoop dat "hun harten getroost en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van een volledig inzicht, en zij het geheimenis Gods mogen kennen, Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn" (Kolossenzen 2:2-3). Onze Verlosser leerde ons niet alleen tot God de Vader te bidden, maar Hij maakte die gebeden ook mogelijk. Dit laat onverlet dat God de Vader niet wil dat wij een liefhebbende persoonlijke relatie met zijn geliefde Zoon vermijden (Matteüs 17:5).

     De Bijbel laat ons zien dat God de Vader het eerste en hoogste lid van de God-Familie is, zoals Jezus Christus Zelf bevestigde. Vóór Christus offer scheidde een sluier de mensheid van God de Vader, en het was Jezus Christus' offer dat die scheiding verwijderde. Wij zien dat, zoals Jezus Christus leerde, God de Vader primair de ontvanger dient te zijn van onze dankzegging, lofprijzing en smeekbedes in ons gebed. Maar ook zien wij dat die gebeden tot God de Vader gaan in de naam van onze Verlosser, Jezus Christus, met wie wij allemaal een intieme persoonlijke relatie dienen te hebben. Als onderdeel van die relatie mogen wij zeker het Bijbelse voorbeeld van Stefanus volgen en sommige van onze gebeden richten tot de geliefde Zoon van God de Vader, Jezus Christus.

• • • • • • •

Vraag 3:

     Kort geleden werd me verteld dat het verkeerd is om woorden zoals "Gossie" of "Jeetje" te gebruiken. Zijn deze woorden echt zo slecht?

Antwoord 3:

      Wij horen tegenwoordig vaak woorden als "Gossie", "Jeetje" en soortgelijke woorden in gesprekken. Ondanks dat ze onschuldig kunnen klinken zouden wij het gebruik ervan beter kunnen vermijden. Waarom? Omdat deze woorden eufemismen zijn van de namen van God en Jezus Christus. Een eufemisme is een "verzachtende uitdrukking" (Prisma Nederlands Woordenboek, 1993). Het Engelse woordenboek "Random House Dictionary of the English language" geeft de betekenis als volgt weer: "de vervanging van een milde, indirecte of vage uitdrukking voor een uitdrukking die aanstootgevend, bot of grof gevonden wordt".

      Er wordt ons in Exodus 20:7 verteld: "Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt". Met andere woorden, wij dienen Gods naam niet op enige disrespectvolle of oneerbiedige manier te gebruiken. Dit betreft ook het gebruik van Gods naam in de vorm van een eufemisme.

      De bijbel illustreert het grote belang dat God hecht aan Zijn naam. In Jesaja 9:5 wordt Hij genoemd "Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst" - allemaal termen van eerbied en verering.

      De psalmen staan vol van lof voor Gods naam. "Zingt Gode, psalmzingt Zijn naam, baant de weg voor Hem die door de vlakten rijdt; HERE is Zijn naam, juicht dan voor zijn aangezicht" (Psalm 68:5). "Dat zij de naam des HEREN loven, want Zijn naam alleen is verheven, Zijn majesteit is over de aarde en hemel" (Psalm 148:13). "Juicht Gode, gij ganse aarde, psalmzingt de heerlijkheid van Zijn naam; maakt zijn lof heerlijk" (Psalm 66:1-2).

      Als wij terloops Gods naam - of een eufemisme voor Gods naam - gebruiken om schrik, verrassing of zelfs een vloek te uiten, tonen wij in feite minachting voor de Schepper van het Universum.

      Aan de andere kant zegt God door de profeet Maleachi "Maar voor u, die Mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen" (Maleachi 4:2).

      Op welke manieren dienen wij Gods naam te gebruiken? In het Nieuwe Testament vertelt Christus Zijn discipelen tot God te bidden door Zijn naam. "En wat gij ook vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde" (Johannes 14:13). En als wij bidden dienen wij eer aan Gods naam te geven. "Bidt gij dan aldus: onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd" (Matteüs 6:9).

      De discipelen genazen de zieken door de naam van Jezus Christus. "Maar Petrus zeide: zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! " (Handelingen 3:6). Jakobus droeg de kerk op om dat voorbeeld te blijven volgen. Hij zei, "Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren" (Jakobus 5:14).

      In het boek Handelingen lezen wij dat de discipelen het Evangelie predikten door de naam van Jezus Christus (Handelingen 9:15), en doopten in Christus' naam (Handelingen 2:38; 8:16; 19:5).

      Paulus schreef aan de kerk in Efeze, "Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen" (Efeziërs 4:29).

      De woorden die wij gebruiken zijn voor God belangrijk. Wij moeten zeker zijn dat ons spreken onze eerbiedigheid en verering voor Hem weerspiegelen.

• • • • • • •

Vraag 4:

     In Matteüs 12:32 zegt Christus: "Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in deze eeuw, noch in de toekomende". Waarom zou Godslastering vergeven worden als het Christus betreft maar niet wanneer het de Heilige Geest betreft?

Antwoord 4:

     Godslastering wordt door God zeer ernstig genomen en het is één van de menselijke gewoonten die we geboden worden uit te roeien. In Kolossenzen 3:5-8 zegt Paulus: "Doodt dan de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij... toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond".

     In het Oude Testament wordt het woord "Godslastering" vertaald vanuit het Hebreeuwse "ne'atsah" dat letterlijk betekent "verachten". Het woord "naqab" wordt ook vertaald met "Godslastering". Ondanks dat het letterlijk "doorboren" betekent kan het ook in figuurlijke zin gebruikt worden. In het Nieuwe Testament heeft het Griekse woord "blasphemo" dezelfde betekenis van Godslastering. In de moderne betekenis behelst Godslastering verachting, geringschatting, oneerbiedigheid of zelfs vijandigheid richting God.

     In het oude Israël werd Godslastering zwaar bestraft. God zei tot Mozes, "En tot de Israëlieten zult gij zeggen: Een ieder, die zijn God vloekt, zal zijn zonde dragen. Wie de Naam des HEREN lastert, zal zeker ter dood gebracht worden" (Leviticus 24:15-16).

     Op welke manier heeft Godslastering betrekking op ons? Vanzelfsprekend is het Godslastering om God te vloeken, lasteren of smaden en dit zou nooit gedaan moeten worden. Het gebruik van eufemismen zoals "gossie", "jeminee" of "jeetje" is ook een vorm van Godslastering. Het lijkt onschuldig maar deze woorden denigreren Gods naam en overtreden het Derde Gebod (Exodus 20:7). ( Zie ook Vraag 3 )

     We kunnen ook Gods naam lasteren door onze daden. In Jakobus 2:7 worden we eraan herinnerd dat partijdigheid of respectloosheid naar andere mensen een Godslasterlijke houding toont richting God, die immers hun Schepper is. Ons verkeerde gedrag kan ook anderen mogelijkheden geven om God te onteren. Na David's overspelige verhouding met Batseba vertelde de profeet Natan de koning dat zijn daden niet alleen zichzelf maar ook God troffen. Hij zei, "ofschoon gij door deze daad de vijanden des HEREN zeer hebt doen lasteren, - de zoon echter, die u geboren is, zal sterven" (2 Samuël 12:14).

     Onder het Nieuwe Verbond legde Christus uit dat Godslastering, zoals al onze zonden, vergeven kan worden. Hij zei, "Voorwaar, Ik zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen vergeven worden, ook de Godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben" (Markus 3:28).

     In feite is het mogelijk dat mensen God lasteren zonder het zelfs te beseffen. Dit is waar Christus aan refereerde in Matteüs 12:32 toen Hij zei: "Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden". Toen de mensen in Jezus' tijd Hem zagen, zagen zij een menselijk wezen. Ze zagen Hem niet in al Zijn eerdere glorie en heerlijkheid. In Zijn nederigheid begreep Hij dit en vergaf ze hun laster, smaad en zelfs vijandigheid.

     Wat ons voorbij het bereik van vergeving plaatst wordt uitgelegd in Markus 3:29 en Matteüs 12:32. Welke kant gaan mensen op als zij, zoals de Farizeeërs in Matteüs 12:24, welbewust het goede zien en het kwaad noemen, of wanneer zij opzettelijk het rechtvaardige werk van de Heilige Geest bestempelen als het werk van Satan de duivel?

     We vinden het antwoord in Hebreeën 10:26-29. "Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? "

     Vergeving kan alleen gegeven worden aan hen die het zoeken en berouw hebben, niet aan degenen die willens en wetens de parels [waarheden] van God met voeten treden. De opzettelijke, bewuste verachting van Gods Heilige Geest die aan het werk is, is een potentieel dodelijke instelling om te tonen.

• • • • • • •

Vraag 5:

      Door het lezen van uw tijdschrift en boekjes krijg ik een beter begrip van Gods woord. Mijn partner wil er echter niets mee te maken hebben. Mijn toewijding voor Bijbelstudie en het delen van bijbelse waarheden met hem stuiten op afwijzing en afschuw. Wat kan ik doen om mijn partner aan te moedigen?

Antwoord 5:

     Ongeloof, haat en vervreemding van familieleden zijn beproevingen waarvan Jezus profeteerde dat alle ware Christenen zezouden ondergaan (Lucas 12:51-53). Omdat de menselijke natuur weerstand biedt aan verandering kan zelfs het spreken van de waarheid een niet-gelovige partner overstuur maken (Romeinen 8:7). Vanuit onbeheerste toewijding hebben sommigen geprobeerd hun partners te dwingen te gaan geloven zoals zei zelf doen, door ze "om de oren te slaan" met hun nieuwe inzichten. Jezus Christus dwong nooit iemand te geloven en ook intimideerde Hij niemand tot onderdanigheid. Hij leefde gewoonweg op Gods manier en offerde Zichzelf bereidwillig op als het perfecte voorbeeld dat wij allen dienen te volgen. Op eenzelfde manier kunt u een positief instrument in Gods handen zijn om uw partner aan te moedigen en misschien zelfs te overtuigen.

     Allereerst dient u uw partner te verzekeren dat het aangaan van een verbintenis met God ook een verbintenis van liefde aan hem of haar betekent. De liefde van een gelovige man wordt geuit door de bereidheid zich op te offeren voor zijn vrouw "evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft" (Efeziërs 5:25-29). Zou een niet-gelovige vrouw zulke diepgaande aandacht en zorg voor haar afwijzen? Zeker niet!

     Een gelovige vrouw zal streven haar man te respecteren en lief te hebben (Efeziërs 5:21-24). God zegt dat de echte schoonheid van een vrouw van binnen zit - "de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God" (1 Petrus 3:3-4). Wie zou ontevreden zijn met een attente, liefhebbende en trouwe vrouw - met een onbetaalbare houding? Daarom zouden gelovige mannen en vrouwen hun partners moeten laten zien dat Gods manier van leven goed voor hun huwelijk zal zijn.

     Ten tweede, zorg dat u een helder stralend voorbeeld wordt van wat u leert. Uw daden van vriendelijkheid en welwillendheid ten opzicht van uw partner zullen uw woorden van oprechtheid bevestigen. Sommige partners zullen bijvoorbeeld bezwaar hebben tegen het bestuderen van de Bijbel of Bijbelse literatuur door hun partner in hun aanwezigheid. Probeer hun zienswijze aan te voelen. Waarom ligt dit gevoelig? Voelen zij zich door u genegeerd? Waarlijk, Jezus zei dat we allereerst het Koninkrijk van God moeten zoeken en Zijn gerechtigheid. Echter, sommige zaken kunnen beter in afzondering gedaan worden, zoals bidden en vasten (Matteüs 6:1-6, 16-18).

     Wat zou uw partner dus moeten zien? Jezus zei, "Gij zijt het licht der wereld.... Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken" (Matteüs 5:13-16). Dit "geestelijke licht" is zo sterk dat een niet-gelovige echtgenoot "gewonnen" kan worden door het gedrag van de vrouw (1 Petrus 3:1-2). Met andere woorden, het zou kunnen dat God uw voorbeeld gebruikt om de ogen van uw partner te openen voor de waarheid!

     Ten derde, bid vurig tot God dat Hij uw partner beweegt Hem te zoeken. Het opwindende nieuws is dat het Gods verlangen is dat de hele mensheid de kans krijgt gered te worden (Johannes 3:16; 1 Timoteüs 2:3-4). Ieder mens zal de kans gegeven worden berouw te hebben van haat en opstand tegenover God. Alleen bij oprechte bekering, doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest kunnen diepgewortelde gevoelens van haat overwonnen worden.

     Blijf, terwijl u wacht op Gods antwoord op dit gebed, voortdurend de Vader om wijsheid vragen. Het vergt goddelijke wijsheid om uw partner lief te hebben, misverstanden uit de wereld te helpen en vrede te stichten. Ongetwijfeld zullen de eigenschappen van het Christelijk leven u bemind maken bij uw partner en u tegelijkertijd een opwekkende weerspiegeling van het Koninkrijk Gods maken.

• • • • • • •

Vraag 6:

      Als de poort eng is en de weg smal, zoals Jezus Christus zei in Matteüs 7:13-14, hoe kan dan Zijn juk zacht en Zijn last licht zijn (Matteüs 11:30)? Verklaart u alstublieft deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid.

Antwoord 6:

     Op het eerste gezicht lijkt dit een tegenstrijdigheid te zijn maar is dit in feite niet. Om uw vraag te beantwoorden is het nodig elk tekstgedeelte te begrijpen, te beginnen met Matteüs 7:13-14.

     In dit tekstgedeelte geeft Jezus twee manieren van leven weer. Hij zei: "Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden" (Matteüs 7:13-14). Het woord "eng" in de Engelse New King James Version bijbelvertaling is vertaald van een Grieks woord dat duidt op "samengedrukt worden" of ingesloten zijn door hoge rotsen in een ravijn. Het Griekse woord "smal" heeft volgens het Engelse bijbels woordenboek An Expository Dictionary of Biblical Words (Vine, 1985) de betekenis "smal" of "begrensd".

     Gods manier van leven is niet de natuurlijke manier die de zondige mensheid zou kiezen of het meest gemakkelijk vindt. De menselijke natuur zoekt en verblijft het makkelijkst in zijn eigen gemak. Op een subtiele manier heeft het een hekel aan en verzet het zich tegen Gods manier en Zijn Wet - de Tien Geboden (Romeinen 8:7). Het hart van de mens is zo verderfelijk (Jeremia 17:9) dat velen denken in Christus te kunnen geloven en een zondige levensstijl er op na te houden. Daarom waarschuwde Jezus al Zijn volgelingen om te strijden "om in te gaan door de enge poort..." (Lucas 13:24). Het Griekse woord voor "strijden" is agonizomai dat "zwoegen" of letterlijk "met de dood worstelen" betekent (The Companion Bible). Wanneer het woord figuurlijk gebruikt wordt als "strijden" zoals in 1 Timoteüs 6:12, duidt het op "strijden en wedijveren met alle volharding tegen verzoeking en tegenstand".

     De menselijke natuur is van nature geneigd naar zelfzucht en ongehoorzaamheid aan Gods heilige en rechtvaardige wetten. Zonder een diep hartgrondig berouw van de zonde en een strijd tegen iemands eigen natuur zullen velen gewoonweg de deur naar Gods Koninkrijk niet kunnen vinden! De worsteling voor elke ware Christen is om berouw te tonen van begane zonden (Psalm 32) en Gods wil te zoeken in plaats van de eigen wil (Psalm 119)! De overgrote meerderheid van de mensheid wil niet langs dat rechte en smalle pad gaan en kiezen eerder de makkelijke en brede weg. Sommigen zullen in Christus' naam profeteren, boze geesten verdrijven en vele wonderen doen, maar zonder dat het hen baat (Matteüs 7:21-23). Waarom niet? Omdat zij "wetteloos" blijven handelen (v.23). Maar diegenen die ervoor kiezen berouw te hebben en wetteloosheid achter zich te laten helpt Jezus op weg op het smalle pad.

     Let nu op het tweede tekstgedeelte van de vraag. Jezus zei: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Matteüs 11:28-30). De Apostel Johannes werkt dit als volgt uit: "Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar" (1 Johannes 5:3).

     Gods manier van leven is daadwerkelijk een gezegende manier van bevrijding van zonde en haar gevolgen, welke uiteindelijk de dood tot gevolg hebben (Romeinen 6:23). Als Christenen dienen we berouw te hebben en af te leggen "alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat" - te vertrouwen op Jezus Christus om ons door al onze problemen en beproevingen te helpen - en al onze bekommernis op Hem te werpen, want Hij zorgt voor ons (Hebreeën 12:1-4; 1 Petrus 5:7). Het is het juk van de zonde dat ons vangt en neerdrukt! Door berouw en geloof in Jezus Christus kunnen we vergeven en verlost worden van de wurgende greep van de zonde. Jezus sprak over twee manieren van leven - slavernij aan de zonde, geketend door schuld en leidend tot een eeuwige dood, versus blijde gehoorzaamheid aan Gods manier van leven en het ontvangen van overvloedige zegeningen leidend tot eeuwig leven.

     De twee tekstgedeelten in kwestie zijn dus duidelijk niet tegenstrijdig maar opeenvolgend in hun bedoeling. De ene tekst stimuleert een activiteit - het kiezen voor gehoorzaamheid aan Gods wet. De andere tekst beschrijft het gevolg van die keuze - een zacht juk en een lichte last. Iedereen die deze keuze reeds gemaakt heeft realiseert zich waarlijk de zegeningen die deze oplevert.

• • • • • • •

Vraag 7:

      Laat de bijbel zien dat Christus geboren is op 25 december?

Antwoord 7:

     één sleutel voor het nauwkeurig dateren van Jezus Christus' geboorte is gevat in een bijbelse uitspraak over Zacharia, de vader van Johannes de Doper. In Lucas worden wij verteld dat Johannes' vader "tot de afdeling van Abia" behoorde (Lucas 1:5). Deze korte aanhaling is zeer belangwekkend.

     Wij leren van Lucas dat Maria, de moeder van Jezus, haar familielid Elisabet ging bezoeken vlak nadat zij zwanger werd van Jezus. Elisabet was zes maanden zwanger op dat moment (vers 36-41). Johannes de Doper was dus ongeveer zes maanden ouder dan Jezus. Als we dus kunnen bepalen wanneer Johannes geboren is, is het benaderen van Christus' geboortedatum een simpele rekensom. Op dit punt is de zin "tot de afdeling van Abia" van belang.

     Ongeveer 1000 jaar eerder, in de dagen van Koning David, was het aantal priesters in Israël behoorlijk toegenomen. David verdeelde hen daarom in 24 afdelingen of "opeenvolgingen" om te rouleren in hun dienst in de tempel (1 Kronieken 24; ook 23:6; 28:13). De Joodse historicus Flavius Josephus schreef in de eerste eeuw na Christus dat de hiervoor genoemde indeling bestaat "tot op de huidige dag" (Antiquities of the Jews, boek 7, hfd.14, al.7).

     Volgens de Talmud dienden alle priesters in Jeruzalem gedurende de drie jaarlijkse feesttijden - Pascha, Wekenfeest (Pinksteren) en Loofhuttenfeest (vlg. Leviticus 23; Deuteronomium 16). Gedurende de rest van het jaar dienden zij opvolgend waarbij iedere dienstbeurt één week duurde. De roulatie begon op de eerste Sabbat van Nisan (of Abib) - de eerste maand van de Hebreeuwse kalender - en iedere dienstbeurt duurde van Sabbat tot Sabbat.

     Aangezien alle afdelingen dienden tijdens de week van het Pascha kwam de dienstbeurt van Abia - de achtste in de roulatie (cf. 1 Kronieken 24:10) - aan het begin van de negende week. En wanneer zijn dienst voorbij was, was de week van Pinksteren al begonnen - dus duurde de dienst van Abia tot in de tiende week. Lucas 1 laat ons zien dat Johannes verwekt werd vlak nadat zijn vader thuisgekomen was van zijn dienst in de tempel (vers 23-24). Dit was tijdens de tweede helft van Sivan, de derde maand van de Joodse kalender. Dus zou zijn geboorte ongeveer negen maanden later in de lente van het volgende jaar zijn. En aangezien Jezus ongeveer zes maanden na Johannes geboren is, zou Hij in de daaropvolgende herfst geboren moeten zijn.

     Deze conclusie wordt bevestigd door twee andere details die Lucas ons geeft omtrent Jezus' geboorte. Lucas beschrijft dat de herders in het veld waren, wacht houdend over hun kudden in de nacht (Lucas 2:8). Kort na de herfstoogst en het Loofhuttenfeest, in oktober, begint het regenseizoen in Judea. En in november - wanneer het weer kouder geworden is - zouden de kudden binnengehaald zijn voor de winter. Wanneer december aanbreekt zouden de kudden dus niet meer 's nachts met de herders in het veld zijn.

     Een ander detail dat Lucas ons geeft is dat Jozef en Maria naar Bethlehem gegaan waren op de tijd dat een inschrijvingsbevel uitging ten behoeve van belastingheffing (Lucas 2:1-4). Normaliter werden deze inschrijvingen gehouden vlak na de oogst - wederom wijzend op een datum in de herfst. Klaarblijkelijk is Jezus dus niet geboren op 25 december.

     Waar komt het idee van het vieren van 25 december als Christus' geboortedatum dan vandaan? We hebben reeds gezien dat het niet door de Bijbel bevestigd wordt. Om meer over de verrassende niet-christelijke oorsprong van dit idee en de oorspronkelijke bijbelse waarheden die erdoor aan de kant geschoven zijn te weten te komen kunt u het boekje "De Heilige Dagen - Gods Meesterplan" op onze internetpagina lezen.

• • • • • • •

Vraag 8:

      Kunt u mij uitleggen wat er gebeurde met de uit het graf opgestane heiligen uit Matteüs 27? Zijn zij in de hemel?

Antwoord 8:

     Het verslag van Matteüs was niet het eerste van mensen die uit de dood tot leven gewekt zijn. De Bijbel bevat het verslag van acht andere bovennatuurlijke opstandingen (1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:32-37; 13:20-21; Matteüs 9:23-26; Lucas 7:11-17; Johannes 11:43-44; Handelingen 9:36-42; 20:9-12). In deze gevallen is het duidelijk dat de betrokken personen uit de dood tot leven gewekt werden. Hoe staat het echter met de heiligen die uit de graven kwamen na Christus' opstanding? Let op de betreffende tekst: "... en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt. En zij gingen uit de graven na Zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen" (Matteüs 27:52-53).

     Dit uitzonderlijke wonder betrof een grote groep mensen die de heilige stad, Jeruzalem, binnengingen. Zij kwamen uit hun graven kort na Jezus' Christus opstanding. Maar was dit een opstanding tot het eeuwige leven? De apostel Paulus beantwoordde deze belangrijke vraag in zijn eerste brief aan de kerk in Korinte. Paulus begon met het uitleggen dat Jezus Christus "de eersteling" - de eerste om opgewekt te worden tot het eeuwige leven - geworden is van al diegenen die gestorven zijn (zie 1 Korintiërs 15:20-21). Vervolgens beschrijft Paulus de opstanding tot het eeuwige leven van alle heiligen (alle ware discipelen die in Christus gestorven zijn): "Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst" (1 Korintiërs 15:21-23).

     Deze tekstgedeelten onthullen een onmiskenbare volgorde; Christus als eerste, dan diegenen die van Christus zijn bij Zijn komst. God zou niet een volgorde van opstandingen instellen en vervolgens Zichzelf tegenspreken. Hij zaait geen verwarring en evenmin kan Hij liegen! Dus zullen ware gelovigen "die in Christus zijn" opgewekt worden bij Christus' tweede komst. Niet eerder dan bij die opstanding zullen stervelingen "onsterfelijkheid aandoen" (vers 51-54).

Welk doel dienden de eerdere opwekkingen dan?

     Lazarus' opmerkelijke opstanding versterkte het geloof van de omstanders. Jezus bad tot de Vader, "...Vader, Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt" (Johannes 11:41-42). Door de geschiedenis heen zijn fysieke opwekkingen uit de dood voorbeelden geweest van Gods grote genade, glorie en macht. Zij wezen op Gods werk en identificeerden Zijn ware volgelingen. Daarom diende de opgewekte groep heiligen die Jeruzalem binnengingen als een krachtig getuigenis van Gods werk door Zijn Zoon - kort tevoren opgewekt tot onsterfelijkheid. "Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil"(Johannes 5:21).

     Hoe weten wij echter zeker dat de zoon van de weduwe, de zoon van de Sunammitische vrouw, Lazarus en alle anderen met uitzondering van Jezus Christus, opgewekt waren tot sterfelijk leven? Omdat Jezus "alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont" (1 Timoteüs 6:16). Jezus kondigde aan "En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13). Na hun fysieke opstanding leefden zij ongetwijfeld hun sterfelijk leven en stierven opnieuw. Op dit moment rusten zij in hun graven - wachtend op Christus' wederkomst - "zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen" (Hebreeën 11:39-40).

• • • • • • •

Vraag 9:

      Ik heb gelezen dat God het gebed van zondaars niet verhoort. Hoe is het mogelijk dat God iemands gebed verhoort, aangezien alle mensen gezondigd hebben en Gods heerlijkheid daardoor missen?

Antwoord 9:

     De ontnuchterende waarheid is dat zonde - het breken van Gods heilige en rechtvaardige wet - daadwerkelijk de mensheid van God afkeert! Sinds Adam en Eva hebben werkelijk alle mensen gezondigd en daarmee Gods heerlijkheid gemist (Romeinen 3:23). De profeet Jesaja schrijft, "Uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort" (Jesaja 59:2; Johannes 9:31; Spreuken 28:9). Hoe kan God ons dan verhoren? Let op het antwoord van de profeet Jesaja:

      "Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig"
(Jesaja 55:6-7).

     Om gebedsverhoring te krijgen moet men God zoeken door zich van de zonde af te keren. Zonde is het overtreden van Gods geestelijke wetten: De Tien Geboden (1 Johannes 3:4). Omdat de vleselijke geest niet onderworpen is aan Gods heilige en rechtvaardige wetten ervaren Christenen vaak een inwendige strijd (Romeinen 8:7). De Apostel Paulus beschrijft deze strijd door uit te roepen "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" (Romeinen 7:24). Het antwoord is: "door Jezus Christus, onze Here! " (vers 25).

     Wanneer we ons bekeren maken we een 180 graden ommekeer en richten ons naar God. Met berouw komt een afkeer van zonde en een hartgrondige verandering van geest. Door Gods genade zien berouwvolle personen hun hulpeloosheid en de onvermijdelijke noodzaak van het geloof en vertrouwen in Jezus Christus. Dat geloof in Christus en Zijn vergoten bloed reinigt het geweten van dode werken (Hebreeën 9:11-14) en maakt direct contact met de Vader mogelijk.

      "Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water" (Hebreeën 10:19-22).

     Ware bekering betekent volledig overgave aan Jezus Christus - bekering van gedachten zowel als daden! Men dient Jezus Christus waarlijk te accepteren als persoonlijke Verlosser, Heer, Meester en spoedig komende Koning. Men dient Zijn wil, niet de eigen, prioriteit te geven in zijn leven. Men dient Zijn wegen en gedachten te zoeken en anderen te dienen boven "het dienen" van de eigen persoon.

     God verhoort wel degelijk de gebeden van hen die Hem waarlijk zoeken, zich bekeren van hun zonden en zich tot Hem wenden! Diegenen die opstandig blijven, God negeren en nooit daadwerkelijk veranderen zullen simpelweg niet verhoord worden! Hun zonden zijn een barrière en snijden hen af van God. Maar een echt berouwvolle houding zal God bewegen om te luisteren (Psalm 34:18). God stelt "op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft" (Jesaja 66:2). Als we in nederigheid van geest en berouw "tot God naderen", zal Hij tot ons naderen (Jakobus 4:7-8). Wonderen van goddelijk ingrijpen zullen plaatsvinden. We zullen antwoord krijgen op onze gebeden. Waarom? Let op het geïnspireerde antwoord: "en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor Zijn aangezicht" (1 Johannes 3:22).

     Zondigen Christenen nog steeds - zelfs ná bekering? Ja! "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet" (1 Johannes 1:8). God kijkt echter naar het hart om de drijfveer te zien. Vóór de bekering is het hart verhard in misleiding en opstand tegen God. Na de bekering zondigen de meeste Christenen uit zwakte of onachtzaamheid. De gevoeligheid voor zonde en het uit zonde voortvloeiende schuldgevoel bewegen de groeiende Christen echter om tot God te roepen om vergeving en kracht om te overwinnen. Veel schriftgedeelten verklaren dat bekering een groeiproces is - dat we moeten groeien in genade en kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus" (2 Petrus 3:18).

     Maar snijdt het zondigen na bekering ons af van God zoals tevoren? Elke zonde die niet beleden is belemmert de beantwoording van onze gebeden (1 Petrus 3:7). Echter, "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid" (1 Johannes 1:9).

Wanneer we ons bekeren van zonde en ons overgeven aan God kunnen en zullen onze gebeden verhoord worden!

• • • • • • •

Vraag 10:

      Een populair televisieprogramma vertoont engelen die als mensen verschijnen. Stuurt God echt Zijn rechtvaardige engelen naar de Aarde om speciale hulp aan de mensen te bieden?

Antwoord 10:

     Al gebruikt God Zijn engelen niet precies zoals weergegeven in het televisieprogramma, toch krijgen ze specifieke taken toegewezen.

     Gods doel voor Zijn engelen wordt geopenbaard in Hebreeën 1:7,14: "En van de engelen zegt Hij: Die zijn engelen maakt tot... dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven". Verder wordt ons verteld dat de door Gods Geest geleide kinderen de "erfgenamen van God" zijn (Romeinen 8:16-17; Galaten 3:26-29; 4:6-7).

     De rechtvaardige engelen van God zijn Zijn geschapen geestelijke dienaars. Als boodschappers en vertegenwoordigers in de administratie van Gods heelal-overheersende regering stuurt Hij zijn engelen naar de Aarde met de opdracht Zijn geestelijke erfgenamen te dienen en te helpen.

     Om de functie van vele van Gods engelen vandaag de dag te illustreren zouden we ons de situatie kunnen voorstellen van een jong kind van rijke ouders. Zo lang hij een kind is zou hij onder de verzorging van een kindermeisje of andere bedienden van zijn ouders kunnen zijn. De verzorgenden zijn ouder, verder ontwikkeld in kennis en ervaring en veel verder in hun fysieke en mentale ontwikkeling. Maar zij zullen niet de status of rijkdom verkrijgen die het jonge kind zal erven van zijn ouders als een volwassen persoon. Daarom zijn de dienaren (of verzorgers) die ouder en meer volwassen zijn slechts dienaren die de jonge "erfgenaam" dienen. Op dezelfde wijze zijn op dit moment Gods engelen dienaren "dienstbaar" aan Gods geestelijke "erfgenamen".

     De door Gods Geest geleide Christenen zijn beschermd door machtige engelen die in rechtstreeks contact staan met de Vader in de hemel (Matteüs 18:10; Handelingen 12:11; 2 Petrus 2:11). Gods engelen blijven dicht bij Zijn volk om hen te beschermen tegen ongevallen, calamiteiten, ziekten en ander kwaad (Psalm 34:8; 91:1-12). Psalm 91:11 verzekert ons, "want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen".

     Gods dienende engelen krijgen opdracht Zijn geestelijke erfgenamen te helpen op de weg naar het eeuwig leven - wat ook bescherming tegen de Duivel en zijn demonen betekent.

     Engelen zijn onzichtbaar voor het menselijk oog, maar wanneer zij zich toch vertonen zien zij er uit als normale mensen. De Apostel Paulus vertelt ons in Hebreeën 13:2 dat engelen soms incognito reizen tijdens de uitvoering van Gods werk en meestal hun ware identiteit niet onthullen. Toen Degene die later Jezus Christus werd Abraham bezocht vlak voordat God Sodom en Gomorra vernietigde, werd Hij vergezeld door twee engelen, die er uit zagen als gewone mannen (Genesis 18:1-33; 19:1-24). Engelen verschenen aan de Apostelen en vele van de profeten.

     De profeet Elisa wist dat God Zijn mensen beschermd en hun vijanden verslaat. Toen hij geconfronteerd werd met een vijandelijk leger wist hij dat Gods engelen aanwezig waren, klaar om te vechten indien nodig. Maar zijn dienstknecht was bang. Maar Elisa zei: "Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn" (2 Koningen 6:16).

     Daarna, in een geweldig dramatisch en ontzagwekkend vertoon van macht, onthulde God aan Elisa's dienstknecht de bescherming die Hij gaf. God opende zijn ogen om de geestelijke wereld zichtbaar voor hem te maken. Volledig verbaasd zag de dienstknecht Gods leger van engelen op de berg, klaar om in actie te komen. Verbijsterd zag hij ook vurige paarden en wagens rond om Elisa en hemzelf! (vers 15-17).

     Hoe dankbaar zouden we God moeten zijn voor het sturen van Zijn machtige, heilige en rechtvaardige engelen om te helpen en te waken over degenen die Hij geroepen heeft om door Zijn Geest geleide kinderen te zijn - Zijn geestelijke erfgenamen die spoedig geboren zullen worden in de heelal-regerende familie van God!

• • • • • • •

Vraag 11:

      Miljoenen mensen beweren tegenwoordig "Christenen" te zijn. Hoe kunnen we weten wie een echte Christen is en wie niet?

Antwoord 11:

     In Zijn Bergrede definieerde Jezus Christus het ware Christendom. Hij wees op bepaalde karakteristieken die Zijn ware volgelingen zouden identificeren. Hij zei dat een echte Christen zou hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid (Matteüs 5:6). Deze rechtvaardigheid is gedefinieerd als het houden van Gods geboden (Psalm 119:172).

     Iemand die hongert en dorst naar rechtvaardigheid is diep gemotiveerd om Gods wetten, die Hij ons gaf uit liefdevolle zorg voor ons eigen welzijn, te houden. Diegenen die werkelijk hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid zullen Gods Woord bestuderen voor het ware begrip. Zij zullen bereid zijn te veranderen wanneer zij zien dat zij op een bepaald punt dwaalden - en hun verkeerde geloof, fouten en zonden toegeven.

     De Apostel Paulus verklaarde dat de daders van Gods Wet - niet degenen die slechts horen - gerechtvaardigd worden bij God (Romeinen 2:13). Paulus liet zien dat geloof in Christus' offer onverdiende vergeving van zonde geeft, door Gods genade, en dat degenen die Zijn genade ontvangen Zijn geboden zullen houden (Romeinen 3:31) door Christus die in hen is (6:1-23).

     Jezus zei dat niet allen die Hem zullen erkennen als "Heer" het Koninkrijk van God zullen binnengaan, maar alleen zij die de wil van Zijn Vader doen (Matteüs 7:21). Paulus zei dat gehoorzaamheid aan God van het allerhoogste belang is (1 Korintiërs 7:19).

     Om Gods Koninkrijk binnen te gaan is het vereist om te doen - niet slechts te zeggen dat Christus onze Verlosser is. God is ook geinteresseerd in onze geestelijke "werken" na de doop. Christus heeft het niet "allemaal voor ons gedaan", zoals zo vele Christenen valselijk aannemen.

     We moeten begrijpen dat we door geen enkele hoeveelheid gehoorzaamheid aan de geboden het eeuwig leven in Gods Koninkrijk kunnen "verdienen". Dit is een vrije gift van God. Maar Degene die ons gemaakt heeft, heeft het recht om bepaalde voorwaarden te stellen (Matteüs 19:16-20; Handelingen 2:38; 5:32) voor het ontvangen van die voortreffelijke gave. God wil zien of we ons hele leven bereid zijn ons aan zijn voorwaarden te houden. Hij wil geen opstandelingen in Zijn familie!

     Een echte Christen streeft ernaar Christus te volgen door Zijn voorbeeld na te leven en met Hem te wandelen (1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:5-6). "Wandelen met God" betekent: "Zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht" (1 Johannes 3:22).

     Maar kijk hoe Johannes de persoon noemt die beweert Christus "te kennen", maar niet in Zijn wegen wandelt - die weigert Zijn geboden te houden. "Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet" (1 Johannes 2:4). De echte Christen zal zich houden aan Gods geboden!

     Ware Christenen behoren voorbeelden te zijn voor diegenen die ze ontmoeten (Matteüs 5:14-16). Mannen en vrouwen van God, die Zijn Heilige Geest hebben ontvangen en Gods waarheid en overvloedige manier van leven kennen, hebben een verantwoordelijkheid om een "licht" in de wereld te zijn. Gods mensen zullen zichtbaar de "vrucht" - de eigenschappen - van Gods Heilige Geest dragen in hun dagelijks leven (Galaten 5:22-23).

     Een ware Christen is overwonnen door God. Zijn vleselijke, vijandige houding tegenover God (Romeinen 8:6-8) is gebroken. Hij heeft zich gerealiseerd dat hij gezondigd heeft tegen God door Zijn heilige wet te overtreden (1 Johannes 3:4). Hij heeft uitgeroepen tot God en gevraagd om Zijn vergeving voor die zonden door het offer van Christus, en voor het opheffen van de doodstraf die op iedere zonde staat (Romeinen 6:23). Vervolgens heeft hij het gebod om gedoopt te worden gehoorzaamd (Handelingen 2:38). Daarmee heeft hij zijn verlangen om de rest van zijn leven bij ieder woord van God te leven aan God kenbaar gemaakt.

     Als gevolg van zijn bekering, doop en de handoplegging door een van Gods ware dienaren (Handelingen 8:17; 19:6) heeft hij de Geest van de Vader ontvangen en is een Geestelijk verwekt kind van God geworden. Iemand die Gods Heilige Geest niet ontvangen heeft is geen ware Christen (Romeinen 8:9-10; Galaten 2:20).

     Een ware Christen streeft ernaar, met de hulp van Gods Heilige Geest, te leven naar de leringen van zijn Verlosser. Hij zoekt Gods wil in ieder aspect van zijn leven en ervaart de blijdschap en zegeningen als gevolg van het gehoorzamen aan onze Schepper!

• • • • • • •

Vraag 12:

      Hoe komt U aan het begrip, dat voor de mensheid 6000 jaar van zelfheerschappij vastgesteld is, gevolgd door een 1000-jarige regering van Christus?

Antwoord 12:

     Zoals Genesis laat zien hervormde God de aarde en schiep het originele van al het tegenwoordige leven in een zesdaagse periode en rustte op de zevende dag Sabbat. Hiermee begon een wekelijkse cyclus, waarin de mens zes dagen moest werken en elke Sabbat rusten. (Exodus 20:9-11) In Hebreeën 4:3-11 legt de Apostel Paulus uit hoe de zevende dag Sabbat het prachtige tijdperk van vrede en rust uitbeeldt, dat op de huidige tijd van de activiteiten van de mens zal volgen. Johannes werd geïnspireerd om te schrijven, dat dit komende tijdperk, te beginnen met de terugkomst van Christus om Zijn Koninkrijk te stichten, 1000 jaar zal duren (Johannes 20:1-4) - waar vaak naar verwezen wordt als eenvoudig het "Millennium".

     Als de zevende dag van de week dan een duizendjarige periode voorstelt in Gods plan, volgt er uit, dat de voorgaande zes dagen van de week ook 1000-jarige perioden voorstellen. Bij de uitleg van wat sommigen als een vertraging in de terugkomst van Christus zien, bracht Petrus dit principe ter sprake als iets waar de Kerk niet onbekend moest zijn: "Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag". (2 Petrus 3:8)

     Het begrip, dat iedere dag van de week duizend jaar van Gods plan vertegenwoordigt, was welbekend onder de Joden van Petrus' dagen. Ongeveer 200 jaar voor Christus schreef Rabbi Elias, "de wereld duurt zesduizend jaar: tweeduizend vóór de wet, tweeduizend onder de wet en tweeduizend onder de Messias". De befaamde historicus Edward Gibbon, schreef dat "de traditie werd toegeschreven aan de profeet Elia". (Decline and Fall of the Roman Empire - Verval en de val van het Romeinse Rijk, pag. 403) The Encyclopedia of the Jewish Religion - De Encyclopedie van de Joodse religie/art. "Millennium", Adama Books, 1986, pag. 263) meldt, dat de tannaim - rabbi's uit de dagen van Christus - een dergelijke verklaring baseren op Psalm 90, geschreven door Mozes: "Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake". (v. 4) De tannaim zeiden dat, zoals er zes scheppingsdagen waren, de wereld 6000 jaren zou bestaan. De zevende "werelddag" zou 1000 jaar van de Messias zijn. (Sanhedrin 97a; Avodah Zarah 9a)

     Volgens Gibbon was de vroege Kerk "zorgvuldig doordrongen" van het 7000-jarig plan van God. Het apocriefe Epistle of Barnabas, [Epistel van Barnabas] (waarschijnlijk van Alexandrië, NIET de apostel) - hoewel niet tot de Bijbel behorend - is illustratief voor denkbeelden, die in deze tijd gangbaar waren: "En God maakte in zes dagen de werken van Zijn handen; en Hij voltooide hen op de zevende dag.... De betekenis hiervan is dit ...in zes dagen, dat wil zeggen in zesduizend jaar zullen alle dingen vervuld worden. En ...als Zijn Zoon zal komen ...zal Hij glorierijk rusten op die zevende dag".

     De "kerkvader" Irenaeus was onderwezen door Polycarp. (Een discipel van de Apostel Johannes) Jammer genoeg week hij af van apostolische leerstellingen. Hij hield echter kennelijk enige waarheid vast. In Against Heresies - [Tegen Dwaalleer] (150 n. Chr.) vertelde hij een overtuiging van de vroege kerk: "Dit is een verslag van de dingen die vroeger geschapen zijn, alsook een profetie van wat komen gaat. Want de dag van de Heer is duizend jaar; en in zes dagen waren de geschapen dingen voltooid; het is daarom duidelijk, dat zij bij het zesduizendste jaar tot een einde komen".

      Om verder te verduidelijken hoe wijdverspreid het concept van het Millennium was, dat zesduizend jaar na de schepping van Adam begint, kunnen veel meer geschriften van andere vroege rabbi's en "kerkvaders" worden onderzocht: Rabbi Ketina, Lactantius, Victorinus, Hippotylus, Justin Martyr, Methodius, enz. Ofschoon men voor bijbelse waarheid niet altijd op deze mannen kan vertrouwen, leggen zij zeker een getuigenis vast van hoe algemeen dit begrip was in de eerste eeuwen na de dood van Christus. Dit is feitelijk de gerespecteerde mening van "Christelijke" wetenschappers door de eeuwen heen tot onze tegenwoordige tijd.

      Als laatste bijbels punt: God zei aan Adam, dat hij "ten dage", dat hij van het verboden fruit at, zou sterven. (Genesis 2:17) Toch leefde Adam en werd 930 jaar oud! (Genesis 5:5) Hoe is dat mogelijk? één aspect is precies zoals Methodius en andere commentatoren van de vroege kerk uitlegden: omdat één dag voor God was als duizend jaar, moest Adam sterven voordat de eerste 1000 jaar dag voltooid was - en dat deed hij.

• • • • • • •

Vraag 13:

      Hebben vele mensen niet altijd gedacht, dat het einde tijdens hun leven zou komen? Waarom denkt U, dat wij nu aan het einde van de 6000 jaar van het menselijk regeren zijn?

Antwoord 13:

     Het simpele antwoord op de eerste vraag is: ja. Door de geschiedenis heen wordt overweldigend erkend, dat het tijdperk van het begin van het Millennium, omstreeks 2000 n. Chr. is. Gebruikmakend van bekende data en de elkaar overlappende eeuwen van de patriarchen in de Bijbel, is het mogelijk om te laten zien, dat Adam ongeveer 4000 jaar vóór de geboorte van Christus werd geschapen. Dit is een feit, dat reeds lang bekend was. Merk op, dat op de tijdschaal van Rabbi Elias, zoals boven aangehaald, het Millennium rond 2000 zou beginnen!

     In 1552 schreef Bisschop Latimer, "de wereld werd voorbestemd om, zoals alle geleerden bevestigen, 6000 jaar te duren. Van dat aantal zijn nu 5.552 jaren voorbij gegaan, zodat er niet meer dan 448 jaar zijn overgebleven". Op deze tijdschaal van de mens, geschreven vóór de Protestantse Reformatie, begint het Millennium ook rond 2000! Omdat het jaar niet nauwkeurig kan zijn, omdat de schepping van de mens niet uiterst nauwkeurig vastgesteld werd (zelfs niet binnen tientallen jaren), is de overeenstemming in het plaatsen van de eindtijd in onze generatie fascinerend! In feite begrepen vele wetenschappers gedurende de Reformatie en lang daarna, dat de "laatste dagen" rond 2000 zouden beginnen.

     Dit is natuurlijk één van de vele redenen, dat wij geloven, dat wij in de laatste dagen zijn. In de profetie van Christus op de Olijfberg (Matteüs 24; Markus 13; Lucas 21) legde Hij verband tussen TEKENEN van het einde van dit tijdperk. Hoewel wij niet de juiste tijd kennen (Handelingen 1:7), moeten wij op gebeurtenissen letten, die ons laten weten, dat het dichtbij is. (Matteüs 24:32-36) Dergelijke manifestaties, samen met gebeurtenissen, beschreven in Openbaring, beginnen vorm te krijgen. Om U te helpen te begrijpen waar U in de komende tijd op moet letten, kunt U ons boekje lezen: Veertien tekenen van Christus' terugkomst. Het zal U helpen vele dingen scherp in beeld te brengen.

• • • • • • •

Vraag 14:

      Waarom is zichtbare immoraliteit schadelijk en hoe doet het afbreuk aan ons geluk?

Antwoord 14:

     Tegenwoordig lijken wij in onze samenleving te worden overspoeld met zichtbare beelden van menselijke seksualiteit. U ziet het overal: advertenties in de krant, scènes op televisie en in films met gedeeltelijke naaktheid, tijdschriften, het Internet en op straat of aan het strand, waar mensen nauwsluitende of schaarse kleding dragen, die uitroepen: "Kijk naar mij"! Dit alles brengt dwalende ogen en dwalende gedachten voort. Is dit alles volkomen onschuldig of heeft het een potentieel effect, dat ons kan beschadigen als wij het ongecontroleerd laten?

     Christus verklaart in Matteüs 5:28, "Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd". Sommigen zullen zeggen: "Wat is dan het nadeel? Het doet niemand kwaad. Het is slechts in de gedachten". Vele vrouwen zouden zelfs zeggen: "Vrouwen hebben dat probleem niet; het is een mannenprobleem". Toch verdiepen vele vrouwen zich in romans, tijdschriftartikelen en soap series, vol met onuitgesproken of zelfs uitvoerige seks scènes.

     In de tegenwoordige samenleving zouden vele mannen en vrouwen zeggen, "Het zou wat! Het doet niemand kwaad". Laten wij dit onderwerp over "zichtbare Immoraliteit" bekijken. Wist de Schepper waar Hij over sprak toen Hij waarschuwde, dat het kijken naar anderen met lustgevoelens schadelijk is? Naast de typische zichtbare beelden van menselijke seksualiteit, die reeds genoemd zijn, bestaat er de nieuwe technologische grens van het Internet. Blijkbaar is meer dan 60 procent van het Internetverkeer tegenwoordig pornografie, die beschikbaar is op het wereldwijde netwerk.

     Laten wij nu de vraag beantwoorden:

"Waarom is zichtbare immoraliteit schadelijk en hoe doet het afbreuk aan ons geluk"?

Ten eerste: de aanhoudende invloed, in alle opzichten, van zichtbare beelden van menselijke seksualiteit bouwt geheugenreserves met voortdurende vergelijkingen van de lichamen van andere vrouwen of mannen. Het zichtbare perfecte lichaam leidt levenslang tot voortdurend vergelijken.

     Degenen, die steeds opnieuw gestimuleerd worden door zichtbare immoraliteit vinden spoedig, dat hun man of vrouw niet het perfecte lichaam heeft. Iedereen heeft fysieke tekortkomingen; niemand heeft een perfect lichaam: "Te zwaar, te mager, te oud, teveel dit of dat". Zowel mannen als vrouwen beantwoorden nooit aan het gefantaseerde ideaal. Maar wanneer man en vrouw alleen oog hebben voor elkaar, is hun gevoel van vervulling in elkaar veel groter.

     Een tweede probleem met zichtbare immoraliteit is, voor of tijdens het huwelijk, dat het leidt naar een "pseudo-seksuele" ervaring in de gedachten. Deze soort ervaring brengt een waar fysiologische reactie teweeg: verhoogde hartslag, toename van bloeddruk, een bepaalde hormonale reactie en een neurochemische reactie in de hersenen. Wanneer men blijft toegeven aan de zichtbare en mentale voorstellingswereld, wordt men na verloop van tijd verslaafd aan de "hoogte" of fysiochemische "aandrang", die in het lichaam en de hersenen wordt geproduceerd. Om kort te gaan, men keert in zichzelf en wordt emotioneel koud. Zij verliezen het vermogen om een warme, liefhebbende, fysieke en emotionele relatie te hebben met hun echtgenoot of echtgenote. De kracht van de huwelijksband wordt verloren en zowel man als vrouw verliezen!

     Een derde manier waardoor zichtbare immoraliteit blijvende schade kan veroorzaken en afbreuk kan doen aan ons geluk is haar voortwoekerende natuur. Het is bijna onvermijdelijk, dat één niveau van zichtbare immoraliteit naar een ander niveau leidt. Wanneer een persoon één niveau van begeerte vervult, raakt hij gewend aan de "aandrang" of "hoogte" en heeft na verloop van tijd een hoger niveau van prikkeling nodig om eenvoudig dezelfde "hoogte" te houden. In het begin kan het niveau van zichtbare immoraliteit eenvoudig het kijken naar anderen zijn in onthullende kleding. Die opwinding of begeerte duurt slechts zo lang en dan begint de volgende stap: pornofilms, porno tijdschriften, pornoshops en zelfs porno nachtclubs. Deze ontwikkeling gaat vaak door verschillende fases, die kinderpornografie, verslaving, geweld en pijn, prostitutie en uiteindelijk gewelddadige misdrijven, zoals verkrachting en seriemoorden kunnen inhouden.

     Een scepticus kan zeggen: "Wacht even, het kan niet zo zijn, dat een beetje zichtbare immoraliteit zover in ontwikkeling kan komen en leiden tot criminele activiteit". Maar de waarheid is, dat iedere stap op die weg, zelfs als het mild lijkt, een vooruitgang is, die de kracht heeft om afbreuk te doen aan het geluk en het huwelijk van een persoon.

     Weet de Schepper, waar Hij over spreekt, als Hij zegt, dat "naar anderen kijken uit begeerte" schadelijk is? Absoluut! Elk aspect van Gods weg van leven is voor ons eigen geluk en ons welzijn.

     Als U meer wilt weten over de levenswijze, die door de Schepper ontworpen is om een overvloed van vreugde en geluk in Uw leven te brengen, leest U dan alstublieft onze Bijbel Studie Cursus .

• • • • • • •

Vraag 15:

      Handelingen 15 laat zien dat de Nieuw-Testamentische Kerk slechts vier vereisten oplegde aan de nieuw bekeerde heidenen: "zich te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed" (Handelingen 15:20). De Sabbat, Heilige Dagen en spijswetten zijn opvallend afwezig, dus waarom zouden Christenen vandaag zich hier nog aan houden?

Antwoord 15:

     Het is belangrijk te begrijpen dat de vergadering van Handelingen 15 de besnijdenis betrof - niet de afschaffing van de geestelijke wetten en bijbelse instellingen zoals beschreven in de Boeken van Mozes (de eerste vijf boeken van de Bijbel). Omdat het houden van de Sabbat, Heilige Dagen en de spijswetten niet direct genoemd worden, concluderen sommigen onterecht dat deze afgeschaft zijn door de vergadering. Maar let op, zeven van de Tien Geboden worden ook niet genoemd in Handelingen 15. Mag een Christen dus Gods naam ijdel gebruiken, zijn ouders onteren, moorden, stelen, liegen en begeren? Natuurlijk niet! De vergadering in Handelingen 15 heeft deze wetten niet nietig verklaard, net zoals de Sabbat, Heilige Dagen en spijswetten niet afgeschaft werden.

     Let op Jezus Christus' eigen woorden: "Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat" (Matteüs 4:4). Jezus citeerde Deuteronomium 8:3 - en paste het toe op de gehele mensheid, zowel Jood als Heiden. Het woord van God waar Jezus naar verwees was niets anders dan het Oude Testament.

     Christus onthulde Gods doel voor de Sabbat toen Hij stelde: "De Sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de Sabbat. Alzo is de Zoon des mensen Heer ook over de Sabbat" (Markus 2:27-28). Merk op dat de Sabbat oorspronkelijk gemaakt is voor de gehele mensheid - niet slechts voor de Joden! Jezus zei duidelijk dat Hij de Heer van de Sabbat is - daarmee het belang ervan voor Gods kinderen aantonend. Bovendien was het Jezus' gewoonte en gebruik de Sabbat te vieren (Lucas 4:16). Later zien we dat de Apostel Paulus nog steeds - en door zijn voorbeeld anderen aanmoedigend - de Sabbat hield lang nadat de vergadering van Handelingen 15 gehouden werd (zie Handelingen 17:2-3). Het Nieuwe Testament laat zien dat zowel Joden als Heidenen de Sabbat hielden; in Handelingen 13:42-44 zien we een complete stad samenkomen op de Sabbat om Paulus te horen prediken.

     Paulus leerde Christenen om "het feest te vieren" - het Pascha en de Dagen van Ongezuurde Broden (1 Korintiërs 5:7-8). Het Nieuwe Testament verwijst ook naar de jaarlijkse Heilige Dagen van Pinksteren en de Grote Verzoendag (Handelingen 2:1; 20:6; 1 Korintiërs 16:8; Handelingen 27:9). Als deze dagen, net als de rest van Gods Feestdagen, afgeschaft waren, waarom zouden de Apostelen en bekeerde Heidenen ze dan nog houden? Het antwoord is logisch: God heeft niet Zijn wetten en speciale Feestdagen afgeschaft.

     De Apostel Petrus begreep Gods spijswetten, die genoemd staan in Leviticus 11 en Deuteronomium 14 en reeds bestonden vóór Mozes (Genesis 7:2). Toen Petrus in een visioen verteld werd op te staan en allerlei onreine dieren te eten, antwoordde hij: "Geenszins, Here, want ik heb nog nooit iets gegeten, dat onheilig of onrein was" (Handelingen 10:9-14). In dit visioen veranderde Christus niet de spijswetten; Hij liet zien dat Petrus "niemand onheilig of onrein mocht noemen" (vers 28) - daarmee de deur van verlossing opendoend voor de Heidenen. Dit visioen was het voorbereidend werk voor de geïnspireerde beslissingen opgetekend in Handelingen 15.

     Handelingen 15 bevestigt de bijbelse wetten zoals weergegeven in het Oude Testament. De Apostelen lieten zien, door de profeten te citeren wanneer zij tot de Heidenen spraken, dat alle Woord van God van toepassing blijft voor de Heidenen. Zij legden uit dat nieuwe bekeerlingen uit de Heidenen in de loop van de tijd zouden groeien in het begrip van Gods wegen: "Immers, Mozes heeft van oudsher in iedere stad [personen] die hem prediken, daar hij elke Sabbat in de synagogen wordt voorgelezen" (Handelingen 15:21). In plaats van het afschaffen van Gods wetten, bevestigden Jezus Christus en de Apostelen ze juist - daarmee het geestelijke belang ervan aantonend! Jezus antwoordde met klem diegenen die er anders over dachten: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen" (Matteüs 5:17).

• • • • • • •

Vraag 16:

      De meeste belijdende Christenen geloven dat de verlosten naar de hemel gaan na de dood. Maar zij hebben weinig tot geen idee over wat zij dan zullen doen in de hemel. Wat leert de Bijbel over de beloning van de verlosten?

Antwoord 16:

     Het "naar de hemel gaan" na de dood wordt niet alleen door de meeste belijdende Christenen geloofd. Mensen over de hele wereld, van vele religies, houden vast aan een geloof in een soort "beloning" of gelukzalig leven na de dood.

     Hoe verrassend het ook mag lijken, noch Jezus noch de Apostelen leerden dat de rechtvaardigen naar de hemel gaan wanneer zij sterven! De "beloning" die Jezus Zijn trouwe volgelingen belooft (Openbaring 22:12) is niet de hemel; de beloning omvat het regeren met Christus op de aarde. Let op de volgende erkenning van deze wereldlijke encyclopedie:

      "Het overheersende standpunt in de vroege kerk schijnt te zijn geweest dat tot de terugkomst van de Heer op de wolken om de doden op te wekken, de gestorvenen sliepen en dat zij plotseling opgewekt zouden worden om hun nieuwe lichamen te krijgen en om vervolgens te heersen met Hem op de aarde duizend jaar lang" ("Heaven", The New International Encyclopedia, 1st edition).

     De vroege Kerk van God, die Jezus Christus oprichtte, leerde niet het concept van het "naar de hemel gaan" - een idee dat niet algemeen geaccepteerd werd tot lang nadat de Apostelen gestorven waren. Jezus vertelde in plaats daarvan zijn discipelen ronduit: "En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13). De Apostel Petrus zei dat de gehoorzame Koning David, een man naar Gods eigen hart (Handelingen 13:22), "én gestorven én begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag.... Want David is niet opgevaren naar de hemelen" (Handelingen 2:29,34).

     De rechtvaardige Koning David is niet naar de hemel gegaan! Hij, net als alle rechtvaardige mannen en vrouwen van God die gestorven zijn, zijn nog steeds dood. Zij wachten op een opstanding uit hun graven, wanneer zij geestelijke lichamen zullen ontvangen die nooit meer kunnen sterven (1 Korintiërs 15:50-53; 1 Tessalonicenzen 4:16-17).

     Het eeuwig leven is de gave van God (Romeinen 6:23) die door Gods Geest verwekte Christenen zullen krijgen wanneer ze opgewekt of veranderd worden. Maar wat is de "beloning" die Jezus met Zich mee zal nemen?

     Christus zei dat bij Zijn wederkomst Hij alle overwinnaars zal belonen - allen die groeien in het geestelijk karakter van God. Sommigen zullen overwinnen en meer groeien dan anderen, en Jezus zei dat Hij "ieder zal vergelden, naardat zijn werk is" (Matteüs 16:27; Openbaring 22:12).

     Gods heiligen zullen niet in de hemel op harpen spelen tot in eeuwigheid. Hun bestemming is oneindig meer glorierijk en uitdagend! De Bijbel laat zien dat de "beloning van de verlosten" de heerschappij over de aarde met Jezus Christus is na Zijn wederkomst (Openbaring 2:26; 3:21; 5:10). Jezus Christus en de opgewekte Christenen zullen heersen voor 1000 jaar (Openbaring 20:4-6). Zij zullen de naties Gods manier van leven leren, die leidt tot blijvende vrede, voorspoed en vreugde voor de hele mensheid.[Jesaja 2:2-4]

     De Schrift vertelt ons dat nadat Gods grote Meesterplan van verlossing voor de mensheid voltooid is, het oppervlak van de aarde gereinigd zal worden met vuur (2 Petrus 3:10-12). Een nieuwe aarde en nieuwe hemelen zullen te voorschijn komen (2 Petrus 3:13; Openbaring 21:1). En de glorieuze nieuwe hoofdstad van de aarde - het "Nieuw Jeruzalem", schitterend met kostbare edelstenen en met straten van doorschijnend puur goud (Openbaring 21:18-21) - zal neerdalen van de hemel (Openbaring 21:2,10; 3:12). God de Vader zal dan komen en zelf op de aarde komen wonen, en Hij zal het Nieuw Jeruzalem de locatie van Zijn glorierijke troon maken (Openbaring 21:3, 22-23; 22:3-5), vanwaar Hij en Zijn onsterfelijke heiligen uit zullen gaan om het hele universum te regeren!

     Om meer te leren over dit verbazingwekkende plan dat God in petto heeft voor Zijn trouwe heiligen kunt u ons boekje Uw Uiteindelijke Bestemming lezen. De verrassende en adembenemende waarheid is dat de "hemel" naar de aarde toe zal komen - het hoofdkwartier zelf van waaruit de God Familie het heelal voor eeuwig zal regeren!

• • • • • • •

Vraag 17:

      Leert Galaten 4:8-10 ons dat Christenen zich niet hoeven te houden aan het vieren van Gods Sabbat en Heilige Dagen?

Antwoord 17:

     Nee dat leert het niet. De Apostel Paulus schreef zijn brief aan de Christengemeente in Galatië, die een unieke mix vormde van Joden, Romeinen, Grieken en Galliërs met een nadrukkelijk aanwezig karakter gevormd door eeuwen van Keltische invloeden (zie J.B. Lightfoot's Commentary on Paul's Letter to the Galatians, 1999, pp.12-17).

     De maatschappij van Galatië kende een veelheid van heidense bijgeloven en rituelen voor het "waarnemen van dagen, maanden, vaste tijden en jaren". Caesar klaagde dat de Galaten als een volk werden voortgedreven door een verlangen naar verandering, inclusief het overnemen en wegdoen van het ene religieuze systeem na het andere (zie Lightfoot, p.15). Paulus merkte deze wispelturigheid op toen hij schreef: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie" (Galaten 1:6). Hij noemde ze tevens "onverstandige Galaten" en "betoverd" (Galaten 3:1). Hun geloof was oppervlakkig; hun ijver kortstondig. Zo gauw als iets nieuws en aantrekkelijks zich presenteerde gingen ze erin mee. Met dit in ons achterhoofd kunnen we twee belangrijke uitdagingen voor de Kerk in Galatië begrijpen: Jodendom en heidendom.

     Sommigen leerden onterecht dat de Galaten besneden moesten worden, zoals de Joden. Voor de vrome Jood betekenden fysieke besnijdenis en rituele werken van aanbidding rechtvaardigheid. Paulus weerlegde deze valse leer door te laten zien dat de mens niet "perfect" kan worden gemaakt door het vlees (Galaten 3:3). Inderdaad is " (ware) besnijdenis die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter", (Romeinen 2:28-29). Ware rechtvaardigheid en perfectie kunnen alleen tot stand komen door Jezus Christus en Zijn geloof dat in ons woont (Galaten 2:20).

     Paulus legde het ware doel van de slachtoffers, offergaven en reinigingen van de rituele wetten uit: "Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg" (Galaten 3:19). Merk op dat deze wetten ingevoerd zijn nadat de Tien Geboden, de Heilige Dagen en de Sabbat geïntroduceerd waren. Jezus Christus zei dat Hij Heer van de Sabbat is (Markus 2:28). Zijn voorbeeld en Zijn geloof zetten de standaard waarbij alle ware Christenen leven. De Galaten hadden een woordentwist over een rituele inzetting - de besnijdenis - niet de grondbeginselen van de manier van leven zoals die geleerd en geleefd werden door Christus en Zijn Apostelen. Daarom kon Paulus schrijven: "Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is" (Galaten 6:15).

     Paulus stelde ook het probleem van het heidendom in de Kerk aan de kaak. Hij schreef: "Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn. Nu gij echter God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van met aan dienstbaar wilt maken? Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar" (Galaten 4:8-10).

     Paulus begon Galaten 4 door zich te richten tot de Joodse Christenen, met gebruikmaking van het woord wij. In vers 8 richt Paulus zich tot "gij" - de Christenen uit het heidendom, die voorheen demonen en afgoden dienden, niet wetende wat zij vereerden - immers, zoals Jezus bevestigde, "het heil is uit de Joden" (Johannes 4:22). De heidenen waren afgesneden van God (Efeziërs 2:11-12) [Handelingen 14:16-17] en hebben allerlei zelfverzonnen bijgeloof en heidense rituelen ingevoerd - inclusief het waarnemen van "dagen en maanden en seizoenen [King James Bijbel: "tijden"] en jaren". Zulke gebruiken, verbonden aan astrologische praktijken uit de oudheid, verdorven continu vele belijdende Christenen. De Katholieke bisschop Chrysostom uit de 4e eeuw vermelde dat zwakke Christenen bijgelovige "tijden" hielden. Hij zei: "Velen waren door bijgeloof verslaafd aan waarzeggerij.... Als viering van die tijden zetten [zij] lampen op de marktplaats en versierden zij hun deuren met guirlandes" (Antiquities of the Christian Church, Bingham, pp.1123-1124). Deze vieringen hielden ook rekening met vele zogenaamde "geluks - en ongeluksdagen", en speciale maanden en jaren waarin Grieken en Romeinen doorgaans aan afgodische praktijken deden.

     God verbood nadrukkelijk zulke rituelen en alle toverij (waarnemen van "tijden") en waarzeggerij (Deuteronomium 18:10,14; Leviticus 19:26). Zelfs vandaag de dag dringen deze gebruiken nog door in "modern" bijgeloof zoals speciale "geluks" sieraden, konijnenpootjes, angst voor vrijdag de 13e en het lezen van horoscopen. Paulus' waarschuwing was geen veroordeling van Gods Wetten en Zijn Heilige Dagen; in tegendeel, zijn waarschuwing is nog steeds relevant voor Christenen die het voorbeeld en de leer van Christus vandaag de dag volgen!

• • • • • • •

Vraag 18:

      Is het gepast dat Christenen elkaar kaartjes sturen op Valentijnsdag, 14 februari? Mij is verteld dat het een Christelijke feestdag is, genoemd naar een heilige.

Antwoord 18:

     De meeste mensen zien het idee van Valentijnsdag als de "dag van verliefden" als iets vanzelfsprekends. Het is heel gewoon dat jonge kinderen en tieners op school elkaar kaartjes sturen bij deze gelegenheid, en voor verliefden om elkaar cadeautjes zoals snoep of bloemen te sturen. Maar wat is de echte oorsprong van deze populaire feestdag en waarom staat hij bekend als "Sint" Valentijnsdag?

     Vele referentiewerken traceren de naam van de feestdag naar een derde-eeuwse Rooms-katholieke martelaar met de naam Valentijn. Let echter op wat de Encyclopaedia Brittanica over het onderwerp zegt: "Sint Valentijnsdag als een verliefdenfeest en de moderne traditie van het sturen van valentijnskaartjes hebben geen relatie met de heiligen maar schijnen veeleer verbonden te zijn met het Romeinse [seksuele] vruchtbaarheidsfestival Lupercalia (15 februari) of met het paarseizoen van de vogels" (15e editie, vol.10, p.336).

     Tijdens dit "Lupercalia... werden de namen van jonge vrouwen in een doos gedaan en willekeurig eruit gehaald door mannen" (Encyclopedia Americana, "St.Valentine's Day"). Dit paar-vormen was uiteraard verbonden met seksueel immoreel gedrag. Dát is waar de uitdrukking "Wees mijn Valentijn" vandaan komt!

     Maar waar kwam Lupercalia zelf vandaan? Het werd gevierd ter ere van de god Pan! In feite "schijnt de naam ontstaan te zijn uit de Griekse naam van Pan, Lycaeus, van lukos, een wolf... omdat Pan, als god van de herders, schapen beschermde tegen de roofzuchtigheid van wolven" (Lempdere's Classical Dictionary, p.339).

     Wie was Pan? "De verering en de verschillende functies van Pan zijn afgeleid van de mythologie van de oude Egyptenaren.... Hij werd in heel Egypte vereerd met de grootst mogelijke plechtigheid.... Hij was het symbool van [vruchtbaarheid] " (Lempdere's, p.439). De legende van Pan als de jager van wolven en beschermer van de kudden ontstond in het oude bijbelse verslag van Nimrod, de "geweldige jager" voor het aangezicht des HEREN (Genesis 10:9) en bouwmeester van de toren van Babel (vlg. Alexander Hislop, The Two Babylons, 1917).

     Deze verdorven heerser Nimrod was de oorspronkelijke lupercus ("wolvenjager") en Valentijn ("sterke man"). Hij is dezelfde figuur die door de Phoeniciërs als Baäl vereerd werd en elders in de Schrift voorkomt onder de naam Tammuz (Ezechiël 8:14). Deze Nimrod was geen heilige - hij was een losbandige man en een vijand van God, die van lieverlee na zijn dood vereerd werd door de heidenen. Hij is eerder een symbool van lust en geweld dan van liefde.

     In 496 n.C. "kerstende" paus Gelasius het heidense Lupercalia door de naam ervan te veranderen. Hij verschoof ook de dag waarop het gevierd werd van 15 februari op de avond-tot-avond kalender naar 14 februari op de Romeinse kalender - daarmee het tijdstip van de avondviering ervan op zijn plaats houdend.

     De vroege Rooms-katholieke Kerk trachtte in haar pogingen om de heidense populatie te onderwerpen de Romeinse viering van Lupercalia een "Christelijk" tintje te geven, net als vele andere populaire heidense vieringen. Ontdaan van hun meest schokkende elementen en met nieuwe "Christelijke" namen, gingen de vieringen van de heidense oudheid gewoon door onder de mensen.

     Was dit een goed iets om te doen? NEE!!! God leert Zijn mensen om een hele andere aanpak te kiezen: "Gewent u niet aan de weg der volken" (Jeremia 10:2; Deuteronomium 12:29-32). In plaats van ons bezig te houden met gecommercialiseerde feestdagen die simpelweg opgeschoonde versies van oude heidense seks riten zijn, kunnen we beter in de wegen van onze Schepper wandelen.

Om meer te leren over "namaak" Christelijke vieringen en het ware Christendom dat ze voorafging kunt u ons boekje lezen: Herstel Apostolisch Christendom.

• • • • • • •

Vraag 19:

      Jezus beloofde een van de misdadigers die met Hem gekruisigd werden: "Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" (Lucas 23:43). Wat en waar is het "Paradijs", en ging de misdadiger daar diezelfde dag met Jezus heen?

Antwoord 19:

     De Bijbel laat zien dat de doden in het graf zijn, wachtend op de opstanding; zij zijn niet in de hemel. De Apostel Petrus zei: "Want David is niet opgevaren naar de hemelen" (Handelingen 2:34). Christus zei: "Niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13).

     Betekent dit dat de misdadiger in een aparte plaats is die "Paradijs" genoemd wordt maar niet de "hemel" is? Nee. De Bijbel laat duidelijk zien waar het Paradijs zich bevindt. De Apostel Paulus verhaalt van een man die in een visioen opgenomen was tot Gods troon - "dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken" (2 Korintiërs 12:1-4). Het Paradijs bevindt zich in de aanwezigheid van Gods troon - in de hemel.

     Wat is het Paradijs? Paradijs betekent een "tuin, heerlijk oord, park" - "een grootse omsloten ruimte of natuurgebied... schaduwrijk en goed geïrrigeerd... omsloten door muren" (Thayer's Greek English Lexicon of the New Testament).

     De Bijbel beschrijft hoe het Paradijs zal zijn. "Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is" (Openbaring 2:7). Let nu op Openbaring 22:1-2: "En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren".

     Deze verzen doelen op "de heilige stad, een Nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God" (Openbaring 21:2). Het Nieuw Jeruzalem, dat uit de hemel zal neerdalen nadat de aarde gemaakt is tot een "nieuwe aarde" (2 Petrus 3:10-13; Openbaring 21:1), zal de Boom des Levens in zich hebben staan. Het Paradijs van God, bij of in de buurt van Zijn troon, is een park of tuin die zich uiteindelijk zal bevinden op de nieuwe aarde!

     Ging de misdadiger daar naartoe met Jezus op de dag van zijn sterven? Merk op dat Jezus Zelf niet naar het Paradijs, of de hemel, ging op de dag van Zijn sterven. Zoals Paulus schreef: "Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb; Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften" (1 Korintiërs 15:3-4). Christus was verzegeld in het graf gedurende drie volle dagen en drie volle nachten [Matteüs 12:40]. Zie wat Hij Maria vertelde toen ze tot het graf kwam, nadat Christus opgestaan was: "Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader... en uw Vader, naar mijn God en uw God" (Johannes 20:17).

     Wat zei Christus nu werkelijk tot de misdadiger? Vele lezers worden misleid door onjuiste interpunctie in de Nederlandstalige vertaling van de geïnspireerde Griekse tekst. De meeste Nederlandstalige vertalingen plaatsen foutief een komma tussen "u" en "heden". Zoals een bijbelcommentaar uitlegt: "De interpretatie van dit vers hangt volledig af van interpunctie, welke weer volledig afhangt van menselijke autoriteit, aangezien de Griekse manuscripten geen enkele vorm van interpunctie kenden tot de negende eeuw, en zelfs dan alleen als een stip ter hoogte van het midden van de regel waarmee elk woord gescheiden werd" (Companion Bible, Appendix §173).

     Met de juiste interpunctie in het Nederlands zou het vers als volgt gelezen worden: "Voorwaar, Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het Paradijs zijn".

In Lucas 23:43 gaf Jezus geen belofte die Hij niet waargemaakt heeft; Hij gaf te kennen dat wanneer het Paradijs gekomen zal zijn, de misdadiger daar met Hem zal zijn!

• • • • • • •

Vraag 20:

      Wat betekent het precies om te "overwinnen"? Is "overwinnen" belangrijk in het Christelijk leven?

Antwoord 20:

     Toen Jezus Zijn discipelen leerde zei Hij hen: "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matteüs 5:48). Bedoelde Jezus dat Zijn volgelingen volledig perfect zouden worden tijdens hun huidige leven?

     Aangezien we een natuur hebben die geneigd is te zondigen weet God dat we niet absoluut perfect kunnen worden tot de wederopstanding wanneer Hij het proces dat in ons leven bij de doop begon zal voltooien. Het is op dat moment dat we geboren zullen worden in de God Familie. Hij zal ons perfecte geestelijke lichamen geven met een perfecte, zondeloze natuur zoals die van Christus (1 Johannes 3:2; Filippenzen 3:21).

     In de tussentijd wil God dat we ernaar streven onze zondige natuur te "overwinnen" en dagelijks te groeien in Zijn karakter door Zijn geboden te gehoorzamen en de zonde uit ons leven te bannen (2 Petrus 3:18). Zo zullen we groeien richting Gods geestelijke perfectie ondanks dat we nog steeds feilbare mensen zijn.

     We lezen dat Jezus Christus, ons ultieme voorbeeld van geestelijke volwassenheid, "gehoorzaamheid leerde" (Hebreeën 5:8-9). Als een mens leerde Christus gehoorzaamheid door de beproevingen en toetsen van menselijke ervaringen (Hebreeën 2:9-10). Hij overwon alle verleidingen van de duivel, de verleidingen van Zijn vlees en de verleidingen van de wereld om Hem heen. Zo werd Jezus Christus het perfecte voorbeeld dat alle ware Christenen streven na te volgen (Efeziërs 4:13,15), terwijl zij Gods vergeving vragen wanneer zij tekortschieten vanwege de zonde (1 Johannes 1:7-10).

     Omdat Christus overwon tijdens Zijn menselijk leven heeft Hij grote macht en autoriteit gekregen. Merk op hoe groot die macht en autoriteit feitelijk zijn: "...heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen..."! (Hebreeën 1:1-2).

     Wij die Geest-verwekte kinderen van God geworden zijn, zijn "mede erfgenamen" met Christus, bestemd om Zijn grote erfenis en verantwoordelijkheid te delen als Hij terugkomt (Romeinen 8:16-17); Openbaring 21:7). Het is dus van het grootste belang dat ook wij "overwinnen", omdat de Schrift het heel duidelijk maakt dat het Gods overwinnaars zijn die de gelegenheid krijgen om de aarde te regeren met Christus! (Openbaring 2:6-27; 3:21).

     Overwinnen is een levenslang proces. Door de zondige trekken van het vlees, de wereld en de duivel te overwinnen, en ons aan God en Zijn wegen te onderwerpen, bouwen we aan het karakter van God in onszelf. En hoe meer we overwinnen, hoe meer verantwoordelijkheid Christus ons zal geven in Zijn regering op aarde.

     Overwinnen vergt moeite en inzet van onze kant, samen met de hulp van Gods Heilige Geest. Overwinnen betreft ook toestaan dat Christus in ons leeft door Zijn Geest (Galaten 2:20; Filippenzen 2:5). Zoals de Apostel Paulus schreef zijn wij "meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad" (Romeinen 8:37).

     Christus is werkzaam als onze Hogepriester en in staat ons te helpen in tijden van zwakte en beproeving door Zijn eigen ervaringen als een mens, vol erbarming en genade voor de mensheid (Hebreeën 4:14-16). Door Zijn Geest zal Christus ons helpen een leven van overwinning te leven - als we om die hulp vragen (Kolossenzen 1:9-11)

     We kunnen niet overwinnen door onze eigen menselijke kracht. We moeten dicht bij God blijven door dagelijks gebed en Bijbelstudie (Efeziërs 6:17-18; 2 Timoteüs 2:15; 3:15-16). De Apostel Johannes schreef dat men geestelijk sterk kan zijn en overwinnen kan doordat "het woord Gods in u blijft" (1 Johannes 2:14).

     Groei geestelijk door goddelijk karakter op te bouwen als voorbereiding op het geboren worden in de Familie van God. Op dat moment zullen we de gift van eeuwig leven ontvangen en met Christus erfgenamen en mede-regeerders van deze aarde en het universum worden! Alleen dan zullen we absoluut perfect zijn zoals Jezus beval. Christus wist dat mensen geen "onmiddellijke perfectie" kunnen bereiken, maar Hij maakte goddelijke perfectie ons doel - een doel waarnaar we uitkijken het te bereiken!

     Wat een heerlijke en productieve toekomst heeft God in petto voor Zijn overwinnaars!

• • • • • • •

Vraag 21:

      Is het "evangelie" dat door het moderne Christendom gepredikt wordt hetzelfde evangelie dat Jezus Christus predikte en doorgaf aan Zijn Nieuwtestamentische Kerk om te verkondigen aan heel de wereld?

Antwoord 21:

     U zult verrast zijn te horen dat de meeste belijdende Christenen eigenlijk nooit het ware evangelie van Jezus Christus gehoord hebben! Velen hebben een boodschap gehoord over Christus, maar weinigen hebben het fantastische goede nieuws gehoord dat Hij aankondigde. De "religieuze leiders" van Jezus' tijd verwierpen dat evangelie - en kruisigden Hem voor het prediken ervan.

     Jezus Christus vertelt ons dat het absoluut noodzakelijk is om Zijn evangelieboodschap te geloven om gered te worden (Markus 16:15-16).

Wat is dan het "evangelie" dat Christus bracht, en dat ons naar het eeuwig leven zou leiden?

     De boodschap die Christus verkondigde was het "evangelie van het Koninkrijk van God" (Markus 1:14-15 S.V.). "Evangelie" is een woord dat in het Grieks goed nieuws betekent. Jezus Christus was door Zijn Vader gezonden (Johannes 12:49-50; 14:24) om het goede nieuws van het komend "Koninkrijk van God" op aarde te prediken.

     De centrale boodschap van de hele Bijbel is het komend Koninkrijk van God. Gods Koninkrijk zal een letterlijke regering zijn die zal heersen over alle natiën. Nebukadnessars droom van het grote beeld, opgetekend in Daniël 2, laat dit duidelijk zien.

     Maar het Koninkrijk van God is meer dan alleen de regering van God. Toen Jezus kwam prediken over het Koninkrijk van God, sprak Hij ook over de familie van God en hoe mensen, door Hem, hier in geboren kunnen worden (Johannes 3:3, 5-6)! De familie van God bestaat momenteel uit God de Vader en God de Zoon (Christus) in de hemel, en uit Geest-verwekte zonen en dochters op aarde (2 Korintiërs 6:18), die nog niet geestelijk (uit Geest) geboren zijn.

     Gods familie is ook een regerende familie, en het zijn de Geest-verwekte kinderen van God die, bij de eerste opstanding (1 Korintiërs 15:50-53), uit God geboren zullen worden. Jezus is de "eerstgeborene" onder vele broederen (Romeinen 8:29) - en Gods kinderen zullen zich bij Hem voegen om een deel te worden van dat goddelijke, regerende Koninkrijk! Let op deze tekst: "En het koningschap... zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn Koningschap is een eeuwig Koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen" (Daniël 7:27). Elders lezen we: "Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding... zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als koningen heersen, duizend jaren" (Openbaring 20:6). Wat zal er daarna gebeuren? "En zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden" (Openbaring 22:5).

     De duidelijke waarheid van de Bijbel laat zien dat het "Koninkrijk van God" een letterlijke regering zal zijn bestaande uit geest-regeerders die zullen regeren over alle natiën op aarde (Openbaring 5:10). Dit is het zeer goede nieuws, of "evangelie" van het Koninkrijk van God - het evangelie dat Jezus predikte!

     Het bijbelverslag toont aan dat de Nieuwtestamentische Kerk doorging met het aankondigen van Christus' evangelie zoals Hij hen opgedragen had (Markus 16:15; Handelingen 1:3; 8:12; 19:9; 20:25; 28:23,31). Gods Kerk verkondigt vandaag trouw dezelfde boodschap aan de wereld door de Tomorrow's World televisie-uitzendingen en tijdschriften en andere literatuur. De meesten die deze boodschap horen of lezen nemen deze echter niet ter harte (Matteüs 20:16).

     In zijn Rede over de laatste dingen voorspelde Jezus dat Zijn evangelieboodschap van het Koninkrijk van God in de eindtijd hoofdzakelijk als een "getuigenis" gepredikt zou worden aan alle natiën (Matteüs 24:14), omdat de Vader op dit moment, door deze boodschap en Zijn Geest, slechts relatief weinigen kiest (Johannes 6:44) om zich voor te bereiden op het regeren met Christus wanneer Hij terugkomt. Die weinige mensen, die onsterfelijk gemaakt zullen worden bij Christus wederkomst, worden de "geroepenen en uitverkorenen en gelovigen" (Openbaring 17:14) genoemd.

     Diegenen die geantwoord hebben op Gods roeping doen hun deel in de verspreiding van het goede nieuws van het komende "Koninkrijk van God" en bereiden zich voor om letterlijke leden van die glorieuze, regerende familie te worden bij Jezus wederkomst!

• • • • • • •

Vraag 22:

      Ik heb wel eens horen zeggen dat het Vierde Gebod (Exodus 20:8-11) omschreven kan worden als het "test" gebod. Wat betekent dit voor Christenen?

Antwoord 22:

     Om te slagen op school leren studenten om de instructies van hun leraren nauwkeurig op te volgen. Maar slechts weinigen realiseren zich dat iedere week God ons toetst op een speciale manier. Volgen wij de instructies van onze Leraar Jezus Christus (Matteüs 19:17) en nemen wij Zijn lessen in ons op?

     Gods Woord vertelt ons dat Hij op de zevende dag van de scheppingsweek rustte (Genesis 2:1-3; Exodus 20:11). Hij creëerde of "maakte" (Markus 2:27) de eerste rustdag door te rusten, terwijl Hij al het andere maakte door te werken. Hij had geen rust nodig omdat Hij moe was (Jesaja 40:28); Hij is Geest en wordt nooit moe. Door te rusten op de zevende dag van de scheppingsweek (van zonsondergang vrijdag tot zonsondergang zaterdag), stelde God een voorbeeld voor Adam en zijn nakomelingen om na te volgen.

     Degene die Jezus Christus werd (Johannes 1:1-5, 10-14) is Degene die stopte met Zijn scheppingswerk (Kolossenzen 1:13-16; Markus 2:28). Jezus maakte het duidelijk dat de zevende dag gemaakt is voor de mens (Markus 2:27; Exodus 20:8-10). God wilde dat de wekelijkse "Sabbat" (dit woord betekent rust in het Hebreeuws) een verfrissende zegening voor de mensheid zou zijn (Deuteronomium 5:14; Exodus 23:12). God wist dat mensen periodiek rust en afwisseling van het werk nodig hebben.

     Maar het doel van het houden van Gods Sabbat gaat veel verder dan simpelweg te rusten op die dag. We hebben deze tijd elke week nodig om intiem geestelijk contact met God te hebben door gebed, Bijbelstudie en omgang met andere gelovigen.

     Gods Sabbat dient niet licht opgevat of vergeten te worden. We worden geboden: "Gedenk de Sabbatdag" (Exodus 20:8). Het is een gedenkdag van Gods herstellen van de aarde en de schepping van de mens, en herinnert ons aan wie de Schepper is.

     Op welke manier is het houden van de wekelijkse Sabbat een "test"? Het is een test van onze gehoorzaamheid aan God! Waar geloof in God betekent actieve gehoorzaamheid (Handelingen 5:29, 32; Romeinen 16:25-26). Diegenen die werkelijk geloven in God zullen Zijn Sabbat houden! Het houden van de Sabbat was een "test" om te zien of het oude Israël God zou gehoorzamen (Exodus 16:4-5, 22-23), zelfs vóórdat Hij alle Tien Geboden op de stenen tafelen gaf (Exodus 20:1-17).

     Het houden van de Sabbatdag was ook bedoeld als een speciaal teken van identificatie tussen God en Zijn mensen (Exodus 31:13, 16-17). God wilde dat het oude Israël Hem in herinnering hield als de Schepper, Onderhouder en Allerhoogste Heerser over Zijn hele schepping, en daartoe koos Hij het houden van de Sabbat uit als het ene grote teken waardoor zij altijd herinnerd zouden worden aan wie Hij is en wie zij zijn - Zijn uitverkoren volk.

     Vele belijdende Christenen zijn bereid te erkennen dat in deze tijd de andere negen geboden op een of andere manier gehouden zouden moeten worden, maar verwerpen en weigeren het letterlijk houden van slechts één gebod: het vierde! We zien dus dat het Sabbatsgebod een cruciale test van gehoorzaamheid is, want het identificeert degenen die zich overgegeven hebben aan God en streven om al Zijn geboden te houden.

     Jezus woonde op regelmatige basis religieuze diensten bij op de Sabbatdag "volgens Zijn gewoonte" (Lucas 4:16,31). Hij gehoorzaamde Zijn eigen gebod om elke Sabbat samen te komen. Dit is de dag die Hij logischerwijs zou houden, aangezien Hij de Sabbat oorspronkelijk maakte door te rusten en te gebieden dat hij heilig zou zijn vanaf dat moment. Het was ook de gewoonte van de Apostel Paulus om de Sabbat te houden (Handelingen 17:1-2). Ander bewijs toont duidelijk aan dat de vroege Kerk van God de Sabbat hield (Handelingen 13:13-15, 42, 44; 18:1, 4, 11).

     Diegenen die ernaar streven God ook vandaag de dag te gehoorzamen en te doen wat Hij zegt (Lucas 6:46), houden ook dezelfde dag die Jezus, Paulus en de hele ware Kerk altijd gehouden heeft.

Zij slagen voor Gods "test", iedere zevende dag van de week!


Om meer te leren over "de Sabbat" kunt u ons boekje lezen: Welke Dag Is de Christelijke Sabbat?.

• • • • • • •

Vraag 23:

      De God van het Oude Testament lijkt streng door Zijn gebod "een oog voor een oog" en "een tand voor een tand". Is het niet zo dat Jezus kwam om Zijn Vaders wet van wrede slavernij weg te doen?

Antwoord 23:

     Vele Bijbelstudenten zijn geschokt door Gods "een oog voor een oog" gebod in Exodus 21:23-25. Zij stellen zich voor dat in de Oudtestamentische tijden iemand die het verlies van een oog, hand of voet veroorzaakte automatisch hetzelfde verlies moest lijden. Velen vragen zich af: "Hoe kan een dergelijk wreed gebod komen van een liefhebbende Vader"?

     We lezen: "Maar indien er een ander lestel is, zult gij geven leven voor leven, oog voor oog, tand voor tand, hand voor hand, voet voor voet, blaar voor blaar, wond voor wond, striem voor striem" (Exodus 21:23-25). God beschrijft het principe van rechtvaardige vergelding. Echter het "oog voor oog" moest niet in ieder geval toegepast worden. Let nota bene op het volgende vers: "Wanneer iemand het oog van zijn slaaf - of het oog van zijn slavin - raakt en het vernielt, zal hij hem om zijn oog vrijlaten" (vers 26).

     God schrijft een rechtvaardige vergelding voor - vrijheid voor de gewonde slaaf - in plaats van een vergeldende verminking.

     Een aantal verzen eerder vaardigde God uit dat iemand die een ander verwondde een rechtvaardige prijs moest betalen voor de "gedwongen rusttijd" en "voor genezing" moest zorgen (vers 18-19). Deze wet was een soort werknemersverzekering die ervoor zorgde dat de gewonde de juiste vergoeding voor zijn wond en verlies van productiviteit kreeg. In plaats van God als wreed af te schilderen leerden Zijn wetten en geboden de Israëlieten hoe zij hun naasten moesten liefhebben door het principe van rechtvaardige vergoeding voor een verlies toe te passen.

     Schafte Jezus Gods wetten af? Nee! Hij stelde met klem dat Hij kwam om Gods wetten te vergroten (Jesaja 42:21 S.V.; Matteüs 5:17-19). Toen Hem gevraagd werd welk van Gods geboden het grootste was, antwoordde Jezus: "Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (Matteüs 22:37-40).

     Vernietigde Jezus met deze woorden de Oudtestamentische wet? Nee! Hij citeerde er uit (Deuteronomium 6:5; Leviticus 19:18)! In plaats van iets nieuws te introduceren vergrootte Hij de bestaande wet en leerde hoe Christenen deze ook geestelijk toe moeten passen.

     Het "een oog voor een oog" principe betrof naastenliefde. Jezus vergrootte het door vergeving te benadrukken. Let op Zijn uitleg: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe" (Matteüs 5:38-39).

     Jezus toonde hiermee aan dat een Christen bereid moet zijn om onrecht te verdragen. Maar de wet bleef de maatstaf voor goed en kwaad. De Apostel Paulus schreef de Korintiërs dat zij eerder kwaad en onrecht moesten verdragen dan een andere Christen voor een openbare rechtszaal te slepen (1 Korintiërs 6:1-8). Paulus leerde ook dat we ons dienen te onderwerpen aan de regering die over ons gesteld is, zelfs wanneer deze oneerlijk of onrechtvaardig is (Romeinen 13:1-7) - zolang dit niet het overtreden van Gods wet tot gevolg heeft. Geduldig lijden ondergaan om een rechtvaardige zaak is het voorbeeld dat Christus stelde en dat alle Christenen dienen te volgen (1 Petrus 2:19-20).

     De waarheid is dat het juk van slavernij op degenen drukt die zonde begaan (Johannes 8:34) - niet op degenen die Gods geboden houden. Gods wetten zijn heilig, rechtvaardig en goed (Romeinen 7:12). Christus kwam om de volledige bedoeling van de wet te volbrengen, namelijk liefde voor de naaste (Romeinen 13:10). Petrus zegt het op deze manier: "Ten slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig, en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven" (1 Petrus 3:8-9).

Gods wet is altijd de maatstaf van het recht, maar Christenen dienen deze wet met mededogen toe te passen.

• • • • • • •

Vraag 24:

      Verscheidene kerken gebruiken water om een ritueel uit te voeren dat zij doop noemen. Wat is het doel van de waterdoop? Welke methode is de juiste volgens de Bijbel?

Antwoord 24:

     Weinigen in het moderne Christendom begrijpen de werkelijke betekenis van waterdoop. Er is ook veel verwarring over hoe gedoopt moet worden. Sommige kerken besprenkelen en sommigen begieten, terwijl anderen volledige onderdompeling beoefenen.

     De meeste belijdende Christenen gebruiken tegenwoordig "besprenkeling". Echter het woord "besprenkelen" komt slechts een paar keer voor in het Nieuwe Testament - maar nooit in verband met de doop. "Uitgieten" wordt ook een aantal keer genoemd, maar nooit in verband met dopen.

     Het woord "doop" komt uit het Griekse baptizo, dat "onderdompelen" of "ergens indoen" betekent. Dit Griekse woord kan niet "besprenkelen" of "uitgieten" betekenen. Het Griekse woord voor "besprenkelen" is rantizo, en "uitgieten" is cheo.

     Vandaar dat, in de eigen woorden van de Bijbel, "besprenkelen" of "uitgieten" niet baptizo zijn. Doop betekent onderdompeling - het volledig onder water gedaan worden.

     De Bijbel vertelt ons dat Johannes de Doper doopte "in" de rivier Aenon (Johannes 3:23). Johannes zou slechts een handvol water nodig hebben gehad om berouwvolle gelovigen te besprenkelen, of een kopvol om uit te gieten. Maar dopen vereist "veel water" (vers 23).

     Ondanks dat Jezus Christus zonder zonde was, werd Hij gedoopt door Johannes, daarmee het voorbeeld gevend dat Zijn Kerk zou moeten navolgen (Matteüs 3:13-15; 28:19-20). We weten dat Jezus volledig ondergedompeld werd omdat Hij "opsteeg uit het water" (Matteüs 3:16). Hij zou niet hebben kunnen "opstijgen" uit het water van een besprenkeling of beker!

     Toen Filippus de Ethiopische kamerling doopte, gingen zij beiden "in het water" (Handelingen 8:38). Filippus had niet "in" het water hoeven gaan om de kamerling te besprenkelen of water over hem uit te gieten, als dat de juiste handelwijze voor de doop is. Maar om de kamerling onder te dompelen moest Filippus ook in het water gaan.

     Deze voorbeelden laten duidelijk zien dat volledige onderdompeling in water de doop was die door de Kerk die Christus stichtte gebruikt werd. En dat is de doop die door Zijn tegenwoordige Kerk gebruikt wordt!

     Maar wat is precies het doel van de doop? Wat is de betekenis van het ondergedompeld worden in water? Waterdoop heeft geen mystieke of "magische" effecten. Zijn enige fysieke gevolg is dat iemand van top tot teen nat wordt! God gebiedt echter de doop als een handeling van gehoorzaamheid, waarmee we ons geloof demonstreren in onze levende Verlosser, Jezus Christus, en in Zijn vergoten bloed voor de vergeving van onze zonden. Hij geeft de gehoorzame en vergeven zondaar de gave van Zijn Heilige Geest (1 Petrus 1:17-19; Openbaring 1:5; Handelingen 2:38).

     Waarom vraagt God om deze symbolische daad van onderdompeling? De doop symboliseert iemands dood, begrafenis en wederopstanding uit een "graf" (Kolossenzen 2:12-13; Romeinen 6:3-13). Net zoals Jezus stierf voor onze zonden en begraven werd, zo ondergaat degene die gedoopt wordt de symbolische dood en begrafenis van zijn oude, zondige leven, en komt dan weer naar boven uit het "watergraf" waar hij of zij ingegaan is. Net zoals Jezus opgewekt was "in nieuwheid des levens", symboliseert ons opkomen uit het water van de doop onze wederopstanding om een nieuw leven te leven van gehoorzaamheid aan God, vrij van de schuld van vroegere zonden en de doodstraf die voor deze zonden betaalt moest worden (Romeinen 6:23).

     Doop is een symbolische uitdrukking van ons oprechte berouw van zonde, en onze wens om ons oude zondige leven te begraven. Wanneer we gedoopt worden, komen we op uit het water en erkennen we dat onze zelfzuchtige, ijdele en zondige oude ik gestorven is, zodat we een nieuw leven kunnen leven van geestelijke gehoorzaamheid aan Gods geboden. En deze geestelijke gehoorzaamheid wordt mogelijk gemaakt door de kracht van Zijn Heilige Geest.

Als u meer wilt leren over "de doop", dan kunt u ons boekje lezen: Behoort U Gedoopt te worden?.

• • • • • • •

Vraag 25:

      De Apostel Paulus stelt "liefde is de vervulling der wet" (Romeinen 13:10). Betekent deze stelling dat we de Tien Geboden niet hoeven te houden als we de "liefde" hebben?

Antwoord 25:

     De "liefde" waarover Paulus schrijft is niet een of ander sentimenteel gevoel van menselijke oorsprong. Hij legt uit dat het gaat over de liefde van God die in onze geest gelegd wordt door Zijn Heilige Geest (Romeinen 5:5; Galaten 5:22). Dit is de liefde die ons in staat stelt om ons te houden aan de Tien Geboden - deze te "vervullen". Maar hoe vervult Gods liefde Zijn geboden precies?

     Jezus Christus gaf het voorbeeld dat alle Christenen dienen te volgen (1 Petrus 2:21). Hij hield Zijn Vaders geboden en leerde anderen ze te houden (Johannes 14:15; 15:10; Matteüs 19:16-19).

     Jezus vatte de Tien Geboden samen als de uitdrukking van liefde tot God en onze medemens (Matteüs 22:35-40). De eerste vier geboden tonen ons hoe God lief te hebben, en de laatste zes geboden tonen ons hoe onze naaste lief te hebben. Aangezien de Apostel Johannes ons vertelt dat de fundamentele eigenschap van Gods natuur en karakter "liefde" is (1 Johannes 4:8,16), zijn de Tien Geboden dus uitdrukkingen van de goddelijke liefde van de Soevereine Wetgever, omdat ze Zijn karakter weerspiegelen - dat samengevat is in het woord "liefde". Deze liefde is niet een vorm van menselijke liefde, maar de goddelijke liefde die rechtstreeks van God komt door Zijn Heilige Geest (Romeinen 5:5).

     Aangezien God liefde is liet Jezus zien dat het geestelijk voornemen en doel van Gods wet liefde is. De goddelijke liefde van God, ingeplant in bekeerde Christenen door Gods Heilige Geest, manifesteert zich binnen de grenzen van Gods wet - de Tien Geboden. Allereerst manifesteert het zich in aanbidding en verering van God, en nauwgezette gehoorzaamheid aan Hem; en daarna in uitgaande zorg, medeleven, vriendelijkheid en dienstbetoon aan degenen om ons heen. De liefde van God stelt ons in staat de geestelijke bedoeling van Zijn wet te vervullen.

     De Apostel Paulus legt verder uit: "Wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet" (Romeinen 13:8-10).

     God laat zien dat Zijn liefde tot uiting komt doordat wij Zijn geboden houden. De Apostel Johannes stelt duidelijk hoe Gods liefde tot uiting komt en definieert het vervolgens als volgt: "Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben en zijn geboden doen. Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar" (1 Johannes 5:2-3).

     Zou er echter toch niet mogelijkerwijs enige waarheid schuilen in het wijdverspreide geloof dat "liefde" Gods wet zodanig vervult dat het houden van de Tien Geboden niet meer nodig is?

     De Apostel Johannes geeft ons als antwoord een nadrukkelijk Nee (1 Johannes 2:3-6; 2 Johannes 5-6). Johannes legde zeker de nadruk op het belang van Gods liefde. Maar nooit zei hij, noch een andere Bijbelschrijver, dat liefde de wet van God wegdeed, schorste of buiten werking stelde. Johannes, die een boezemvriend, discipel en Apostel van Jezus Christus was, stelde duidelijke dat iemand die waarlijk de liefde van God heeft de geboden van God zal houden!

     De tijd komt spoedig wanneer de hele wereld, geregeerd door Jezus Christus, de ongelofelijke zegening zal begrijpen en waarderen die de wet van God werkelijk is.

Een heerlijke wereld van vrede en harmonie zal het resultaat zijn van het houden van Gods wet (Jesaja 2:2-3)

• • • • • • •

Vraag 26:

      Leert Openbaring 20:10 dat het Beest en de valse profeet voor eeuwig gepijnigd zullen worden in brandend hellevuur?

Antwoord 26:

     Dit is een veel voorkomend misverstand, veroorzaakt door de onzorgvuldige aannames van vertalers (en vele lezers). Kijk allereerst naar het betreffende vers. "En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden". (Openbaring 20:10).

     Het cursief gedrukte woordje zijn in de tekst staat in de Engelse King James bijbel tussen vierkante haken ([]). Dit betekent dat vertalers het woord toegevoegd hebben en dat het geen deel uitmaakt van de originele Griekse manuscripten. Een meer nauwkeurige vertaling zou zijn "waren geworpen" - aangezien in de tijd van dit vers het Beest en de valse profeet al in de poel van vuur en zwavel geworpen zijn (Openbaring 19:20). Het voornaamwoord "zij" in het laatste deel na de komma is ook een interpretatie van de vertalers, toegevoegd aan de Engelse New King James bijbel maar terecht afwezig in de King James versie.

     Dus zou een goede vertaling van het vers zijn: "En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waarin ook het beest en de valse profeet geworpen waren, en hij zal dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden".

     Nu wordt de bedoeling en betekenis van dit vers duidelijk. Satan de Duivel zal in de poel van vuur en zwavel geworpen worden. Hij zal degene zijn die dag en nacht gepijnigd wordt. Hoewel vlammen van vuur uit geest bestaande engelen geen pijn kunnen doen zal Satan gepijnigd worden in eeuwigheid door de vernietiging van al zijn werken en koninkrijk (1 Johannes 3:8; Openbaring 11:15).

     Sommigen begrijpen dit vers verkeerd door aan te nemen dat het Beest en de valse profeet zullen creperen in ondenkbare pijnen in de vlammen van het hellevuur voor altijd. Het gangbare geloof in de hel stelt het voor als de woonplaats van boze geesten, "de helse regionen... waarheen verloren en veroordeelde zielen gaan na de dood om onbeschrijfelijke martelingen een eeuwigdurende straffen te ondergaan" (Encyclopedia Americana). De populariteit van een dogma maakt het echter nog niet de waarheid. Daarom moeten we ons de vraag stellen, waar hebben we het concept van een eeuwigdurende marteling in het hellevuur vandaan?

     Schrijvers zoals Augustinus (345-430 n. C.) argumenteerden dat onvolmaakte zielen bij hun dood gereinigd zouden worden in een zuiverend vagevuur. Zoals velen waren zij in dit idee beïnvloed door dogma's van voor-Christelijke filosofen. De Italiaanse dichter Dante Alighieri (1265-1321 n. C.) droeg nog extra bij aan de populaire misvattingen over het hellevuur toen hij zijn beroemde La Divina Commedia schreef. Zijn eigenlijke doel was om de concepten van de hel in zijn tijd op de hak te nemen, maar de gruwelijke details van zijn fictie hadden zulk een grote impact dat vele belijdende Christenen ze onterecht als waarheid aannamen.

     Wat is de waarheid over de hel en de straf na de dood? Gods woord laat duidelijk zien dat "het loon van de zonde is de dood" - niet eeuwige pijniging in het hellevuur (Romeinen 6:23). De goddelozen zullen verbrand worden en as worden onder de voeten van de rechtvaardigen (Maleachi 4:1-3). God inspireerde de Apostel Petrus te schrijven dat "de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen" (2 Petrus 3:7). Het woord "ondergang" is een synoniem voor "vernietiging". De goddelozen zullen vernietigd worden door de poel des vuurs, en zullen niet voor eeuwig lijden.

     Uiteindelijk zal de hele aarde gereinigd worden door vuur, en alle aardse werken verbrand worden (2 Petrus 3:10). Zoals Jezus stelde: "En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens" die zal in de poel des vuurs geworpen worden om verbrand en vernietigd te worden - om nooit meer te bestaan (Openbaring 20:15; 21:8).

• • • • • • •

Vraag 27:

      Kunnen wij wel of niet bewijzen dat de huidige kalenderregels, inclusief "uitstellen", van de HEBREEUWSE KALENDER in gebruik waren in Christus' tijd?

Antwoord 27:

     In de laatste tien jaren heeft de Kerk een toenemende controverse gekend inzake haar gebruik van de Hebreeuwse kalender om Gods geboden Heilige Dagen te vieren. Historisch gezien heeft de Kerk de door de Joodse gemeenschap bewaard gebleven kalender gebruikt. Sommigen hebben aangevochten dat de Joden de kalender onjuist bewaard hebben en hem gewijzigd hebben met menselijke traditie sinds de tijd van Jezus en de Apostelen. Is dit waar? Hebben wij een Bijbelse basis om te concluderen dat de kalender die wij nu gebruiken werkelijk dezelfde is die Jezus en de Apostelen gebruikten?

     Toen meneer Herbert Armstrong vele jaren geleden met deze kwestie in aanraking kwam, concludeerde hij dat Romeinen 3:1-3 liet zien dat de kalender, samen met de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament, tot de godsspraak hoorden. Als zodanig, concludeerde hij, dient de Kerk dezelfde kalender die de Joden bewaard hadden te gebruiken, inclusief zijn "uitstellen" - de vier regels die bepalen welke dag uitgeroepen dient te worden als de eerste dag van Tishri, de dag van waaraf alle andere dagen van het jaar berekend worden. Recentelijk echter hebben sommige critici beweerd dat de "uitstellen" een vierde-eeuwse rabbijnse uitvinding zijn, en niet gebruikt werden in de tijd van de Apostolische Kerk.

     In de afgelopen jaren heeft de Kerk verscheidene artikelen gepubliceerd die de basisprincipes en werking van de kalender uitleggen. Dit korte artikel wil deze informatie niet herhalen maar is slechts bedoeld om de vraag te beantwoorden of wij wel of niet kunnen bewijzen dat de huidige kalenderregels, inclusief uitstellen, in gebruik waren in Christus' tijd. Het antwoord is: ja, dat kunnen wij! Hieronder leggen wij uit hoe.

     Uit de Bijbel kunnen wij duidelijk bewijzen dat voor Jezus om drie dagen en drie nachten in het graf te zijn zoals Hij zei, de kruisiging op woensdag moet zijn geweest. Hieruit volgt dat het jaar waarin Christus gekruisigd er een geweest moet zijn waarin het Pascha op een woensdag viel en de eerste heilige dag van het Feest van Ongezuurde Broden (de grote sabbat van Johannes 19:31) op een donderdag. In de reeks van jaren waarin mogelijkerwijs de kruisiging zou kunnen vallen, zijn er twee die een Pascha op woensdag gehad zouden kunnen hebben. De ene is 30 n. Chr., toen het Pascha normaliter op een woensdag zou hebben gevallen. De andere is 31 n. Chr. en het Pascha had in dit jaar alleen op woensdag kunnen vallen wanneer de huidige regels van de Joodse kalender (inclusief de "uitstellen") in gebruik zouden zijn geweest. Kunnen wij zeker weten wanneer de kruisiging plaatsvond?

     Het antwoord is een duidelijk "ja" - en de sleutel bevindt zich in het Woord. In Daniël 9 schreef de profeet dat 70 "zevens" (letterlijk uit het Hebreeuws) bepaald waren voor het volk van God. Vanaf het uitgaan van een bevel tot het herstellen en herbouwen van Jeruzalem tot Messias de Prins zou komen, zouden 69 weken voorbijgaan. De Messias zou uitgeroeid worden in het midden van de 70e week. Deze profetie van een drie-en-een-half jaar durende prediking wordt bevestigd door een zorgvuldige studie van de evangeliën.

     Christus werd gekruisigd in de lente, dus Zijn prediking moet begonnen zijn in de herfst om tegemoet te komen aan het halve jaar. Als Christus in 31 n. Chr.. gekruisigd werd, werd Hij gedoopt door Johannes de Doper in de herfst van 27 n. Chr. Maar als Hij gekruisigd werd in 30 n. Chr. zou Hij gedoopt moeten zijn in de herfst van 26 n. Chr. Welk jaar was het?

     De 69 profetische weken vanaf het bevel tot de verschijning van de Messias zouden 483 jaren tellen. Het bevel was hetgeen opgetekend staat in Ezra 7 en werd uitgevaardigd door Artachsasta in zijn zevende regeringsjaar en geboodschapt aan Jeruzalem door Ezra in de vijfde maand van dat jaar. De vraag is dus simpelweg, wanneer was het zevende jaar van Artachsasta?

     Een betrouwbare bron voor het dateren van de regering van Artachsasta is een boek getiteld Babylonian Chronology 626 B.C. to A.D. 75 (Parker en Dubberstein, Brown University Press) en is gebaseerd op vertalingen van eeuwenoude Babylonische documenten en inscripties. Dit boek dateert duidelijk de troonsbestijging van Artachsasta na de dood van zijn voorganger, Xerxes, in 464 v. Chr. Na het bestijgen van de troon in juli-augustus van 464 v. Chr. voltooide Artachsasta zijn "troonsbestijgings-jaar" - ook beschreven als het laatste jaar van Xerxes' regering - in de herfst van 464 v. Chr. Op dat moment begon het eerste jaar dat toegeschreven werd aan zijn eigen heerschappij. Wij dienen op te merken dat de overgrote meerderheid van geloofwaardige buiten-Bijbelse studiebronnen aansluiten op dit jaar 464 v. Chr. Het accepteren van welke andere datum dan ook levert problemen op met andere aspecten van geschiedschrijving. Wij kunnen dus gerust deze datum - waarover studenten het eens zijn die geen bemoeienis of belang bij de controverse over kalender en uitstellen hebben - accepteren.

     Om de eind-datum te vinden van de 69 weken profetie, moeten wij weten of het Bijbelverslag de jaren van Artachsasta rekende van lente-tot-lente of van herfst-tot-herfst. Wanneer het lente-tot-lente is begon Artachsasta' eerste jaar in april 464 en eindigde in april 463. Zijn zevende jaar zou geweest zijn van de lente van 458 tot de lente van 457. Dit zou betekenen dat Ezra het bevel in de nazomer van 458 v. Chr. boodschapte. De 69 profetische "weken" zouden dan eindigen in 26 n. Chr.

     Lente-tot-lente rekening was gebruikelijk in Babylonië. In vroegere tijden begonnen sommige natiën hun nieuwe jaar in de lente, terwijl anderen begonnen in de herfst. Op deze plaats verwijzen lente-tot-lente en herfst-tot-herfst rekening naar de manier waarop de regering van een koning geteld werd. Juda en Israël gebruikten in verschillende periodes beide methoden voor het bepalen van de heerschappij van koningen. De verschillende methoden werden ook nog voor verschillende doelen gebruikt; het religieuze jaar begon altijd in de lente, maar het Sabbatsjaar en het Jubeljaar werden gerekend vanaf de herfst (Leviticus 25:8-9).

     Gebruikte de schrijver van Ezra-Nehemia - volgens traditie één boek in de Hebreeuwse geschriften - de lente-tot-lente manier van berekening? Of bepaalde hij de heerschappij van de koning van herfst-tot-herfst? Als hij een herfst-tot-herfst systeem gebruikte zou Ezra's aankomst in Jeruzalem in de nazomer van 457 v. Chr. gedateerd zijn. Dat zou het verschijnen van de Messias in 27 n. Chr. en de kruisiging in 31 n. Chr. plaatsen.

  • Kunnen wij zeker weten welke methode de Bijbelse auteur gebruikte?
  • Kunnen wij bepalen of de kruisiging plaatsvond in 30 n. Chr. of 31 n. Chr.?

Absoluut!

     Let op Nehemia 1:1. Hier wordt het nieuws beschreven dat Nehemia kreeg in de maand Chislev (negende maand, overeenkomend met december) gedurende het 20e jaar van Artachsasta. Vervolgens in Nehemia 2:1 lezen wij dat de koning het sombere gelaat van Nehemia opviel in de maand Nisan (1e maand, corresponderend met april) gedurende het 20e jaar van Artachsasta. Ziet u het belang hiervan? In de volgende lente, vier maanden na het nieuws van Nehemia 1:1 was de koning nog steeds in zijn 20e jaar! Dit bewijst onomstotelijk dat de schrijven van Ezra-Nehemia een herfst-tot-herfst systeem hanteerde! Als een lente-tot-lente berekening gebruikt was, zou Nisan gerekend zijn als het begin van het 21e jaar van de regering van de koning.

     Hier is duidelijk bewijs uit de Bijbel dat 457 v. Chr. de juiste datum is vanwaar het bevel van Artachsasta geteld dient te worden. Dit betekent dat Christus gekruisigd werd in 31 n. Chr. De enige manier waarop het Pascha van dat jaar zou vallen op een woensdag, zoals het Evangelie duidelijk laat zien, was dat de huidige regels van de kalender, inclusief "uitstellen", gebruikt werden door het Sanhedrin in de tijd van Christus en de Apostolische Kerk. Door de huidige Joodse kalender als onze standaard te accepteren volgen wij het voorbeeld van Jezus Christus Zelf en dat van de vroege Kerk!

• • • • • • •

Vraag 28:

      In Exodus 20:5 stelt God dat Hij een naijverig God is, maar in Galaten 5:20 wordt afgunst genoemd onder de zondige werken van het vlees. Is dit in tegenspraak met elkaar?

Antwoord 28:

     God kan niet zondigen, noch verzocht worden met kwaad (1 Johannes 3:5; Jakobus 1:13). De "naijver" die in Exodus 20 genoemd wordt verwijst naar een eigenschap van rechtvaardigheid in plaats van zonde. Ons wordt gezegd dat wij ons niet moeten "nederbuigen voor een andere god, immers de Here, wiens naam Naijverige is, is een naijverig God" (Exodus 34:14). "Naijverig" is niet alleen een eigenschap van God; het is een van Zijn namen die Zijn karakter beschrijven.

     Zonder uitzondering gebruikt de Bijbel deze term in de context van Gods wetten tegen afgoderij (vgl. Deuteronomium 4:23-24; 5:9; 6:13-15). Afgoderij is een overtreding van het speciale verbond dat God maakte met Israël - een verbond dat grote voorspoed beloofde en een rol als Gods speciaal afgezonderde mensen. God legde uit, vlak voordat Hij de Tien Geboden gaf: "Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk" (Exodus 19:5-6).

     Met het geven van de Tien Geboden zei God vervolgens: "Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb" (Exodus 20:2). Vijf keer in de Tien Geboden gebruikt Hij de uitdrukking "de Here uw God". Het woord "Here" op zichzelf wordt nog eens drie keer gebruikt. Waarom herhaalde God Zijn naam zo vaak? Het antwoord op deze vraag helpt ons de betekenis van goddelijke naijver te begrijpen.

     De naam "Here" is vertaald uit het Hebreeuwse JHWH, wat de "Eeuwige, Onveranderlijke; Hij die was, is en zal komen" betekent (Companion Bible, appendix 4, II). God herhaalde deze naam om de intieme en persoonlijke verbondsrelatie te beschrijven die Hij verlangde te hebben met Israël; een relatie die vaak vergeleken wordt met een huwelijk (Jeremia 3:14, 20). Vanuit Gods perspectief is afgoderij geestelijk overspel. Zoals een man en vrouw trouw van elkaar vereisen, eist God hetzelfde van Zijn mensen. De nadruk op Zijn naam laat dit zien.

     Aan de andere kant is er vleselijke naijver en haat richting de naaste, aangewakkerd door hebzucht, wat afgunst genoemd wordt en één van de vruchten van het vlees is (vgl. Galaten 5:20; Jakobus 4:2). God kan uiteraard niet zondigen; Hij is op niemand jaloers. Hij is tenslotte de Schepper van alle dingen, en heeft absolute autoriteit over Zijn hele schepping. God vraagt: "Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat Ik hem zou gelijk zijn? zegt de Heilige. Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet een achter" (Jesaja 40:25-26). Inderdaad, voor God zijn de natiën "als niets, zij worden door Hem beschouwd als nietig en ijdel" (vers 17). Het zal ons dus niets verbazen dat God beveelt "Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben" en erop staat dat wij geen beelden, afbeeldingen of religieuze voorwerpen maken om te helpen in onze aanbidding van Hem (Exodus 20:4-5).

     De betekenis is dus duidelijk. Goddelijke jaloezie beschrijft Gods grootheid als de enige ware God en Schepper - Zijn absolute macht om te redden; Zijn genade, Zijn oplettende zorg en Zijn ijver om Zijn beloften na te komen. Hij alleen bezit het absolute en exclusieve recht aanbeden te worden. Hij tolereert geen concurrentie als u een verbondsrelatie met Hem aan wilt gaan. Gods "jaloersheid" wijst op Zijn unieke goddelijke recht en rechtvaardigheid, niet de vleselijke menselijke afgunst die mensen kunnen voelen.

• • • • • • •

Vraag 29:

      " Hoe Kunt U Uw Leven Veranderen?"

Antwoord 29:

     De westerse wereld heeft van de wens om "je leven te veranderen" een belangrijke industrie gemaakt. Het is een industrie, die video's en praatprogramma's heeft voortgebracht. Het heeft honderden boeken geproduceerd.

     Veel mensen willen hun leven veranderen, maar zij weten eenvoudig niet hoe zij dat moeten doen. Verandering is beangstigend en er is vaak angst voor het onbekende, hetgeen mensen er vaak toe brengt om zich vast te blijven houden aan oude gedragingen, hoe slecht die ook zijn. Mensen weten niet hoe zij het moeten aanpakken om hun levens te veranderen, hoewel er veel veranderingen zijn, die men vaak wil maken.

     Wat is de ware sleutel? Er zijn twee basis sleutels waar de Bijbel de aandacht op richt. Zij worden geloof en bekering genoemd.

Bekering: Veranderen van richting.

  • U kunt een probleem, dat U niet ziet, niet veranderen.

  • Voordat U het wilt veranderen, moet U het eerst zien - en als U het ziet, moet U het willen erkennen.

  • Dan moet U de wens hebben om het anders te maken.

Als die drie punten niet aanwezig zijn, is de verandering zelfs nooit begonnen.

     De meeste mensen hebben er geen idee van wat bekering werkelijk is. Zij denken in termen van spijt en wroeging. Zij kunnen denken in termen van boetedoening, maar bekeren in de bijbelse betekenis is omkeren en de andere weg opgaan. één van de voornaamste hindernissen, die in de weg staan van bekering is het feit, dat de menselijke natuur erg onbetrouwbaar is. De profeet Jeremia schreef: "Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen" ? (Jeremia 17:9)

     Hoe verandert U Uw leven? In welke richting gaat U? Als U in alle ernst Uw leven wilt veranderen, moet U naar de enige bron gaan, die U de richting kan uitleggen, waarin Uw leven moet gaan. Er is een bron - "het instructieboek" van Uw Schepper - die een levenspatroon bepaalt. U moet naar Uw Schepper gaan en Hem hulp vragen om Uzelf werkelijk te zien; geen uitvluchten maken of de schuld geven aan anderen, maar Uzelf zien, dingen van Uzelf erkennen en wensen te veranderen.

     Als U het instructieboek van Uw Schepper gelooft - als U het werkelijk oprecht gelooft - zal het U een richting geven, die U in staat stelt om Uw leven te veranderen.

Voor meer inzicht in "het instructieboek" van Uw Schepper kunt U de Bijbel Studie Cursus INDEX in zien!

• • • • • • •

Vraag 30:

      Heeft het Vaticaan Plannen voor Europa?

Antwoord 30:

"Plannen vanuit het Vaticaan voor Europa"

door Dr. Douglas S. Winnail


BRON: Commentary - April 2004

     In juli 2003 heeft het Vaticaan de publicatie goedgekeurd van de Decaloog (de Tien Geboden) voor het oprichten van een nieuw Europa, voorgesteld door Paus Johannes Paulus - 10 punten, die de Katholieke Kerk heeft opgesteld om de huidige inspanningen van de eenheid van Europa te begeleiden. Het document heeft als thema "Ecclesia in Europa" [de kerk in Europa] en drukt de pauselijke hoop uit, dat Europeanen een "Europa van waarden" zal bouwen en niet alleen een "Europa van handelaren".

     Deze voorgestelde Decaloog stelt dat "het Christendom de religie is van alle Europeanen" en dat het [Katholieke] Christelijke geloof het enige vaste fundament is en de enige garantie dat Europa "een familie van naties" en "een model voor andere naties in de wereld" zal zijn. Volgens de Paus "is dit de reden waarom in de toekomst de Europese grondwet zal verwijzen naar de religieuze erfenis van Europa" - voornamelijk het Christendom - en waarom de Katholieke Kerk een belangrijke rol moet spelen in het bouwen van een nieuw Europa. Terwijl de Kerk de waardigheid van elk mens verdedigt ziet de Paus "het Europa van de toekomst" als een Europa van liefde, die elke cultuur van solidariteit promoot.

     De Vaticaanse Decaloog voor Europa is echter van groot belang, wat weinigen zich nu realiseren. Ondanks dat de plannen van de Paus voor Europa gevuld zijn met hoop en idealisme is de realiteit voor wat er te wachten staat voor Europa heel anders. Bijbelprofetieën in hoofdstuk 17 van het boek Openbaring beschrijven een federatie van tien naties, die zullen opstaan in Europa vlak voor de wederkomst van Jezus Christus. De bijbel geeft aan dat deze federatie (het beest genoemd) voor een korte tijd bereden zal worden door een vrouw en dat dit politiek-economisch beest zich uiteindelijk zal keren tegen de vrouw "en haar berooid zal maken" (Openbaring 17:16-18). Bijbelprofetieën onthullen dat de ware toekomst van Europa gekenmerkt zal worden door strijd en verdeeldheid waarover de wereld geschokt zal zijn en zich zal verbazen (Openbaring 18:1-19) en een getuige zal zijn van het verval van een eens zo machtig en invloedrijke kerk.

     In deze teksten staat de vrouw symbool voor een grote kerk die het politiek-economische beest dat zal opstaan in Europa, zal overheersen en beïnvloeden. De Decaloog, uitgebracht door de Roomse Paus, representeert duidelijk de intentie van de Katholieke Kerk om een dominante rol te spelen in de opkomende Europese federatie. Uit Bijbelprofetieën blijkt dat de opkomst van een machtige kerk die samenwerkt met een herenigde Europese federatie een bepalende gebeurtenis is, die de wederkomst van Jezus Christus inluidt. De Bijbel onthult dat de toekomst van Europa niet in overeenstemming is met de Vaticaanse plannen voor Europa!

Voor meer informatie kunt u het boekje Het Beest van Openbaring lezen.

• • • • • • •

Vraag 31:

      Wordt met de bijbelse stelling dat er "een geest in de mens" is (Job 32:8, 18) Gods Heilige Geest bedoelt, of een "onsterfelijke ziel" in de mens?

Antwoord 31:

     Het antwoord is - geen van beide! Desondanks is er een "geest" in alle menselijke wezens (Zacharia 12:1). De meeste belijdende Christenen geloven dat deze geest een "onsterfelijke ziel" is die in ons leeft en ons verlaat bij de dood. Dit idee komt feitelijk niet uit de Bijbel maar uit het oude Egypte; het kwam bij ons via de Grieken die dit concept als eersten populair maakten door de boeken van Plato.

     Jezus legde in tegenstelling hiermee uit, dat een "ziel" (Grieks soma, Hebreeuws nephesh, verwijzend naar fysiek leven en niet een geestelijk wezen) gedood kan worden (Matteüs 10:28)! Ezechiël zei dat "de ziel die zondigt, die zal sterven" (Ezechiël 18:4, 20). We zien dus dat de "ziel" niet onverwoestbaar is. Bij zijn schepping werd de mens "een levende ziel" (Genesis 2:7, SV). De mens heeft geen ziel, de mens is een "ziel".

Wat is dan deze "geest" die in elk menselijk wezen is - en wat is er het doel van?

     Toen God Adam en Eva schiep gaf Hij hen de adem des levens, en plaatste ook een niet-fysiek element, de menselijke geest, in hun hersenen. Dieren kunnen de dingen niet begrijpen zoals een mens: "Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? " (1 Korintiërs 2:11). Deze geest, gecombineerd met de fysieke hersenen, maken het menselijk intellect mogelijk - het menselijk vermogen om te denken, redeneren, plannen en creëren. God gaf deze capaciteiten niet aan dieren; zij zijn volledig afhankelijk van hun instinct.

     Op dezelfde manier, net zoals een dier niet de dingen van de mens kan begrijpen, kan geen mens de door God geopenbaarde geestelijke dingen op een juiste manier begrijpen zonder een ander geestelijk element. De Bijbel openbaart dat de mens geschapen is om een andere geest nodig te hebben - de Heilige Geest van God - die werkt met de menselijke geest in ons verstand. Met Gods Heilige Geest kunnen we pas de geestelijke dimensie begrijpen, inclusief de "diepten Gods" (vers 9-12). "Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods" (1 Korintiërs 2:11).

     Door Gods plan van verlossing kunnen wij de Heilige Geest van God ontvangen (Handelingen 2:38; Johannes 7:38-39), die toegevoegd wordt aan onze menselijke geest. Wij worden geestelijk "verwekt" door God wanneer we de Heilige Geest ontvangen. God is een Familie aan het scheppen (Efeziërs 3:14-15; 1 Johannes 3:1-3). De menselijke geest in de mens en de Heilige Geest van God verbinden zich aan elkaar waardoor een geestelijk verwekt kind van God ontstaat (1 Petrus 1:3; Romeinen 8:14-17), net zoals de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel samengaan om een verwekt (maar nog niet gereed voor geboorte) kind te maken. Vervolgens groeien we geestelijk gedurende ons leven, totdat we wedergeboren worden bij de opstanding. Dan zullen we bij Gods familie horen als goddelijke wezens, volledig opgebouwd uit geest.

• • • • • • •

Vraag 32:

      Sommige religies onderwijzen, dat Jezus Christus een geschapen wezen is. Sommige zeggen zelfs, dat Hij de broer van Lucifer was of dat Hij de aartsengel Michaël was.

Is Jezus Christus een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Antwoord 32:

     Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1:15 en Openbaring 3:14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

     De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon "er maar één God is" (1 Korintiërs 8:4; Deuteronomium 6:4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1:26; Efeze 2:19; 3:15)

     Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het "Woord" (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1:1-3; 1 Korintiërs 10:4; Efeze 3:9; Hebreeën 1:2) Nadat Hij "Zichzelf ledigde" van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2:7) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6:23) werd Jezus de "eniggeborene des Vaders", (Johannes 1:14, 18; 3:16, 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4:14) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4:10-12)

     Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3:14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als "het begin der schepping Gods". Het probleem ligt in de vertaling van het woord "het begin". (In het Grieks, arche)

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

Christus is "de oorsprong van de schepping Gods". (Prof. Brouwer vertaling)( Zie ook de Moffatt of NIV vertaling) "Het Begin" zou beter vertaald zijn met "de Beginner" of de "Bewerker", of de "Schepper" van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3:14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

     Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1:15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als "de eerstgeborene der ganse schepping", Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met "eerstgeborene" - prototokos (van proto, "eerste" en tikto, "verwekken") - geeft niet aan, dat Jezus geschapen was. Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de "superioriteit" als "de eerstgeborene uit de doden" had. (Kolossenzen 1:18; Openbaring 1:5) Bovendien, zoals juist opgemerkt in Vine's Expository Dictionary of New Testament Words - [Vine's Verklarend Woordenboek van Nieuwtestamentische Woorden] - is Kolossenzen 1:15 een vers "waar Zijn [Christus'] relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde (het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt)" (pag. 104) - Hij schiep Zichzelf niet!

     Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en "een priester van God, de Allerhoogste" (Genesis 14:18) Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid "zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos". (Hebreeën 7:3) Melchisedek was "als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5:10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen. (Wilt U mee weten over dit onderwerp, vraagt U dan ons artikel aan, Wie was de God van het Oude Testament?)

     Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet. (Om meer te weten over Gods plan voor de hele mensheid kunt U ons boekje: Is Dit de Enige Dag van Behoud? lezen.)

Jezus Christus het "Woord", die "God was" en "met God" was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1:1-2), vòòr de schepping, zal terugkomen als "Koning der koningen en Here der heren" (Openbaring 19:13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2:2-4)

• • • • • • •

Vraag 33:

      Jezus zei, dat de dag van oordeel meer "draaglijker zou zijn" (Mat. 10:15) voor de mensen van Sodom en Gomorra en Tyrus en Sidon, dan voor degenen, die de boodschap van Jezus hebben gehoord en verworpen tijdens Zijn dienaarschap op aarde.

Hoe kan dit?

Als al deze mensen geoordeeld en verworpen werden, hoe kan het met sommige beter gesteld zijn dan met andere op de dag des oordeels?

Antwoord 33:

     God vernietigde die steden om hen tot een voorbeeld en een waarschuwing te stellen voor "voor hen, die goddeloos zouden leven". (2 Petrus 2:6) Maar de meeste mensen van tegenwoordig weten niet hoe dit in Gods plan voor de mensheid past. Toen Jezus zei, dat de dag des oordeels "draaglijker zou zijn" voor Sodom en Gomorra en voor Tyrus en Sidon (Matteüs 10:15; 11:22, 24), openbaarde Hij dat de inwoners van deze steden hun eerste kans nog niet hebben gehad om Zijn boodschap te begrijpen.

     Hoe moeten wij dit begrijpen? Wij moeten begrijpen, dat er zoals het Nieuwe Testament uitlegt, drie verschillende "fasen van oordeel" zijn voor de mensheid. De Apostel Petrus beschreef de eerste fase van beoordeling, waarmee de meeste bekend zijn: "Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods"? (1 Petrus 4:17)

     Dit is de "Kerk Fase" - de eerste periode van beoordeling. Petrus noemde de Kerk "het Huis van God" - ware Christenen, wiens ogen geopend zijn om de boodschap van Christus te begrijpen. Jezus houdt Zijn discipelen verantwoordelijk voor deze kennis en verwacht van hen, dat zij geestelijke vruchten dragen. (Matteüs 25:14-30; 2 Petrus 1:1-9; Johannes 15:1-10) Ware Christenen worden tijdens dit leven beoordeeld naar hun werken en gehoorzaamheid aan Gods Woord. (1 Petrus 4:17; Openbaring 20:12; 22:12)

     De volgende fase van beoordeling is de "Duizendjarige Fase". Bijbelprofetie laat zien, dat Jezus Christus spoedig zal terugkomen en Zijn Koninkrijk voor duizend jaar op aarde zal stichten. (Openbaring 20:2-6) Alle naties zullen dan opkomen naar Jeruzalem, het "wereldhoofdkantoor" van de regering van Christus om onderwezen te worden. (Jesaja 2:1-4) De hele wereld zal in contact gebracht worden met de geweldige waarheid en de perfecte weg van God - "want de aarde zal vol zijn van de kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken". (Jesaja 11:9) Tijdens deze fase zal God Zijn heilige en rechtvaardige wetten in de harten van de mensen schrijven door Zijn Heilige Geest. (Hebreeën 8:10-12) Net zoals tijdens de "kerk fase" zullen de mensen geoordeeld worden naar hun gehoorzaamheid aan Gods Woord.

     De derde en laatste fase van beoordeling kan de "Laatste Oordeel Fase" genoemd worden - het boek Openbaring noemt het "het oordeel van de Grote Witte Troon". (Openbaring 20:11-12) In deze fase zullen miljarden, die geleefd en gestorven zijn in onwetendheid van Gods waarheid en Zijn weg van leven, opgewekt worden tot fysiek leven. (Ezechiël 37:1-4) Voor de eerste keer zullen hun ogen geopend worden voor de waarheid en zij zullen hun eerste kans tot behoud krijgen.

     Jezus Christus legde uit dat de mannen van Ninevé en de koningin van het zuiden in de toekomst opgewekt zullen worden, samen met de mannen van Zijn dagen en dat zij degenen van Jezus' dagen zullen veroordelen, die Zijn boodschap verwierpen. (Matteüs 12:41-42) Denkt U na over de belangrijkheid van de fase van het oordeel, dat door Jezus wordt beschreven! Miljarden mensen door de millennia van de menselijke geschiedenis heen zullen levend worden om samen Gods weg te leren en om dat te vergelijken met hoe zij vroeger geleefd hebben zonder God.

     Miljoenen geloven tegenwoordig onterecht, dat God wispelturig is en miljarden, die nooit Zijn boodschap hoorden prediken naar de verdoemenis zendt of dat Hij inconsequent is en behoud geeft aan sommige, die Zijn evangelie niet hoorden prediken. De waarheid is veel meer inspirerend.

Om meer te weten over Gods plan voor de hele mensheid kunt U ons boekje: Is Dit de Enige Dag van Behoud? aanvragen.

• • • • • • •

Vraag 34:

      Is het acceptabel om informatie in te winnen van "helderzienden", zoals paranormaal begaafde mensen, mediums of waarzeggers? Veel mensen schijnen veel hulp en bemoediging uit dergelijke informatie te krijgen. Wat zegt de Bijbel hierover?

Antwoord 34:

     Toen zij op het punt stonden om het Beloofde Land binnen te gaan waarschuwde God de Israëlieten om de gruwelen van de volken, die Hij voor hen er uit dreef, niet te volgen. (Deuteronomium 18:9) God verafschuwde die volken, "want deze luisteren naar wichelaars en waarzeggers" (v. 14) en Hij verbood de Israëlieten specifiek om betrokken te zijn bij de gruwelen van die volken, inclusief afgoderij, mensenoffers, tovenarij, waarzeggerij, het uitleggen van voortekens, hekserij, het trekken van horoscoop, gebruik van een medium, spiritisme en het aanroepen van doden. (v. 10-12) De Bijbel maakt dus duidelijk, dat dergelijke praktijken niet aanvaardbaar zijn voor degenen, die God trachten te gehoorzamen.

     Sommige misleiders kunnen zich voordoen als "Christen" of "heilig" of "goedbedoeld". Maar merkt U op, dat de dienaren van Satan zich rechtvaardig voordoen. De Apostel Paulus, die valse apostelen beschreef, schreef: "Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken". (2 Korintiërs 11:14-15)

     Jezus Zelf waarschuwde dat "vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden". (Matteüs 24:11) Het is belangrijk zich te realiseren dat degenen, die zich "mediums" of "profeten" noemen in feite misleid zijn - of weloverwogen misleiders zijn. God waarschuwt: "Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan". (1 Johannes 4:1)

     Een voorbeeld van een valse profeet is de tovenaar Simon Magus, die velen in een Samaritaanse stad misleidde door hen te laten denken, dat hij "de grote kracht Gods" was. (Handelingen 8:9-11)

     Toen Filippus het ware Evangelie van Jezus Christus begon te prediken, vergezeld van tekens en wonderen, die door Gods Heilige Geest werden gegeven (Handelingen 8:5-8, 12) wilde Simon deze macht kopen, maar Petrus berispte hem. (v. 20) Petrus zei toen: "Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here, of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden, want ik zie, dat gij gekomen zijt tot een gal van bitterheid en een warnet van ongerechtigheid". (Handelingen 8-22-23) Simon Magus had een geest van rebellie en bitterheid. Zijn macht kwam niet van God, maar van het uitoefenen van zwarte kunst. In tegenstelling daarmee onderwezen Filippus en Petrus de waarheid en gehoorzaamheid aan Gods Woord, ondersteund door de onmiskenbare kracht van Gods Heilige Geest. Na het zien van dit contrast werden veel mensen bevrijd van Simons misleiding en ontvingen echte hulp, dat leidde naar het begin van hun behoud.

     Tijdens het nieuwtestamentische tijdperk was het merendeel van de "ontwikkelde" wereld gedompeld in afgoderij, demonisme en occultisme. (Handelingen 17:16; 19:18-20) Wij lezen over een slavenmeisje, dat bezeten was door een geest van waarzegging, die haar meester veel winst opbracht door toekomstvoorspelling. (Handelingen 16:16-18) Paulus gebood de boze geest uit haar te komen nadat hij door hem aangevallen was en de boze geest gehoorzaamde. Een ware Christen moet nooit hulp zoeken bij spiritistische en paranormale bronnen, omdat Satan en zijn demonen, of direct of indirect achter al die activiteiten staan. Merk de waarschuwing van Jesaja op: "En wanneer men tot u zegt: Vraagt de geesten van doden en de waarzeggende geesten, die daar piepen en mompelen. Zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen? Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad". (Jesaja 8:19-20)

     Christenen moeten waakzaam zijn tegen alle vormen van tovenarij en spiritisme. God waarschuwt dat tovenaars verbrand zullen worden in de poel des vuurs. (Openbaring 21:8) In tegenstelling tot degenen, die God zoeken en geloven en gehoorzamen wat Hij zegt, die altijd geleid zullen worden door de waarheid. Zoals Jezus Christus bad tot de Vader: "Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid". (Johannes 17:17)

• • • • • • •

Vraag 35:

      In Jesaja 26:14 lijkt de profeet Jesaja aan te geven, dat de doden niet weer tot leven gebracht worden. Wij weten echter dat Jezus Christus de hoop op de opstanding onderwees. Waar refereerde Jesaja dan aan?

Antwoord 35:

     De Bijbel beschrijft op vele plaatsen de opstanding. (Zie 1 Korintiërs 15:50-54; 1 Tessalonicenzen 4:13-17; Johannes 5:28-29; Openbaring 20) De Bijbel legt echter ook uit, dat er een tijd zal komen, wanneer de onverbeterlijke goddelozen opgebrand zullen worden om nooit meer tot leven gebracht te worden. (Maleachi 4:3; Openbaring 21:8; Openbaring 20:4-15) Wanneer Jesaja dus de doden beschrijft, die niet opgewekt worden beschrijft hij de toekomstige omstandigheid van de onverbeterlijke.

     Jesaja schreef: "Doden herleven niet, schimmen staan niet op; daarom hebt Gij hen bezocht en verdelgd en alle gedachtenis aan hen uitgeroeid". (Jesaja 26:14) Door de samenhang van Jesaja's woorden te begrijpen zal het ons helpen de identiteit van deze onverbeterlijken te begrijpen.

     In Jesaja 24:1, zegt God: "Zie, de HERE ontledigt en verwoest de aarde, keert haar onderstboven en verstrooit haar inwoners". Merkt U ook op, dat "de bewoners der aarde door een gloed verteerd" zijn (v. 6) - en het hoogtepunt bereikt in een grote aardbeving. (Vers 19-20) Hier beschrijft Jesaja de "Dag des Heren" - de dag van "de verbolgenheid van de HERE der heerscharen, ten dage van zijn brandende toorn", wanneer Hij de hemel en de aarde zal schudden. (Jesaja 13:13; Joel 3:16) Dit is dezelfde "Dag des Heren", die Jezus Christus beschrijft in Openbaring 16, tijdens welke zeven "schalen" van goddelijke straffen uitgestort zullen worden op de onbekeerde mensheid.

     Let U verder op de eindtijd samenhang van de profetie van Jesaja: "te dien dage zal het geschieden, dat de HERE bezoeking zal brengen over het heer der hoogte in den hoge en over de koningen der aarde op de aardbodem. En zij zullen bijeengebracht worden, zoals men gevangenen bijeenbrengt in een kuil, en zij zullen opgesloten worden in een kerker". (Jesaja 24:21-22) Kunnen deze "het heer der hoogte" Satan en zijn demonen zijn, die alle naties hebben misleid en gevangen gehouden hebben door de loop van de menselijke geschiedenis heen? Ja, inderdaad! (Zie Jesaja 14:12-17; Openbaring 12:9; Openbaring 20:1-3)

     De Apostel Paulus identificeert duidelijk "de wereldbeheersers dezer duisternis" en noemt hen "de boze geesten in de hemelse gewesten". (Efeze 6:12) Satan en zijn demonen worden aan het einde van dit tijdperk overgeleverd aan de "krochten der duisternis". (2 Petrus 2:4) Zij zullen worden opgesloten in tartarus (een Grieks woord, dat "plaats van beperking" betekent), tot hun tijd van oordeel. (Judas 6, 13) God zal ook "de koningen der aarde" straffen. (Jesaja 24:21) Dit zal gebeuren als het Beest en de valse Profeet levend in de poel des vuurs geworpen worden (Openbaring 19:20) - en alle anderen, die tegen Jezus Christus vechten bij Zijn terugkomst zullen worden gedood en aan de vogels gegeven worden om te worden opgegeten. (Openbaring 19:21)

     Het is belangrijk, dat het woord "zij" in Jesaja 26:14 verwijst naar de "andere heren dan Gij", die "over ons hebben geheerst", genoemd in vers 13. Inderdaad deze "heren" van de eindtijd - het Beest en de valse Profeet - zullen in de poel des vuurs opgebrand worden, die gereserveerd is voor de onverbeterlijken. "Doden herleven niet, schimmen staan niet op". Het onverbeterlijke Beest en de valse Profeet zullen niet opgewekt worden, nadat zij naar de poel des vuurs gezonden zijn; zij zullen voor altijd dood zijn. De Groot Nieuws Bijbel vertaalt het zo: "Onze vroegere meesters zijn nu dood, zij herleven niet. Schimmen zijn het, zij staan nooit meer op. Want u hebt hen gestraft en vernietigd, elke herinnering aan hen uitgewist". (GNB) Dit kan alleen gebeuren als het Beest en de valse Profeet, verbrand in de poel des vuurs, voor altijd totaal vernietigd zijn en nooit de opstanding ervaren waar alle ware Christenen naar uitkijken.

• • • • • • •

Vraag 36:

      Waarom richt Tomorrow's World zich meer op eindtijd gebeurtenissen dan op het evangelie? Is Uw apocalyptische focus niet ongezond voor een Christen in de wereld van vandaag?

Antwoord 36:

     Tomorrow's World richt zich op het evangelie, dat Jezus Christus predikte - het evangelie van Gods Koninkrijk. Dat evangelie is een boodschap van hoop en voorspelt een tijd, waarin de mensheid in vrede en harmonie zal leven, geregeerd door Jezus Christus. Velen, die zichzelf Christenen noemen prediken slechts een deel van Zijn boodschap - een boodschap over de persoon van Christus in plaats van over wat Christus predikte. In tegenstelling daarmee streeft Tomorrow's World er naar om de "hele raad" van God te prediken. (Handelingen 20:27)

     In de door geweld geplaagde wereld van vandaag heeft "apocalyptisch" de associaties aangenomen van verderf en waarschuwing. Het Griekse woord apokalupsis betekent echter eenvoudig "openbaring" - en is de titel van het laatste boek van Uw Bijbel!

     De discipelen van Christus vroegen Hem hoe zij het einde van het tijdperk konden herkennen. Hij antwoordde dat: "Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden. Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet. Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn". (Matteüs 24:5-14)

     Geen enkele ware Christen kan ontkennen, dat Jezus een tijd van grote moeilijkheden voor de wereld voorspelde. Maar Hij deed dit voor een positief doel, om ons te laten weten dat Zijn tweede komst totale cosmocide zal voorkómen (Matteüs 24:22); en een duizendjarige era zal in luiden van gelukkig en vredig leven op aarde onder Zijn regering. Hierna zal God al degenen, die Zijn waarheid nooit hebben horen prediken weer tot leven brengen, zodat zij hun eerste mogelijkheid tot behoud mogen hebben. (Openbaring 20:5-6) Dat is een boodschap van uiteindelijke vrede en hoop!

     Er is zelfs een verbazingwekkender aspect aan de boodschap van hoop van Jezus. Degenen, die Zijn offer aannemen en Hem toestaan om Zijn leven in hen te leven zullen Hem als koningen en priesters assisteren om de mensheid tijdens het millennium te dienen. (Openbaring 5:10) Wat betekent het om Christus in ons te laten leven? Zoals de Apostel Paulus schreef: "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven". (Galaten 2:20)

     Christenen die door het geloof van Christus nu leven ervaren een voorproef van hoe het leven zal zijn in het millennium onder de regering van Jezus Christus. Dat is een boodschap van hoop en dat is het ware evangelie - het evangelie van Gods Koninkrijk - dat Jezus Christus predikte. Dat is de focus van Tomorrow's World.

     Om meer te leren over dit verbazingwekkende plan dat God in petto heeft voor Zijn trouwe heiligen kunt u ons boekje Uw Uiteindelijke Bestemming lezen.

• • • • • • •

Vraag 37:

      Hoe kan ik weten of Gods Geest in mij woont?

Antwoord 37:

     Deze vraag is van speciale betekenis voor Christenen, omdat "Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe". (Romeinen 8:9) Jezus Christus beloofde dat ware Christenen Gods Geest zouden ontvangen, zodat zij hulp kregen om zonde te overwinnen en hen zou leiden in alle waarheid: "En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven..... Hij blijft bij u en zal in u zijn..... die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb". (Johannes 14:16-17, 26)

     Om de vraag op de juiste manier te beantwoorden moeten wij eerst kijken hoe wij Gods Heilige Geest ontvangen. De uitleg van de Apostel Petrus was eenvoudig, direct en diepgaand: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen". (Handelingen 2:38) Bekeren betekent "omkeren" van de weg van zelfzucht en eigenwijsheid en de andere kant opgaan - Gods weg. Bekering is een diepgaande verandering van rebellie tegen Gods instructie naar onvoorwaardelijke overgave aan God.

     Een echt bekeerde persoon zal verlangen om te leven naar "alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat". (Matteüs 4:4) De Bijbel vereist, dat iemand die zich bekeerd heeft, daarna gedoopt moet worden. Dit belangrijke vereiste weerspiegelt het bekeerde innerlijke geloof van de persoon in Christus' offer en opstanding en onderwerping aan het ware Evangelie van het Koninkrijk van God. (Romeinen 6)

     Dit werpt een belangrijk verwant punt op: kan een zuigeling de vrije en rationele keuze maken en verandering van hart ondergaan, dat aan de doop voorafgaat?

Natuurlijk niet! Net zo goed als een doop van een volwassene geen waarde heeft tenzij hij of zij tot oprechte bekering is gekomen, zo is een jong kind zeker niet in staat om het geloof en de bekering, die de Bijbel vereist, bij elkaar te brengen.

     Na de doop ontvangt men Gods Geest door de handoplegging. (Handelingen 8:17) Gods Geest laat de Christen toe om "in nieuwheid des levens te wandelen". (Romeinen 6:4) Maar wat betekent dat? De Apostel Paulus legt uit dat "de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is". (Romeinen 5:5)

     Inderdaad, deze bovennatuurlijke, goddelijke liefde wordt beschreven als de vrucht van Gods Geest, die overvloedig is in het leven van ware Christenen. (Galaten 5:22-23) De Apostel Johannes legt uit hoe deze liefde zichtbaar wordt: "dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren". (1 Johannes 5:3) inderdaad, door Gods Geest in hem groeit een Christen om meer in staat te zijn Gods geboden te houden.

     Zoals Johannes schreef: "En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren..... maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn". (1 Johannes 2:3-5) Zelfs veel directer zegt hij: "En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft". (1 Johannes 3:24)

     De geboden brengen liefde tot God en liefde tot de naaste tot uitdrukking. (Matteüs 22:37-40) Jezus zei: "Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander". (Johannes 13:35) Johannes weidt hierover uit: "Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven [door het ontvangen van Gods Geest] omdat wij de broeders liefhebben". (1 Johannes 3:14) dergelijke liefde wordt getoond, niet door slechts het beste te wensen, maar door echte daden. (v. 18-19)

     Deze liefde wordt dieper naarmate men meer groeit, zoals Jezus Christus door de inwoning van Gods Geest en de ware natuur van de Godheid in ons gevormd wordt! (Filippenzen 2:5; Galaten 4:19)

     Zo weten wij dat Gods Geest in ons woont en werkt en ons voorbereidt op eeuwig leven in het Koninkrijk van God!

• • • • • • •

Vraag 38:

      Van Christenen wordt verondersteld om te onderwijzen over Jezus Christus en dat Hij gekruisigd werd en dat Hij verrezen is. Waarom refereert Uw tijdschrift dan zo vaak aan de boeken van het Oude Testament?

Antwoord 38:

     Het Oude Testament bevat de geïnspireerde geschriften van Gods dienaren, die vóór de geboorte, dood en opstanding van Jezus Christus leefden. De geschriften van het Nieuwe Testament brengen het Oude Testament niet in diskrediet; integendeel, zij bekrachtigen het. De Apostel Petrus bijvoorbeeld, beschrijft het Oude Testament als goddelijk geïnspireerd - en niet door persoonlijke interpretatie of oorsprong. (2 Petrus 1:20-21)

     De Apostel Paulus herinnerde de jonge evangelist Timoteüs er aan dat "dat gij van kindsbeen af de heilige schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus. Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid". (2 Timoteüs 3:15-16) Die "heilige schriften" - die Timoteüs wijs maken tot zaligheid - waren de boeken van het Oude Testament!

     Wat zei Jezus Christus Zelf? "Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat". (Matteüs 4:4; Lucas 4:4) Jezus haalde Deuteronomium 8:3 aan en refereerde aan het hele Woord van God, van Genesis tot en met Maleachi - de geautoriseerde Bijbel van Zijn dagen.

     Het Nieuwe testament laat zien dat Jezus de verslagen van het Oude Testament accepteerde als historisch correct, inclusief die over Adam en Eva (Matteüs 19:3-4), Abel (Matteüs 23:35), Noachs vloed (Lucas 17:26-27), Sodom en Gomorra (Lucas 17:28-29) en Jonas. (Matteüs 12:40) Moderne bijbelcritici betwijfelen en belasteren vaak deze oudtestamentische verslagen, maar Jezus Christus bekrachtigde deze rechtstreeks met Zijn woorden! Let U ook op de verwijzing van Jezus naar "de geschriften van Mozes" - die door de Joden werden aangenomen als de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Jezus waarschuwde Zijn critici en zei: "Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven"? (Johannes 5:46-47) Zonder het accepteren van de geschriften van Mozes kan men geen echt geloof hebben en geloven in Jezus Christus!

     Niet alleen de geschiedenis, maar ook vervulde profetie geldt als een krachtige getuige voor de authenticiteit van het Oude Testament. Door het hele Oude Testament heen zijn er vele verwijzingen, die de eerste komst van Christus voorspelden. Deze zijn gebeurd. Voor ons nu, zijn de vele profetieën over Zijn tweede komst - volgend op specifieke eindtijd gebeurtenissen, die de Bijbel voorspelt - vol van geïnspireerde betekenis. Door het Oude Testament te negeren, zou iemand geleid worden tot het afwijzen van veel belangrijke waarheid over Jezus Christus, Zijn boodschap en zelfs Gods Kerk, die "gebouwd is op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is". (Efeze 2:19-20)

     Na de opstanding van Christus besteedde Hij tijd met Zijn discipelen om hen te helpen begrijpen wat er was gebeurd. Let U op welk deel van de Bijbel Hij gebruikte: "Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had". (Lucas 24:27) Dit was ook inclusief de Psalmen. (v. 44)

     Onderwees Jezus Zijn discipelen om de ceremoniële wetten te houden, die de voorbode waren van Zijn offer - een offer, dat hen verving? Neen! Zoals Hebreeën 10 uitlegt, deze oudtestamentische wetten zijn niet vereist voor Christenen. Zoals Jesaja leerde, de Messias zou komen om de wet te vergroten. (Jesaja 42:21) Christus zei, dat Hij kwam om "de Wet en de Profeten" te vervullen - niet om deze af te schaffen. Hij onderwees duidelijk aan Zijn volgelingen om de Tien Geboden te houden. (Matteüs 5:17-20; Lucas 18:18-20) Hij maakte dit mogelijk door Christenen Zijn Heilige Geest te geven zodat zij het geloof van Christus konden hebben die in hen woont. (Galaten 2:20)

     Zoals U ziet kunnen ware Christenen niet prediken - en zeker niet het ware Christendom praktiseren - zonder te onderwijzen uit zowel het Oude Testament als uit het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is bekrachtigd door goddelijke inspiratie, ondersteund door de Apostelen in de nieuwtestamentische geschriften en bevestigd door Jezus Christus Zelf. Daarom streeft het tijdschrift Tomorrow's World er naar om "u al de raad Gods te verkondigen". (Handelingen 20:27)

• • • • • • •

Vraag 39:

      Geeft de Bijbel enige richtlijnen over hoe Christenen Kerstmis moeten vieren?

Antwoord 39:

     Velen zijn verbaasd om te horen, dat er noch een bijbels gebod, noch een voorbeeld voor Christenen bestaat om de verjaardag van Jezus Christus' geboorte te herdenken.

     Niet eenmaal doet de Bijbel verslag van een geboorteviering voor of door Jezus Christus. Sommige nemen onterecht aan, dat Matteüs 2:1-2 de eerste gebeurtenis is van het geven van kerstcadeaus, maar in feite brachten de "wijze mannen" een eerbetoon aan de "Koning van de Joden" - reeds een jong kind - en gaven geen geboortecadeaus aan een nieuwgeborene.

     Het is leerzaam om op te merken, dat de enige "verjaardagen", die wij in de Bijbel vinden verbonden zijn aan onplezierige gebeurtenissen. In Matteüs bijvoorbeeld was het "verjaardagscadeau" van koning Herodes het onthoofde hoofd van Johannes de Doper. Zelfs tot 245 n. Chr. "verwierp" de bekende wetenschapper Origen "het denkbeeld om de geboortedag van Christus te vieren als zondig". (Encyclopaedia Brittanica, 11e ed.)

     De Bijbel geeft ons echter enkele aanwijzingen over de datum van Christus' geboorte, die ons zeggen dat Hij geboren werd toen er "herders waren in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde". (Lucas 2:8) Tijdens de koude winters in Judea sliepen de herders binnen. Wij lezen ook, dat terwijl Zacharias in de tempel diende in de dagorde van Abijah, een engel aan hem verscheen en aankondigde dat hij een zoon zou krijgen - Johannes de Doper. (Lucas 1:5-25, 57-58) De dagorde van Abijah was de achtste, die elk jaar diende en door de data vooruit te tellen, zien wij dat Johannes de Doper rond het Pascha in het voorjaar werd geboren en Jezus werd zes maanden later geboren (Lucas 1:24-26), wat Zijn geboorte in september of oktober zou plaatsen - niet op 25 december!

     Omdat de Bijbel de viering van Jezus Christus' geboortedag niet vaststelt en het duidelijk maakt, dat Hij niet op 25 december geboren kan zijn, hoe is de gewoonte van een 25 december "Kerstmis" ontstaan? In Rome was 25 december de datum van de Saturnalia, het was ook een "heilige dag" voor vereerders van Mithra en Sol Invictus. Omdat heidense "bekeerlingen" de originele leerstellingen van het Christendom veranderden om hun oude gewoonten geschikt te maken, gingen zij voort met het vieren van een 25 december heilige dag en veranderden slechts hun voorwerp van verering.

     Maar, is er niets verkeerds met het "kerstenen" van de wereldse gewoonte van geboortedagvieringen en dit toe te passen op onze Verlosser? De Bijbel legt uit, dat wij de ware God niet kunnen vereren door Zijn wegen te verwerpen ten gunste van gewoonten, die gebruikt worden in de verering van valse goden. (Deuteronomium 12:30-32) Merk op: "Gewent u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken. Want de handelwijze der volken, die is nietigheid: want als een stuk hout heeft men het uit het woud gehakt, arbeid van werkmanshanden met de bijl, met zilver en goud siert men het op, met spijkers en hamers maakt men het vast, zodat het niet waggelt". (Jeremia 10:2-4) Gods volk moet de heidense gewoonten niet overnemen, zoals de gewoonten - beschreven in deze verzen - om een boom op te tuigen als deel van een viering. Doet die gewoonte U denken aan een bepaalde heilige dag, zeer geliefd door de wereld? Jezus Christus vroeg aan Zijn volgelingen: "Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg"? Lucas 6:46) In een wereld, die in beslag genomen wordt door "Kerstmis" festiviteiten, kan het verleidelijk zijn om deel te nemen aan wat een "onschuldige" viering lijkt te zijn en het kan sociaal lastig zijn om te weigeren. Maar, als Christenen moeten wij weigeren. In plaats daarvan moeten wij het voorbeeld van Christus volgen en de werkelijke Heilige Dagen vieren, die God aan Zijn volk gaf en die Zijn plan van behoud voor de mensheid uitbeelden.

     Voor meer informatie over deze Heilige Dagen kunt U ons boekje lezen: De Heilige Dagen; Gods Meesterplan

• • • • • • •

Vraag 40:

      Wat bedoelde de Apostel Johannes toen hij waarschuwde, dat "vele antichristen" zijn gekomen? Wat is een antichrist?

Antwoord 40:

     Om de term "antichrist" te begrijpen - die alleen te vinden is in 1 Johannes en 2 Johannes, is het nuttig om de verzen die deze term gebruiken te onderzoeken. De uitdrukking "vele antichristen" komt voor in 1 Johannes 2:18: "Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is".

     Het woord antichrist in dit vers betekent "tegen Christus" of "in plaats van Christus" of verwijst naar een valse Christus, die de ware Christus "tegenwerkt". (Vine's Expository Dictionary, [Vine's Verklarend Woordenboek]) De Apostel Johannes waarschuwde, dat vele tegenstanders van de ware Christus en Zijn boodschap reeds gekomen waren. Sommige waren in Gods ware Kerk geïnfiltreerd. Johannes vervolgt: "Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn". (1 Johannes 2:19) Johannes gaat verder om dit te bevestigen door meer bijzonderheden te geven.

     Merkt U op wat Johannes schreef in het volgende epistel: "Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist". (2 Johannes 7) Hier beschrijft Johannes een antichrist als een misleider. Tijdens het dienaarschap van de Apostel ontstond een verspreiding van valse lering. één van de misleidingen was de Gnostische ontkenning, dat Jezus Christus in het vlees kwam als de enig verwekte Zoon van God. De Gnostische dwaalleer stelde vast, dat Christus slechts de menselijke vorm leek te hebben aangenomen. (New Testament Introduction, [Introductie van het Nieuwe Testament], Donald Guthrie, pag. 870) Daarom behoorden de Gnostische leraren tot de vele antichristen, die de komst van Christus in het vlees verwierpen als de vleesgeworden Zoon van God. De gevolgen van een dergelijke leerstelling zwakken het offer van Christus af en bakenen onvoldoende de zonde af - en veranderen genade in toestemming om te zondigen. (Judas 4)

     Johannes schreef zijn brief om deze valse denkbeelden te bestrijden en Gods volk te sterken in de waarheid. Merkt U op hoe Johannes schreef, dat deze misleiders Christus verwierpen "als komend in het vlees". De achteloze lezer kan dit begrijpen in de zin van de eerste komst van Christus in het vlees, maar er is een aanvullende betekenis.

     Williams New Testament Translation, [Williams Vertaling van het Nieuwe Testament], licht dit vers toe door het weer te geven als "blijft komen. Met andere woorden, Jezus Christus was niet alleen in het vlees gekomen om het perfecte offer voor zonde te worden, maar Hij blijft komen in het vlees van Christenen door Zijn leven in ons te leven. Wij lezen: "En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft". (1 Johannes 3:24) Jezus Christus verblijft of leeft in ons door Zijn Heilige Geest. (Galaten 2:20) Hij verklaarde, "Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen". (Johannes 14:23)

     In sterk contrast hiermee is, dat de geest van de antichrist niet "belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is". (1 Johannes 4:2-3) Deze leugenachtige geest verwerpt de realiteit van de eerste komst van Christus en de geweldige waarheid, dat door Zijn Heilige Geest, Jezus Christus Zijn leven in ons kan leven - hetzelfde leven, dat Hij leidde toen Hij op aarde was - een leven van gehoorzaamheid aan de wet van God! Daarom is een antichrist iemand, die tegen Christus is - tegen Zijn wet en tegen Zijn weg van leven. Deze geest van de antichrist of wetteloosheid, zo algemeen tegenwoordig, was in de dagen van de Apostel Paulus reeds wijdverspreid: "Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking". (2 Tessalonicenzen 2:7)

     Voor meer informatie kunt U ons boekje lezen: Wie of wat is de Antichrist?

• • • • • • •

Vraag 41:

      In Handelingen 8 lezen wij over Filippus, die het evangelie aan de Samaritanen predikt; wij lezen dat hij "hun de Christus predikte". (v. 5) Waarom predikt Uw tijdschrift dan over het Koninkrijk van God en niet eenvoudig over de persoon van Christus?

Antwoord 41:

     Dit is een algemene misvatting. Tegenwoordig geloven velen, dat door alleen over de persoon van Christus te prediken, men ook Zijn boodschap predikt. In feite kwam Jezus Christus echter met een zeer specifieke boodschap. Velen, die alleen over Zijn persoon prediken, verdraaien Zijn boodschap en onderwijzen tegenstrijdig aan wat Hij onderwees. Een nadere kijk op Handelingen 8 zal het onbreekbare verband verduidelijken tussen de persoon Jezus en Zijn ware boodschap. Merk op wat Filippus predikte toen hij "Christus aan hen predikte". Wij lezen "toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen". (Handelingen 8:12) Met andere woorden, toen Filippus Christus predikte, predikte hij de boodschap, die Christus hem onderwezen had om te prediken - over de identiteit van Christus als Verlosser en Koning (Zijn "naam") en over het "Koninkrijk van God", waar Christus over zou regeren. Als reactie op deze boodschap accepteerden veel mensen Christus - en door dit te doen, aanvaardden zij Zijn boodschap.

     Is dit "Koninkrijk van God" een soort warm gevoel in het hart van de gelovige? Neen! De Apostel Johannes noteerde de profetische uitleg van Jezus Christus over het toekomstige koninkrijk, waarover Hij zou regeren. Johannes schreef over een toekomstige tijd wanneer "het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden"! (Openbaring 11:15)

     Dit is geen zinnebeeldige voorstelling; Jezus is werkelijk koning. Hij zal een letterlijk koninkrijk regeren, bijgestaan door verrezen, trouwe Christenen. (Openbaring 5:9-10; 1 Korintiërs 15:50-52) Er zullen duidelijke tekenen zijn, die Zijn komst voorafgaan en degenen, die zich aangesloten hebben bij de vijanden van Christus zullen "wenen" (Matteüs 24:30 St. V.), als zij Hem zien komen om Zijn Koninkrijk te vestigen.

     Let U op wat Hij zei toen Pilatus Hem vroeg: "Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen". (Johannes 18:37) Zoals Jezus echter uitlegde: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld" (v. 36) - dit tijdperk - maar van de Wereld van Morgen. (v. 36)

     Christus zal Zijn koninkrijk regeren vanuit een hoofdkantoor in Jeruzalem. "Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jacobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem". (Micha 4:2) Als mensen de weg van Christus leren, zal een "millennium" geleefd onder Gods regering een vrede en vreugde brengen, die nooit tevoren gekend is in de menselijke geschiedenis. De boodschap van Jezus Christus was het goede nieuws van behoud en van het Koninkrijk van God dat gevestigd zal worden op deze aarde om alle mensen voor te bereiden op eeuwig leven in Zijn Gezin. Alle discipelen van Christus onderwezen diezelfde boodschap. (Lucas 9:1-2; 10:1-2, 9; Handelingen 20:21, 25; Matteüs 24:14; 28:18-20)

     Daarom betekent "Christus prediken": de hele waarheid betreffende Jezus Christus te prediken, Zijn dood en opstanding en het goede nieuws van het Koninkrijk van God. Degenen, die oprecht Jezus Christus zullen aannemen, zullen Zijn boodschap aanvaarden, zich bekeren, gedoopt worden en Hem toestaan om Zijn leven in hen te leven (Filippenzen 2:5; Galaten 2:20), zodat Hij hen kan voorbereiden op eeuwig leven in Zijn Gezin. Deze ingrijpende verandering en overgave aan Gods weg van leven zullen beloond worden bij de terugkomst van Christus, wanneer Hij zal zeggen: "Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af". (Matteüs 25:34)

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Gelooft U het ware Evangelie?

• • • • • • •

Vraag 42:

      Jezus Christus beschreef, dat mensen naar een plaats gaan, die "hel" genoemd wordt "waar hun worm niet sterft". (Markus 9:43-44) Wat betekent dit? Bestaan er wormen in de hel, met eeuwig leven, die zondaars kwellen?

Antwoord 42:

     Het evangelie van Markus haalt Jezus aan, die zei: "Het is beter, dat gij verminkt ten leven ingaat, dan dat gij met uw twee handen ter helle vaart, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust". (Markus 9:43-44)

     Men interpreteert deze verzen, die door Jezus werden aangehaald uit het boek Jesaja, vaak verkeerd. Sommigen geloven, dat het eeuwigdurende vuren beschrijft, die de verdoemden eindeloos pijnigen. Velen nemen aan, dat de "worm" verwijst naar een gepijnigd geweten van een zondaar, dat hem voor eeuwig foltert.

     Wat is nu de waarheid over deze zaak?

Ten eerste moeten wij naar het woord in dit vers kijken, dat met "hel" vertaald wordt. Dat woord is gehenna - een Grieks woord verwijzend naar het Hinnomsdal, net ten zuiden van Jeruzalem, waar het afval werd gedumpt om opgebrand te worden en voor altijd vernietigd. Lichamen van terechtgestelde misdadigers werden in gehenna geworpen, waar zij verteerd zouden worden in het vuur of opgegeten door maden.

     Hoe zit het met de worm?

Strong's Exhaustive Concordance [Strongs Diepgaande Concordantie] - legt uit, dat de "worm" die beschreven wordt (in het Grieks skolex, in het Hebreeuws tola) "een vraatzuchtige made" is. De levenscyclus van deze schepsels is, dat zij niet "sterven" als maden - zij verpoppen zich en worden vliegen, die achtereenvolgens eitjes leggen om maden te worden en de cyclus herhaalt zich.

     Wat heeft dit te maken met het lot van zondaars?

Jezus haalde Jesaja 66 aan, die de samenhang van Zijn waarschuwing geeft. Jesaja 66 beschrijft een toekomstige tijd wanneer "al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen, zegt de HERE". (Jesaja 66:23) Vers 24 beschrijft: "de lijken aanschouwen der mannen", die afvallig waren tegen God en verklaart dat "hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitdoven". Jesaja beschreef duidelijk, dat deze lichamen opgegeten zouden worden en branden totdat het vuur hen totaal verteerd had. Deze lichamen zullen niet in een eeuwige kastijding voortleven. Jezus, die dit vers in Markus 9 aanhaalde, beschreef de vernietiging - niet de kastijding - van zondaars.

     Het gehenna vuur werd gaande gehouden door een constante aanvoer aan brandstof van het afval van Jeruzalem - inclusief de lichamen van terechtgestelde criminelen, die geacht werden vervloekt te zijn en niet geschikt voor een normale begrafenis. (Jozua 6:18; 7:11, 25) Voor elk vuil, dat in dat vuur werd gegooid was totale vernietiging verzekerd. Zoals elke bezoeker aan Jeruzalem echter kan bevestigen brandt dat gehenna vuur ten zuiden van Jeruzalem nu niet meer. Omdat er niets meer te branden is, heeft dat vuur zijn natuurlijk verloop gehad.

     Evenzo kan geen zondaar het gevolg van niet bekeerde zonde ontvluchten - dood in de "poel des vuurs". (Openbaring 20:14-15) Degenen, die Christus verwerpen zullen voor altijd vernietigd worden, net als de lichamen in Jesaja 66 en Mark 9. Zoals God ons zegt, "de ziel die zondigt, die zal sterven". (Ezechiël 18:4, 20) Zielen zullen voor altijd sterven in de poel des vuurs waar degenen, die Gods gift van eeuwig leven afwijzen straf zullen verwerven - NIET eeuwige bestraffing - voor hun rebellie tegen Hem. Zij zullen as worden, zoals wij in Maleachi 4:3 lezen. As brandt niet eeuwig en zo ook niet de zielen van degenen, die God eeuwig heeft vernietigd.

     Satan is kwaad op God, omdat hij weet dat hij bestemd is voor de poel des vuurs. Hij wil de mens overtuigen, dat zij onsterfelijk zijn door hun aard, in plaats van door de toekomstige gift, die God aan Christenen heeft beloofd bij de opstanding. Als Satan met deze misleiding succes heeft kan hij het begrip van de mensen van Gods liefde, Zijn rechtvaardigheid en Zijn ware plan voor de mensheid bederven.

Wordt niet misleid - bestudeer Uw Bijbel en bewijs de waarheid voor Uzelf!

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Uw Uiteindelijke Bestemming

• • • • • • •

Vraag 43:

      Jezus Christus zei: "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt". (Johannes 13:34)

Vervangt dit nieuw gebod de Tien Geboden?

Antwoord 43:

     Helaas denken zelfs velen, die zich Christenen noemen dat "het nieuwe gebod" van Jezus de geboden vervangt, die Hij heeft gehouden en tijdens Zijn dienaarschap onderwees. Als wij echter het onderwijs van Jezus onderzoeken, zullen wij de waarheid van deze kwestie begrijpen.

     In Zijn "Bergrede" zei Jezus, "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied"". (Matteüs 5:17-18)

     Wat bedoelde Jezus toen Hij zei, dat Hij kwam om de Wet te "vervullen"?

Betekent "vervullen" "uitbannen"?

Neen! Het nieuwe gebod van Jezus vulde de Wet ten volle en gaf het een geestelijke vergroting of aanvulling, die het tevoren niet had. Merkt U op, dat in de volgende paar verzen Jezus de geestelijke intentie van Gods geboden toelichtte. Moord is zonde, maar haat is de geest van moord en is óók zonde. Overspel is een zonde, maar dat is lust - het verlangen om overspel te plegen - ook. (Matteüs 5:21-28) Wij zien dus dat Jezus de Tien Geboden niet afschafte; Hij maakte hen een wezenlijk deel van het Christendom. Inderdaad, zoals Hij ons zei: "Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden". (Matteüs 19:17)

     Gaf Jezus een nieuw gebod toen Hij het gebod gaf om "elkaar lief te hebben"?

Velen zijn verrast als zij ontdekken, dat het gebod om "uw naaste liefhebben als uzelf" (Leviticus19:18) uit het Oude testament komt.

     Wat was dan nieuw aan het gebod van Jezus om elkaar lief te hebben?

Merkt U op dat, nadat Christus de discipelen gezegd had om elkaar lief te hebben, Hij een nieuw aspect toevoegde - zij moesten elkaar liefhebben "gelijk Ik u liefgehad heb". (Johannes 13:34)

     Wat maakte Jezus' liefde anders?

De bron van Jezus' liefde was Gods Heilige Geest (Romeinen 5:5), die Christus had beloofd en die na Zijn dood en opstanding aan de discipelen gegeven zou worden. (Johannes 14:16-17) Diezelfde nacht gebood Jezus aan Zijn discipelen: "blijft in mijn liefde". (Johannes 15:10) De goddelijke liefde van God de Vader zou spoedig in hen zijn om hen te helpen het voorbeeld van Christus te volgen. De discipelen konden elkaar alleen liefhebben met menselijke liefde, totdat Christus de gave van Gods Heilige Geest had gegeven. Met Gods Heilige Geest kunnen Christenen elkaar liefhebben met de ware liefde van God Aan deze liefde kunnen ware Christenen herkend worden. "Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander". (Johannes 13:35)

     Tijdens Zijn leven op aarde liet Jezus Christus zien hoe Gods liefde werkelijk werkt. Zelfs op het moment van Zijn dood toonde Christus totale liefde voor Zijn vijanden toen Hij bad: "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen". (Lucas 23:34) Slechts momenten tevoren sprak Hij Zijn "nieuw gebod" uit - tijdens Zijn laatste Pascha maaltijd vóór Zijn kruisiging - Christus had de voetwassing ceremonie ingesteld, die Christenen er aan herinneren om hun levens te leiden in nederigheid, dienstbaarheid en liefde. Jezus leefde voortdurend een leven van gehoorzaamheid aan de geestelijke intentie en doel van Gods wetten. De liefde, gehoorzaamheid en geloof - van Christus aan Zijn Vader - omvatten de eerste vier geboden van de Tien Geboden. Zijn liefde, dienstbaarheid en uitgaande bezorgdheid voor anderen omvatten de laatste zes van de Tien Geboden.

     Als U meer wilt weten wat de Tien Geboden betekenen in de levens van Christenen nu, kunt U ons boekje lezen: De Tien Geboden

• • • • • • •

Vraag 44:

      Vele mensen geloven, dat een menselijke ziel of geest zich kan afscheiden van het lichaam en naar ver afgelegen plaatsen kan gaan buiten het bereik van het lichaam. Dit is niet alleen een denkbeeld van "New Age" of een "Oosterse religie"; zelfs sommigen, die zich Christenen noemen geloven in "astrale projectie" of "buiten-het-lichaam-treden".

Leert de Bijbel in 2 Korintiërs 12:2-4, dat een menselijke ziel en geest buiten het lichaam kunnen functioneren?

Antwoord 44:

     Veel mensen hebben verhalen verteld over een "buiten-het-lichaam-treden" tijdens een operatie of "astrale projectie" ervaren. (Waarbij de ziel schijnbaar naar ver afgelegen plaatsen reist, terwijl het lichaam achter blijft)

Beschreef de Apostel Paulus een zelfde ervaring?

Het antwoord zal U verbazen!

     In 2 Korintiërs 12:2-4, net zoals in de twee voorgaande hoofdstukken, beschreef Paulus zijn eigen ervaringen als een dienaar van het ware evangelie. Hij schreef: "Ik weet van een mens in Christus, veertien jaar is het geleden - of het in het lichaam was, weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het - dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon - of het in het lichaam of buiten het lichaam was, weet ik niet, God weet het dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken".

     Het is belangrijk om op te merken, dat in het voorgaande vers (vers 1) Paulus uitlegde, dat hij "zal komen op gezichten en openbaringen des Heren". Het woord, dat vertaald werd als "visioenen" is het Griekse optasia, hetgeen betekent "een gezicht of visioen aan iemand getoond, hetzij slapend of wakker". Het woord dat vertaald werd als "openbaringen" is het Griekse apokalupsis, hetgeen betekent "bekend maken; een onthulling van waarheid blootleggen; instructie betreffende dingen, die tevoren onbekend waren". In deze verzen erkent Paulus, dat hij geen fysieke ervaringen vertelt.

     Maar beschreef Paulus een buiten-het-lichaam-treden?

Hij zegt ons, dat zijn fysieke ervaring zo intens was, dat hij niet kan vertellen of het een visioen in zijn geest was of dat hij werkelijk naar de hemel was gebracht. Alhoewel Paulus aan het begin van 2 Korintiërs 12 duidelijk over visioenen sprak, voelde dit bijzondere visioen zo echt aan, dat hij niet in staat was om uit te leggen wat gebeurd was, behalve dat hij had gevoeld alsof hij "uit het lichaam" was. Paulus trok echter niet zijn eigen conclusie; hij zei duidelijk - tweemaal - dat "God [niet Paulus] weet" wat de aard van zijn geestelijk visioen van het Paradijs was.

     Een ander vergelijkbare passage kan ons helpen om de bewoording van Paulus in de juiste context te begrijpen. Hij schreef aan de Kolossenzen, "want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u". (Kolossenzen 2:5) Vertelde Paulus aan de Kolossenzen, dat hij zijn lichaam verlaten had om bij de Kolossenzen te zijn? Natuurlijk niet!

     De Bijbel helpt ons gedeeltelijk wat Paulus' visioen niet was. De Apostel Johannes herinnert ons er aan, dat "niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen". (Johannes 3:13) Johannes schreef die woorden na de opstanding van Christus. Als Paulus werkelijk opgegaan was naar de hemel tijdens zijn visioen, dan zouden de woorden van Johannes niet waar zijn geweest. Paulus ervoer beter gezegd een visioen, gelijk aan het visioen, dat in Matteüs 17:1-9 wordt verteld. In die passage is het woord, dat Jezus gebruikt voor "visioen" horama - een door God gegeven gezicht in een vervoering of in een slaap. Denkt U er aan: toen de discipelen deze ervaring hadden, zijn noch Mozes, noch Elia ten hemel opgestegen. Zoals de ervaring van Paulus, was dit duidelijk een visioen, niet een mystiek bezoek van twee dode mensen!

     Wij kunnen daarom begrijpen dat, net zoals Petrus, Jakobus en Johannes niet wezenlijk naar de hemel gingen tijdens hun visioen van de verheerlijkte Jezus met Mozes en Elia, Paulus niet naar de hemel ging. Op dezelfde manier kunnen mensen tegenwoordig voelen dat zij een "uit-het-lichaam-treden" hebben gehad, dat echt lijkt voor hen, maar de Bijbel openbaart, dat zij zich vergissen.

• • • • • • •

Vraag 45:

      De Bijbel vermeldt een aantal "reuzen" , zoals Goliat. Wie of wat zijn zij? Zijn het menselijke wezens of zijn zij iets anders? Bestaan zij nog?

Antwoord 45:

     De Bijbel zegt ons, dat er zowel voor als na de vloed wezens van reusachtige fysieke gestalte leefden. (Genesis 6:4; Deuteronomium 2:10-12, 20-23. Na de Vloed komen er in de Bijbel reuzen voor als de afstammelingen van de zoon van Ham, Kanaän; zij woonden in Kanaän, toen Mozes waarnemers uitzond om het land te bespieden. (Numeri 13:1-2, 32-33)

     Og, de koning van Basan was de laatst vermelde reus ten oosten van de rivier de Jordaan. (Jozua 12:4; 13:12) Na de overwinning van Kanaän door Jozua (Jozua 11:21-22) bleven een paar reuzen in de Filistijnse steden Gaza, Gat en Asdod wonen. Deze reuzen terroriseerden de Israëlieten vanaf de tijd, dat zij Kanaän binnenkwamen tot lang in de regering van koning David. Eén van die reuzen was Goliat, die door David werd gedood. Koning David en zijn "machtige mannen" (2 Samuel 21:16-22; 1 Kronieken 20:4-8) moesten ook andere reuzen het hoofd bieden.

     Sommigen wijzen naar een passage in Genesis als bewijs, dat deze reuzen nakomelingen waren van engelen, die zich met menselijke vrouwen hebben voortgeplant: "Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen". (Genesis 6:1-2)

     Het is belangrijk om te weten dat, ofschoon God engelen soms Zijn zonen noemt (Job 38:7) de beschrijving van "zonen van God" in Genesis 6 niet naar engelen kan refereren, omdat engelen geschapen waren als geestelijke wezens. Elke engel was tot individueel bestaan gebracht, compleet, zonder de noodzaak of de mogelijkheid tot reproductie. Als geestelijke wezens kunnen engelen zich niet voortplanten met menselijke wezens. Wij weten dit van de eigen woorden van Jezus Christus, toen Hij beschreef wat er gebeurt als sterfelijke menselijke wezens geboren worden als geestelijke wezens bij de opstanding: "En Jezus zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods, omdat zij kinderen der opstanding zijn". (Lucas 20:34-36; verg. Matteüs 22:30; Markus 12:25) Alleen God de Zoon, die alle scheppende macht heeft, heeft ooit de kloof tussen geest en mens gepasseerd, hetgeen Hij deed toen Hij als Jezus Christus werd geboren. (Filippenzen 2:7-8)

     Om te beweren, dat engelen de mogelijkheid hadden om menslijke wezens (de reuzen) voort te brengen is niet alleen onlogisch - het is godslastering.

     Wie waren dan de zonen van God, die in Genesis 6 werden genoemd?

Zij waren machtige en beroemde mannen wiens nageslacht, vòòr de Vloed, in hun tijd beroemd werden. De Bijbel zegt het ons niet specifiek, maar vele Bijbelwetenschappers geloven, dat zij het godvrezende zaad van Seth konden zijn. Een ander belangrijk detail wat wij moeten opmerken is, dat de Bijbel niet zegt, dat de reuzen voortkomen uit de verbintenissen, die in Genesis 6 worden beschreven; integendeel, de reuzen bestonden op dat moment reeds. "De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden". (Genesis 6:4)

     Deze reuzen, bekend als de Nephilim overleefden de Vloed niet. Het bestaan van andere reuzen, bekend als Rephaim werd na de Vloed opgemerkt, maar zelfs deze reuzen verdwenen uit de Bijbelse verslagen ongeveer 1000 v. Chr. en verder of na de tijd van koning David.

     In ieder geval geeft de Bijbel geen aanwijzing, dat deze reuzen iets anders waren dan grote menselijke wezens, die in hetzelfde uiteindelijke doel zullen delen als alle andere menselijke wezens.

• • • • • • •

Vraag 46:

      Is er een verband tussen ons persoonlijk doel en Gods Plan?

Antwoord 46:

Ons Persoonlijk Doel

     Veel oprechte traditionele Christenen geloven, dat hun persoonlijke rol slechts het liefhebben van God is, hun naaste lief te hebben en het uitspreken van aangenaam klinkende zinnen, zoals "Loof de Heer". Als wij ons echter concentreren op wat de Bijbel openbaart, vinden wij zeer interessant advies. Jezus zei: "Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk". (Matteüs 6:33) Ons wordt gezegd om "te groeien in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus" (2 Petrus 3:18) en de gedachten van Christus te ontwikkelen. (Filippenzen 2:5-11) Dit betekent te leren leven naar de geboden van God - naar geest en naar de letter - zoals Christus deed. (Johannes 14:15 Ons wordt gezegd, dat God Zijn Geest geeft aan degenen die Hem gehoorzamen (Handelingen 5:32) en dat Hij van ons verlangt, dat wij vruchten dragen van die Geest. (Johannes 15:1-8; Galaten 5:22-26)

     Aan personen, die de invloeden van de menselijke natuur overwinnen en geestelijk groeien zal de kans worden gegeven om met Christus op aarde te regeren en aan de mensen de weg naar ware vrede, vreugde en geluk te onderwijzen. (Openbaring 5:10; Jesaja 30:20-21) - hetgeen zal betekenen om te leren leven naar Gods wetten. (Jesaja 2:2-4)

     Het ware doel van het menselijk leven is om zich voor te bereiden om in Gods Koninkrijk te zijn, waar de ware Christenen met Jezus Christus zullen werken om de koers van de geschiedenis te veranderen. Het algemene denkbeeld van naar de hemel gaan, op een wolk te zitten en voor eeuwig harp te spelen is ongefundeerde speculatie van degenen, die hun focus verloren hebben. Als wij onze focus verliezen zullen wij onze beloning verliezen! (Openbaring 3:10-13)

Het Plan van God

     Velen nemen aan, dat God vol ijver iedereen nu tracht te behouden. Dit denkbeeld houdt stand, omdat de "traditionele Christelijke" wereld het plan van God uit het oog verloren is. Het ware plan van God wordt beschreven in de Bijbelse Heilige Dagen. (Leviticus 23) Het Pascha herinnert ons er aan, dat Jezus heeft geleden en stierf, zodat onze zonden vergeven kunnen worden. De Dagen van Ongezuurde Broden herinneren ons er aan, dat wij zondige gedachten en daden moeten verwijderen en beginnen te denken en handelen, zoals Jezus Christus. Het Pinksterfeest openbaart, dat God Zijn Geest geeft aan degenen, die zich bekeren en Zijn instructies gehoorzamen, in staat gesteld door Zijn Geest om zonde te overwinnen. (Lucas 24:49; Handelingen 1:8; 2:38; 5:32) De Bijbel legt uit dat alleen degenen, die door God geroepen worden een kans zullen hebben om op dit moment de waarheid te begrijpen (Johannes 6:44-45) en dat dit aantal klein zal zijn. (1 Korintiërs 1:26-27) Gods waarheid is een mysterie voor degenen, die nu niet geroepen zijn. (Matteüs 13:10-17; 1 Korintiërs 2:6-16) Die personen - het merendeel van de mensheid - zijn echter niet verloren!

     De Heilige Dagen in het najaar openbaren, dat Christus zal terugkeren (het Trompettenfeest), Satan uit functie zal zetten (Grote Verzoendag - Openbaring 20:1-2) en degenen, die op dat moment leven zal beginnen te herscholen. (Loofhuttenfeest) Degenen, die door de eeuwen heen zijn gestorven zonder de Waarheid van God te hebben gehoord of begrepen zullen in een tweede opstanding - na het Millennium - opkomen en hun kans voor behoud hebben. (De Laatste Grote Dag - Openbaring 20:5, 11-12) Dit is een bemoedigende boodschap. Toch hebben de meeste traditionele Christenen, net als volgelingen van andere religies, dit goede nieuws nooit gehoord, omdat de religieuze leiders van deze wereld hun focus hebben verloren en geen kennis hebben van Gods plan. (Romeinen 1:18-25)

     De uitdaging waar Christenen nu tegenover staan is om gericht te blijven op de juiste prioriteiten; de ware God, de ware Jezus, het Woord van God en het ware Evangelie. Christenen moeten de kennis en het karakter ontwikkelen, die God kan gebruiken om de opdracht van Zijn Kerk te volbrengen en Zijn grote plan tot verwezenlijking te brengen. De Bijbel openbaart, dat slechts weinigen van degenen, die nu geroepen zijn, gekozen zullen worden om een beloning te ontvangen. (Matteüs 20:16) Zij zullen gekozen worden omdat zij trouw zijn gebleven aan de waarheid, die hen gegeven is om te begrijpen (Openbaring 17:14) en zij zullen groeien en vruchten voortbrengen, die God in hun levens zoekt. (Johannes 15:1-8) Zij zullen zich ook handhaven bij beproevingen en vervolging (Matteüs 24:13) en de race voltooien. (2 Timoteüs 4:1-8) De ongelooflijke beloningen, die God belooft aan degenen. Die Hij roept om heiligen te worden zullen alleen naar degenen gaan, die gericht blijven en volhouden tot het einde.

Zult U daarbij zijn?

• • • • • • •

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: De Heilige Dagen - Gods Meester Plan en Uw Uiteindelijke Bestemming

• • • • • • •

Vraag 47:

      Leert de Bijbel, dat een Christen geen alcoholische dranken moet drinken?

Antwoord 47:

     Maakte Jezus slechts druivensap toen Hij Zijn allereerste openbare wonder verrichtte in Kana en "toonde Hij zo zijn grootheid"? (Johannes 2:11)Als de bruiloft in Kana was verzorgd naar Joods gebruik, dronken de gasten zeker gefermenteerde wijn op het bruiloftsfeest. Toen de gasten geen wijn meer hadden tijdens de feestelijkheden, hielp Jezus hen door water in, wat de Bijbel noemt, "wijn" te veranderen. Als Jezus druivensap voor de gasten had gemaakt zouden zij nooit tegen de bruidegom hebben gezegd, hetgeen in de Bijbel is vermeld: "Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard"! (Johannes 2:10)

     In bovenstaand vers gebruikte Johannes het Griekse woord oinos voor "wijn" - en het is belangrijk te erkennen, dat oinos altijd verwijst naar gefermenteerde drank. De Bijbel gebruikt 13 Hebreeuwse en Griekse woorden voor "wijn" en wij kunnen hun betekenis vinden door te letten op de samenhang waarin zij worden gebruikt. Het woord "wijn" wordt voor het eerst gebruikt in het Oude Testament, toen Noach "van de wijn gedronken had, werd hij dronken". (Genesis 9:21) Hier werd het Hebreeuwse woord yayin gebruikt. Door die wijn werd Noach dronken. Yayin betekent altijd "gefermenteerde wijn". God Zelf gaf "wijn" aan Abraham - de vader van de gelovigen: "En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn [yayin] brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste". (Genesis 14:18) Melchisedek was Degene, die Jezus Christus werd, de God van het Oude Testament. Als U niet bekend bent met de identiteit van Melchisedek kunt U ons artikel aanvragen: Wie was de God van het Oude Testament?

     De zin: "de vrucht van de wijnstok" wordt in de Bijbel slechts drie maal gebruikt - Matteüs 26:29; Markus 14:25 en Lucas 22:18 - met betrekking tot de Paschadienst, die Jezus instelde in de nacht voordat Hij stierf. Het Pascha werd in het voorjaar gevierd, lang voor de jaarlijkse druivenoogst. De "vrucht van de wijnstok", die in die nacht gedronken werd zou gefermenteerd moeten zijn, omdat druivensap reeds lang bedorven zou zijn in de vaten, die in de tijd van Jezus voor opslag werden gebruikt.

     Sommigen beweren belachelijk, dat hetgeen gedronken werd "melasse" was - een andere manier om druiven te bewaren zonder er wijn van te maken. Dit slaat nergens op, als wij er aan denken, dat het een maaltijd was en dat Jezus en Zijn discipelen geen melasse bij hun maaltijd zouden hebben gedronken.

     Hetzelfde Griekse woord oinos, dat in Johannes 2:3-10 werd gebruikt, werd in Efeze 5:18 ook gebruikt: "En bedrinkt u niet in wijn, waarin bandeloosheid is". Druivensap veroorzaakt geen "losbandigheid". Let U ook op deze beschrijving van de Apostelen op het Pinksterfeest: "En anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijns [oinos]". (Handelingen 2:13 St. V.) Verder: "Het is goed geen vlees te eten of wijn [oinos] te drinken, nog iets, waaraan uw broeder zich stoot". (Romeinen 14:21) Paulus schreef aan Timoteüs: "Een opziener moet..... niet aan wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig zijn". (1 Timoteüs 3:2-3) Als wij "druivensap" in deze samenhang zouden plaatsen, zouden deze verzen geen betekenis hebben Toen Paulus aan Timoteüs de medicinale waarde van wijn uitlegde, schreef hij: "Drink voortaan niet alleen water, maar gebruik een weinig wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden". (1 Timoteüs 5:23) Opnieuw wordt het Griekse woord oinos gebruikt - gefermenteerde wijn, geen druivensap. Hoewel de Bijbel dronkenschap veroordeelt, leert de Bijbel zoals U kunt zien ook, dat het acceptabel is om met mate alcohol te drinken.

• • • • • • •

Vraag 48:

      Wat is belangrijker: de persoon van Jezus Christus of het evangelie, dat Hij predikte?

Antwoord 48:

     Jezus Christus kwam om het evangelie te prediken, hetgeen een boodschap is over het komende Koninkrijk van God. (Markus 1:14-15) Ofschoon Jezus Zijn discipelen opdroeg om te gaan "in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping" (Markus 16:15) zijn velen, die zichzelf "Christenen" noemen niet volledig op de hoogte van het evangelie, dat Hij predikte. Die evangelie boodschap kondigde een komend Koninkrijk aan, waarover Hij - Jezus Christus - Koning zal zijn, bijgestaan door degenen, die geroepen zijn - de "eerstelingen". (Openbaring 14:4) Wij kunnen dat Koninkrijk, zonder de Koning niet begrijpen - of er deel van uitmaken.

     Tegenwoordig houden velen één van twee uitersten vast in het niet begrijpen van de boodschap van Christus. Sommigen, die verwerpen dat het Koninkrijk van God een letterlijk Koninkrijk op aarde zal zijn, zeggen dat het voorspelde millennium - een duizendjarige regering van Christus op aarde, vóór "het oordeel van de Grote Witte Troon" (Openbaring 20:11-15) - zinnebeeldig is. Zij onderwijzen, dat het Koninkrijk van God "in Uw hart" wordt geplaatst. Dit mag een plezierig sentiment zijn, maar het negeert het duidelijke onderwijs van Christus en wat Hij en de Vader voorbereid hebben voor de hele mensheid. (Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Uw Uiteindelijke Bestemming) Omdat dit misverstand zo algemeen is, benadrukt de Wereld van Morgen vaak de waarheid over het glorierijke Koninkrijk van God, waar Christus spoedig over zal regeren.

     Enkelen komen tegenwoordig in een heel andere dwaling terecht. Omdat zij juist zien, dat Jezus het Koninkrijk van God voortdurend benadrukt, nemen zij onjuist aan, dat het verkeerd is om over Zijn naam en Zijn offer te prediken, omdat Jezus de "Boodschapper" van Zijn Vader was.

     Als een illustratie van de juiste balans laat de Bijbel ons het voorbeeld zien van de diaken Stefanus - de eerste opgetekende martelaar van de Apostolische Kerk. "En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest". (Handelingen 7:59) Terwijl hij werd vermoord vanwege zijn krachtige prediking riep Stefanus uit naar Jezus Christus, zijn Verlosser. Stefanus had een diepgaande relatie met zowel God, de Vader als Jezus Christus. (Handelingen 7:55-56)

     Jezus is net als Zijn Vader inderdaad onze verering waardig. (Hebreeën 1:1-14; Matteüs 28:9)

     De Apostelen - die door Christus rechtstreeks werden onderwezen - predikten het Koninkrijk van God zoals Jezus deed. Na de opstanding van Christus predikten zij nog steeds "al de raad Gods" (Handelingen 20: 20-27) - wat inhield bekering tot God, geloof in Christus en het evangelie van genade - alles wat nodig is voor degene, die het Koninkrijk van God binnen willen gaan!

     De Apostel Paulus predikte het Koninkrijk van God en over de dingen, die Jezus Christus betroffen. (Handelingen 28:30-31) Hij richtte zich op "Jezus Christus en die gekruisigd" (1 Korintiërs 2:2) - op onze Verlosser, Degene door wiens offer wij in staat zullen zijn om Gods Koninkrijk binnen te gaan!

Hoe beschreef Paulus het evangelie?

     Hij erkende, dat het evangelie "waardoor gij ook behouden wordt" de boodschap inhoudt, dat "Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften" en dat "ten derden dage opgewekt, naar de Schriften". (1 Korintiërs 15:1-8)

     Samenvattend, we kunnen het evangelie van Christus niet begrijpen en aanvaarden of ons echt bekeren en Zijn Koninkrijk binnengaan zonder Zijn persoonlijk offer te aanvaarden. Degenen, die aannemen dat louter "geloof in Christus" voldoende is om het Koninkrijk binnen te gaan, moeten bedenken: zelfs de demonen "geloven" in Christus. (Jakobus 2:19) De Wereld van Morgen streeft ernaar om de juiste waarheid over de kwestie te geven - dat door het offer van Jezus Christus, degenen die Hem nu gehoorzamen zich voorbereiden om Hem te assisteren in het regeren tijdens het geprofeteerde toekomstige Millennium, wanneer Hij de vele misstanden zal rechtzetten, die de mensheid gedurende duizenden jaren van wanbestuur heeft begaan.

• • • • • • •

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Gelooft U het Ware Evangelie?

• • • • • • •

Vraag 49:

      Jezus zei, "Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein"? (Markus 7:18-19)

Betekent dit, dat Christenen alles kunnen eten wat zij willen?

Antwoord 49:

     Men gebruikt soms Markus 7:18-19 om ons verlangen voedsel te eten, dat de Bijbel "onrein" noemt, te rechtvaardigen. Het is echter belangrijk om dit vers uit een parabel van Christus in samenhang te begrijpen, zodat wij ons echt bewust zijn van hetgeen Hij onderwees.

     Let U op de verzen, die direct erop volgen: "En Hij zeide: Hetgeen uit de mens naar buiten komt, dat maakt de mens onrein. Want van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein". (Markus 7:20-23)

     Het is duidelijk, dat Jezus een punt maakte over het belang van goddelijk gedrag. Maar maakte Hij ook een punt over voedsel? Let op het overeenkomstig verslag van deze parabel in Matteüs 15. Hier legde Christus uit - in samenhang met het rituele handenwassen, NIET voedselvoorschriften - dat "elke plant, die mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden". (Matteüs 15:13) Dit was een parabel over goddelijk gedrag, niet over wat er op ons lunchmenu moet staan!

     Als dit een letterlijke instructie over voedsel was, zouden wij onszelf moeten afvragen, "kunnen Christenen nu verwachten om bv. arsenicum en ander vergif te kunnen eten, zonder dat dit hen deert"? Natuurlijk niet! De parabel beschrijft, dat al het voedsel door een mens heen loopt. Het gaat echter niet over onreine dingen, die als "voedsel" beschouwd worden - Christus zei ons niet om arsenicum te eten, noch om dieren te eten, die in de Bijbel in Leviticus 11 duidelijk als "onrein" bestempeld worden.

     De Apostel Petrus bevestigde dit begrip in Handelingen 10. God gaf Petrus een visioen van een laken, dat uit de hemel neerkwam, waarin enige dieren waren, die hij als "onrein" beschouwde. In het visioen zei een stem aan Petrus om de dieren te doden en te eten, maar Petrus weigerde en God sprak opnieuw tot hem en zei, "wat God rein verklaard heeft, moogt gij niet voor onheilig houden". (Handelingen 10:15)

     Begreep Petrus dit als het herroepen van de wet van rein en onrein vlees?

Neen! Petrus zelf legde de les van het visioen uit en zei, "mij heeft God doen zien, dat ik niemand onheilig of onrein mag noemen". (Handelingen 10:28) God had Petrus het visioen gegeven om te laten zien, dat hij zowel tot de Joden als tot de Heidenen moest prediken en met hen omgaan. Er bestaat ook geen verslag over Petrus, die voor of na dit visioen onrein vlees eet!

     Een profetie voor de eindtijd in het boek Jesaja laat zien dat wanneer Christus terugkeert, Hij oordeel zal geven over hen, die volharden in het eten van onreine dieren, inclusief degenen "die zwijnenvlees eten". (Jesaja 66:17) Als Christus werkelijk de mensen toegestaan had om varkensvlees te eten, zou deze profetie geen zin hebben - tenzij wij aannemen, dat Christus van plan is om mensen te straffen, die Hem gehoorzamen!

     De bijbelse wetten van rein en onrein vlees zijn niet slechts een manier, waarop God Zijn volk apart zet; het zijn wetten, die de fysieke gezondheid beschermen van degenen, die hem gehoorzamen. Zoals Eerdmans' Handbook of the Bible ons er aan herinnert, "Deze lijsten [van reine en onreine schepsels] hebben een betekenis, die vaak genegeerd wordt. Deze lijsten zijn allesbehalve gebaseerd op mode of inval; Deze lijsten benadrukken een niet ontdekt feit, tot laat in de afgelopen eeuw..... dat dieren ziekten dragen, die gevaarlijk zijn voor de mens". (pag. 176) Degenen, die nu Gods wet gehoorzamen kunnen de zegeningen ervaren, die Hij bedoelde voor Zijn schepping.

     Wilt U meer weten over de bijbelse wet van rein en onrein vlees en hoe deze U zowel fysiek als geestelijk kan helpen, leest U dan ons artikel: Wilt U dit werkelijk eten? Het volgen van Gods voedselrichtlijnen kan Uw gezondheid veranderen - en Uw leven!

• • • • • • •

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Gelooft U het ware Evangelie?

• • • • • • •

Vraag 50:

      Wat is de rol van Gods Geest in een Christelijk leven? Wat gebeurt er met degenen, die Gods Geest ontvangen, maar later Gods roeping verwerpen?

Antwoord 50:

     Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage". (Johannes 6:44) Men kan geen deel hebben aan Gods Gezin zonder een roeping van onze hemelse Vader te ontvangen - gevolgd door bekering, doop en het ontvangen van Gods Geest. (Handelingen 2:38-39) Christenen ontvangen Gods Geest door handoplegging van Zijn ware dienaren. (Handelingen 8:14-17)

     Na ontvangst van Gods Geest begint een geestelijk verwekte Christen aan een leven van geestelijke training, toetsing, overwinning en groei. (2 Petrus 3:18) Christenen groeien geestelijk door Gods wil te gehoorzamen (Johannes 4:34) en door oprecht Gods Werk te doen (Johannes 4:34) en te geven (Handelingen 20:35). Jezus kwam opdat wij Zijn voorbeeld van dienstbaarheid zouden volgen (Matteüs 20:25-28) en overvloedig zouden leven. (Johannes 10:10)

     Met de hulp van Gods Geest moeten Christenen hun menselijke natuur en de gebruiken van deze wereld overwinnen. Het is niet altijd gemakkelijk; "wij moeten door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods binnengaan". (Handelingen 14:22) Maar degenen, die standvastig blijven zullen eeuwig leven ontvangen. "En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden". (Matteüs 10:22)

     Helaas handhaven sommige Christenen zich niet tot het einde; zij geven het levenslange proces van bekering en groei op en keren terug naar de wereld en het zondige leven, dat zij eens leidden. Degenen, die Gods Geest hebben ontvangen maar terugvallen in rebellie tegen de God, die zij eens dienden gaan af op de poel des vuurs. "Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, dat de wederspannigen zal verteren. Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen. Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God"! (Hebreeën 10:26-31)

     Hoe zorgen wij er voor, dat wij dichter tot God komen en niet verder wegglijden van Hem?

Wij moeten onszelf voortdurend onderzoeken. "Stelt Uzelf op de proef of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk. Ik hoop echter, dat gij zult inzien, dat wij niet verwerpelijk zijn". (2 Korintiërs 13:5-6)

     Kan een Christen, die Gods Geest heeft ontvangen, nog zondigen?

Ja. Maar berouwvolle Christenen, die oprecht spijt hebben over de zonden, die zij hebben begaan, kunnen vergeven worden als zij hun fouten aan God belijden en zich van die zonden afkeren. Jezus Christus maakt Gods vergeving mogelijk. "Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld". (1 Johannes 2:1-2) Wij moeten Christus, onze Verlosser diep dankbaar zijn, omdat er in geen ander behoud is en slechts bij Zijn naam kan men behouden worden. (Handelingen 4:12)

     Om meer te weten over Gods plan van behoud kunt U ons boekje lezen: Is dit de enige dag van behoud? Het zal U helpen om Gods plan te begrijpen - niet alleen voor U, maar voor de ontelbare miljoenen, die geleefd hebben en gestorven zijn zonder ooit de Naam van Jezus Christus te hebben gehoord.

• • • • • • •

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Gelooft U het Ware Evangelie?

• • • • • • •

Vraag 51:

      Ik heb net ontdekt, dat de wekelijkse Sabbat met zonsondergang op vrijdag begint en eindigt op zaterdag met zonsondergang, zoals de Bijbel zegt.

Wat moet ik doen om "de Sabbat in ere te houden, het is een heilige dag", zoals het ons wordt geboden in Exodus 20:8?

Antwoord 51:

     Sommige mensen vergissen zich door over de Sabbat te denken als een tijd, waarbij God ons onderdrukt door ons te verbieden te doen wat wij willen. Maar het is in feite een tijd, die Hij schiep voor de mensheid om ons verademing te geven van de wekelijkse stress en om onze aandacht te vestigen op Degene, die deze dag maakte en apart zette voor Zijn heilig doel. "De Sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de Sabbat". (Markus 2:27-28)

     Waarom houden wij de Sabbat?

Het is één van de Tien Geboden, die God gegeven heeft en die Christus Zelf vierde en aan Zijn volgelingen onderwees om te vieren. (Matteüs 19:17) Wij lezen: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die". (Exodus 20:8-11)

     Elke Sabbat keren wij ons af van ons werk en van wereldse activiteiten, zoals kijken naar sportevenementen of kijken naar amusement op de televisie of het Internet, die onze aandacht afleidt van God en Zijn plan voor ons. Dat maakt onze tijd vrij om de Bijbel te lezen, te bidden en te mediteren over de dingen van God. Op de Sabbat moeten wij ons richten op het leren over God en Hem aanbidden. Degenen, die binnen een redelijke reisafstand leven van een groep ware Christelijke gelovigen moeten samenkomen in eredienst en samenzijn. "En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag [de terugkomst van Christus] ziet naderen". (Hebreeën 10:24-25)

     Christus legde uit, dat wij goed moesten doen op de Sabbat. (Matteüs 12:12) Een persoon, die op de Sabbat een bedreigd leven redt, overtreedt deze niet; Christus genas de zieken op de Sabbat; hierom spanden de Farizeeën samen om Hem te doden. (Matteüs 12:13-14) Christenen moeten hun geweten echter onderzoeken om zeker te zijn, dat zij het gebod niet misbruiken. Het is gepast voor een Christen om op de Sabbat een leven te redden, maar het is niet juist om op de Sabbat geld te verdienen door Uw reguliere werk te doen onder het voorwendsel van "het helpen" van mensen.

     Als wij Gods ware Sabbat - de zevendedag Sabbat - op de juiste manier vieren, zegent Hij ons rijkelijk. "Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des HEREN van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, dan zult gij u verlustigen in de HERE en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des HEREN heeft het gesproken". (Jesaja 58:13-14)

     Gods wekelijkse en jaarlijkse Sabbatten zijn een tijd van vreugde en van fysieke en geestelijke verkwikking, die gedeeld worden met broeders. "Hieraan wil ik denken en mijn ziel in mij uitstorten: hoe ik optrok in de dichte drom, voor hen uit schreed naar Gods huis, bij jubelklank en lofgezang - een feestvierende menigte". (Psalm 42:5)

     Om meer te leren over de betekenis en viering van de Sabbat, kunt U ons boekje lezen: Welke dag is de Christelijke Sabbat? En De Heilige Dagen: Gods Meesterplan .

     U kunt ons op het volgende adres bereiken: Wereld van Morgen, Postbus 267, 6000 AG Weert of via onze website: http://www.wereldvanmorgen.org/contact.htm

• • • • • • •

Vraag 52:

      Uw tijdschrift schrijft vaak over militaire betrokkenheid van de Verenigde Staten en laat zien hoe Bijbelprofetie oorlog voorspelt. Het Oude Testament staat vol met verslagen van de Israëlieten in gevechten.

Is het juist voor een Christen om zijn of haar land als soldaat in de oorlog te dienen?

Antwoord 52:

     Jezus Christus stelde een duidelijke richtlijn in voor Zijn volgelingen: "Maar tot u, die Mij hoort, zeg ik: Hebt uw vijanden lief, doet wel degenen, die u haten; zegent wie u vervloeken; bidt voor wie u smadelijk behandelen". (Lucas 6:27-28) Hij onderwees ook, dat wij moesten leven "bij elk woord van God" - onze levens te leiden door elk woord van de Bijbel.

     Natuurlijk hebben Christenen een verantwoordelijkheid om wettig regeringsgezag te gehoorzamen. (Romeinen 13:1-7) Christus Zelf legde uit, dat Zijn volgelingen belasting moesten betalen aan civiele regeringen. (Matteüs 22:21) Wij zien, dat Christenen de plichten, die wettelijk opgelegd zijn door de civiele maatschappij niet moeten negeren.

     Wanneer de wetten van de civiele regering echter in conflict zijn met Gods wet moeten Christenen beslissen aan wie zij hun uiteindelijke loyaliteit geven. (Handelingen 4:19; 5:29, 32; Romeinen 6:16) Toen de Israëlieten oorlogen voerden deden zij dat door direct bevel van God Zelf, vechtend voor het menselijk koninkrijk, dat God in die tijd had - de natie Israël - onder de voorwaarden van het Oude Testament. Maar Israël verwierp Gods voorschriften en Hij gaf haar dus op en "scheidde van haar". (Jeremia 3:8) Later kwam Jezus Christus en Hij maakte Zijn Heilige Geest beschikbaar voor allen, die in Hem gedoopt werden en Hem gehoorzaamden. Nu begrijpen Christenen, dat Gods Koninkrijk nog niet in deze wereld regeert; Jezus zei: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier". (Johannes 18:36) Christus beloofde, dat Hij Zijn Koninkrijk zou vestigen op aarde als Hij terugkeert. Tot dan hebben Christenen een burgerplicht, die niet van deze wereld is. (Filippenzen 3:20) De Christenen van nu zijn "vreemdelingen en bijwoners op aarde" (Hebreeën 11:13) en wachten op Zijn Koninkrijk.

     Wat moeten Christenen doen als zij opgeroepen worden voor de verplichte militaire dienst?

Op dit moment is er geen dienstplicht in Nederland. In de V.S.; vereist de wet echter, dat mannelijke burgers binnen 30 dagen na hun 18e geboortedag zich registreren in het systeem van de selectieve dienstplicht; een eis, die de Bijbelse principes niet overtreedt, die in Matteüs 22:21 of Romeinen 13:1-7 worden beschreven. Registreren in het systeem van de selectieve dienstplicht houdt niet in, dat een persoon toestemt in deelneming in oorlog en deze registratie kan in feite een mogelijkheid geven om formeel iemands gewetensbezwaren te verklaren tegen de militaire dienst. Organisaties als het Centrum voor Gewetensbezwaren (niet aangesloten bij de Wereld van Morgen) kunnen hulp bieden wat betreft manieren om gewetensbezwaren te documenteren. Maar ongeacht welke stappen een gewetensbezwaarde onderneemt, een fundamenteel punt is, dat men zijn overtuigingen nu leeft, zodat wanneer er dienstplicht komt, het niet zal lijken alsof een weigering om te vechten een zaak van lafheid of gemak is, in plaats van een diep religieuze overtuiging, die reeds lang geldt.

     Veel landen maken voorzieningen om oprechte gewetensbezwaarden toe te staan om uitgesloten te worden van de verplichte militaire dienst of om geplaatst te worden in niet-militaire functies van de overheidsdienst om een nationale dienstverplichting te vervullen. Nederland heeft historisch deze vergunningen verleend in tijden, dat er een militaire dienstplicht was, zodat Christenen hun land konden dienen zonder Gods wet te overtreden.

     Christenen, die in landen wonen waar de militaire dienst verplicht is moeten een beslissing nemen, die ernstige gevolgen kan hebben: door hun Verlosser te gehoorzamen kunnen zij gevangenisstraf riskeren (of zelfs de doodstraf), vanwege het weigeren om in het leger te dienen. Christus gaf een belangrijke principe, toen Hij uitlegde dat "waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn". (Matteüs 6:21) Degenen, die hun hart op het Koninkrijk van God hebben gezet zullen dat Koninkrijk als hun prioriteit maken en zullen hun plaats in dat Koninkrijk niet op het spel zetten door te vechten en anderen te doden in de oorlogen van de mens.

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Uw Uiteindelijke Bestemming

• • • • • • •

Vraag 53:

      Wat bedoelde Jezus toen Hij zei, "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke"? (Johannes 6:44)

Betekent dit, dat er sommigen zijn, die niet door God tot Hem getrokken worden?

Antwoord 53:

     Veel mensen begrijpen dit vers verkeerd, omdat zij zich niet realiseren dat God nu niet iedereen roept tot behoud. God zal uiteindelijk zeker behoud aan iedereen aanbieden, die ooit geleefd heeft. (Romeinen 9:15; 1 Timoteüs 2:3-5) Hij wenst, dat allen eeuwig leven zullen ontvangen en dat niemand verloren zal gaan. (Johannes 3:16-17; 2 Petrus 3:9) Maar de Bijbel stelt duidelijk, dat er "onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven is, waardoor wij moeten behouden worden". (Handelingen 4:12)

Hoe kan God dan Zijn woord houden en toch alle mensen behouden, die geleefd hebben en gestorven zijn zonder zelfs Zijn naam en Zijn ware boodschap gehoord te hebben?

     De Bijbel vertelt ons over een toekomstige tijd, wanneer allen het ware Evangelie zullen horen en Gods roeping zullen ontvangen. (Openbaring 20:5, 11-12) Die tijd is bekend als het "Grote Witte Troon Oordeel". Het zal geen "tweede kans" zijn - het zal een tijd zijn, wanneer alle mensen - die niet geroepen waren in dit tijdperk - opgewekt zullen worden tot fysiek leven en voor de eerste keer de kans krijgen om de naam en leringen van Christus te horen.

     God roept in dit tijdperk echter ook mensen tot Hem. Deze worden de "eerstelingen" genoemd. (2 Tessalonicenzen 2:13; Jakobus 1:18; Openbaring 14:4) Deze Christenen - mensen, aan wie in dit tijdperk Gods Heilige Geest wordt gegeven om hen te helpen hun menselijke natuur te overwinnen en Gods weg te leven - vechten om niet alleen hun eigen zondig-zijn te overwinnen, maar ook de slechte invloed van de samenleving en van Satan, die door de Bijbel "de god dezer eeuw" (2 Korintiërs 4:4) wordt genoemd.

     In tegenstelling daarmee zullen degenen, die door God geroepen worden in het Grote Witte Troon Oordeel, in staat zijn om hun vroegere leven - geleefd in dit tijdperk en beïnvloed door Satan, de samenleving en zichzelf - te vergelijken met de leefwereld van het Millennium waarin God hen heeft opgewekt en de meeste zullen zeker Gods aanbod van behoud en eeuwig leven aannemen.

     Omdat de eerstelingen in een moeilijker omgeving moeten "overwinnen" belooft God hun zelfs een "betere opstanding". (Hebreeën 11:35) Zij zullen bij de tweede komst van Christus leden worden van Gods Gezin en zullen Hem assisteren bij het regeren van deze aarde gedurende het Millennium. De duizendjarige periode, als de wereld in vrede en harmonie zal leven onder de regering van Christus ter voorbereiding van het Grote Witte Troon Oordeel, dat plaats zal vinden na het einde van het Millennium. Na het Grote Witte Troon Oordeel zullen alle mensen het ware Evangelie gehoord hebben en degenen, die het willens en wetens hebben verworpen zullen in een poel van vuur geworpen worden en voor altijd vernietigd worden in "de tweede dood". (Openbaring 20:14-15)

     God verwacht van Zijn volk, dat zij het ware Evangelie als getuigenis prediken totdat Christus terugkeert. (Matteüs 24:14,46) Wij begrijpen eveneens, dat de meeste mensen, die ons tijdschrift Tomorrow's World [Wereld van Morgen] lezen niet door God "getrokken" worden in dit tijdperk. Voor hen dienen de artikelen, die zij lezen enkel als een "getuigenis", zodat zij in de toekomst niet kunnen zeggen, "niemand heeft het mij verteld! God is niet eerlijk"!

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen:
Gods Feestdagen: Gods Meesterplan van Behoud en het artikel
Wat Betekent het om Geroepen te Zijn door God?

• • • • • • •

Vraag 54:

      Ik ben tot besef gekomen, dat ik mijn hele leven gezondigd heb tegen God. Ik heb er moeite mee om te geloven dat Hij alle vreselijke dingen, die ik gedaan heb, ooit kan vergeven.

Is er enige hoop voor mij?

Antwoord 54:

     Ja, er is hoop! U kunt Jezus Christus als Uw persoonlijke Verlosser aanvaarden, zich aan Hem onderwerpen met oprecht berouw en Hij zal Uw zonden vergeven en U de kans geven om Hem te gehoorzamen en het vreugdevolle en overvloedige leven leiden, wat Hij voor U wilt.

     Het is niet de vraag of U "goed genoeg" bent om Gods roeping te ontvangen. Het is God, die verantwoordelijk is voor Uw roeping, niet U. De Bijbel maakt duidelijk dat, tenzij God U roept, U zich niet kunt "dwingen" om tot Hem getrokken te worden. Jezus zei, "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage". (Johannes 6:44)

  • Waarom komen er dan zo weinig mensen tot hun Verlosser?
  • Betekent dit, dat God een "mislukkeling" is?

     Neen! De verbazingwekkende waarheid is dat God "nu niet iedereen" tracht te "behouden" - de meeste mensen krijgen eenvoudig een waarschuwing en worden voorbereid op het Grote Witte Troon Oordeel, waarbij zij hun eerste kans zullen ontvangen om Gods waarheid te begrijpen en zich te bekeren, het offer van Christus te aanvaarden en Hem te gehoorzamen. Wilt U, om meer te weten over dit weinig begrepen aspect van bijbelse waarheid, ons boekje lezen:

      Is dit de enige dag van behoud?

     Als U dit leest moet U echter de waarschijnlijkheid overwegen, dat God U nu roept. Er bestaat niet zoiets als een "tweede kans" - en als God U de gelegenheid aanbiedt om één van Zijn "eerstelingen" te worden (Jakobus 1:18; Openbaring 14:4), moet U die gelegenheid in alle ernst overwegen.

     Wat moet U dan doen?

     Om vergeven te worden moet U eerst Uw zonden erkennen en aan God belijden. Beert U, wordt gedoopt en ontvang Gods Heilige Geest. Met de hulp van Gods Heilige Geest moet U zich dan voortdurend verplichten om te stoppen met zondigen en te streven naar een leven in gehoorzaamheid aan Gods wetten. Beseffen dat U een zondaar bent en dat U zich moet afkeren van Uw zonden, is een belangrijke stap. God wil ons vergeven als wij ons bekeren en ons naar Hem keren. "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet". (1 Johannes 1:8-10)

     Bent U een te grote zondaar om vergeven te worden?

Voordat God Saul tot bekering riep had hij Gods volk verbitterd vervolgd. "En Saul verwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis". (Handelingen 8:3) Hij nam zelfs deel aan de moord van een diaken in de nieuwtestamentische Kerk. "En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saul genaamd. En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest". (Handelingen 7:58-59) Toch riep God Saul in Zijn dienaarschap en hij werd de Apostel Paulus! Leest U het verbazingwekkende verhaal in Handelingen 22:1-21.

     Waarom zou God zo'n zondaar als Paulus roepen om Zijn dienaar te worden?

     Paulus legde dit in een brief uit aan de jonge evangelist Timoteüs, "Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was..... dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem. Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven". (1 Timoteüs 1:12-16)

     Inderdaad, God riep Saul, die een zondaar was, zodat Hij ons kon laten zien dat ook wij behouden kunnen worden als wij ons bekeren, er naar streven om onze Verlosser te gehoorzamen en Hem toestaan om ons te gebruiken als Zijn gehoorzame dienaren.

Als God Saul kon roepen is het dan minder waarschijnlijk, dat Hij U roept?

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Behoort U gedoopt te worden?

• • • • • • •

Vraag 55:

      Ik heb altijd begrepen dat, wanneer Christenen sterven hun zielen rechtstreeks naar de hemel gaan om bij Jezus te zijn.

Hoe moet ik dan verzen begrijpen zoals Prediker 9:5, waar staat "de doden weten niets"?

Wat gebeurt er als wij sterven?

Antwoord 55:

     Men legt verschillende belangrijke verzen vaak verkeerd uit als men de waarheid probeert te begrijpen over wat er gebeurt bij het overlijden. Jezus zei aan één van de misdadigers, die naast Hem werd gekruisigd: "En Hij zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn". (Lucas 23:43) Betekent dit dat Jezus en de misdadiger die dag samen naar de hemel gingen? Dat kan niet! Christus onderwees duidelijk, dat Hij drie dagen en drie nachten in het graf zou verblijven - Hij noemde dit "het teken van Jona, de profeet". (Matteüs 12:39-40) Als Jezus en die misdadiger op de dag van de kruisiging naar de hemel zouden gegaan, zou Jezus het teken niet vervullen, dat Hij had beloofd!

     Wat bedoelde Jezus dan?

In de Griekse taal van de Bijbel ontbreken de interpunctietekens, die wij in de Nederlandse tekst verwachten. Vertalers hebben hun doctrinair onbegrip gebruikt bij het vertalen van de duidelijke Griekse tekst. Jezus zei inderdaad aan de misdadiger, dat hij met Hem zou zijn in Zijn Koninkrijk, maar het woord "vandaag" (heden) verwijst niet naar "paradijs", maar naar "ik zeg U". Jezus overtuigde deze misdadiger van zijn toekomstige hoop, het teken van Zijn Messiasschap niet te verloochenen.

     In het Nieuwe Testament lezen wij dat God de vroegere koning David "een man naar mijn hart" noemde. (Handelingen 13:22) David wordt gerekend tot de helden van geloof in Hebreeën 11. Toch zei de Apostel Petrus dit over David: "Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij èn gestorven èn begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag". (Handelingen 2:29) Hij benadrukte verder: "Want David is niet opgevaren naar de hemelen". (Handelingen 2:34)

     Wij lezen: "En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen". (Johannes 3:13)

Betekent dit dat anderen na Hem naar de hemel zijn gegaan?

Nee! De doden zijn nu buiten bewustzijn en zullen zo blijven tot God hen tot bewustzijn herstelt, wanneer "velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen". (Daniël 12:2) Alleen Jezus Christus is ten hemel opgevaren.

     Toen de Apostel Paulus 2 Korintiërs schreef verwachtte hij nog, dat Christus tijdens zijn leven zou terugkeren. Daarom schreef hij, "Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden". (2 Korintiërs 5:2) Paulus keek vurig uit naar het ontvangen van het geestelijk gevormde lichaam, die Christus hem zou geven bij de terugkeer van Christus. In deze samenhang schreef Paulus zijn verlangen. Hij schreef niet als een soort verkeerde veronderstelling, "het lichaam te verlaten is onze intrek te nemen bij de Here". Integendeel, uitkijkend naar zijn verandering van materie naar geest, schreef hij, dat "wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen". (2 Korintiërs 5:8)

     Uiteindelijk begreep Paulus, dat de terugkomst van Christus later zou zijn dan dat hij eerst had aangenomen, omdat dat pas plaats zou vinden nadat bepaalde voorspelde gebeurtenissen plaats hadden gevonden. (2 Tessalonicenzen 2:1-12) Maar hij twijfelde nooit aan zijn begrip van wat er gebeurt bij de dood. Paulus schreef: "Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem". (1 Tessalonicenzen 4:13-14) Deze "slaap" is geen mysterieus soort half bewustzijn. Jezus, die stierf beschreef Zijn dood op deze manier: "Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten". (Matteüs 12:40) Is de hemel "het hart van de aarde"? Neen! Zoals de psalmist ons zegt, dat wanneer iemand sterft "gaat zijn adem uit, dan keert hij weder tot zijn aarde, te dien dage vergaan zijn plannen". (Psalm 146:4) Jezus maakte geen plannen toen Hij dood was. Evenals wij niet. De doden wachten niet als ontzielde geesten in de hemel. Zij zijn buiten bewustzijn (Prediker 9:5) en blijven zo tot God hen uit de dood opwekt.

     Om meer te weten over dit vaak onbegrepen onderwerp, kunt U ons boekje lezen: Uw Uiteindelijke Bestemming.

Het laat U de echte waarheid zien van Uw Bijbel en openbaart belangrijke informatie, die U voorheen waarschijnlijk nooit begrepen heeft.

• • • • • • •

Vraag 56:

      Het evangelie van Matteüs vermeldt dat na de opstanding van Jezus, "en de graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt". (Matteüs 27:52)

Gingen deze mensen naar de hemel?
Wilt U alstublieft uitleggen wat er met deze verrezen mensen gebeurde?

Antwoord 56:

     Door de Bijbel heen vinden wij acht andere verslagen van mensen, die weer tot leven kwamen nadat zij gestorven waren. (1 Koningen 17:17-24; 2 Koningen 4:32-37; 13:20-21; Matteüs 9:23-26; Lucas 7:11-15; Johannes 11:43-44; Handelingen 9:36-41; 20:9-12) In elk van deze gevallen is het duidelijk, dat de betreffende personen weer tot fysiek leven waren verrezen, hetgeen betekent dat zij de rest van hun natuurlijke, fysieke levens hebben geleefd en toen stierven, zoals alle mensen. (Hebreeën 9:27)

     Wat waren de omstandigheden van de opstanding, die in Matteüs 27 werden beschreven?

Let U op vers 53: "En zij gingen uit de graven na Zijn opstanding en kwamen in de heilige stad, waar zij aan velen verschenen". (Matteüs 27:53) Deze verrezen heiligen "gingen niet naar de hemel" - zij gingen naar Jeruzalem, de "heilige stad", waar velen hen zagen.

     De andere acht boven aangehaalde opstandingen waren geen verrijzenissen tot eeuwig leven; het waren verrijzenissen tot fysiek leven.

Bestaat er enige reden om te denken, dat deze opstanding van de "heiligen, die gestorven waren", anders is?

     De Apostel Paulus geeft het antwoord in zijn eerste brief aan de Christenen van Korinte. Paulus legt uit, dat er een bepaalde orde is in de opstandingen. Jezus Christus werd de "eersteling" - de eerste, die verrezen is tot eeuwig leven - van al degenen, die gestorven zijn. (1 Korintiërs 15:20) Dan beschrijft Paulus de opstanding van Christenen tot eeuwig leven: "Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst". (1 Korintiërs 15:21-23)

     Let U op! Christenen zullen tot leven geroepen worden bij de terugkomst van Christus! Alleen dan zullen verrezen sterfelijke mensen "onsterfelijkheid aangedaan worden". (1 Korintiërs 15: 54) God is geen Schepper van verwarring en Hij kan niet liegen; wij kunnen er dus zeker van zijn, dat de verrezen heiligen van Matteüs 27 nog niet verrezen waren tot eeuwig leven. Toen de "verrezen heiligen" Jeruzalem binnen kwamen, zoals beschreven in Matteüs 27, had de tweede terugkomst van Christus niet plaats gevonden; hun opstanding was dus tot fysiek leven.

     Hoe kunnen wij zeker weten, dat deze verrezen heiligen - en ook alle andere opstandingen, die in de Bijbel worden beschreven, met de enige uitzondering van Jezus Christus - weer tot sterfelijk leven werden geroepen?

Wij weten dit, omdat Jezus "alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont". (1 Timoteüs 6:16) Jezus maakte bekend, "niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen". (Johannes 3:13)

     Welk doel diende deze opstanding dan - en eerdere fysieke opstandingen - in Gods plan?

Zij stonden voor wonderbaar bewijs van Gods grote barmhartigheid, glorie en macht. Zij identificeerden Gods echte Werk en Zijn ware dienaren. Let U op hoe de verbazingwekkende opstanding van Lazarus het geloof versterkte van degenen, die erbij stonden. Jezus bad tot de Vader, "Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt". (Johannes 11:41-42)

     Op dezelfde manier diende de verrezen heiligen, die Jeruzalem binnen gingen als een krachtige getuigenis, dat God werkte door zijn pas verrezen Zoon. "Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil". (Johannes 5:21) Deze heiligen leefden hun sterfelijk bestaan als een wonderbaarlijk bewijs van Gods ontzagwekkende macht en stierven daarna. Zij zijn nu dood in hun graven en wachten op de terugkomst van Jezus Christus, "zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen". (Hebreeën 11:39-40)

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Uw Uiteindelijke Bestemming

• • • • • • •

Vraag 57:

      In Genesis 4 beging Kaïn de eerste moord, die ooit werd opgeschreven.

Wat bracht Kaïn ertoe om zijn broer te vermoorden?



Antwoord 57:

     Alhoewel Kaïn bekend staat als de eerste moordenaar omdat hij zijn broer Abel doodde, was zijn geschil eigenlijk met God. De ouders van de broers, Adam en Eva - de eerste mensen - werden uit de hof van Eden geplaatst nadat zij fruit van de verboden boom van de kennis van goed en kwaad hadden gegeten en Gods instructie niet gehoorzaamden. "En de HERE God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was". (Genesis 3:22-23)

     Toen God Adam en Eva uitbande van Eden riep Hij een vloek over hen uit: "De aardbodem is om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft. Doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". (Genesis 3:17-19) In tegenstelling tot Adam en Eva, die niet hoefden te zwoegen voor hun levensonderhoud voordat zij zondigden, moesten Kaïn en Abel vanaf het begin hard werken om hun eigen voedsel te produceren. Abel werkte als een schaapherder en zijn broer Kaïn was landbouwer en oogstte van de grond. (Genesis 4:2)

     Wat deden de twee broers toen zij God een offer brachten? Abel bracht "de eerstelingen zijner schapen, van hun vet". (Genesis 4:4) Door zijn eersteling te brengen als offer voorafschaduwde Abels' offer het offer van Jezus Christus voor de hele mensheid. In tegenstelling daarmee bracht Kaïn ,"van de vruchten der aarde een offer". (Genesis 4:3)

     Hoe reageerde God? "De HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok". (Genesis 4:4-5) God accepteerde het offer van Kaïn niet. God verwierp echter Kaïn niet; Hij zei aan Kaïn, dat Hij een beter offer accepteerde. (Genesis 4:7)

     God waarschuwde Kaïn om zijn impulsen te beheersen, maar hij bleef kwaad en in zijn boosheid besloot hij zijn broer Abel, die God behaagd had, te vermoorden. (Genesis 4:8)

     Welke lessen moeten wij hieruit leren? Gaf God aan dat Hij fruit en groenten afkeurde? Natuurlijk niet! De houding van Kaïn maakte zijn offer onacceptabel. Zijn echte probleem was in zijn hart. Zelfs als Kaïn het voorbeeld van Abel had gevolgd en de eerstelingen van zijn oogst had geofferd, had God een opstandige en onbekeerde houding waargenomen en het offer geweigerd. God zegt immers duidelijk, "Barmhartigheid wil Ik en geen offerande". (Hosea 6:6; Matteüs 9:13) Kaïn met een moordzuchtig hart - kwaad, omdat het offer van zijn rechtvaardige broer werd aangenomen - miste de barmhartigheid, die God verlangde.

     De Apostel Johannes keurde de houding van Kaïn af toen Hij schreef: "Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig". (1 Johannes 3:11-12) In tegenstelling daarmee blijven de rechtvaardige daden van Abel als een herinnering, zelfs tot nu toe. "Door het geloof heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is". (Hebreeën 11:4)

     Christenen zijn geroepen om gehoorzaam te zijn en rechtvaardig zoals Abel, niet opstandig en boos zoals Kaïn. Helaas is in iedere gedachte iets van Kaïns houding, dat zich nog niet helemaal aan God overgegeven heeft. Gelukkig heeft God Zijn Zoon geofferd als een offer voor ons. Als wij het offer van Christus aanvaarden en ons bekeren van onze zonden, kunnen wij God behagen zoals Abel deed en met de hulp van Gods Heilige Geest kunnen wij een rechtvaardig leven leiden, dat God van ons verlangt.

Vraag 58:

      Ik werd jaren geleden gedoopt; toen Uw tijdschrift en tv. uitzendingen over de doop spraken nam ik eerst aan, dat het niet voor mij gold. Na het lezen van Uw literatuur begin ik mij nu af te vragen of ik op de juiste manier gedoopt ben.

Hoe kom ik dit te weten?

Antwoord 58:

     

     Christus gebood Zijn discipelen om degenen te dopen, die door God geroepen worden tot bekering en dopen. "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld". (Matteüs 28:19-20)
"Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij". (Johannes 6:44-45)

     Wat vereist God voor het doopsel, om geldig te zijn in Zijn ogen? Ongetwijfeld weet Jezus Christus de eisen, omdat Hij de eis voor het doopsel voor behoud instelde. "En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden". (Markus 16:15-16)

Wat moet iemand geloven?
Men moet het evangelie, dat Jezus predikte geloven.

Wat was dat evangelie?
"En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods. En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen;"

  • Bekeert u en Gelooft het evangelie. (Markus 1:14-15. St. V.)

     Jezus Christus, de Zoon van God bracht het goede nieuws dat Gods Koninkrijk uiteindelijk over alle wereldregeringen het gezag zal nemen en een tijd van vrede zal brengen.

Waarvan moet men zich bekeren?
Van zonde.

Wat is zonde?
"Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid". (1 Johannes 3:4)

Heeft U bij Uw vorige doop de instructie van Jezus gehoorzaamt om U te bekeren van de overtreding van de Tien Geboden? (Matteüs 19:17-19)

     Met deze punten in gedachten kunt U zichzelf afvragen:

Toen U werd gedoopt, bekeerde U zich van Uw zonden?
Als U wist wat zonde is, maar U loste dit niet op door zich ervan af te keren met de hulp van Uw Verlosser, dan heeft U zich niet bekeerd. En als U zelfs niet wist wat zonde is - wellicht geloofde U, dat U als een Christen kon doen wat U wilde en dat niet als zonde beschouwde - heeft U zich zeker niet bekeerd van Uw zonden.

     Een teken van een ongeldige doop is ook, dat het niet de bijbelse vorm van dopen volgt. Merkt U op, dat de Bijbel duidelijk opdraagt, dat de doop in water uitgevoerd moet worden, door volledige onderdompeling. (Matteüs 3:1-16; Johannes 3:23; Handelingen 8:38-39) Slechts besprenkelen leeft niet het bijbelse symbool na van het wegwassen van vroegere zonden. (Handelingen 22:16)

     Als U bovendien op zeer jonge leeftijd werd gedoopt - misschien zelfs als een kleuter - kon U niet hebben begrepen wat het betekent om zich te bekeren. Wanneer U als kleuter of kind zelf niet degene bent, die om Uw eigen doop heeft gevraagd, is dit zeker een teken, dat Uw doop niet Uw ware bekering betekent.

     Wellicht voelde U, dat U zich bekeerde toen U eerder werd gedoopt. Als dat zo is, stelt U zichzelf dan een andere vraag:

Gelooft U het evangelie?
Tegenwoordig hebben de meeste mensen, die zich "Christenen" noemen slechts een wazig en onjuist idee over het evangelie. Sommigen denken dat het een boodschap over Jezus is. Weinigen begrijpen de waarheid dat het evangelie dat Jezus predikte, het evangelie van Gods Koninkrijk is; de boodschap van een spoedig komend Koninkrijk, geregeerd door Jezus Christus Zelf, waaronder de hele mensheid de vreugden en zegeningen zullen ervaren door het leven op Gods manier.

     Sommige mensen laten zich overhaast dopen, omdat zij denken dat het een sociaal aanvaardbaar iets is om te doen. Al hun vrienden zijn gedoopt en zij voelen zich buitengesloten als zij het niet hebben gedaan. Als resultaat willen zij gedoopt worden, lang voordat zij werkelijk "de kosten hebben berekend" (Lucas 14:28) van deze eeuwige verbintenis. Omdat het dopen zo'n belangrijke beslissing is, moet U op Uw hoede zijn voor degenen, die U willen overhaasten met het dopen, zonder U de tijd te geven om te bidden, te studeren en te vasten om Gods wil te zoeken voor Uw leven. Om meer te weten over het dopen en om U te helpen Uw noodzaak ervoor te overwegen, kunt U de boekjes lezen:

      Gelooft U het ware Evangelie? en Behoort U gedoopt te worden?

     Voor meer informatie over De Normen en Waarden aangeboden door de God van de Bijbel kunt U ons boekje lezen: De Tien Geboden

     Het houden van de Wet - Gods Geboden - is de enige weg om met God en andere mensen in harmonie te leven. Het is de enige manier om Gods karakter te ontwikkelen - met de hulp van Gods Heilige Geest - zodat wij uit God geboren kunnen worden en Zijn Koninkrijk beërven voor alle eeuwigheid!

Vraag & Antwoord Artikel: Tomorrow's World/januari-februari 2009

Vraag 59:

      Ik begrijp dat het niet geschikt is om "vloekwoorden" te gebruiken, omdat veel mensen deze als ordinair en beledigend beschouwen. Maar waarom maken mensen bezwaar tegen ogenschijnlijk onbeledigende uitbarstingen als "jeetje" of "gossie"? Deze zijn toch verkieslijk boven de harde en vulgaire woorden, die sommigen daarvoor in de plaats gebruiken?
Vergis ik mij?

Antwoord 59:

     Op het eerste gezicht kunnen velen denken, dat deze en andere woorden als deze, ogenschijnlijk veel kleurlozer dan de verschillende "vierletter woorden" in circulatie, verkieslijker zijn boven andere vulgaire uitdrukkingen. Voor een Christen kunnen echter sommige van deze "onschuldige" uitdrukkingen zelfs minder geschikt zijn dan schijnbaar meer "vulgaire" uitdrukkingen. Waarom? Omdat zij verbloemde benamingen zijn voor de namen van God de Vader en Jezus Christus - en degenen, die deze gebruiken, gebruiken Gods naam ijdel.

     De Bijbel waarschuwt: "Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt". (Exodus 20:7) De Psalmen staan vol van het prijzen van Gods Naam. "Dat zij de naam des HEREN loven, want zijn naam alleen is verheven, zijn majesteit is over aarde en hemel". (Psalm 148:13) En: "Juicht Gode, gij ganse aarde! psalmzingt de heerlijkheid van zijn naam; maakt zijn lof heerlijk". (Psalm 66:1-2)

     "Maar 'gossie' is niet 'God' en 'jeetje' is niet 'Jezus Christus'", zullen sommigen opwerpen. "Wat is er verkeerd aan om een 'verkapte vloek' te gebruiken of een 'eufemisme' in plaats van Gods naam"? Nou, zoals het woordenboek uitlegt is een eufemisme een "verzachtende omschrijving van iets onaangenaams of aanstotelijks". Een vage zinspeling op Gods naam is nog altijd het zinspelen op Gods naam en moet daarom niet een "vervangende vloek" worden. Als wij achteloos Gods naam of een eufemisme voor Gods naam gebruiken om een hevige emotie, verrassing of zelfs godslastering uit te drukken, tonen wij minachting voor onze Schepper, ongeacht of degenen, die om ons heen staan onze woorden als "vulgair" beschouwen.

     De mening van mensen over wat vulgair is kan op elk moment variëren, naarmate de gewoonten en taal van de gemeenschap door veranderingen gaat. Wij moeten zeker rekening houden met anderen in hoe wij onze woorden kiezen en dus vulgariteit vermijden. Door Gods naam ijdel te gebruiken is een andere - en veel meer geestelijk serieuze - zaak.

     Hoe moeten wij Gods naam gebruiken? In het Nieuwe Testament onderwijst Christus Zijn discipelen om tot God de Vader te bidden door Zijn naam. "En wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde". (Johannes 14:13) En als wij bidden moeten wij Gods naam eren. "Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd". (Matteüs 6:9)

     De discipelen genazen de zieken door de naam van Jezus Christus. "Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazireeër: Wandel"! (Handelingen 3:6) Jakobus onderwees Christenen om dat voorbeeld te blijven volgen. Hij zei, "Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren". (Jakobus 5:14)

     In het boek Handelingen lezen wij dat de discipelen het Evangelie predikten in de naam van Jezus Christus (Handelingen 9:15) en in de naam van Christus doopten. (Handelingen 8:16; 19:5) Paulus zei aan Christenen in Efeze, "Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen". (Efeze 4:29)

     De woorden, die wij gebruiken zijn belangrijk voor God Wij moeten er zeker van zijn, dat onze woorden, onze eer en diep respect voor Hem, weerspiegelen.

Vraag 60:

      Ik lees steeds opnieuw in Uw tijdschrift over de spoedig komende duizendjarige regering van Jezus Christus op aarde. Als God weet, dat onze wereld zo'n puinhoop is en dat alleen Hij het beter kan maken, waarom wacht Hij dan duizenden jaren en laat intussen zoveel lijden toe? Een ware liefdevolle God zou niet wachten, toch?

Antwoord 60:

     God is niet onbewust van het falen van de mensheid, noch is Hij er gelukkig over. "God ziet neder uit de hemel op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt. Allen zijn afgeweken, tezamen ontaard, er is niemand die goed doet, zelfs niet één". (Psalm 53:3-4)

     De meeste mensen nemen aan dat God, ondanks de erbarmelijke conditie van onze wereld, haar - en haar mensen - nu tracht te behouden. Maar als wij aannemen dat God de mensheid nu tracht te behouden, dan kunnen Zijn daden moeilijk te begrijpen zijn. Meer dan tweederde van de mensheid, die nu leven beweren zelfs geen Christen te zijn en de meeste "Christenen" geloven of praktiseren niet wat Jezus onderwees. Wij weten, dat er geen naam dan die van Christus is, waardoor wij behouden kunnen worden (Handelingen 4:12) en wij weten, dat de meeste mensen nu niet door die naam behouden worden - en ontelbare miljoenen hebben die naam zelfs nooit gehoord. Als God nu de mensheid tracht te behouden, zou Hij ellendig falen.

     De Bijbel openbaart, dat God in onze tijd slechts een relatief klein aantal mensen roept. Dit zijn de "eerstelingen", die behouden worden. (Jakobus 1:18; Openbaring 14:4) De meeste mensen, die geleefd hebben en gestorven zijn zullen het Ware Evangelie niet horen totdat God hen opwekt tot fysiek leven tijdens het Grote Witte Troon oordeel. (Openbaring 20:11-12)

  • Welk doel dient dit plan?
  • Waarom wordt niet iedereen op dezelfde tijd behouden?

     God is een gezin aan het stichten en degenen, die Hij nu roept zullen met Jezus Christus "trouwen" (Openbaring 19:9) en zullen toegevoegd worden aan Zijn gezin, zodat zij onder Christus kunnen dienen tijdens het Millennium, wanneer de hele wereld onder Gods regering zal zijn en zullen leren om naar Zijn wegen te leven.

     Als Jezus Christus vandaag zou terugkeren, zouden sommigen nog zeggen, "wij kunnen onszelf regeren zonder Uw hulp"! De waarheid is, dat de mensheid als geheel God niet zullen zoeken, totdat hun wegen zoveel leed en lijden hebben gebracht dat men concludeert, dat er geen weg is om totale vernietiging te ontvluchten. De mens zal, als hij aan zichzelf is overgelaten, de wereld aan de rand van zelfvernietiging brengen. Uiteindelijk zal onze wereld zo'n tijd van vreselijke oorlog en verwoesting tegemoet zien dat, tenzij Jezus Christus terugkomt, alle leven op de aarde vernietigd zou worden. "Want die dagen zullen zulk een verdrukking brengen als er niet geweest is van het begin der schepping, die God geschapen heeft, tot nu toe, en ook nooit meer wezen zal. En indien de Here die dagen niet had ingekort, zou geen vlees behouden worden, doch ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort". (Markus 13:19-20) Tot dan staat God de mensheid toe om voor zichzelf te bewijzen, dat hun zelfzuchtige wegen alleen ellende, leed en vernietiging brengt.

     Zoals boven genoemd, roept God nu alleen een relatief kleine groep mensen. Degenen, die Hij roept hebben een verbazingwekkende gelegenheid om "eerstelingen" te worden - de eerste groep mensen, die Zijn gezin binnengaan als verheerlijkte geestelijke wezens - om Jezus Christus te helpen bij het regeren van de naties. Dus: "Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig". (Jesaja 55:6-7)

Vraag 61:

      Hoe kan ik mijn partner en kinderen helpen om Gods Woord te begrijpen op de manier zoals ik doe?

Antwoord 61:

     De menselijke natuur verzet zich tegen verandering en daarom kan het vermelden van de waarheid een niet-gelovige partner overstuur maken. (Romeinen 8:7) Uit misplaatste ijver hebben sommige mensen geprobeerd om hun partners te dwingen te geloven zoals zij doen, door hen "om de oren te slaan" met nieuw gevonden inzicht. Jezus Christus heeft nooit iemand gedwongen om te geloven en Hij "i n t i m i d e e r d e" mensen niet tot onderwerping. Hij leefde eenvoudig Gods weg en offerde Zichzelf bereidwillig als het perfecte voorbeeld voor ons om te volgen. Evenzo kunt U een positief werktuig zijn in Gods handen om Uw partner en kinderen te bemoedigen en zo voor hen de weg naar Christus voor te bereiden.

     Ten eerste, overtuig Uw partner, dat een toewijding aan Gods Woord ook betekent, een toewijding om hem of haar lief te hebben. De liefde van een gelovige echtgenoot zal getoond worden door bereidheid om zich op te offeren voor zijn vrouw, "evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft". (Efeze 5:25-29)

  • Zou een ongelovige echtgenote oneens zijn met zo'n diepgaande aandacht en zorg voor haar?

     Absoluut niet!

     Een gelovige echtgenote zal er naar streven om haar echtgenoot diep te respecteren en liefhebben. (Efeze 5:21-24) God zegt dat de echte schoonheid van een vrouw van binnen zit - "de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God". (1 Petrus 3:3-4)

  • Wie zou van streek raken van een attente, liefhebbende en trouwe echtgenote - die een onschatbare houding heeft?

     Daarom moeten gelovige mannen en vrouwen hun partners bemoedigen - dat Gods weg van leven goed voor hun huwelijk zal zijn.

     Ten tweede, wordt een helder schijnend voorbeeld van hetgeen U leert. Uw daden van vriendelijkheid en attentheid ten opzichte van Uw partner zullen Uw woorden van oprechtheid bevestigen. Sommige partners kunnen bijvoorbeeld bezwaar hebben tegen het lezen van de Bijbel of Bijbelliteratuur van hun echtgenoten/echtgenotes in hun aanwezigheid. Probeer gevoelig te zijn voor hun visie.

  • Waarom zijn zij gevoelig?
  • Voelen zij dat U hen verwaarloost?

     Inderdaad, Jezus zegt dat wij eerst Gods Koninkrijk moeten zoeken en Zijn rechtvaardigheid. Sommige dingen moeten echter in afzondering gedaan worden, zoals bidden en vasten. (Matteüs 6:1-6, 16-18)

     Wat moet Uw partner en eventueel kinderen daarom zien?

     Jezus zei, "Gij zijt het licht der wereld..... Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken". (Matteüs 5:13-16) Dit "geestelijk licht" is zo krachtig, dat een niet-gelovige man/vrouw "gewonnen" kan worden door het gedrag van zijn vrouw/man. (1 Petrus 3:1-2)

     Met andere woorden, het is mogelijk dat God Uw voorbeeld kan gebruiken om de ogen van Uw partner (en kinderen) te openen voor de waarheid!

     Ten derde, bidt vurig voor Uw vrouw of echtgenoot (en kinderen); dat God Uw partner mag bewegen om Hem te zoeken. Het geweldige goede nieuws is, dat God wenst dat de hele mensheid de kans heeft om behouden te worden. (Johannes 3:16; 1 Timoteüs 2:4) Ieder mens zal de kans krijgen om zich te bekeren van tegenwerpingen en rebellie ten opzichte van God. Alleen na ware bekering, doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest kunnen diepliggende tegenwerpingen overwonnen worden. Vraag voortdurend de Vader om wijsheid, terwijl U wacht op Gods antwoord op Uw gebed. Het vraagt goddelijke wijsheid om Uw partner (en kinderen) lief te hebben, om misverstanden te sussen en vrede te stichten. Inderdaad, de kwaliteiten van het Christendom zullen U geliefd maken bij Uw partner (en kinderen) en tegelijkertijd bent U een bemoedigende weerspiegeling van Gods Koninkrijk.

     Er kunnen altijd moeilijkheden zijn om te overwinnen want Jezus voorspelde dat ongeloof, haat en vervreemding van familieleden, beproevingen zijn, die alle echte Christenen zouden ervaren. (Lucas 12:51-53)

Vraag 62:

      In Matheus 18:20 zei Jezus: "waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden".

Betekent dit dat individuele Christenen voor zichzelf kunnen beslissen wanneer en waar zij kunnen vereren op de jaarlijkse Sabbat Dagen en de wekelijkse Sabbat?

Antwoord 62:

     Om dit vers te begrijpen moeten wij het in de samenhang lezen.

     Matheus 18:

18 Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel.
19 Wederom, [voorwaar] Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is.
20 Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.

     Verzen 18 en 19 laten zien dat het onderwerp is: de dienaren, die bindende beslissingen maken betreffende conflictzaken, niet het samenkomen van individuele Christenen. Zelfs de uitdrukking "in Mijn naam" houdt in dat de samenkomst is om Christus te vertegenwoordigen.

     Wat zegt de Bijbel ons over Christenen, die samenkomen om op de Sabbat en jaarlijkse Sabbat Dagen te vereren?

  • Christenen moeten het samenkomen niet verzuimen. (Hebreeën 10:25) Dit is een algemeen principe, maar speciaal van toepassing met betrekking tot erediensten.
  • Wij moeten vereren op dagen, die God "heilig" heeft gemaakt. (Leviticus 23) Ons wordt gezegd te vereren op de plaats, die God heeft gekozen. (Deuteronomium 16:13-16) Een kudde van de herder kan zichzelf niet voeden en Gods volk moet samenkomen waar Hij heeft gekozen om hen te voeden. Degenen, die om welke reden ook niet kunnen samenkomen met andere Christenen moeten op zijn minst zeker zijn zich te voeden met Gods Woord voor de voeding, die Hij geeft.
  • De samenkomsten op de Sabbat en jaarlijkse Sabbat Dagen moeten "heilige samenkomsten" zijn. (Leviticus 23)

     Mensen begrijpen vaak het woord "samenkomst" niet en denken dat het een ander woord voor "ontmoeting" is. Let echter op deze definitie van "samenkomen": "bijeenroepen voor een vergadering". (Van Dale woordenboek) Synoniemen zijn: oproepen, dagvaarden, samenkomen, zich verzamelen - hetgeen betekent "de aanwezigheid vragen van". Met andere woorden, men moet de vergadering bijeenroepen - of samenroepen.

  • Maar aan wie heeft God het gezag gegeven om zo'n vergadering samen te roepen, want het is een heilige samenroeping?

     Het Hebreeuwse woord, dat vertaald werd als "samenroeping" in Leviticus 23 is "miqra". De Expository Dictionary of Bible Words - [Het Verklarend Woordenboek voor Bijbelwoorden] - verklaart: het woord betekent letterlijk "samenroeping" of "een bijeengeroepen samenkomst".

     The Theological Wordbook of the Old Testament - [Het Theologische Woordenboek van het Oude Testament] zegt dit over het woord miqra : "de meest gebruikelijke betekenis is: apart gezet voor de zeven speciale Jaarlijkse Sabbat samenkomsten..... Deze dagen (en ook de wekelijkse Sabbat) hielden een officieel bijeenroepen in van het volk om te vereren, door trompetgeschal".

     Wij zien de betekenis verder uitgelegd als wij lezen, "Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd". (Leviticus 23:4) Het woord uitroepen is vertaald van het Hebreeuwse woord miqra, dat vertaald kan worden als "roepen" in de zin van uitroepen en komt met deze betekenis ongeveer 80 keer in de Bijbel voor.

     God werkt altijd door Zijn dienaren - hetzij door de priesters in het Oude Testament of de geordineerde dienaren in het Nieuwe Testament. Door de hele Bijbel heen was het nooit aan personen om voor zichzelf te beslissen wanneer en waar de heilige samenroeping gehouden moet worden. Evenzo nu, de dienaren roepen ons op om te vereren en kondigen de bepaalde plaats van samenkomst aan.

     Natuurlijk zijn er redenen, waarom een persoon niet in staat is om te reizen naar een aangewezen plaats van samenkomst en God voorziet daar in. Een vrouw kan bijvoorbeeld niet reizen naar het Loofhuttenfeest vanwege een bevalling, dus zegt God dat tenminste de mannen moeten gaan. (Deuteronomium 16:16) God is een God van liefde en barmhartigheid en verwacht niet dat Zijn volk reist als zij ziek zijn of anderszins onwel.

     Dezelfde principes gelden ook voor de Sabbat. Als iemand te ver weg woont van een plaats van heilige samenkomst kunnen Gods dienaren afspraken maken, zodat de veraf wonende broeders audio Cd's of video Dvd's van preken kunnen ontvangen of aangesloten kunnen worden via telefoon of internet. Maar het is belangrijk dat wij het bijbelse patroon onthouden - het zijn Gods dienaren, niet de individuele gelovige aan wie het gezag gegeven werd om de plaats van verering te bepalen.

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Welke Dag Is de Christelijke Sabbat? en Gods Feestdagen: Gods Meesterplan


Vraag 63:

      Als God almachtig is, waarom staat Hij Satan dan toe om de "de god dezer eeuw" te zijn? (2 Korintiërs 4:4)

Antwoord 63:

     De Bijbel maakt duidelijk dat de duivel - Satan - tegenwoordig verantwoordelijk is voor planeet aarde. Zelfs Jezus Christus Zelf erkende kort voor Zijn arrestatie en kruisiging Satans autoriteit: "Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets". (Johannes 14:30)

  • Hoe oefent de duivel zijn heerschappij uit?

     Hij beïnvloedt wereldgebeurtenissen door zijn kwade denkbeelden in het verstand van mensen te injecteren, zoals een televisiezender haar signaal uitzendt in de lucht om te worden ontvangen in de huizen van mensen. Deze analogie kan ons helpen te zien waarom de Bijbel Satan noemt:"de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns". (Efeze 2:2-3)

  • Was er altijd een Satan?

     Neen! God schiep een krachtige en mooie aartsengel, Lucifer genaamd, die - samen met Michael en Gabriël - aan Gods troon in de hemel diende.

  • Waarom viel deze Lucifer en werd hij Satan?

      (Lucifer is Latijns voor "lichtbrenger" of "Morgenster") (Satan is Hebreeuws voor "aanklager" of "tegenstander")

     U kunt hierover lezen in Ezechiël 28:12-19 en Lucas 10:18.

     Lucifer en een derde van de engelen (Openbaring 12:3-4) rebelleerden tegen hun Schepper en werden verbannen uit Gods aanwezigheid. ( v. 7-9) Klaarblijkelijk werd aan Lucifer en zijn engelen de taak gegeven om de aarde voor te bereiden op haar deel in Gods plan voor de mensheid. Niet gelukkig met de rol, die God hem gegeven had leidde deze machtige aartsengel een niet geslaagde rebellie tegen God de Vader en het Woord Jezus Christus. (Lucas 10:18; Jesaja 14 en 15)

     Satan faalde in zijn rebellie, maar hij bleef in de functie die God hem gaf, waar hij ironisch nog een rol speelt in Gods plan. Ziet U, de mensheid leeft al 6.000 jaar haar eigen weg, beïnvloed door Satans geest van egoïsme en kwaad. Zij schrijven met hun eigen bloed, zweet en tranen de geschiedenis van hoe het is om te leven in ongehoorzaamheid van Gods weg.

     Het Woord - Jezus Christus - kwam iets meer dan 2000 jaar geleden als mens naar de aarde. Door Zijn perfecte leven te leiden - vervuld zonder maat, met Gods Heilige Geest - liet Hij zien dat mensen met Gods hulp in gehoorzaamheid aan God kunnen leven en Satans weg kunnen verwerpen. (Galaten 2:20)

     Door Jezus Christus zal Satans heerschappij op de aarde eindigen. Daarom wordt de duivel alleen de god van "deze eeuw" genoemd. Er zal een tijdperk komen wanneer Jezus Christus Satan zal vervangen als de heerser van deze wereld. Wij noemen die tijd "het Millennium". Jezus Christus, die als mens naar de aarde kwam en een perfect leven leidde zonder zonde, zal als Koning terugkeren en Satan van zijn heerschappij stoten.

  • Wat kunnen wij doen nu het Millennium nog niet hier is om de kwade effecten van Satans heerschappij te ontvluchten?

     Degenen, die het offer van Jezus Christus aanvaarden kunnen nu, door de kracht van Gods Heilige Geest, onder Gods regering komen en de kracht ontvangen om Satans invloed te weerstaan in hun leven. "Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden. Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij, die innerlijk verdeeld zijt". (Jakobus 4:7-8)

     God kijkt om te zien wie Jezus Christus gehoorzaamt en wie zich gekeerd heeft tot het kwade. "Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods? En indien de rechtvaardige ternauwernood behouden wordt, waar zal dan de goddeloze en zondaar verschijnen"? (1 Petrus 4:17-18)

     Als de Prins van Vrede terugkeert om Zijn regering over de naties op te richten zal Satans regering eindigen. "Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden". (Johannes 12:31)

     Moge God die dag bespoedigen!

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Wat IS een Echte Christen? en Gods Plan voor de Mensheid: Uw Uiteindelijke Bestemming


Vraag 64:

      Als ik de Bijbel lees realiseer ik mij hoe intens Jezus Christus wil dat Zijn volgelingen Hem gehoorzamen.

Maar na jaren van gebed en Bijbelstudie vind ik, dat ik niet in staat ben om Hem te gehoorzamen en geestelijk te groeien, zoveel als ik zou willen.

Er zijn sommige, die zeggen dat ik alleen hoef te "geloven" - en ik geloof - waarom vind ik het dan zo moeilijk om Gods geboden te gehoorzamen?

Antwoord 64:

     Geloof is inderdaad Uw eerste belangrijke stap om een Christen te worden. Maar wat moet U geloven - en dan doen? Jezus zei, "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden". (Markus 16:16)

Merkt U op dat alleen geloven niet voldoende is.

Wij lezen, "Gij gelooft, dat God één is? Daaraan doet gij wèl, (maar) dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen". (Jakobus 2:19) Handelen naar Uw geloof, door het ontvangen van de doop is belangrijk. Maar wat moet er vóór de doop komen? Merkt U op dat de Apostel Petrus op het Pinksterfeest aan de menigte zei, "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des heiligen Geestes ontvangen". (Handelingen 2:38)

     Voor zijn doop dacht de Apostel Paulus dat hij "onberispelijk" (Filippenzen 3:5-6) was in zijn fervente gehoorzaamheid aan Gods wet. Slechts nadat God hem op de weg naar Damascus had neergeslagen begon Paulus zich te realiseren, dat hij betrokken was bij een nutteloze moeite om behoud te verkrijgen door zijn eigen werken.

Maar vond Paulus het altijd eenvoudig om de invloeden van de menselijke natuur te overwinnen en om God te gehoorzamen?

Merkt U op wat hij schreef, "zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig; want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here! Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde". (Romeinen 7:21-26)

     Inderdaad, zelfs na de doop wist Paulus dat hij zijn menselijke wil moest gebruiken, samen met Gods Heilige Geest om de zondige neigingen te overwinnen, die hij in zichzelf vond. De doop is niet een soort "magische bol", die ons perfect maakt of ons ontheft van de noodzaak om God te gehoorzamen. Wat het doet is ons Gods hulp geven in het gehoorzamen van Hem. Dit gebeurt door de gift van Gods Heilige Geest en door de vergeving, die Hij geeft, wanneer wij ons oprecht bekeren van onze ongehoorzaamheid. "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid". (1 Johannes 1:9)

     Jezus Christus, het Woord van God (Johannes 1:1-5) kwam naar deze aarde om als mens tussen de mensen te leven en liet zien dat wij als mens de wetten van onze Schepper kunnen gehoorzamen - niet door onze eigen kracht, maar door de kracht van God in ons, zoals dit in Jezus Christus gebeurde. "Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden". (Hebreeën 5:7-8) Inderdaad, Christus, leed, leerde gehoorzaamheid - en toonde geloof!

     Hoe zit het met werken?

Wij lezen dat, "het geloof: indien het niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood. Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt geloof en ík heb werken. Toon mij dan uw geloof zonder de werken, en ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken". (Jakobus 2:17-18) Werken - onze toonbare gehoorzaamheid aan de eisen van ons geloof - zijn niet de middelen voor ons behoud. Zij zijn de resultaten van het geloof, dat wij leven door de kracht van Gods Heilige Geest.

     Als God U roept tot ware bekering en de juiste doop, moedigen wij U aan om contact met ons op te nemen. Met Gods hulp kunt U Hem gehoorzamen en vreugde en vele zegeningen ervaren, die voortkomen uit het leven naar Gods weg!

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: Wat IS een Echte Christen? en Gods Plan voor de Mensheid: Uw Uiteindelijke Bestemming

Vraag 65:

      Toen ik uit Uw Wereld van Morgen uitzending, het tijdschrift en de boekjes, die U mij zond over God begon te leren, dacht ik dat mijn familie, vrienden en medewerkers net zo enthousiast als ik zouden zijn over de ontdekking van de waarheden, die ik had gevonden. Ik was dus zeer verrast door hun negatieve reacties.

Deed ik iets verkeerds door het proberen te delen wat ik aan het leren ben?

Antwoord 65:

     U kunt een fout hebben gemaakt, die mensen vaak maken als zij voor het eerst de geweldige en opwindende waarheid over Gods plan van behoud voor de mensheid beginnen te begrijpen. Als U weet hoe geweldig deze kennis is en hoe het Uw leven heeft veranderd is het vanzelfsprekend om dit in Uw vreugde met anderen te willen delen. Zeker, Christenen moeten hun geloof niet "onder de korenmaat" (Matteüs 5:15) verbergen. De grondslag, dat Christenen hun geloof moeten delen is echter door een Christelijk voorbeeld te zetten door hun gedrag. (1 Petrus 2:21) Inderdaad, wij moeten klaar staan om een antwoord te geven aan iedereen, die vraagt naar de hoop in ons. (1 Petrus 3:15) Maar zelfs als mensen ons niet over een leerstelling vragen, zien zij hoe wij ons gedragen. Als mensen Uw persoonlijk voorbeeld als een Christen zien - als zij ware Christelijke invloed op Uw leven zien - zijn zij in het algemeen meer bereid om Uw vragen te stellen over wat U gelooft.

     Hoe verheugd U ook bent over wat God U leert, U kunt - door de kracht van Uw woorden - iemand niet in Gods Kerk "preken". De Bijbel maakt duidelijk dat een roeping van de Vader nodig is - niet de vreugde van een vriend of een familielid - om iemand in staat te stellen te begrijpen wat God heeft geopenbaard. Denkt U er aan, "Jezus antwoordde en zeide tot hen: .....Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij". (Johannes 6:43-45)

     Inderdaad, God beslist wie Hij zal roepen - en wij weten uit Zijn woord, dat Hij slechts een relatief kleine handvol "eerstelingen" roept in dit tegenwoordig tijdperk, die deel zullen uitmaken van de "eerste opstanding" bij de terugkomst van Jezus Christus. Merkt U op: "Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden". (Judas 14) Alhoewel meer dan twee miljard mensen nu op aarde leven, die zich Christenen noemen is het feitelijke aantal ware Christenen, die God geroepen heeft veel minder dan dat.

     Natuurlijk weten wij, dat God uiteindelijk iedereen, die ooit geleefd heeft de kans zal geven om de Bijbel te begrijpen en om eeuwig leven te ontvangen. "Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken". (Jeremia 31:33-34)

     Voor de meeste mensen, die tegenwoordig het ware Evangelie horen zal het eenvoudig een waarschuwing zijn als getuigenis voor wat komen gaat. Uit de velen, die de waarheid horen prediken roept God slechts "een kleine kudde" in dit tegenwoordig tijdperk. (Lucas 12:32) Het grootste deel van de mensheid blijft verblind ( 2 Korintiërs 4:3-4) - en dit is een deel van Gods plan, omdat Hij weet dat deze mensen nog niet klaar zijn voor hun roeping. Inderdaad, om het licht van de waarheid te laten schijnen in het verstand van iemand, die verblind is, zal vaak vervolging brengen op degene die de lantaarn vast houdt. "Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat". ( 1 Johannes 3:13)

     Laat dus Uw Christelijke daden voor U spreken. Als iemand U vragen stelt over Uw geloof, deel dan mee wat U geholpen heeft om te leren en te groeien. Maar denk niet dat U Gods waarheid kunt forceren aan degenen in Uw omgeving. Bidt dat God wil werken met degenen, die U liefheeft, maar vertrouw op Hem - niet op Uw eigen inspanningen - om te weten als het Zijn wil is dat zij geroepen worden.

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen:

Wat IS een Echte Christen?

en

Gods Plan voor de Mensheid: Uw Uiteindelijke Bestemming

Vraag 66:

      Ik heb in mijn Bijbel gezocht naar bewijs voor "Goede Vrijdag", die mijn kerk viert, maar ik kon het niet vinden.

Waar kijk ik overheen?

Antwoord 66:

     U moet geprezen worden voor het zorgvuldig lezen van Uw Bijbel! De Bijbel openbaart wat Jezus Christus deed op de vrijdag vóór Zijn opstanding - maar de waarheid is niet wat de meeste traditionele Christenen tegenwoordig geloven!

     Wij weten uit de Bijbel dat Christus drie volle dagen en nachten - 72 uur - in het graf verbleef. Hij moest dit doen om het bijbelse teken van Jona te vervullen, zoals Hij dit verkondigde aan de Schriftgeleerden en Farizeeën. "Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten". (Matteüs 12:39-40)

     Dit feit op zich bewijst, dat de breed aangenomen Goede Vrijdag tot Paaszondag chronologie niet correct kan zijn, omdat een kruisiging op vrijdagmiddag, Jezus tot maandagmiddag in het graf had gehouden.

  • Maar wat zegt de Bijbel wanneer Christus was opgestaan?

     Let op dit verslag: "En op de eerste dag der week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en zij zag de steen van het graf weggenomen. IJlings kwam zij dan bij Simon Petrus en bij de andere discipel, dien Jezus liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben de Here weggenomen uit het graf en wij weten niet, waar zij Hem hebben neergelegd". (Johannes 20:1-2)

     Haar bezoek op de "eerste dag der week" betekent dat Maria Magdalena in de nachtelijke uren na de Sabbat naar de graftombe van Christus ging - vóórdat de zon op zondag was opgekomen - en vond Jezus niet in de tombe. Er was 72 uur teruggerekend dus geen mogelijkheid, dat Jezus op vrijdag zou zijn gekruisigd!

     De Bijbel openbaart dat Jezus om ongeveer 3 uur 's middags stierf. (Matteüs 27:46-50) Het evangelie van Johannes geeft ons een ander belangrijke bijzonderheid over wat er direct na de dood van Christus gebeurde. Wij lezen: " De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven - want de dag van die sabbat was groot - vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.". (Johannes 19:31)

     De "voorbereidingsdag" is de dag vóór de Sabbat, wanneer er taken worden uitgevoerd in afwachting van de komende Sabbatsrust van werkdag activiteiten. Maar wij hebben reeds gezien, dat vrijdag niet de dag van Christus' dood kan zijn, omdat Hij 72 uur dood moet zijn geweest vóór het einde van de zevende dag van de week!

Is dit een duidelijke tegenspraak in de Bijbel?

Neen! Let op de beschrijving dat "de dag van die sabbat was groot was". Dit is een verwijzing naar één van de "jaarlijkse Sabbatten". (Leviticus 23:6-36) Christus werd gekruisigd in de uren direct voorafgaand aan de Eerste Dag Ongezuurde Broden. (vers 6)

     Wij weten dus uit de Bijbel dat Jezus Christus vlak vóór zonsondergang werd begraven, voordat de Eerste Dag Ongezuurde Broden begon. Wij weten dat 72 uur later, vóór de eerste dag van de week begon, Hij opgestaan was. Dit betekent dat Hij aan het einde van de wekelijkse zevende dag Sabbat opstond; Hij moest dus op een woensdag zijn gekruisigd - niet op "Goede Vrijdag", zoals velen nu geloven. Op "Goede Vrijdag" was Jezus dood, in het graf, ter vervulling van profetie.

     Kerken, die Goede Vrijdag en Paaszondag tradities vieren verloochenen niet alleen de duidelijke woorden van de Bijbel, maar ook het duidelijke teken dat Jezus gaf van Zijn Messiasschap. Als U een Messias vereert, die op zondag verrees - na 36 uur in het graf - vereert U niet de ware Jezus Christus van de Bijbel, maar een vervalsing, bedacht door mensen die de aandacht afleiden van God en Zijn Waarheid.

     Om meer te weten over vele valse leerstellingen, die in de naam van het "Christendom" werden gepropageerd, kunt U ons boekje lezen: Satans vervalst Christendom

Vraag 67:

      Ik heb gelezen dat God niet luistert naar de gebeden van zondaars.

Hoe is het mogelijk voor God om te luisteren naar de gebeden van wie dan ook, want "allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods"? (Romeinen 3:23)

Antwoord 67:

     De ernstige waarheid is, dat zonde - het breken van Gods wet - ons afsnijdt van God! Inderdaad al vanaf Adam en Eva hebben allen gezondigd. (Romeinen 3:23) De profeet Jesaja zei aan de Israëlieten dat, "uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort". (Jesaja 59:2; Johannes 9:31; Spreuken 28:9)

  • Hoe kan God ons dan horen?

     Let op het antwoord van Jesaja: "Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen - en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig". (Jesaja 55:6-7)

     Om in gebed gehoord te worden moet men God zoeken door zich af te wenden van zonde. Zonde is het breken van Gods geestelijke wet - de Tien Geboden. (1 Johannes 3:4) Omdat het wereldse verstand opstandig is tegen Gods heilige en rechtvaardige wetten, ervaren Christenen vaak een innerlijke worsteling. (Romeinen 8:7) De Apostel Paulus beschrijft deze worsteling door uit te roepen, "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods"? (Romeinen 7:24) Zijn antwoord? "Jezus Christus, onze Here"! (Romeinen 7:25)

     Als wij ons bekeren draaien wij 180 graden om en kijken naar God. Met bekering komt een afkeer tegen zonde en een hartverscheurende verandering van gedachten. Door Gods barmhartigheid zien bekeerde mensen hun hulpeloosheid en hun onvermijdelijke noodzaak voor geloof in Jezus Christus. Dat geloof in Christus en Zijn vergoten bloed zuivert het geweten van dode werken (Hebreeën 9-14) en opent voor ons direct contact met de Vader.

      "Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een Hogepriester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water". (Hebreeën 10:19-22)

     Oprechte bekering betekent totale overgave aan Jezus Christus - bekering van zowel gedachten als daden! Men moet waarlijk Jezus Christus aanvaarden - niet oppervlakkig, maar diepgaand, als Heer, Meester en spoedig komende Koning. Echte bekering betekent: Zijn wil - niet onze eigen - maken tot de prioriteit in ons leven.

     God luistert naar de gebeden van hen die Hem echt zoeken, zich bekeren van hun zonden en zich keren naar Zijn weg. Let op de parabel van de Farizeeër en de belastingontvanger! (Lucas 18:9-14) Degenen, die rebelleren, God negeren en nooit veranderen zullen eenvoudig niet gehoord worden. Hun zonden zijn een hindernis en snijden hen af van God. Maar een echte berouwvolle houding beweegt God om te luisteren. (Psalm 34:17) God belooft, "op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft". (Jesaja 66:2)

  • Zondigen Christenen nog - zelfs na de doop?

     Ja! "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet". (1 Johannes 1:8) God kijkt echter naar het hart om naar de bedoeling te kijken. Vóór de bekering is het menselijk hart verhard door misleiding en rebellie tegen God. Na bekering zondigen de meeste Christenen vanwege zwakheid of onachtzaamheid, maar berouw beweegt de groeiende Christen om uit te roepen naar God voor vergeving en kracht om te overwinnen. Vele schriftgedeelten leggen uit dat bekering een groeiproces is - dat wij moeten "opwassen in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus". (2 Petrus 3:18)

  • Maar snijdt zonde, na bekering ons af van God, zoals tevoren?

     Alle zonden, waarvan niet bekeerd wordt hinderen onze gebeden om verhoord te worden. (1 Peters 3:7) Echter, "indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid". (1 Johannes 1:9) Als wij ons van zonde bekeren en luisteren naar God, zullen en kunnen onze gebeden verhoord worden!

     Voor meer informatie over dit onderwerp kunt U ons boekje lezen: De Tien Geboden

Vraag 68:

      Als de poort eng is en de weg moeilijk, zoals Jezus Christus verklaarde in Matteüs 7:13-14, hoe kan dan Zijn juk gemakkelijk zijn en Zijn last licht? (Matteüs 11:30)

Wilt U deze kennelijke tegenspraak uitleggen?

Antwoord 68:

     Op het eerste gezicht lijkt dit een tegenspraak, maar is dat in feite niet. Om Uw vraag te beantwoorden moeten wij elk vers begrijpen, te beginnen met Matteüs 7:13-14.

     In dit vers stelde Jezus twee manieren van leven tegenover elkaar. Hij zei: "gaat in door de enge poort, want wijd is [de poort] en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden". (Matteüs 7:13-14)

Het woord "enge" in de NBG-vertaling is een vertaling van een Grieks woord, dat betekent: "geduwd worden" of ingekapseld door grote rotsen in een kloof.

Het Griekse woord, dat vertaald werd met "moeilijk", draagt de betekenis van "enge" of "besloten". (An Expository Dictionary of Biblical Words, ed. Vine, 1985 - Een Verklarend Woordenboek van Bijbelse Woorden)

     Gods weg is niet de natuurlijke weg, die de mensheid zou kiezen of het meest comfortabele vindt. De menselijke natuur zoekt en blijft in haar eigen egoïstische gerieflijke gebied. Zij verfoeit en verzet zich tegen Gods weg en Zijn wetten - de Tien Geboden. (Romeinen 8:7) Het hart van de mens is zo arglistig (Jeremia 17:9), dat velen denken dat zij in Christus kunnen geloven en door kunnen gaan met een zondige levensstijl.

Jezus spoorde al Zijn volgelingen aan, "strijdt om in te gaan door de enge poort......" (Lucas 13:24)

Het Griekse woord voor "strijdt" is agonizomai, het geen "worstelen" betekent of letterlijk "afzien". Als het metaforisch vertaald wordt met "vechten", zoals in 1 Timoteüs 6:12 betekent het "vechten en volhouden met alle volharding tegen verleiding en oppositie".

     De menselijke natuur is van nature geneigd naar eigenbelang en ongehoorzaamheid aan Gods heilige en rechtvaardige wetten. Zonder een diepe hartgrondige bekering van zonde en een gevecht tegen de eigen menselijke natuur, zullen velen eenvoudig niet in staat zijn om de deur naar Gods Koninkrijk te vinden.

De worsteling voor elke ware Christen is om zich te bekeren van vroegere zonden en Godgericht te worden in plaats van zelfgericht!

De meerderheid van de mensheid wil niet langs dat rechte en "enge" pad gaan - en kiezen liever de gemakkelijke en brede weg. Sommigen zullen profeteren in de naam van Christus, werpen demonen uit en doen vele wonderen, zonder nut. (Matteüs 7:21-23) Waarom? Omdat zij voortgaan als "werkers der wetteloosheid". (Matteüs 7:23) Jezus zal echter degenen, die er voor kiezen om zich te bekeren en wetteloosheid verzaken, helpen om het smalle pad binnen te gaan.

     Let U nu op het tweede vers van de vraag. Jezus zei: "komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht". (Matteüs 11:28-30) De Apostel Johannes weidt uit: "want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar". (1 Johannes 5:3)

     Gods weg is inderdaad een gezegende weg van vrijheid van zonde en haar gevolgen, die in de dood eindigen. (Romeinen 6:23) Als Christenen moeten wij ons bekeren en "afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat" (Hebreeën 12:1-4) - geloof hebben in Jezus Christus om ons te helpen door al onze problemen en beproevingen. "Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u". (1 Petrus 5:7) Het is het gewicht van zonde dat verstrikt en ons naar beneden haalt! Door bekering en geloof in Jezus Christus kunnen wij vergeven worden en bevrijd worden uit de ijzeren greep van zonde. Jezus sprak over twee manieren van leven - verslaafd zijn aan zonde, geketend door schuld en leidend naar eeuwige dood versus vreugdevolle gehoorzaamheid aan Gods wet en het ontvangen van overvloedige zegeningen en leidend naar eeuwig leven.

     De twee verzen in de vraagstelling zijn dus duidelijk niet in tegenstelling maar zijn samenhangend van aard. Één vers moedigt een daad aan - de keuze van gehoorzaamheid aan Gods wet. Het andere vers beschrijft de gevolgen van die keuze - een gemakkelijk juk en een lichte last. Een ieder, die deze keuze reeds heeft gemaakt realiseert zich de zegeningen, die het verschaft.