DE WERELD VAN MORGEN
Toets Bijbel Studie Cursus
Lessen 17-20
Nu U de lessen 17-20 van de De Wereld van Morgen Bijbel Studie Cursus heeft voltooid, bent U klaar om te repeteren, wat U heeft geleerd. De onderstaande vragen zijn gemaakt om U een overzicht te geven van de stof, welke U eerder bestudeerd heeft; alle antwoorden kunnen in de bladzijden van de laatste vier lessen gevonden worden en zijn uit de Bijbel afkomstig.
Wilt U de antwoordkaart losmaken, die in deze les is meegegeven. Gebruik de kaart voor het beantwoorden van onderstaande 40 vragen. Kruis de cirkel aan van elk juist antwoord, frankeer de kaart en zendt het terug voor beoordeling. Na ontvangst van Uw antwoordkaart wordt U automatisch ingeschreven voor de lessen 21-24. Uw beoordeelde kaart zal binnen 4-6 weken na Uw inzending geretourneerd worden.
Wilt U deze bladzijden van de toets niet verwijderen of ter beoordeling opsturen, houdt de toets voor Uw eigen overzicht en stuur alleen de bijgaande antwoordkaart terug.
• • • • • • •
Na het winnen van oorlogsbuit in Genesis 14:20 gaf Abraham aan Melchizedek:
a. Een tiende van alles
b. Een veertigste van zijn opbrengst
c. Een brandoffer
d. Geen van bovenstaande
Genesis 14:18 legt uit, dat Melchisedek:
a. Koning van Salem was
b. Priester van de Almachtige God
c. Beide a en b
d. Geen van bovenstaande
Volgens 2 Kronieken 31:4 stond het betalen van tienden in het Oude Israël de priesters en Levieten toe om:
a. Over het volk te regeren
b. Zich toe te wijden aan de Wet van de Heer
c. Zichzelf te onderhouden zonder te werken
d. Geen van bovenstaande
In Maleachi 3:8 lezen wij, dat degenen, die geen tiende betalen:
a. Wijsheid in praktijk brengen
b. Hun geld beheren
c. God bestelen
d. Liefde benadrukken
In Maleachi 3:9 leren wij, dat degenen, die geen tiende betalen:
a. Beloning ontvangen
b. Worden vervloekt
c. Een kroon ontvangen
d. Geen van bovenstaande
Aan degenen, die trouw tiende aan God betalen wordt in Maleachi 3:10-11:
a. Zegeningen beloofd
b. Vervloekingen beloofd
c. Armoede beloofd
d. Wetenschap beloofd
Jezus Christus zei in Matteüs 23:23, dat de Farizeeën:
a. Oordeel, barmhartigheid en geloof net zo zorgvuldig in praktijk moesten brengen als het betalen van tienden
b. Barmhartigheid in praktijk moesten brengen in plaats van tienden betalen
c. Geloof moesten hebben in plaats van tienden betalen
d. Geen van bovenstaande
Paulus legt in 2 Korintiërs 9:7 uit, dat God wilt, dat wij Hem:
a. Blijmoedig geven
b. Met tegenzin geven
c. Uit noodzaak geven
d. Al het bovenstaande
Psalm 103:1-4 zegt ons, dat God:
a. Uw ongerechtigheid vergeeft
b. Uw ziekten geneest
c. U kroont met goedertierenheid en barmhartigheid
d. Al het bovenstaande
Welke van deze dieren werden door God volgens Leviticus 11:1-8 onrein verklaard om te eten?
a. Varken
b. Haas
c. Koe
d. Beide a en b
Wat zegt Handelingen 10:14 ons over de benadering van de Apostel Petrus ten opzichte van de voedselwetten?
a. Hij onderhield ze niet meer, nadat hij een Christen werd
b. Hij had altijd geweten, dat ze niet onderhouden hoefden te worden
c. Hij heeft ze altijd nageleefd
d. Hij begon deze te onderhouden, nadat hij een Christen werd
Welke belangrijke factor in het onderhouden van de gezondheid wordt in Spreuken 17:22 benadrukt?
a. Een vrolijk hart
b. Een verslagen geest
c. Een goed dieet
d. Verdorde beenderen
Wat van het onderstaande laat Matteüs 8:14-17 zien, dat Jezus Christus aan het doen was?
a. Koorts genezen
b. Demonen uitdrijven
c. De profetie van Jesaja vervullen
d. Al het bovenstaande
Toen Jezus Christus de verlamde genas in Matteüs 9:2-7
a. Schreef Hij ook een oefenprogramma voor
b. Vergaf Hij ook zijn zonden
c. Lasterde Hij ook God
d. Geen van bovenstaande
Toen Jezus Christus een vrouw genas in Markus 5:25-34, schreef Hij haar genezing toe aan:
a. Haar wijsheid
b. Haar geduld
c. Haar geloof
d. Haar leefregel
In Lucas 9:1-2 leren wij, dat aan de Discipelen werd gezegd om uit te gaan en:
a. Het Koninkrijk van God te prediken
b. De zieken te genezen
c. Beide a en b
d. Geen van bovenstaande
Volgens Jakobus 5:14 moeten degenen, die ziek zijn:
a. Zalving en gebed van de oudsten in de Kerk ontvangen
b. Rust krijgen en voldoende vocht drinken
c. Beter voor zichzelf zorgen
d. Aannemen, dat zij gezondigd hebben
Welke houding maant Jakobus 1:2-3 ons te hebben als wij moeilijkheden hebben?
a. Wij moeten dankbaar zijn voor het geduld, dat het probleem brengt
b. Wij moeten het vreugdevol vinden
c. Wij moeten bidden, dat God onze onderdrukkers zal bestraffen
d. Beide a en b
Als ons fysieke verwonding of ziekte overkomt, laat Lucas 10:34 zien, dat:
a. Wij niets moeten doen dan bidden
b. Nooit naar fysieke hulpmiddelen moeten zoeken
c. Waar nodig fysieke middelen moeten gebruiken
d. Beide a en b
In Genesis 2:18, toen Adam zonder partner was, zei God dat dit:
a. Goed was
b. Niet goed was
c. Zijn plan was
d. Adams fout was
In Genesis 2:24 worden man en vrouw beschreven als:
a. Tegenstanders
b. Een team
c. één vlees
d. Een paar
In Efeze 5:17-25, 31-32 wordt de relatie tussen Christus en de Kerk beschreven als:
a. Een huwelijk
b. Een wapenstilstand
c. Een vriendschap
d. Een onderhandeling
De bijeenkomst van Christus met Zijn Kerk, kort na Zijn terugkomst, wordt in Openbaring 19:7-9 beschreven als:
a. Een feestje
b. Een bruiloftsmaal
c. Een begrafenis
d. Een eredienst
Volgens Genesis 1:26-27 schiep God de mensheid:
a. Als één van de vele dieren
b. Als de beste van de dieren
c. Naar Zijn beeld
d. Naar het beeld van de engelen
Hebreeën 13:4 noemt het huwelijk:
a. Aanvaardbaar voor degenen, die er voor kiezen
b. Eerbaar voor allen
c. Gelijk aan het celibaat
d. Onbelangrijker dan het celibaat
Welke instructies gaf God in 1 Korintiërs 11:14-15 over persoonlijke verzorging?
a. Mannen moeten kort haar dragen en vrouwen moeten lang haar dragen
b. Mannen moeten lang haar dragen en vrouwen moeten kort haar dragen
c. Haarlengte is niet ter zake doende voor Christenen, die vervuld zijn van de Geest
d. Mannen en vrouwen moeten proberen op elkaar te lijken
Wat moeten oudere Christelijke vrouwen doen voor jongere Christelijke vrouwen volgens de aanmaningen van Paulus in Titus 2:3-4?
a. Hun met rust laten
b. Hun bemoedigen (onderwijzen)
c. Hun benijden
d. Hun prijzen
Is het volgens 2 Korintiërs 6:14 aanvaardbaar voor een gelovige om een ongelovige te trouwen?
a. Ja, omdat huwelijk en gescheiden zaken zijn
b. Ja, want een gelovige kan een voorbeeld zijn voor een ongelovige
c. Neen, want rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid vermengen zich niet
d. Neen, omdat gelovigen beter zijn dan ongelovigen
Welke kwaliteiten ten opzichte van hun mannen worden vrouwen aangespoord om te onderhouden in 1 Petrus 3:1-2?
a. Onderdanigheid
b. Reinheid
c. Vriendelijkheid
d. Al het bovenstaande
Hoe worden mannen in 1 Petrus 3:7 aangespoord om hun vrouwen te behandelen?
a. Met eer
b. Met begrip
c. Met tuchtiging
d. Beide a en b
Wat bezorgt een dwaze zoon volgens spreuken 17:25 zijn ouders
a. Verdriet
b. Bitterheid
c. Beide a en b
d. Geen van bovenstaande
Wat is volgens Spreuken 9:10 het begin van wijsheid?
a. Geduld
b. De vreze des Heer
c. Bekering
d. De liefde van God
In 1 Johannes 4:18 leren wij, dat perfecte liefde:
a. Angst verdrijft
b. Medelijden veroorzaakt
c. Kwelling betekent
d. Niet aanhoudt
Wat doet God met degenen, die Hij liefheeft volgens Hebreeën 12:6-7?
a. Kastijden
b. Tuchtigen
c. Ontmoedigen
d. Beide a en b
In Spreuken 25:28 vergelijkt God degenen, die niet in staat zijn om hun eigen emoties onder controle te houden, met:
a. Een snelstromende rivier
b. Een brandende oven
c. Een stad zonder muren, kwetsbaar voor aanvallen
d. Al het bovenstaande
Op welke manier moeten jonge mensen volgens Leviticus 19:32 omgaan met de ouderen?
a. Voor hen opstaan
b. Hun aanwezigheid eren
c. Beide a en b
d. Geen van bovenstaande
In 1 Korintiërs 7:14 leren wij, dat kinderen van zelfs één bekeerde Christelijke ouder:
a. Heilig zijn
b. Behouden zijn
c. Moeilijk zijn
d. Ongelovigen zijn
Welke invloeden op de opvoeding en training ontving Timoteüs in zijn jeugd en worden door Paulus in 2 Timoteüs 1:5 genoemd?
a. Zijn grootmoeder Lois
b. Zijn moeder Eunice
c. Zijn rabbi
d. Beide a en b
Volgens Lucas 4:16 hield de gewoonte van Jezus Christus op de Sabbat in:
a. Lezen in de synagoge
b. Zijn timmerwerk uitvoeren
c. Genieten van sportactiviteiten
d. Geen van bovenstaande
Volgens Psalm 119:9-16 zullen jongeren profijt hebben als zij:
a. God oprecht zoeken
b. Mediteren over Gods geboden
c. Zich verheugen over Gods statuten
d. Al het bovenstaande
• • • • • • •
Gefeliciteerd met het voltooien van deze toets! Denkt U er aan de antwoordkaart af te maken, die in deze les bijgevoegd is. Als U verder wilt gaan met de lessen 21-24 van de Bijbelstudie cursus, wilt U dan vooral deze toets opsturen. Alleen degenen, die hun antwoorden insturen zullen lessen 21-24 ontvangen.
Dank U voor Uw voortdurende belangstelling voor de Wereld van Morgen Bijbelstudie cursus.
• • • • • • •
Leest U al ons Engelstalig tijdschrift Tomorrow's World, waar profetie tot leven komt ?
• • • • • • •
|