Home Page
Literatuur
Bijbel Studie Cursus


© Living Church of God

DE WERELD VAN MORGEN.

Bijbel Studie Cursus


Toets: Lessen 1-4.

     Nu U de lessen 1-4 van de De Wereld van Morgen Bijbel Studie Cursus heeft voltooid, bent U klaar om te repeteren, wat U heeft geleerd. De onderstaande vragen zijn gemaakt om U een overzicht te geven van de stof, welke U eerder bestudeerd heeft; alle antwoorden kunnen in de bladzijden van de laatste vier lessen gevonden worden en zijn uit de Bijbel afkomstig.

     Omcirkel onder iedere vraag de letter, die overeenkomt met het juiste antwoord.

• • • • • • •

  1. Welke eigenschap noemt Jesaja 66:2, de meest essentiële om een Succesvolle Bijbelstudie te garanderen?

    a.    Een nederige, leergierige en bekeerde geest.
    b.    Kennis van de originele talen van de Bijbel.
    c.    Goed onderlegd zijn in geschiedenis en archeologie.
    d.    Een achtergrond in filosofie en theologie.

  2. Door wie en wanneer zullen Daniëls profetieën worden begrepen? (Zie Daniël 12:9-10).

    a.    Door wetenschappers, door de kerkelijke geschiedenis         heen.
    b.    Door de hele mensheid, voordat Christus terugkeert.
    c.    Door de wijzen in de eindtijd.
    d.    Door geen sterfelijk mens, op enig tijdstip.

  3. Waarom verwerpen zogenaamde geleerde wetenschappers en theologen het idee van Gods tussenkomst in menselijke aangelegenheden? (zie 2 Petrus 3:5-6).

    a.    Onverschilligheid.
    b.    Willens en wetens vergeetachtigheid.
    c.    Onvermogen tot begrip.
    d.    Wijsheid.

  4. Volgens Psalm 111:10 zullen degenen, die Gods Geboden doen:

    a.    Voorspoed hebben.
    b.    Verward worden.
    c.    Bedroefd zijn.
    d.    Een goed begrip hebben.

  5. Wat moet een Christen volgens Lukas 21:34-36 doen om waardig bevonden te worden voor de Zoon des mensen te staan?

    a.    Een perfect, zondeloos leven leiden.
    b.    Verloren raken in de zorgen van dit leven.
    c.    Perfecte kennis van God verkrijgen.
    d.    Waak en bid altijd.

  6. Welke schriftgedeelten moeten het leven van Christus' volgelingen leven? (zie 2 Timothéus 3:16).

    a.    Alleen het Oude Testament.
    b.    Alleen het Nieuwe Testament.
    c.    Beiden, het Oude en Nieuwe Testament.
    d.    Alle geschriften van personen, die zichzelf profeten         noemen.

  7. In welke drie oude talen werden het Oude en Nieuwe Testament oorspronkelijk geschreven?

    a.    Hebreeuws, Aramees en Grieks.
    b.    Hebreeuws, Aramees en Latijn.
    c.    Hebreeuws, Grieks en Latijns.
    d.    Hebreeuws, Egyptisch en Grieks.

  8. Bij welke woorden van God moet een Christen, volgens Matthéus 4:4, leven?

    a.    Slechts bij die woorden, welke Christus sprak         gedurende zijn tijd op aarde.
    b.    Slechts bij die woorden, die in deze tegenwoordige tijd         van toepassing zijn.
    c.    Schriftgedeelten, aangevuld met tradities van de mens.
    d.    Ieder Woord van God.

  9. Hoe omschrijft de Bijbel, volgens Psalm 119:172, rechtvaardigheid?

    a.    Weten wat rechtvaardig is.
    b.    Geloven in Jezus Christus.
    c.    Doen van Gods geboden.
    d.    Een goed staatsburger zijn.

  10. Wat zegt de Bijbel over de prediking van het Evangelie, voordat het einde zal komen (Matthéus 24:14)?

    a.    Mensen van alle landen zullen Christenen worden.
    b.    Het Evangelie zal als een getuigenis in de wereld         gepredikt worden.
    c.    Christenen houden het Evangelie voor zichzelf en         wachten de terugkomst van Christus af.
    d.    Het Evangelie zal aan een deel van de wereld gepredikt         worden, maar niet in de gehele wereld.

  11. Als de duizendjarige regering van Christus een "Sabbat rust" voorstelt, hoe lang heeft God dan vanaf Adam met de mensheid gewerkt vóór de terugkomst van Christus?

    a.     7.000 jaar.
    b.    10.000 jaar.
    c.     6.000 jaar.
    d.     2.000 jaar.

  12. Hoe lang zullen Christus en Zijn heiligen op aarde regeren? (zie Openbaring 20:1-6)

    a.    100 jaar.
    b.     1.000 jaar.
    c.     1.260 jaar.
    d.     6.000 jaar.

  13. De vrees voor God:

    a.    Zegt ons, dat God ons wil straffen, als Hij er de         gelegenheid voor vindt.
    b.    Verwijst voornamelijk naar eerbied of ontzag voor         God.
    c.    Kan "aangewakkerd" worden, als iemand daartoe een         poging doet.
    d.    Moet Christenen aanmoedigen om de meeste tijd         een "schuldgevoel" te hebben.

  14. Wat is onderstaand NIET te herkennen als één van de bijbelse sleutels voor de eindtijd?

    a.    een speciale groep, die in "vervoering" naar de hemel         gaat.
    b.    Een "kennis explosie".
    c.    Mensen, die vermaak meer liefhebben dan God.
    d.    Het Evangelie van Gods Koninkrijk wordt naar alle         landen gepredikt.

  15. .Wat zou er gebeuren met het mensdom zonder Gods tussenkomst in de eindtijd? (zie Matthéus 24:22)

    a.    De mensheid zou een vredevol Utopia creëren.
    b.    Satan zal de aarde regeren.
    c.    De hele mensheid gaat naar de hel.
    d.    Geen vlees zou levend gered worden.

  16. Welke stad staat in het middelpunt van bijbelse profetie?

    a.    Babylon.
    b.    Bethlehem.
    c.    Jeruzalem.
    d.    Rome.

  17. Welke stad zal de hoofdstad van de wereld worden, na de terugkomst van Christus? (Jesaja 2:2-3; Zacharia 8:1-3)

    a.    Bethlehem.
    b.    Jeruzalem.
    c.    Nazareth.
    d.    Rome.

  18. Waar zal Christus terugkeren op aarde om Zijn duizendjarige regering te beginnen? (Handelingen 1:9-12; Zacharia 14:3-4)

    a.    de Olijfberg.
    b.    de Tempelberg.
    c.    een stad op zeven heuvels.
    d.    Nazareth.

  19. Wat zal er met Jeruzalem gebeuren na de duizendjarige regering van Christus? (Openbaring 21:2-3, 10-11, 22-23)

    a.    Het zal een ruïne worden.
    b.    Het zal opstijgen naar de hemel.
    c.    Het zal overgenomen worden door Gods vijanden.
    d.    Het zal herschapen worden en de verblijfplaats van         God zelf worden.

  20. Voordat God tussenbeide komt in de wereldgebeurtenissen. Zal Hij altijd:

    a.    verwachten, dat het gehele mensdom naar Zijn         kant gaat.
    b.    Zijn plannen openbaren aan Zijn dienaren.
    c.    Christus naar de aarde terugzenden om wonderen te         verrichten.
    d.    Verbergen wat Hij gaat doen, zodat Hij mensen kan         vangen, als zij niet op hun hoede zijn.

  21. Welke van het onderstaande is NIET een gebeurtenis waar Jezus Zijn volgelingen voor waarschuwde, welke zou gebeuren, toen het tijd werd voor Hem om terug te keren?

    a.    Religieuze misleiding.
    b.    Ondergang van Gods Kerk.
    c.    Wonderbaarlijke tekens.
    d.    Oorlogen, hongersnoden en ziekte-epidemiën.

  22. Het religieuze milieu vóór de terugkomst van Christus zal worden gekenmerkt door: (Matthéus 24)

    a.    De hele mensheid aanvaardt ware Christendom.
    b.    Ware Christendom wordt helemaal vernietigd.
    c.    Bedriegers beweren Christus te zijn of in Zijn naam te         spreken.
    d.    Geen van bovenstaande.

  23. Met betrekking tot Zijn terugkomst zei Jezus Christus, dat wij dit op voorhand zouden kunnen weten.
    (Matthéus 24:32; 33,36; Lukas 21:29-31)

    a.    De algemene tijd van Zijn terugkomst.
    b.    Het juiste uur van Zijn terugkomst.
    c.    De dag van Zijn terugkomst.
    d.    De week van Zijn terugkomst.

  24. Vóór de terugkomst van Christus zullen rampen: (Openbaring 16:3-4)

    a.    Alle leven in zee vernietigen.
    b.    Alle rivieren en waterbronnen niet drinkbaar maken.
    c.    Beide bovenstaande.
    d.    Geen van bovenstaande.

  25. Welk fenomeen zal volgens Zacharia 14:4, 8-9 plotseling uit Jeruzalem tevoorschijn komen na de terugkomst van Christus?

    a.    Giftige dampen.
    b.    Een rivier van bloed.
    c.    Een stroom van melk en honig.
    d.    Een stroom van levend water.

  26. Hoeveel "zegels" kondigen in Openbaring de eindtijd gebeurtenissen aan?

    a.    12.
    b.    40.
    c.    3.
    d.    7.

  27. De laatste van de zeven zegels bestaat uit zeven (Openbaring 8:1-2,6)

    a.    Bazuinen.
    b.    Cimbalen.
    c.    Trommels.
    d.    Winden.

  28. De zevende en laatste bazuin:

    a.    Kondigt de tijd aan, wanneer Gods heiligen uit de         doden zullen opstaan.
    b.    Maakt bekend, dat de koninkrijken overgedragen zijn         aan Christus.
    c.    Wordt vergezeld door bliksems, lawaai, donderslagen,         aardbevingen en grote hagelstenen.
    d.    Al het bovenstaande.

  29. Met welke stad is de gevallen vrouw van Openbaring 17 verbonden?

    a.    Babylon.
    b.    Bethel.
    c.    Bethlehem.
    d.    Bethsaida.

  30. Hoeveel van de Bijbel bestaat bij benadering uit profetie?

    a.    Een veertigste deel.
    b.    Een kwart.
    c.    De helft.
    d.    Driekwart.

  31. De term "Mesopotamië" verwijst naar het land tussen welke rivieren?

    a.    Jordaan en Eufraat.
    b.    Nijl en Jordaan.
    c.    Tigris en Eufraat.
    d.    Donau en Nijl.

  32. In bijbelteksten verwijst de oude Babylonische beschaving in Zuid Mesopotamië naar of:

    a.    Shinar of het land der Chaldeeën.
    b.    Egypte of Sheba.
    c.    Syrië of Libanon.
    d.    Damaskus of Ur.

  33. Aan de afstammelingen van Efraïm en Manasse, erfgenamen van het fysieke geboorterecht, werd voorspeld om: (Genesis 22:17; 27:28-29; 28:14)

    a.    Andere volken wereldwijd te regeren.
    b.    De poorten van hun vijanden te bezitten.
    c.    Grote rijkdom in de landbouw te bezitten.
    d.    Al het bovenstaande.

  34. De twee bepalende kenmerken van Abrahams geloof zijn:

    a.    Perfecte kennis en ervaren opoffering.
    b.    Bekering en aanvaarding van doopsel.
    c.    Geloof in en gehoorzaamheid aan Gods Woord.
    d.    Prediken en bidden over Gods Waarheid.

  35. Wat was Gods plan voor Abraham en zijn afstammelingen? (Genesis 12:2-3)

    a.    Uitsterven als familie geslacht.
    b.    Om grote fysieke zegeningen te ontvangen.
    c.    Om grote vervloekingen te ontvangen.
    d.    Geen van bovenstaande.

  36. Abraham zou de vader worden van: (Genesis 17:4)

    a.    Leugens.
    b.    Eén volk.
    c.    Geen volk.
    d.    Vele volken.

  37. Gods beloften aan Abraham waren: (zie Genesis 22:17; 27:28-29; Galaten 3:6-9)

    a.    Alleen fysiek.
    b.    Alleen geestelijk.
    c.    Fysiek en geestelijk.
    d.    Noch fysiek, noch geestelijk.

  38. Christenen worden beschouwd als ontvangers van:
    (Galaten 3)

    a.    De geestelijke beloften, die aan Abraham gemaakt zijn.
    b.    De fysieke beloften, die aan Abraham gemaakt zijn.
    c.    Beiden, zowel de fysieke als de geestelijke beloften.
    d.    Geen van bovenstaande.

  39. Aan welke van zijn zonen van Abrahams zoon Jakob (Israël) weren Gods nationale, fysieke zegeningen doorgegeven? (1 Kronieken 5:1)

    a.    Jozef.
    b.    Juda.
    c.    Levi.
    d.    Simeon.

  40. Uit de afstammelingen van welke van Jakobs zonen werd beloofd, dat de Messias komen zou? (Genesis 49:10)

    a.    Jozef.
    b.    Juda.
    c.    Levi.
    d.    Dan.

• • • • • • •

Gefeliciteerd met het voltooien van deze test!

• • • • • • •

Leest U al ons Engelstalig tijdschrift Tomorrow's World, waar profetie tot leven komt ?

• • • • • • •

Toets 1 van Bijbellessen 1 t/m 4.

Antwoorden:

1a, 2c, 3b, 4d, 5d, 6c, 7a, 8d, 9c, 10b.

11c, 12b, 13b, 14a, 15d, 16c, 17b, 18a, 19d, 20b.

21b, 22c, 23a, 24c, 25d, 26d, 27a, 28d, 29a, 30b.

31c, 32a, 33d, 34c, 35b, 36d, 37c, 38a, 39a, 40b.

• • • • • • •