leeg Home page
Literatuur
Bijbel Studie Cursus

leeg © Living Church of God

Bijbel Studie Cursus

leeg
De Wereld van Morgen
BIJBEL
STUDIE
CURSUS




Het Begrijpen van Apostolisch Christendom

Les 21


Auteur ..............................John H. Ogwyn
Hoofdredacteur..................Roderick C. Meredith
Redactie Chef.....................Richard F.Ames
Eindredacteur.....................William Bowmer
Hoofd Uitgeverij..................Gary F. Ehman
Vaste medewerker.............. Daniel Hall
Grafische vormgeving..........Donna Prejean
Distributie...........................Wayne Pyle

Regionale Kantoren

Nederlandse Uitgave:
Wereld van Morgen
Postbus 267
6000 AG, Weert

Tel: ++31 (0)495 56 2202
http://www.wereldvanmorgen.org

Verenigde Staten:
P.O. Box 3810,
Charlotte, NC 28227-8010, U.S.A.
Tel.: 704 844-1970.
Fax.:704 841-2244.
http://www.lcg.org
http://www.tomorrowsworld.org

De Wereld van Morgen Bijbel Studie Cursus heeft geen abonnementsprijs. Deze gratis uitgave is mogelijk gemaakt door de tienden en giften van de leden van de Levende Kerk van God en door anderen, die er voor gekozen hebben medewerkers te worden met ons in het verkondigen van Het ware Evangelie van Christus aan alle volkeren. Bijdragen worden dankbaar aanvaard en zijn in Nederland aftrekbaar van de belastingen.
(ABN-AMRO, Langstraat, Postbus 6, 6000 AA, Weert. Swift code: ABNANL2A, Rekeningnummer 44 85 77 712. T.n.v. Stichting Levende Kerk van God).

De Wereld van Morgen Bijbel Studie Cursus wordt gepubliceerd door the Living Church of God. 2301 Crown Centre Drive Charlotte, NC 28227. © Living Church of God. Alle rechten voorbehouden. Nederlandse uitgave: Wereld van Morgen, Postbus 267, 6000 AG, Weert. Eveneens voor adresveranderingen.

BC21 Uitgave 1.0, januari 2004.

©2004 LEVENDE KERK VAN GOD
Alle rechten voorbehouden.
Dit boekje mag niet verkocht worden.

Alle aanhalingen zijn uit de NBG-bijbelvertaling.

• • • • • • •

Inhoud


• • • • • • •

Over onze voorpagina:
Heel weinig mensen, die zichzelf "Christen" noemen brengen werkelijk de Weg in praktijk, die Jezus Christus en de Apostelen tot voorbeeld stelden en onderwezen. De ware Kerk van God, die God beloofde in stand te zullen houden (Matteüs 16:18), houdt vast aan Apostolisch Christendom, zoals geopenbaard in de bladzijden van de Bijbel.

• • • • • • •

Het Begrijpen van Apostolisch Christendom

     De traditionele Christelijke Kerk van vandaag is heel verschillend van die, waarover wij lezen in het boek Handelingen. In haar praktijken, haar geloofsovertuigingen, haar opdracht, haar relatie met de wereld en in het gedrag en houding van haar volgelingen is een grote tegenstelling tussen het Christendom van de eerste eeuw en die van de eenentwintigste eeuw.

     Wat is er gebeurd met het Apostolische Christendom? Jezus Christus zei: "Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk [het graf] zullen haar niet overweldigen". (Matteüs 16:18) Het is echter belangrijk om te begrijpen, dat wanneer de Bijbel spreekt over de Kerk, dat het nooit gaat over een gebouw of zelfs over een menselijke organisatie verenigd onder een seculiere autoriteit. Het woord in de Griekse taal, dat vertaald wordt met "kerk" is ekklesia. Het wordt ontleend aan twee basiswoorden in het Grieks en betekent letterlijk "uitgeroepen" of "geroepen door". In het seculiere gebruik verwijst het naar een samenkomst van inwoners, die "geroepen" waren uit de inwoners van de stad om na te denken over een belangrijke zaak. Het werd vaak in de Griekse vertaling van het Oude Testament gebruikt om te verwijzen naar het volk Israël of naar de samenkomst van Gods volk.

     Jezus maakte duidelijk, dat de enige manier voor iemand om tot Hem te komen en deel uit te maken van Zijn Kerk is, wanneer de Vader hem roept. (Johannes 6:44) Alleen degenen, die reageren op de roeping van de Vader door bekering en doop zullen de Heilige Geest ontvangen (Handelingen 2:38) en alleen door de Heilige Geest van God worden wij deel van de Kerk, die Christus bouwt. (Romeinen 8:9; 1 Korintiërs 12:13)

  • Wat is er gebeurd met de Kerk, waarvan Jezus Christus zei, dat Hij die zou opbouwen?

  • Heeft zij zich aangepast en is zij veranderd met de tijd om, wat tegenwoordig bestempeld wordt met "Christendom", te worden?

  • Is zij het verkeerde pad opgegaan en moest zij toen een reformatie ondergaan onder de handen van mannen zoals Martin Luther en John Calvin?

  • Of bestaat er door de eeuwen heen een lichaam van gelovigen, die dezelfde leerstellingen zijn blijven geloven en in praktijk brengen, die door Jezus Christus en de Apostelen uit de eerste eeuw werden onderwezen?

     Als wij naar de geschiedenis van de belangrijkste traditionele Christelijke Kerk door de eeuwen heen kijken, blijkt het een sterk verschillende Kerk te zijn van die, welke in de bladzijden van Uw Nieuwe Testament beschreven wordt. In minder dan 300 jaar na de gebeurtenissen, beschreven in het boek Handelingen, vinden wij een kerk, die beweert een Apostolische organisatie te zijn, maar de "eerbiedwaardige dag van de zon" viert in plaats van de zevende dag Sabbat. Toen die kerk haar bisschoppen samenriep om doctrinaire zaken te bespreken op het Concilie van Nicea, werd de vergadering voorgezeten door - een Romeinse Keizer, Constantijn! Wat gebeurde er? De Protestante schrijver Jesse Lyman Hurlbut erkent in zijn boek, The Story of the Christian Church, [De Geschiedenis van de Christelijke Kerk], de dramatische verandering, die plaats vond. Hij schreef: "Vijftig jaar lang na het leven van Paulus hangt een gordijn over de kerk, waardoor wij tevergeefs trachten te kijken; en wanneer het tenslotte optrekt in ongeveer 120 n. Chr. in de geschriften van de vroege kerkvaders, zien wij een kerk, die in vele opzichten zeer verschilt van die in de dagen van de H. Petrus en H. Paulus". (pag. 41, nadruk toegevoegd)

     Zelfs tijdens de eerste generaties Christenen werden gevaarlijke tendensen opgemerkt. De Apostel Judas, broer van Jakobus en halfbroer van Jezus Christus, waarschuwde zijn lezers in de jaren 60 n. Chr. "om tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is". (Judas 3) Waarom was dit nodig? "Want er zijn zekere mensen binnengeslopen - reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven - goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid [wetteloosheid] veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen". (Judas 4) De Apostel Paulus had zelfs eerder nog gewaarschuwd, dat er mensen waren, die "een andere Jezus" en "een ander evangelie" predikten. (2 Korintiërs 11:4) Het was duidelijk, dat er al in het begin een organisatie bezig was om de ware leerstellingen van het Christendom te vervalsen. Men richtte zich op de persoon van Christus, terwijl Zijn boodschap werd genegeerd. Er werden compromissen gesloten met de heidense wereld om meer volgelingen aan te trekken. Geleidelijk aan werden veranderingen geïntroduceerd, die het zogenaamde Christendom van latere generaties onherkenbaar zou maken van de eerste generatie Christenen.

     Hoe kan zoiets gebeuren? Een massale afvalligheid vond plaats, omdat mensen in die tijd, net zoals tegenwoordig, niet ijverig voor zichzelf bewezen waar Gods Waarheid werd onderwezen. In plaats van ernstig de bijbelverzen te onderzoeken om te zien of die dingen zo waren, zoals de edele Bereëers deden (zie Handelingen 17:11), gingen zij eenvoudig mee met hetgeen diverse charismatische leiders zeiden. Deze corrupte leiders probeerden volgelingen achter zich te krijgen en verzwakten geleidelijk aan de eisen van het ware Christendom om een eenvoudiger, zwakkere weg te verspreiden.

     Tegenwoordig zijn er maar een paar mensen, die het voorbeeld van Jezus en Zijn Apostelen volgen. Het grootste deel van de traditionele Christelijke wereld heeft eeuwenlang de praktijken en gewoonten gevolgd, die rechtsreeks afkomstig waren uit het heidendom en die nooit door Jezus Christus en Zijn oorspronkelijke volgelingen werden onderhouden. In deze les zullen wij de bladzijden van Uw Nieuwe Testament onderzoeken om de kenmerken van het ware Christendom te identificeren - die zowel door Jezus Christus als door Zijn Apostelen en oorspronkelijke volgelingen in praktijk werden gebracht.


LES 21, DEEL 1

Apostolisch Christendom Geeft de Kenmerken van Jezus Christus Weer

     De religie van het Christendom ontleent haar naam aan Jezus Christus van Nazareth. Toen de discipelen voor het eerst Christenen werden genoemd in het Griekstalige Antiochië, werden zij beschouwd als de volgelingen van de Christus, een term vertaalt van het Hebreeuwse woord "Messiah". Zij erkenden Jezus van Nazareth als de "gezalfde van God", voorspeld in het Oude Testament en inderdaad, als de ware Zoon van God, die kwam om de wil van de Vader volledig te openbaren en om verzoening te doen voor de zonden van de wereld. Als wij ware volgelingen van Christus willen worden moeten wij Zijn Werken en Weg van Leven begrijpen en zoeken!

  1. Onderwierp Jezus Christus zich totaal aan de wil van de Vader in de Hemel in alles wat Hij zei en deed of had Hij een aparte agenda van Zijn Vader? Johannes 5:30; 6:38.

  2. Christus onderwees en predikte aan discipelen (of leergierigen) over de Vader en Zijn wil gedurende Zijn dienaarschap op aarde. Zocht Hij 12 van Zijn discipelen uit om te ordineren als Apostelen? Lucas 6:13. Had Jezus Christus die Apostelen persoonlijk onderwezen en geboden gegeven tot aan de tijd, dat Hij opvoer naar de Hemel? Handelingen 1:2-3.

  3. Waren zij gedurende de tijd van Zijn dienaarschap bij Hem en daarom getuigen van Zijn leven, dood en opstanding? Handelingen 10:39-41. Hadden zij daarom kennis uit de eerste hand over de werken en leerstellingen van Jezus?

  4. Zond Hij hen tenslotte uit om anderen te onderwijzen dezelfde dingen na te leven, die Hij hen persoonlijk onderwezen en geboden had? Matteüs 28:19-20.

  5. Petrus was één van de naaste discipelen van Christus. Was er iets, dat Petrus hoorde of zag van Jezus tijdens hun gezamenlijke jaren, waardoor hij dacht, dat het juist zou zijn om voedsel te eten, dat het Oude Testament bestempelde als onrein? Handelingen 10:9-17.

  6. Was het door de jaren heen de gewoonte van Jezus om de wekelijkse Sabbat te vieren door diensten op die dag bij te wonen? Lucas 4:16.

  7. Reisde Jezus gewoonlijk om met Gods volk samen te komen tijdens de jaarlijkse Feesten, die in het Oude Testament geboden werden en nog steeds door de Joden gevierd werden? Johannes 5:1. Was deze praktijk bekend genoeg, zodat mensen zouden verwachten om Hem op het Feest te vinden? Johannes 7:11.

  8. Was Jakobus, die de leiding had over de Jeruzalem Kerk, de broer van de Heer? Galaten 1:18-19, Handelingen 21:15-18. Natuurlijk zal Jakobus de praktijken en leerstellingen van Jezus Christus gekend hebben. Tenslotte groeide hij met Hem op! Zei Jakobus aan Paulus, dat bekeerlingen in Jeruzalem ijveraars van de wet waren? Handelingen 21:20.

  9. Zei Jezus persoonlijk aan een jonge man, die naar Hem toekwam om te vragen naar de weg van eeuwig leven, dat hij de geboden moest onderhouden? Matteüs 19:16-17. Sprak Hij over de Tien Geboden? Matteüs 19:18-19.

  10. Kwam Christus om Gods wet af te schaffen of kwam Hij om deze ten volle te vervullen? Matteüs 5:17-20. Ging Hij verder om Zijn bedoeling te verduidelijken door de volledige betekenis van Gods wetten te laten zien?
    Matteüs 5:21-22, 27-28, 31-32.

  11. Wat onderwees Christus Zijn discipelen over het vechten, oorlog voeren en het trachten te doden van hun vijanden? Matteüs 5:43-44.

  12. Zei Christus, dat het voldoende was om Hem slechts te erkennen als "Heer" om behouden te worden? Of is het werkelijk nodig om ook Zijn leerstellingen te gehoorzamen? Matteüs 7:21.

  13. Onderwees de Apostel Petrus, dat ware Christenen actief moeten proberen om het voorbeeld van Jezus Zelf te kopiëren? 1 Petrus 2:21.

Wat Gebeurde er met de Kerk, die Jezus Bouwde?

     De Kerk, die in het boek Handelingen wordt beschreven verschilt enorm van die, welke drie honderd jaar later op het Concilie van Nicea aanwezig is. Dr. Ray Pritz vertelt in zijn boek Nazarene Jewish Christianity, [Nazareens Joods Christendom], wat er gebeurde met de Jeruzalem Kerk en laat zien dat Katholieke schrijvers van de derde en vierde eeuw zich bewust waren van de voortdurende praktijken van deze Nazareense Christenen, die de zevende dag Sabbat vierden. Hij haalde de Katholieke schrijver Epifanius uit de vierde eeuw aan toen hij deze mensen beschreef, die verschilden "van de Joodse en [Katholieke] Christenen: zij waren het niet eens met de Joden vanwege hun geloof in Christus en met de [Katholieke] Christenen, omdat zij getraind waren in de Wet...... Deze ketterij van de Nazarenen bestaat in Beroea in de omgeving van Coele Syrië en de Decapolis in de regio Pella.... Van daar af begon het na de exodus uit Jeruzalem, toen alle discipelen in Pella gingen wonen". (Pag. 34) Onder leiding van Simon, die de opvolger was van Jakobus moest de Jeruzalem Kerk in 69 n. Chr. naar Pella vluchten, net voor de laatste Romeinse belegering.

     Wat is er met deze Nazireeërs gebeurd? In de vijfde eeuw lezen wij over mensen, die in Armenië en in de afgelegen berggebieden van Klein Azië woonden, Pauliniërs genaamd. Dr. Fred Coneybeare, de befaamde wetenschapper, die het oude Paulinische manuscript The Key of Truth, [De sleutel van de Waarheid], in het Engels vertaalde, legt in zijn introductie van dat werk uit, dat de vroege Pauliniërs het Pascha op de veertiende dag van de eerste maand hielden en dat door hen de Sabbat werd gehouden in plaats van de zondag. (Pag. clii, cxiii) Waar komen zij uit voort? Dr. Coneybeare verklaart, dat "zij waarschijnlijk het overblijfsel waren van een oude Judees-Christelijke Kerk, die zich had verspreid door Edessa naar Siuniq en Albanië". (pag.clxii)

     In de achtste en negende eeuw werden vele Armeense Pauliniërs door Byzantijnse keizers gedwongen zich opnieuw te vestigen in de Balkan. Zij werden daar geplaatst als een bolwerk tegen de binnenvallende Bulgaarse stammen. Opnieuw gevestigd in de Balkan werden de Pauliniërs Bogomils genoemd. Deze Bogomils waren "slechts één versie van een groep van aanverwante ketterse sekten, die tijdens de Middeleeuwen floreerden over heel Klein Azië en Zuid Europa onder verschillende namen; de meest bekende zijn de Patarenen, Katharen en Albigenzen". (Encyclopedia Britannia, 15e ed. Hoofdstuk 29, pag. 1,098) De invloed van de Bogomils verspreidde zich, aanvankelijk gevoed door een netwerk van handelsbetrekkingen, vanuit hun basis in de Balkan naar Piedmont in Italië en ook naar Zuid Frankrijk. Volgens de kerkhistoricus John von Mosheim: "Ten eerste dachten zij, dat de Wet van Mozes onder het Nieuwe Testament onderhouden moest worden met uitzondering van de offerandes...... Zij vierden de Sabbat van de Joden". (Institutes of Ecclesiatical History, [Grondbeginselen van de Kerkelijke Geschiedenis], pag. 463, 465)

     In het begin van de twaalfde eeuw werd er in Zuid Frankrijk nieuwe kracht gegeven aan de Waarheid onder het leiderschap van Peter de Bruijs. In de late twaalfde en vroege dertiende eeuw was onder deze zelfde mensen Peter Waldo een leider, die zijn dienaarschap in Bohemen en Duitsland beëindigde. De wereld noemde deze mensen Katharen, Albigenzen en Waldenzen. Hun Katholieke buren verwezen naar hen als Sabbatati of Insabbatati, vanwege hun viering van de "Joodse" Sabbat en het vermijden van de heidense feesten.

     In de vroege zestiende eeuw komt uit het overblijfsel van de Waldenzen in Centraal Europa een groep mensen tevoorschijn, die door buitenstaanders als "Anabaptisten - Wederdopers" worden bestempeld. In de latere jaren 1500 werden boeken en traktaten over de Sabbat en andere aanverwante onderwerpen door hen gepubliceerd. In 1618 werd door John Traske een soortgelijk werk gepubliceerd in het Engels. In 1671 begon officieel de eerste Sabbathoudende Kerk in Amerika in Providence, Rhode Island als resultaat van de inspanningen van Stephen Mumford en zijn vrouw. De Mumfords waren leden van de Mill Yard gemeente, maar hadden Engeland verlaten vanwege de religieuze intolerantie en gingen naar de enige Amerikaanse kolonie, die gesticht was op aanvaarding van religieuze diversiteit.

     Gedurende de achttiende en negentiende eeuw spreidden andere gemeenten zich uit van Rhode Island langs de oostkust en naar het Amerikaanse Middenwesten. De groep, die zich in het midden van de negentiende eeuw als de Kerk van God Zevende Dag had verenigd, was een voortvloeisel van deze beweging. In 1931 werd de Heer Herbert W. Armstrong geordineerd door de Kerk van God en hij begon een opmerkelijk dienaarschap, die meer dan de helft van de twintigste eeuw overspande. In 1947 startte hij Ambassador College in Pasadena, California en in 1949 meldde de Heer Roderick C. Meredith zich als eerstejaars student aan bij dat college. Geordineerd door de Heer Armstrong in 1952 als één van de originele evangelisten van de toen Radio Kerk van God, is de Heer Meredith trouw doorgegaan met het onderwijzen en prediken van Gods waarheid, zoals begrepen en onderwezen door de originele Jeruzalem Kerk. De Levende Kerk van God van vandaag vertegenwoordigt een rechtstreekse voortzetting van de Kerk van origineel Apostolisch Christendom, die Jezus bouwde.


LES 21, DEEL 2

Het Apostolisch Christendom had een Opdracht

     Tegenwoordig zijn de kerken voor velen eenvoudig hun sociale verenigingen. Zij genieten er van samen te zijn met vrienden en samen activiteiten te hebben. Hoewel het zeker goed is om de broeders lief te hebben en ervan te genieten de tijd samen door te brengen, was dit niet het belangrijkste doel van de Kerk. Toen Jezus Christus ten Hemel ging gaf Hij Zijn discipelen een opdracht. Door de bladzijden van het Nieuwe Testament heen lezen wij, dat de vroege Kerk zich zeer bewust was van een opdracht.

  1. Gaf Jezus Christus aan Zijn discipelen, voorafgaande aan Zijn Hemelvaart, toen Hij voor het laatst tijd met hen doorbracht een opdracht? Markus 16:15.

  2. Waren zij bij Hem als Hij predikte en onderwees? Lucas 8:1. Had Hij hen getraind, zolang als Hij nog bij hen was, om precies te doen wat Hij deed? Lucas 9:1.

  3. Wat deden de Apostels toen zij bedreigd werden en door de Joodse natie geboden werden om op te houden met het prediken van de boodschap, die zij van Jezus Christus geleerd hadden? Handelingen 4:17-20; Handelingen 5:28-29.

  4. Waar gingen de Apostelen mee verder toen zij bij de Raad weggingen en in welke houding deden zij dit? Handelingen 5:41-42.

  5. Gingen de Apostelen verder met het prediken van een boodschap, omdat Jezus hen dit geboden had? Hield die boodschap het Goede Nieuws in, dat wij door Hem vergeving van zonden konden verkrijgen, alsook het feit, dat Hij in macht zou terugkeren als Rechter van allen? Handelingen 10:42-43.

  6. Was het prediken van het evangelie slechts bedoeld voor de Apostelen in hun tijd of moesten zij hun bekeerlingen onderwijzen alle dingen te doen, die Jezus hen geboden had? Welk tijdsbestek wordt genoemd; is de hele tijd tot de terugkomst van Christus aan het einde van dit tijdperk inbegrepen? Matteüs 28:20.

  7. De leiders van de vroege Kerk ondervonden vele malen vervolgingen vanwege de boodschap, die zij predikten. Waren zij vervuld met zo'n besef van de opdracht, dat zij hoe dan ook doorgingen met het prediken van die boodschap? Handelingen 14:19-22.

  8. Maakte de Apostel Paulus gebruik van de mogelijkheden, die in zijn tijd voor hem open stonden om het evangelie te prediken aan allen, die wilden luisteren? Handelingen 17:16-17. Had Paulus de gelegenheid om tot de Atheense filosofen te spreken op hun eigen vergaderplaats op de Areopagus? Handelingen 17:18-22.

  9. Was er grote belangstelling en opwinding over het werk van het prediken van het evangelie bij de leiders en broeders van de vroege Kerk? Was dit waar zij over spraken als zij samen kwamen? Handelingen 21:17-20.

  10. Was het prediken van het evangelie iets, wat Paulus alleen deed als het gelegen kwam of predikte en onderwees hij zelfs toen hij in Rome gevangen zat? Handelingen 28:30-31.

  11. Zag hij de moeilijke omstandigheden waarin hij verkeerde als de moeite waard vanwege de mogelijkheden, die zij opleverden voor het verkondigen van het evangelie? Filippenzen 1:12-14. Was het resultaat van dit alles, dat zelfs enige uit het huishouden van Caesar de waarheid leerden en zich bekeerden? Filippenzen 4:22.

  12. Moedigde Paulus de broeders in de vroege kerk aan om te bidden, dat God wilde doorgaan met het geven van open deuren voor hem en hem speciale hulp wilde geven om de evangelieboodschap in de wereld te brengen? Kolossenzen 4:3-4.

  13. Legde Paulus in een schrijven aan de broeders uit, dat het evangelie aan ons is "toevertrouwd" en dat hij daarom doorging met prediken zelfs als hij voor grote moeilijkheden kwam te staan? 1 Tessalonicenzen 2:4. (Opm. "toevertrouwen" is een legale term, hetgeen betekent, dat wat toevertrouwd is gebruikt moet worden ten voordele van de eigenaar)

Beoefende de Vroege Kerk het Stelsel van Gemeenschappelijk Bezit?

     Als wij het boek Handelingen lezen, leren wij dat de leden van de vroege kerk in Jeruzalem "alles gemeenschappelijk hadden". (Handelingen 2:44)

     Nochtans was er geen leerstelling van de Apostelen, dat leden hun eigendom moesten verkopen en al het geld aan de Kerk moesten doneren. Let op het voorbeeld van Ananias en Saffira zoals opgetekend in Handelingen 5. Zij wilden de bekendheid en de erkenning, die degenen ten deel vielen, die alles gegeven hadden; daarom verkochten zij hun bezit en doneerden een deel van de opbrengst. Zij hadden echter vóór die tijd afgesproken om te liegen en beweerden, dat zij alles hadden gedoneerd. Petrus zei aan Ananias: "Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God". (Handelingen 5:4) Het is duidelijk, het eigendom behoorde aan Ananias en hij had geen verplichting om het te verkopen. Nadat hij het verkocht had, had hij nog het recht om de opbrengst van de hand te doen als hij dat wenste. Zijn zonde was het liegen, niet het houden van wat geld voor eigen gebruik.

     De situatie, die in Jeruzalem voorkwam was tijdelijk. Binnen een paar jaar van haar stichting zette het martelaarschap van Stefanus een golf van vervolging in beweging, die vele kerkleden ertoe bracht Jeruzalem te ontvluchten. Ongetwijfeld gingen velen terug naar de gebieden waar zij voorheen gewoond hadden. Als wij de rest van het boek Handelingen lezen alsook de verschillende epistels, is het duidelijk, dat de kerkleden uit de eerste eeuw banen en bedrijven hadden en eigendommen in bezit hadden. Wij lezen over bepaalde rijke kerkleden, die zelfs bedienden hadden en die huizen in eigendom hadden, die groot genoeg waren om te voorzien in een ontmoetingsplaats voor de gemeente. (Verg. Kolossenzen 4:1; Filemon 1-2) De Bijbel keurt nergens het eigendom van particulier bezit af; In feite erkent het achtste gebod "U zult niet stelen" duidelijk het bezit van eigendom.

     Wat echter in het Nieuwe Testament wordt geopenbaard is de afkeuring van een houding van hebzucht en egoïsme. Naar een persoon, die zijn veiligheidsgevoel ontleent aan zijn fysieke rijkdom, wordt gewezen als iemand, die kortzichtig en geestelijk gevaarlijk is. De houding van de leden van de vroege kerk was er één van snel om te geven en te delen. Zij waren zeer toegewijd en in bijzondere omstandigheden, die het begin van de Kerk omgaven, waren zij bereid zonder voorbehoud te geven. Dit is de houding, die mensen ertoe leidt om anderen in hun huizen te ontvangen en maaltijden en gezelschap te delen. Er bestond diepe genegenheid en een eenheid voor hetzelfde doel, gecombineerd met een opmerkelijke situatie. Wij kunnen ons opnieuw in bijzondere omstandigheden bevinden vóór het einde van dit tijdperk, als de macht van het Beest in Europa opkomt. Degenen van Gods volk, die grondig bekeerd en ijverig zijn, zullen op die nieuwe situaties, die de vroegste Christenen karakteriseerden, met dezelfde houding van geven, helpen en dienen reageren.

De Rol van de "Godvrezenden"

     Uit handelingen 10:1-2 weten wij, dat de heiden Cornelius "iemand was, die God vreesde". In Handelingen 13:16 zien wij, dat Paulus zijn gehoor toesprak als "Gij Israëlitische mannen, en gij, die God vreest". Uit Handelingen 13:42 wordt duidelijk, dat velen, die de boodschap van Paulus hoorden geen "mannen van Israël" waren, maar heidenen. Wetenschappers erkennen, dat er vele duizenden heidenen in de Romeinse wereld van de eerste eeuw waren, die regelmatig de synagoge bezochten op de Sabbat. Zij waren niet besneden en konden daarom niet aan de tempelrituelen meedoen, maar zij waren "Godvrezenden". Met andere woorden, zij hadden hun vroegere heidense overtuigingen en praktijken opgegeven en kwamen samen met de Joden op de Sabbat en aanbaden de Schepper God.

     Deze belangrijke, maar in het algemeen vergeten categorie voorzag in het vroegste heidense ledental van de Nieuwtestamentische Kerk. De Romeinse schrijver en filosoof Seneca, die tijdelijk bij de Apostel Paulus was, moest in zijn geschriften spijtig de verspreiding erkennen van Joodse gewoonten bij de heidenen, zoals de Sabbatviering. "De overwinnaars hebben wetten aan hun overwonnenen gegeven", schreef hij. (Jew and Gentile in the Ancient World, [Joden en Heidenen in de Oude Wereld], Feldman, pag. 346) Juvenal, een Romeinse satiricus uit de late eerste eeuw, bespotte de Romeinse vaders, die de Sabbat vereerden en zich onthielden van varkensvlees. (Ibid. pag. 347) Deze Godvrezende Heidenen waren bekend met Gods Wet door het aanwezig zijn in de synagoge en voorzagen in een geschikt gehoor voor de Apostel Paulus. Hij hoefde het houden van de Sabbat niet uit te leggen aan de vroegste bekeerlingen uit de Heidenen, omdat zij dit reeds deden. Zij waren Godvrezenden!


LES 21, DEEL 3

Apostolisch Christendom had Kracht

     Apostolisch Christendom heeft kracht van God ontvangen om haar opdracht te vervullen. Het was niet gewoon gebouwd op grond van menselijke vindingrijkheid of denkbeelden. Integendeel, God liet keer op keer zien waar Zijn ware dienaren waren door Zijn macht te tonen. God gaf de Apostolische Kerk niet alleen een werk te doen, Hij verleende hun de kracht om het succesvol te volbrengen.

  1. Sprak Christus tot Zijn discipelen over het ontvangen van kracht van God met als doel het uitvoeren van de opdracht, die hen toevertrouwd werd? Handelingen 1:4-5, 8.

  2. Hoe bereidden de discipelen zich voor om de kracht, die Christus had beloofd, te ontvangen en op de juiste manier te gebruiken? Handelingen 1:14.

  3. Op welke dag stortte God voor het eerst Zijn kracht uit over de discipelen? Handelingen 2:1-4. Kwam deze wonderbaarlijke uitstorting spontaan van God of wekten de discipelen het eenvoudig op in een emotionele staat van opwinding? Handelingen 2:2. (Opm. Let op het woord plotseling)

  4. Bevestigde God de authenticiteit van de prediking en het Messiasschap van Jezus Christus door tekens en wonderen? Handelingen 2:22; Johannes 3:1-2. Was Zijn opstanding uit het graf na drie dagen en drie nachten het grootste wonder van Zijn autoriteit? Matteüs 12:38-40; Handelingen 2:23-24; 10:38-41.

  5. Bevestigde Christus het gezag van de boodschap, die Hij hun gegeven had door tekens, die volgden op de prediking van de discipelen, toen zij uitgingen om die boodschap te prediken? Markus 16:20; Handelingen 2:42-43.

  6. Was deze kracht, die door de vroege Apostolische Kerk werd uitgedragen, de vervulling van bijbelse profetieën, die vele eeuwen op voorhand werden gemaakt? Handelingen 2:14-20. (Opm. Deze profetie komt van Joël 2:28-32. Het is evenwel belangrijk om op te merken, dat Petrus in het midden van vers 32 ophield met het aanhalen van Joël en er niet mee verder ging aan het begin van hoofdstuk 3. Uit de samenhang van Joël 2 en 3 is het duidelijk, dat deze profetie alsook die Petrus gaf in de eerste eeuw een eindtijd toepassing heeft. Er zal ongetwijfeld ook een uitstorting van Gods Geest plaatsvinden in de laatste dagen.

  7. Werden de Apostelen afgeschrikt door dreigementen en werden zij weerhouden het werk te doen, dat Christus hen gegeven had te doen? Hoe reageerden zij als dergelijke dingen aan hen gericht werden? Handelingen 4:29-30. Hoe reageerde God op hen vurig, intens gebed? Handelingen 4:31.

  8. Ging God door met het uitwerken van opmerkelijke wonderen door de handen van de Apostelen, in het bijzonder Petrus, die hun leider was? Handelingen 5:12-16.

  9. Hoe reageerde het religieuze leiderschap toen zij zagen hoe Gods kracht op deze manier uitgestort werd? Handelingen 5:17-18. Reageerden zij op dezelfde manier toen zij zagen, dat Gods kracht op een speciale manier werd uitgestort door het dienaarschap van Jezus Christus Zelf? Johannes 11:43-48, 53.

  10. Hebben de handelingen van deze religieuze leiders Gods doel verhinderd om de Apostelen te laten doorgaan met het verkondigen van de evangelie boodschap? Hoe pakte God de arrestatie van de Apostelen aan? Handelingen 5:17-24.

  11. Is geestelijke kracht een eigenschap, dat uit de Geest van God vloeit? 2 Timoteüs 1:7. Verschillen in verschillende personen de geestelijke gaven, die God geeft? Romeinen 12:4-6; 1 Korintiërs 12:4-11, 27-31.

  12. Beschrijft de Apostel Paulus Goddelijke liefde als de grootste van de geestelijke eigenschappen? 1 Korintiërs 13:13. Stimuleerde hij de broeders om uit liefde geestelijke gaven te verlangen? 1 Korintiërs 14:1. Waarom zouden zij dergelijke gaven zoeken? 1 Korintiërs 14:12. (Opm. Geestelijke gaven zijn er niet met het doel om een "show" op te zetten, maar met het doel om anderen tot lering te strekken en op te bouwen.

Een Kerk en een Tijdperk van Eerste Liefde

     Toen de Apostel Johannes het boek Openbaring rond 95 n. Chr. schreef tekende hij in de hoofdstukken 2 en 3 een boodschap van Jezus Christus op aan de zeven kerken in Klein Azië. Omdat deze letterlijk de gemeenten in de eerste eeuw waren was dit hele boek een profetie en deze zeven kerken, opeenvolgende haltes aan een Romeinse postroute, stelden zeven opeenvolgende fasen of tijdperken voor waar de Nieuwtestamentische Kerk doorheen zou gaan. Het feit, dat Jezus Christus in Openbaring 1 werd beschreven als staand in het midden van zeven kandelaren, waarvan aan Johannes was gezegd, dat deze de zeven kerken voorstelden, laat zien dat dit een profetie is, die de hele kerk door de eeuwen heen voorstelt. De Kerk in Efeze stelt het Christendom voor in de eerste eeuw, de kerk van de Apostelen. Deze kerk werd berispt voor het verliezen van haar eerste liefde. Wat is eerste liefde en waarom is het zo belangrijk?

     Eerste liefde typeert het enthousiasme, de ijver en opwinding van een nieuwe bekeerling. Nadat hij eerst zijn hulpeloze toestand heeft ingezien als zondaar, die verlossing nodig heeft, wordt een nieuwe bekeerling zich bewust van Gods diepgaande liefde en plan van verlossing voor hem, duidelijk gemaakt door Jezus Christus. Er is grote vreugde, vergezeld van een diepe liefde en gevoel van respect voor onze Hemelse Vader en onze Verlosser Jezus Christus. Dit veroorzaakt een vurig verlangen om God in alles te gehoorzamen en te behagen. Het zal weerspiegeld worden in onze liefde tot anderen en in ijver om Gods Werk te doen. Eerste liefde wordt weerspiegeld in ons verlangen om de dienaren van Christus te steunen en voor hen te bidden en het goede nieuws te delen met familie en vrienden en om anderen te dienen en te helpen. Deze dingen waren karakteristiek voor de vroege kerk in Efeze en het tijdperk, dat zij vertegenwoordigde.

     Handelingen 19:1-8 legt uit, dat het bezoek van de Apostel Paulus in het begin resulteerde in de doop van ongeveer 12 discipelen. In de volgende twee jaar verspreidde Gods evangelie zich over "allen, die in Asia woonden - Joden zowel als Grieken". (Handelingen 19:10), met Efeze als basis. Een deel van deze dynamische reactie was te wijten aan de ijver van de Efeziërs om zich naar God te keren en van ganser harte Zijn wil te doen. Merk de ijver op, die deze nieuwe bekeerlingen van Efeze lieten zien om God te behagen. "En velen van hen, die gelovig geworden waren, kwamen hun schuld belijden en uitspreken wat zij bedreven hadden. En enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. En men berekende de waarde ervan en stelde die vast op vijftigduizend zilverstukken". (Handelingen 19:18-19)

     Archeologie ondersteunt het feit, dat de stad Efeze, een havenstad in Klein Azië, bloeide door de handel van religieuze kunsthandel. Bovendien trok de beroemde Tempel van Diana, één van de zeven wonderen van de oude wereld, elk jaar duizenden aanbidders. (Companion Bible, Handelingen 19:19, zie kanttekeningen. Zie ook Unger's Bible Dictionary, "Ephesus") Daarom waren voor de hele stad, die dit gadesloeg, het publieke belijden en het vernietigen van slechte boeken over magie opmerkelijke vruchten van bekering. De prioriteiten van deze nieuwe bekeerde Christenen waren nu geconcentreerd op het ijverig behagen van God en het bidden voor Zijn Werk.

     Stelt U zich de grote veranderingen voor waar Gods volk in deze overwegend heidense wereld voor stond! Vanwege de ongelovigheid onder de Joden werden de Joodse bekeerlingen gedwongen zich af te scheiden van de lokale synagogen. (Johannes 9:22; Handelingen 19:8-9; 13:44-50) Toch begon het goede nieuws over Gods Koninkrijk zich te verspreiden over heel Azië. Als resultaat verzaakten velen de vroegere zonden, valse tradities en afgoderij. Dit kon zelfs de handel en banen van vele nieuwe leden getroffen hebben. (Verg. Efeze 4:17-20, 28) De Efeze Kerk bezat werkelijk een diepgaande liefde voor de waarheid - en toonde dit door deze werken van geloof. Met het voorbijgaan van de jaren werden velen echter afgeleid van het doen van Gods Werk. Tijdens een bezoek, dat hij een paar weken voor zijn arrestatie in Jeruzalem en daarop volgende gevangenschap, aan de kerkleiders van Efeze bracht waarschuwde Paulus hen voor de gevaren van verborgen politieke machtsstrijd om zelfverheffing na te streven en hun eigen aanhang aan te trekken. (Handelingen 20:17, 30)

     Ongeveer 40 jaar na de gebeurtenissen, die in Handelingen 19 zijn opgetekend, inspireerde Jezus de Apostel Johannes om de gemeente in Efeze te vermanen vanwege hun geestelijk verslappen. "Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt". (Openbaring 2:4) Deze dwaling was zo ernstig, dat Jezus verklaarde: "Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe weder uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert". (Vers 5) De buitenwereld van wetteloosheid, waarvan Christus verklaarde, dat het zou veroorzaken, dat liefde zou verkillen (Matteüs 24:12) was nauwelijks merkbaar teruggeslopen in de Kerk. Als resultaat verstikten de beslommeringen van dit leven de geestelijke prioriteiten.

     Wij moeten allen leren van het voorbeeld van de Efeziërs. Ware Christenen moeten zich ervan bewust zijn, dat wanneer de terugkomst van Christus nadert "de liefde van de meesten zal verkillen" (Matteüs 24:12), vanwege de toename in wetteloosheid. Desondanks moeten wij waakzaam zijn en dat onze harten niet "bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud". (Lucas 21:34) Denkt U er aan, dat U Zijn "maaksel bent, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen". (Efeze 2:10) Wij moeten nooit verslappen!


LES 21, DEEL 4

Apostolisch Christendom was een Weg van Leven

     Het Christendom, dat door de vroege Kerk in praktijk werd gebracht, was niet simpel een religie van één dag in de week. Het was een volledige manier van leven, dat constant geleefd moest worden. Wanner wij de leerstellingen van het Nieuwe Testament onderzoeken zullen wij zien, dat de Apostelen niet aarzelden om hun bekeerlingen alle richtlijnen van God bekend te maken. Er waren voorschriften, die op elk aspect van het leven betrekking hadden en gegeven werden in preken, persoonlijk advies en geschreven brieven, die naar beginnende gemeenten werden gezonden.

  1. Werd Apostolisch Christendom als een manier van leven beschouwd, zelfs door haar tegenstanders? Merk op, dat de discipelen werden beschreven als zijnde "van deze weg". Handelingen 9:1-2. Spraken sommigen kwaad over deze manier van leven? Veroorzaakte het verdeeldheid? Handelingen 19:9, 23.

  2. Was de Apostel Paulus "terughoudend" toen hij de vroege kerken, die onder zijn hoede waren onderwees of leerde hij hun Gods hele weg van leven? Handelingen 20:27.

  3. Zei de Apostel Paulus aan de dienaren, die hij onderwees dat zij Gods Woord moesten gebruiken om de gemeenteleden, die van de weg afdwaalden, te corrigeren en zelfs te bestraffen? 2 Timoteüs 4:1-2. Wist hij, dat sommigen zich van dit soort krachtige prediking zouden afwenden en liever dingen hoorden, waarbij zij zich "goed voelen" in plaats van de correctie vanuit Gods Woord te accepteren? 2 Timoteüs 4:3-4.

  4. Wat waren de voorwaarden van deze manier van leven, die Titus, door Paulus aangespoord, aan de jonge vrouwen van de gemeente moest onderwijzen? Titus 2:5.

  5. Biedt de Christelijke weg van leven richtlijnen aan degenen, die geneigd zijn zich op te winden over de onrechtvaardigheden en oneerlijkheden van de wereld om hen heen? Titus 3:1-2.

  6. Gaf Paulus in het onderwijzen aan Christenen over "deze weg" zelfs richtlijnen over dingen zoals, hoe mannen en vrouwen hun haar moeten dragen, zodat het aangenaam is in Gods ogen? 1 Korintiërs 11:13-16.

  7. Herinnerde Paulus andere dienaren er aan om jonge vrouwen te onderwijzen over juiste verzorging, dat aangenaam zou zijn in Gods ogen? 1 Timoteüs 2:9. (Opm. Het is een overtreding van één van de twee grootste principes van Gods wet, welke is je naaste lief te hebben als jezelf; wanneer een vrouw zich op een manier kleedt, die seksueel provocerend is, d.w.z. kleding, die te kort, te strak, te onthullend is. Iets doen, dat lust kan opwekken en een verleiding is voor anderen, betekent een struikelblok zetten voor een broeder).

  8. Onderwees Paulus zijn bekeerlingen, dat zij hard moesten werken en productief in het leven moesten zijn? Moeten kerkleden liefdadigheid verlenen aan luie leden, die weigeren om zichzelf te helpen? 2 Tessalonicenzen 3:9-12. Is productief zijn gedeeltelijk het doel om niet alleen in onze eigen behoeften te voorzien, maar ook om in de gelegenheid te zijn anderen te helpen en te dienen? Efeze 4:28.

  9. Moeten Christenen, die in het Nieuwe Testament volgelingen van "deze weg" worden genoemd in feite volgelingen van God Zelf zijn? Efeze 5:1-2. Welke gedrag of houdingen zullen wij vermijden als wij Gods weg volgen? Efeze 5:3-7.

  10. Houdt de Christelijke weg van leven richtlijnen in over hoe mannen en vrouwen hun huiselijk leven moeten leiden? Efeze 5:22-25. Moeten de betrekkingen tussen ouders en kinderen op een bepaalde manier geregeld zijn? Efeze 6:1-4.

  11. Legde Paulus een bekeerlingen uit, dat hun Christelijke manier van leven zichtbaar moet zijn in de manier waarop zij omgaan met werkgevers of bazen op de werkplaats? Efeze 6:5-9.

  12. Wat stelt een ware Christen in staat om dagelijks Gods manier van leven te volgen? Efeze 6:10-18; Galaten 2:20.

De Rol van de Jeruzalem Kerk

     Vele duidelijke leerstellingen van de Bijbel zijn onvergelijkbaar met de praktijken van de meeste traditionele Christenen. De ware Kerk van God voert haar geschiedenis, geloof en praktijken terug naar de Jeruzalem Kerk uit de eerste eeuw, maar de meesten van het hedendaagse "Christendom" ontlenen hun leerstellingen en praktijken aan de Kerk van Rome uit de tweede eeuw en later.

  • Wat was de vroegere rol van de Jeruzalem Kerk en waarin verschilde het van Rome?

  • Hoe kreeg Rome overwicht en gezag over de vroege Christelijke beweging? De Bijbel openbaart de verrassende antwoorden.

     In 1 Tessalonicenzen 2:14 werden de broeders uit Thessaloniki door de Apostel Paulus aanbevolen, omdat zij volgelingen waren van de Gemeenten van God in Judea. Hij onderwees bekeerlingen uit de Heidenen om naar Judea en de Jeruzalem Kerk te kijken als hun voorbeeld. Tenslotte was de Kerk in Jeruzalem de originele Christelijke kerk; zij begon op de eerste Pinksterdag in het Nieuwtestamentische tijdperk. Zij werd in het begin door de oorspronkelijke 12 Apostelen onderwezen en bestuurd en later geleid door Jakobus, de halfbroer van Jezus Christus van Nazareth. Als van enig Christen kennis uit de eerste hand zou worden verwacht over wat Jezus Christus werkelijk zei en deed, dan zouden zij het zijn.

     Toen in het begin van het dienaarschap van Paulus strijdpunten rezen, brachten hij en Barnabas dit voor de Apostelen en ouderlingen in Jeruzalem. (Handelingen 15:2) Jeruzalem was de zetel van de "moeder" kerk en de originele leiders van het Christendom. De Apostel Paulus wees zijn bekeerlingen naar het Christendom in Judea en de Jeruzalem kerk, niet naar een of andere "nieuwe" benadering, die ergens anders werd onderwezen! Paulus werd gemakkelijk geïdentificeerd in de heidense wereld als een Jood, die de Romeinen leerde om afstand te doen van hun heidense praktijken en de "Joodse" gebruiken te volgen! (Handelingen 16:20-21)

     Welke praktijken volgden de Christenen van Jeruzalem? Zoals praktisch elke historicus dadelijk toegeeft handhaafden zij het vieren van de zevende dag Sabbat en de Jaarlijkse Heilige Dagen, net zoals Jezus Zelf heeft gedaan! In de late jaren 50 n. Chr., meer dan 25 jaar na de Hemelvaart van Christus zei Jakobus, de halfbroer van Jezus aan Paulus dat er duidenden bekeerde Joden in het gebied rond Jeruzalem waren en allen "ijveraars van de wet" waren. (Handelingen 21:20) Hij zei ook aan Paulus, dat sommige Christenen van Jeruzalem ontdaan waren door het gerucht - bewezen, dat het onwaar was - dat Paulus Joden in heidense gemeenschappen onderwees om hun mannelijke kinderen niet te besnijden. Merk op, dat Paulus niet beschuldigd werd van Sabbatbreking of van het onderwijzen, dat de Tien Geboden niet langer nodig waren. Hij werd alleen beschuldigd aangaande schending van ceremoniële zaken. Zelfs hierin waren de beschuldigers van Paulus verkeerd. Paulus onderwees de Joden niet om de richtlijnen van de tempel te negeren; hij onderwees slechts, dat deze niet nodig waren voor BEHOUD. In zijn brief aan de Hebreeuwen, enkele jaren later geschreven, legde Paulus uit dat de ceremoniën en voorbeelden van de oudtestamentische verering dienden om naar Jezus Christus te wijzen en Zijn verzoenend Werk.

     Hoe komt het dan, dat Rome Jeruzalem als de zetel van autoriteit van het Christendom verving? In 69 n. Chr. werden Joodse Christenen gedwongen om uit Jeruzalem te vluchten in afwachting van de volgende Romeinse belegering en vernietiging. Vóór deze gebeurtenis schreef de Apostel Judas (een andere halfbroer van Jezus) en spoorde zijn lezers aan om tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat éénmaal overgeleverd is. (Judas 3) Valse leraren waren reeds de Kerk binnengedrongen en trachtten deze voor hun eigen doeleinden over te nemen. (Judas 4)

     De eerste valse leraar waar wij een verslag over hebben is Simon Magus, de religieuze leider van de Samaritaanse gemeenschap. Alhoewel Simon een Christelijke doop had ontvangen, herkende de Apostel Petrus, dat hij bedorven was door bitterheid en nauw verbonden was met ongerechtigheid of wetteloosheid. (Handelingen 8:23) De elfde editie van de Encyclopaedia Britannica noemt hem in het artikel over Simon Magus, de "Samaritaanse Messias, [die trachtte] met de hulp van het Christendom een nieuwe religie te stichten". Hij wordt ook beschreven als een "vader van dwaalleer".

     Het kernpunt van de leerstellingen van Simon was dat het voor Christenen niet vereist was om de Oudtestamentische wet te houden, omdat dit "Joods" was. Gedurende een groeiende antipathie van de regering ten opzichte van de Joden, kreeg deze lering bijval in Rome waar ambitieuze Roomse Christenen volgelingen trachtten aan te trekken door populaire heidense gebruiken te "kerstenen". Zij gebruikten ook het politieke aanzien van hun stad om toezicht te verwerven over de Christelijke beweging elders. Deze strijd werd niet volledig in hun voordeel beslist tot de tijd van Keizer Constantijn, waarmee de bisschop van Rome een verdrag sloot. De Protestantse Reformatie van de zestiende eeuw ruimde enige van de grootste Roomse ketterijen van de Bijbel op, maar hield vast aan vele gebruiken, die terug te voeren zijn naar het heidendom. De traditionele Christelijke wereld heeft sindsdien opgehouden met de Jeruzalem Kerk als een voorbeeld te gebruiken - in plaats daarvan heeft zij haar identiteit van de Kerk van Rome aangenomen.

     Na het overwicht van Rome verdween het Apostolisch Christendom niet; het werd gewoon een beweging van meestal verspreide gelovigen, vaak vervolgd door een valse kerk, zoals de Bijbel voorspelde. Zelfs nu predikt de ware Kerk van God dezelfde boodschap, die bijna 2.000 jaar geleden onderwezen werd door de Jeruzalem Kerk.

• • • • • • •

Voor meer informatie over Apostolisch Christendom kunt U het volgende boekje lezen: Herstel van Apostolisch Christendom

• • • • • • •

Leest U al ons Engelstalig tijdschrift Tomorrow's World, waar profetie tot leven komt?

• • • • • • •