leeg Home Page
Literatuur
Bijbel Studie Cursus

leeg © Living Church of God

Bijbel Studie Cursus

leeg
DE WERELD VAN MORGEN

Toets Bijbel Studie Cursus

Lessen 13-16

     Nu U de lessen 13-16 van de De Wereld van Morgen Bijbel Studie Cursus heeft voltooid, bent U klaar om te repeteren, wat U heeft geleerd. De onderstaande vragen zijn gemaakt om U een overzicht te geven van de stof, welke U eerder bestudeerd heeft; alle antwoorden kunnen in de bladzijden van de laatste vier lessen gevonden worden en zijn uit de Bijbel afkomstig.

     Wilt U de antwoordkaart losmaken, die in deze les is meegegeven. Gebruik de kaart voor het beantwoorden van onderstaande 40 vragen. Kruis de cirkel aan van elk juist antwoord, frankeer de kaart en zendt het terug voor beoordeling. Na ontvangst van Uw antwoordkaart wordt U automatisch ingeschreven voor de lessen 17-20. Uw beoordeelde kaart zal binnen 4-6 weken na Uw inzending geretourneerd worden.

     Wilt U deze bladzijden van de toets niet verwijderen of ter beoordeling opsturen, houdt de toets voor Uw eigen overzicht en stuur alleen de bijgaande antwoordkaart terug.

• • • • • • •

  1. Wat deed God volgens Genesis 2:2 op de zevende dag, na zes dagen van werk, nadat Hij in Genesis 1 de wereld opnieuw vorm heeft gegeven?

    a.    Hij vierde
    b.    Hij schiep de mensheid
    c.    Hij rustte
    d.    Hij werkte verder

  2. Wat deed God volgens Genesis 2:3 ten aanzien van de zevende dag?

    a.    Zegende het
    b.    Heiligde het
    c.    Niets
    d.    Beide a en b

  3. Moet Gods volk volgens Exodus 20:8-11 een bepaalde dag apart zetten, als iets speciaals?

    a.    Ja, zij moeten op de zevende dag rusten en het        behandelen als heilige tijd.
    b.    Ja, zij moeten de eerste dag als heilige tijd beschouwen
    c.    Ja, zij moeten een dag van hun keuze apart zetten als        heilige tijd
    d.    Neen, want alle dagen zijn in dezelfde mate speciaal        voor God

  4. Wij lezen in Exodus 31:13, dat Gods volk Zijn Sabbatten moeten houden:

    a.    Op dagen naar hun keuze
    b.    Alleen tot de Messias komt
    c.    Door heel hun generaties heen
    d.    Wanneer zij in staat zijn

  5. Jesaja 56:6-8 legt uit, dat de zegeningen van het houden van de Sabbat bedoeld zijn voor:

    a.    Allen, die Gods geboden onderhouden
    b.    Alleen de fysieke afstammelingen van Abraham
    c.    Alleen de fysieke afstammelingen van David
    d.    Alleen de fysieke natie Israël

  6. Handelingen 13:42-44 laat zien, dat wanneer de Apostel Paulus op de Sabbat predikte, hij dit deed aan:

    a.    Heidenen
    b.    Joden
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  7. Volgens Handelingen 16:20-21 onderwees Paulus, dat Christenen in Rome moesten:

    a.    gewoonten vermijden, die "Joods" leken
    b.    Romeinse gewoonten gebruiken in de verering van        God
    c.    Goddelijke gewoonten houden, die door de Romeinen        "Joods" beschouwd werden
    d.    Elke en alle gewoonten gebruiken voor de verering van        God

  8. Jesaja 58:13-14 legt uit, dat men op de Sabbat moet:

    a.    Afzien van het zoeken naar eigen plezier
    b.    Afzien van het doen van eigen wegen
    c.    Afzien van het spreken van eigen woorden
    d.    Al het bovenstaande

  9. Volgens Leviticus 23:3 moet men op de Sabbat:

    a.    Geen werk doen
    b.    Samenkomen in een "samenkomst" (vergadering) met        anderen om God te eren
    c.    Bij anderen wegblijven
    d.    Beide a en b

  10. Matteüs 12:8 openbaart, dat Jezus Christus:

    a.    Een afschaffer van de Sabbat is
    b.    Sabbatbreker is
    c.    De Sabbat veranderde
    d.    Heer van de Sabbat is

  11. Welke laatste plaag bracht God volgens Exodus 11:4-5 toe aan het oude Egypte vóór de Exodus?

    a.    De dood van de eerstgeborenen van Egypte
    b.    Grote aantallen kikkers
    c.    Zwermen sprinkhanen
    d.    Water, dat in bloed veranderde

  12. Wat werd volgens Exodus 12:6-7 aan de Israëlieten gezegd om gespaard te worden voor die plaag?

    a.    Vurig bidden
    b.    Een lam offeren en het bloed op hun deurposten        strijken
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  13. Wat vereiste God, volgens Exodus 12:5, van het Pascha lam?

    a.    Dat het gekookt werd met de juiste kruiden
    b.    Dat het zonder smet was
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  14. Hoe lang moesten de Israëlieten volgens 12:24 het Pascha houden?

    a.    Zolang zij een eigen land hadden
    b.    Eeuwig
    c.    Totdat de Messias kwam
    d.    Totdat zij Egypte verlieten

  15. Leviticus 23:5-8 laat zien, dat het Pascha moest worden gehouden:

    a.    Elke week
    b.    Vier keer per jaar
    c.    Op de dag voor het Feest van Ongezuurde Broden, als        afzonderlijke viering
    d.    Op de eerste dag van het Feest van Ongezuurde        Broden

  16. Wat moesten de Israëlieten volgens Exodus 12:19 uit hun huizen verwijderen tijdens het Feest van Ongezuurde Broden?

    a.    Brood
    b.    Gist
    c.    Zout
    d.    Suiker

  17. Wat deed Jezus Christus tijdens Zijn laatste Pascha maaltijd, opgetekend in Matteüs 26:26-28?

    a.    Instellen van de nieuwe symbolen brood en wijn
    b.    Laten zien, dat Zijn dood een Pascha offer zou zijn
    c.    Laten zien, dat het Pascha niet langer gevierd moest        worden
    d.    Beide a en b

  18. Johannes 13:1-17 laat zien, dat Jezus tijdens het Pascha maal de voeten van de discipelen waste en hen onderwees:

    a.    Dat zij gezegend zouden worden, als zij het vieren
    b.    Dit bij elkaar te doen
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  19. Volgens 1 Korintiërs 5:8 moeten Christenen:

    a.    Het Feest houden als het gelegen komt
    b.    Het Feest vieren in oprechtheid en waarheid
    c.    Het Feest houden met Pasen
    d.    Ophouden met het Feest te houden

  20. Toen de Israëlieten het beloofde land binnengingen gebood God hun in/volgens Leviticus 23:10 aan Hem te offeren:

    a.    Een welriekend offer
    b.    Lofzangen
    c.    Hun eerstgeboren kind
    d.    De eerste schoof (omer) gerst aan het begin van de        graanoogst

  21. Hoeveel weken na het offer van Leviticus 23:10 moest er volgens Leviticus 23:16 een speciaal offer aan God gebracht worden?

    a.    1
    b.    7
    c.    49
    d.    50

  22. Wij leren in 1 Korintiërs 15:20, dat de geestelijke eersteling van Gods oogst is:

    a.    Adam
    b.    Jezus Christus
    c.    Maria
    d.    Gods Heilige Geest

  23. Volgens Exodus 19:5-6 zouden de Israëlieten, als zij Gods verbond hielden en Hem zouden gehoorzamen:

    a.    Een heilige natie zijn
    b.    Een koninkrijk van priesters zijn
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  24. Christenen, die God gehoorzamen, zullen volgens 1 Petrus 2:7-9

    a.    Een heilige natie zijn
    b.    Een koninklijke priesterschap zijn
    c.    Beide a en b
    d.    Geen van bovenstaande

  25. Op welke dag werd Gods Heilige Geest volgens Handelingen 2:1-4 voor het eerst uitgestort?

    a.    Pasen
    b.    Pascha
    c.    Pinksterfeest
    d.    Eerste dag van het jaar

  26. Volgens Handelingen 2:3-11 waren de "tongen", waarin de discipelen spraken:

    a.    Gebabbel, wat niemand kon begrijpen
    b.    Bekende talen, die door het gehoor van de discipelen        werden gesproken
    c.    Geheime talen, die alleen bij God bekend waren
    d.    Geheime talen, die alleen de discipelen konden        uitleggen

  27. Welke kenmerken schonk Gods Heilige Geest aan Gods volk volgens 2 Timoteüs 1:7?

    a.    Liefde
    b.    Macht
    c.    Een gezonde geest
    d.    Al het bovenstaande

  28. Welk soort volk moest Israël, Gods verbondsvolk, zijn volgens Zijn bedoeling, zoals wij leren uit Leviticus 19:2?

    a.    Heilig
    b.    Intelligent
    c.    IJdel
    d.    Rijk

  29. Welk soort mensen moeten Christenen volgens Gods bedoeling zijn en 1 Petrus 1:14-16?

    a.    Heilig
    b.    Intelligent
    c.    IJdel
    d.    Rijk

  30. In Leviticus 23:24 gebood God Zijn volk om op de eerste dag van de zevende maand een herdenking te vieren van:

    a.    Trompetgeschal
    b.    Eten van ongezuurd brood
    c.    Vasten
    d.    Geen van bovenstaande

  31. Welk instrument zullen zeven engelen volgens Openbaring 8 gegeven worden om hun boodschappen aan te kondigen?

    a.    Fluiten
    b.    Gitaren
    c.    Harpen
    d.    Trompetten

  32. Wat moest Gods volk volgens Leviticus 23:27-28 doen op de tiende dag van de zevende maand?

    a.    Zich verootmoedigen
    b.    Afzien van werken
    c.    Van harte feesten
    d.    Beide a en b

  33. Wat moest de Hogepriester van Israël volgend Leviticus 16:7-10 doen met de twee bokken?

    a.    één als een zondeoffer offeren
    b.    één de wildernis insturen, die Satan symboliseert
    c.    Hen in het Heilige der Heiligen opsluiten
    d.    Beide a en b

  34. Welke gebeurtenis begint volgens Leviticus 23:34 op de 15e dag van de zevende maand?

    a.    De Grote Verzoendag
    b.    Het Loofhuttenfeest
    c.    Het Trompettenfeest
    d.    Het Pascha

  35. Hoe lang moest deze gebeurtenis volgens Leviticus 23:34 duren?

    a.    1
    b.    7
    c.    8
    d.    30

  36. Wat was volgens Leviticus 23:42 bijzonder aan de woonplaatsen tijdens de viering van deze gebeurtenis?

    a.    Zij moesten ongezuurd worden
    b.    Zij moesten na gebruik vernietigd worden
    c.    Zij moesten tijdelijk zijn
    d.    Geen van bovenstaand

  37. Zacharia 14:16 laat zien, dat het Loofhuttenfeest tijdens het Millennium gevierd wordt door:

    a.    Alleen Israël, Egypte en Assyrië
    b.    Alleen Israël
    c.    Alleen Juda
    d.    Alle landen

  38. Wat vindt er volgens Leviticus 23:36 plaats na de zevende dag van het Loofhuttenfeest?

    a.    Een achtste dag, waarop een heilige samenkomst        wordt gehouden
    b.    Een vasten door heel Israël
    c.    Deelnemers gaan terug naar hun huizen
    d.    Geen van bovenstaande
  39. Wat beloofde Jezus Christus te doen voor Zijn volgelingen in Johannes 7:37-38, toen Hij op deze achtste dag onderwees?

    a.    Al hun vragen te beantwoorden
    b.    Hun onsterfelijkheid te geven
    c.    Hun geestelijke dorst te lessen
    d.    Hen alle kennis te onderwijzen

  40. Volgens Openbaring 20:5-12 zal "de rest van de doden" (zij, die niet eerder door God geroepen zijn tot Zijn Waarheid):

    a.    Vernietigd worden
    b.    Verbrand worden in het hellevuur
    c.    Als zondaren veroordeeld worden
    d.    Opgewekt worden voor het oordeel van de Grote        Witte Troon, onderwezen worden uit het Boek des        Levens - de Bijbel - en hun kans op behoud gegeven        worden.

Gefeliciteerd met het voltooien van deze toets! Denkt U er aan de antwoordkaart af te maken, die in deze les bijgevoegd is. Als U verder wilt gaan met de lessen 17-20 van de Bijbelstudie cursus, wilt U dan vooral deze toets opsturen. Alleen degenen, die hun antwoorden insturen zullen lessen 17-20 ontvangen. Dank U voor Uw voortdurende belangstelling voor de Wereld van Morgen Bijbelstudie cursus.

• • • • • • •



Leest U al ons Engelstalig tijdschrift Tomorrow's World, waar profetie tot leven komt ?

• • • • • • •